Uitspraak · Personen- en familierecht
Hoge Raad, 5 december 2014
ECLI:NL:HR:2014:3533Zaaknummer 14/04417
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 5 december 2014
- Publicatiedatum
- 5 december 2014
- Zaaknummer
- 14/04417
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Cassatie in het belang der wet. Procesrecht. Kinderalimentatie. Verzet art. 223 Rv (verzoek tot voorlopige voorziening voor duur van het geding) zich tegen overeenkomstige toepassing in verzoekschriftprocedure? Tijdstip indiening en behandeling verzoek; HR 2 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU8176, NJ 2012/158. Is tussentijds hoger beroep of cassatie mogelijk tegen beschikking omtrent verzoek tot voorlopige voorziening?
De Hoge Raad:
vernietigt, in het belang der wet, de beschikking van het gerechtshof Leeuwarden van 1 december 2011;
verstaat dat deze beslissing geen nadeel toebrengt aan de rechten door partijen verkregen.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 5 december 2014.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
5 december 2014
Eerste Kamer
14/04417
EE/JG
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
Op een vordering tot cassatie in het belang der wet, ingesteld door de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden en gericht tegen de beschikking van het gerechtshof Leeuwarden van 1 december 2011, zaaknummer 200.095.633/01.
Partijen worden aangeduid als de man en de vrouw.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 83527/FA RK 10-3406 van de rechtbank Assen van 1 juni 2011;
b. de beschikking in de zaak 200.095.633/01 van het gerechtshof Leeuwarden van 1 december 2011.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de beschikking heeft de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad beroep in cassatie in het belang der wet ingesteld. De voordracht tot cassatie van de Procureur-Generaal is aan dit arrest gehecht.
De vordering van de Procureur-Generaal strekt ertoe dat de Hoge Raad de bestreden beschikking in het belang der wet zal vernietigen en zal verstaan dat de vernietiging geen nadeel zal toebrengen aan de rechten door partijen verkregen.
3 Beoordeling van het middel
Bij beschikking van het gerechtshof te Leeuwarden van 25 mei 2010 is de man veroordeeld tot betaling van een bijdrage in het levensonderhoud van de minderjarige dochter van partijen. De man heeft de rechtbank wijziging van deze beschikking verzocht, welk verzoek de rechtbank heeft afgewezen. Tegen deze afwijzing heeft de man hoger beroep ingesteld. In dit hoger beroep heeft hij, met een beroep op art. 223 Rv, verzocht om bij wege van voorlopige voorziening de beschikking van 25 mei 2010 te schorsen.
Het hof heeft dit verzoek afgewezen op de grond dat voor het treffen van een voorlopige voorziening geen plaats is in de verzoekschriftprocedure. Art. 223 Rv is alleen geschreven voor de dagvaardingsprocedure en een vergelijkbare bepaling ontbreekt voor de verzoekschrift-procedure. Daaruit moet volgens het hof worden afgeleid dat het niet de bedoeling van de wetgever is geweest dat in een verzoekschriftprocedure een voorlopige voorziening kan worden verzocht.
De Procureur-Generaal voert aan dat de beslissing van het hof onjuist is omdat art. 223 Rv zich leent voor overeenkomstige toepassing in de verzoekschriftprocedure.
Deze klacht is terecht voorgesteld. De wet en de aard van de verzoekschriftprocedure zoals geregeld in art. 261 e.v. Rv verzetten zich niet tegen overeenkomstige toepassing van art. 223 Rv op verzoekschriftprocedures. Er zijn geen aanwijzingen dat de wetgever, door alleen in zaken van echtscheiding en scheiding van tafel en bed voorlopige voorzieningen wettelijk te regelen (art. 821-826 Rv), daarbuiten de mogelijkheid van een voorlopige voorziening in de verzoekschriftprocedure heeft willen uitsluiten. Derhalve kan ook in andere gevallen in een verzoekschriftprocedure een incidenteel verzoek gedaan worden tot het treffen van een voorlopige voorziening voor de duur van het geding, overeenkomstig hetgeen art. 223 Rv bepaalt voor dagvaardingsprocedure.
Het verzoek om een voorlopige voorziening kan worden gedaan bij verzoek- of verweerschrift in de hoofdzaak of bij een afzonderlijk incidenteel verzoekschrift. Het is in beginsel aan de rechter overgelaten of hij, gelet op de inhoud van het verzoek, de belangen van partijen en het belang van een doelmatige en voortvarende procesvoering, het verzoek aanstonds behandelt en beslist (vgl. HR 2 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU8176, NJ 2012/158). Het ligt voor de hand dat indien een spoedeisend belang bestaat bij een voorlopige voorziening, op het verzoek daartoe in de regel eerst en vooraf wordt beslist.
