Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 13 juni 2017
ECLI:NL:HR:2017:1078Zaaknummer 15/04563
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 13 juni 2017
- Publicatiedatum
- 14 juni 2017
- Zaaknummer
- 15/04563
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Bewijsklachten betreffende 1. het niet melden van verdachte transacties bij de FIOD-ECD; art. 2 Wet voorkoming misbruik chemicaliën en 2. handel in chemische stoffen die kunnen worden gebruikt voor de productie dan wel de bewerking of verwerking van drugs (strafbare voorbereidingshandelingen); art. 10.4 jo. 10a Opiumwet. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 15/04938 en 16/01184 (niet gepubliceerde zaken die zijn afgedaan met art. 80a RO).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 juni 2017.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
13 juni 2017
Strafkamer
nr. S 15/04563
DFL
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 23 september 2015, nummer 21/003082-12, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.C. Reisinger, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 juni 2017.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2017:436 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHARL:2015:7281 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2021:848 Parket bij de Hoge Raad, 21 september 2021 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2021:849 Parket bij de Hoge Raad, 21 september 2021 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2021:850 Parket bij de Hoge Raad, 21 september 2021 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2021:851 Parket bij de Hoge Raad, 21 september 2021 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2017:436 Parket bij de Hoge Raad, 18 april 2017 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2015:7281 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23 september 2015 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.