Uitspraak · Civiel recht
Hoge Raad, 15 september 2017
ECLI:NL:HR:2017:2227Zaaknummer 16/02745
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 15 september 2017
- Publicatiedatum
- 15 september 2017
- Zaaknummer
- 16/02745
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Vernietiging wegens dwaling van nieuwe pensioenregeling, omdat werkgever onjuiste informatie heeft gegeven over gevolgen van overstap. Samenhang met 16/02700 (vrijwaringszaak).
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 396,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. de Groot, M.V. Polak en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 15 september 2017.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
15 september 2017
Eerste Kamer
16/02745
RM/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. GRINDACC B.V.,gevestigd te Oud-Beijerland,
2. PF TRIPPLE A B.V.,gevestigd te Delft,
3. LOART AUDIT B.V.,gevestigd te Capelle aan den IJssel,
EISERESSEN tot cassatie, verweersters in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
1. [verweerder 1],wonende te [woonplaats],
2. [verweerder 2],wonende te [woonplaats],
3. [verweerder 3],wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie, eisers in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaten: mr. R.P.J.L. Tjittes en mr. F.M. Dekker.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder] c.s.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 1279993 CV EXPL 11-56012 van de kantonrechter te Rotterdam van 25 november 2011, 20 december 2011 en 15 februari 2013;
b. de arresten in de zaak 200.127.629/01 (en 200.148.469/01) van het gerechtshof Den Haag van 8 april 2014 en 16 februari 2016.
Het arrest van het hof van 16 februari 2016 is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen laatstgenoemd arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. [verweerder] c.s. hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 23 juni 2017 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel in het principale beroep
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 396,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. de Groot, M.V. Polak en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 15 september 2017.
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 81 RO meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 3:310 BW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 6:89 BW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 7:611 BW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 24 BWBR0039872
- Artikel 149 BWBR0039872
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2017:511 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHDHA:2016:231 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:RBROT:2019:70 Rechtbank Rotterdam, 2 januari 2019 (verbintenissenrecht)
- ECLI:NL:HR:2017:2388 Hoge Raad, 15 september 2017 (civiel recht)
- ECLI:NL:PHR:2017:511 Parket bij de Hoge Raad, 9 juni 2017 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHDHA:2016:231 Gerechtshof Den Haag, 16 februari 2016 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.