Overeenkomstig de art. 337 lid 1 en 401a lid 1 Rv kan van beschikkingen waarbij een voorlopige voorziening wordt getroffen of geweigerd, in afwijking van de hoofdregel van art. 358 lid 1 Rv, hoger beroep onderscheidenlijk cassatieberoep worden ingesteld voordat de eindbeschikking wordt gewezen.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt, in het belang der wet, de beschikking van het gerechtshof Leeuwarden van 1 december 2011;
verstaat dat deze beslissing geen nadeel toebrengt aan de rechten door partijen verkregen.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 5 december 2014.
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 223 Rv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 337 Rv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 401a Rv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 821 Rv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 822 Rv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 823 Rv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 824 Rv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 824a Rv
- Artikel 824b Rv
- Artikel 825 Rv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 825a Rv
- Artikel 825b Rv
- Artikel 825c Rv
- Artikel 825d Rv
- Artikel 825e Rv
- Artikel 825f Rv
- Artikel 825g Rv
- Artikel 826 Rv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 827 Rv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 827a Rv
- Artikel 827b Rv
- Artikel 827c Rv
- Artikel 827d Rv
- Artikel 827e Rv
- Artikel 827f Rv
- Artikel 827g Rv
- Artikel 827h Rv
- Artikel 827i Rv
- Artikel 827j Rv
- Artikel 827k Rv
- Artikel 827l Rv
- Artikel 827m Rv
- Artikel 827n Rv
- Artikel 827o Rv
- Artikel 827p Rv
- Artikel 828 Rv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 358 Rv meer uitspraken over dit artikel
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHLEE:2011:BU6896 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
- ECLI:NL:PHR:2014:2278 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Deze uitspraak verwijst naar
Aangehaald in
- ECLI:NL:RBGEL:2026:7841 Rechtbank Gelderland, 25 september 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:29289 Rechtbank Den Haag, 3 september 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBAMS:2026:8231 Rechtbank Amsterdam, 7 augustus 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:8308 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29 juli 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:7778 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17 juli 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:7455 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 juli 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:7145 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 3 juli 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:6894 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25 juni 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:6633 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19 juni 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:6570 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17 juni 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:6575 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17 juni 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:6434 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 15 juni 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:5547 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12 juni 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:6309 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12 juni 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:5926 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 2 juni 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:4909 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 1 juni 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:5707 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29 mei 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2026:1746 Gerechtshof Den Haag, 19 mei 2026 (internationaal privaatrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:5216 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 15 mei 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:4983 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 7 mei 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:3957 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 30 april 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBAMS:2026:4203 Rechtbank Amsterdam, 29 april 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:4486 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 april 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:4389 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 april 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBNHO:2026:3992 Rechtbank Noord-Holland, 13 april 2026 (civiel recht)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:4091 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 april 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:4103 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 april 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:11580 Rechtbank Den Haag, 1 april 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:11383 Rechtbank Den Haag, 31 maart 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:3531 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 30 maart 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:30888 Rechtbank Den Haag, 27 maart 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:3429 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 27 maart 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:3224 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 maart 2026 (civiel recht)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:9756 Rechtbank Den Haag, 17 maart 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:2922 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12 maart 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:2919 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11 maart 2026 (civiel recht)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:2827 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 maart 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:2831 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 maart 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:7673 Rechtbank Den Haag, 3 maart 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:2680 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 3 maart 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:6971 Rechtbank Den Haag, 26 februari 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:6998 Rechtbank Den Haag, 26 februari 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:2828 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 februari 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:2830 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 februari 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:2213 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19 februari 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:6083 Rechtbank Den Haag, 18 februari 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:1841 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11 februari 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:1746 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 februari 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:1637 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 9 februari 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:1602 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 6 februari 2026 (civiel recht)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:671 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 2 februari 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:4034 Rechtbank Den Haag, 29 januari 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:3884 Rechtbank Den Haag, 27 januari 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:371 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 januari 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:2666 Rechtbank Den Haag, 13 januari 2026 (civiel recht)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:2215 Rechtbank Den Haag, 7 januari 2026 (civiel recht)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:2288 Rechtbank Den Haag, 6 januari 2026 (civiel recht)
- ECLI:NL:RBDHA:2025:27021 Rechtbank Den Haag, 23 december 2025 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2025:9479 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 december 2025 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2025:26342 Rechtbank Den Haag, 12 december 2025 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.