Uitspraak · Insolventierecht

Hoge Raad, 12 juli 2013

ECLI:NL:HR:2013:CA1968Zaaknummer 13/02203

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 juli 2013
Publicatiedatum
16 juli 2013
Zaaknummer
13/02203
Rechtsgebied
Civiel recht, Insolventierecht
Procedure
Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. WSNP. Afwijzing verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling en gedwongen schuldregeling; art. 287a, 288 lid 1 aanhef en onder b Fw.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. Drion en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 12 juli 2013.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het geding in feitelijke instanties
  2. 2 Het geding in cassatie
  3. 3 Beoordeling van de ontvankelijkheid
  4. 4 Beslissing

12 juli 2013

Eerste Kamer

nr. 13/02203

RM/LZ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[verzoekster],wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.

Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

  • het vonnis in de zaak 429796/FT-RK 12-2682 van de rechtbank 's-Gravenhage van 14 december 2012;
  • het arrest in de zaak 200.124.932/01 van het gerechtshof Den Haag van 18 april 2013.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep.

De advocaat van [verzoekster] heeft bij brief van 30 mei 2013 op dit standpunt gereageerd.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 2).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. Drion en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 12 juli 2013.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.