Uitspraak · Civiel recht

Hoge Raad, 12 juli 2013

ECLI:NL:HR:2013:CA3737Zaaknummer 13/01967

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 juli 2013
Publicatiedatum
16 juli 2013
Zaaknummer
13/01967
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. Bopz. Machtiging voortgezet verblijf in psychiatrisch ziekenhuis. Ontslagverzoek op de voet van art. 49 lid 5 Wet Bopz.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadheren A.M.J. van Buchem-Spapens en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 12 juli 2013.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het geding in feitelijke instantie
  2. 2 Het geding in cassatie
  3. 3 Beoordeling van de ontvankelijkheid
  4. 4 Beslissing

12 juli 2013

Eerste Kamer

nr. 13/01967

EE/LZ

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[betrokkene],thans verblijvende in de Dr. Henri van de Hoevenkliniek te Utrecht,

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. S. Spans.

Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als betrokkene.

1 Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak 332448/FA RK 12-6721 van de rechtbank Utrecht van 29 november 2012.

De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Hij heeft voorts hetzelfde rekest als ‘herzieningsverzoek’ ingediend.Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verzoeken.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 3-5).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadheren A.M.J. van Buchem-Spapens en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 12 juli 2013.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.