Uitspraak · Personen- en familierecht

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 5 maart 2026

ECLI:NL:GHSHE:2026:607Zaaknummer 200.345.105/01

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
5 maart 2026
Publicatiedatum
3 augustus 2026
Zaaknummer
200.345.105/01
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vaststellen hoofdverblijfplaats. Duo-benoeming bijzondere curatoren.

Het hof:

op het principaal en incidenteel appel:

benoemt – met inachtneming van het hiervoor overwogene – over de [minderjarige]

tot bijzondere curatoren:

  • Y. Sterenborg-Meekes, h.o.d.n. Meekes Mediation, kantoorhoudende te Hengelo;
  • mr. E.J.A. Roeleven, h.o.d.n. Roeleven Familierecht en Mediation, kantoorhoudende te Heerlen;

verzoekt de bijzondere curatoren binnen acht weken na heden aan het hof tezamen schriftelijk verslag te doen van hun bevindingen en daarbij een gezamenlijk standpunt over de verzoeken in te nemen;

houdt de zaak aan tot 23 april 2026, zulks in afwachting van voornoemd verslag;

behoudt zich iedere verdere beslissing voor.

Deze beschikking is gegeven door mrs. E.M.D.M. van der Linden, E.M.C. Dumoulin en M.A. Ossentjuk en is in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 9 De beschikking d.d. 29 januari 2026
  2. 10 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
  3. 12 De beslissing

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht

Uitspraak: 5 maart 2026

Zaaknummer: 200.345.105/01

Zaaknummer eerste aanleg: C/03/316920 / FA RK 23-1424

in de zaak in hoger beroep van:

[de moeder 1],

wonende te [woonplaats],

verzoekster in hoger beroep,

verweerster in incidenteel hoger beroep,

hierna te noemen: moeder [de moeder 1],

advocaat: mr. E.G.W. Hendriks,

tegen

[de moeder 2],

wonende te [woonplaats],

verweerster in hoger beroep,

verzoekster in incidenteel hoger beroep,

hierna te noemen: moeder [de moeder 2],

advocaat: mr. W.G. ten Brummelhuis.

Deze procedure gaat over:

[minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2020 (hierna: [minderjarige] ).

In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

de Raad voor de Kinderbescherming,

hierna te noemen: de raad.

9 De beschikking d.d. 29 januari 2026

Bij die beschikking heeft het hof de advocaten van partijen en de raad verzocht om uiterlijk op 19 februari 2026 te reageren op het voornemen van het hof om in de onderhavige procedure twee bijzondere curatoren te benoemen en iedere verdere beslissing aangehouden tot pro forma 26 februari 2026.

10 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

10.1.

Het hof heeft kennisgenomen van de inhoud van:

- het V8-formulier van de advocaat van moeder [de moeder 2] van 4 februari 2026;

- het V8-formulier van de advocaat van moeder [de moeder 1] van 6 februari 2026;

- het bericht van de raad van 17 februari 2026.

11. De verdere beoordeling

11.1.

Zoals overwogen in de beschikking van 29 januari 2026 acht het hof het aangewezen om in deze zaak twee bijzondere curatoren te benoemen. Het hof verwijst naar hetgeen in dat kader onder 7.9.6. van genoemde beschikking is overwogen.

11.2.

De ouders en de raad hebben aangegeven dat zij kunnen instemmen met het benoemen van de voorgestelde bijzondere curatoren.

11.3.

Y. Sterenborg-Meekes, h.o.d.n. Meekes Mediation, kantoorhoudende te Hengelo en mr. E.J.A. Roeleven, h.o.d.n. Roeleven Familierecht en Mediation, kantoorhoudende te Heerlen zullen hiertoe door het hof worden benoemd.

11.4.

Zoals reeds overwogen in de beschikking van 29 januari 2026 dienen de bijzondere curatoren de volgende vragen te beantwoorden:

  • Wat betekent het voor [minderjarige] en zijn ontwikkeling als de huidige situatie in stand blijft waarbij hij niet opgroeit bij zijn biologische moeder en (biologische) broertje [broertje] in [woonplaats moeder 1] maar bij moeder [de moeder 2] in [woonplaats moeder 2] ?
  • Welke rol speelt zijn juridische halfbroertje [halfbroertje] hierbij?
  • Wat zijn de ontwikkelperspectieven van [minderjarige] in hetzij [woonplaats moeder 2] dan wel [woonplaats moeder 1], die in het belang van [minderjarige] zijn met het oog op zijn toekomst?
  • Bestaat er zicht op hoe de feitelijke verzorgingssituatie van [minderjarige] eruit zal zien, hetzij in [woonplaats moeder 2] dan wel in [woonplaats moeder 1] ? Wie zal er feitelijk zorgdragen voor [minderjarige] ? Zijn dat partijen dan wel derden en zijn er zorgen over wat dat betekent voor [minderjarige] ?
  • Welke hoofdverblijfplaats is het meest in het belang van [minderjarige] ?
  • Welke rol speelt het feit dat moeder [de moeder 2] meer ruimte aan moeder [de moeder 1] lijkt te geven in het leven van [minderjarige] dan andersom?
  • Welke andere zaken zijn de bijzondere curator opgevallen en zijn volgens de bijzondere curator van belang om aan het hof te laten weten?
11.5.

Indien de bijzondere curatoren daartoe aanleiding zien, dan staat het hen eveneens vrij een advies uit te brengen over de benodigde hulpverlening ten behoeve van [minderjarige].

11.6.

De bijzondere curatoren kunnen [minderjarige] in rechte vertegenwoordigen met betrekking tot de verzoeken en worden verzocht één gezamenlijk eensluidend advies aan het hof uit te brengen in de vorm van een verslag van bevindingen. Desgewenst kunnen de bijzondere curatoren als vertegenwoordiger van de minderjarige een zelfstandig verzoek indienen.

11.7.

De bijzondere curatoren worden verzocht gesprekken te voeren met [minderjarige], de moeders individueel en indien mogelijk ook met de moeders gezamenlijk ofwel de moeders en [minderjarige] gezamenlijk.

Het staat de bijzondere curatoren vrij gesprekken te voeren met overige betrokken personen, die informatie over [minderjarige] kunnen verschaffen.

11.8.

Het hof wijst de ouders erop dat zij de verplichting hebben aan de door de bijzondere curator te geven instructies gevolg te geven.

11.9.

Voorts verzoekt het hof de bijzondere curatoren de leidraad werkwijze en verslag bijzondere curatoren ex artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek in acht te nemen.

11.10.

Dit brengt mee dat als volgt wordt beslist. Daarbij behoudt het hof zich iedere verdere beslissing voor.

12 De beslissing

Het hof:

op het principaal en incidenteel appel:

benoemt – met inachtneming van het hiervoor overwogene – over de [minderjarige]

tot bijzondere curatoren:

  • Y. Sterenborg-Meekes, h.o.d.n. Meekes Mediation, kantoorhoudende te Hengelo;
  • mr. E.J.A. Roeleven, h.o.d.n. Roeleven Familierecht en Mediation, kantoorhoudende te Heerlen;

verzoekt de bijzondere curatoren binnen acht weken na heden aan het hof tezamen schriftelijk verslag te doen van hun bevindingen en daarbij een gezamenlijk standpunt over de verzoeken in te nemen;

houdt de zaak aan tot 23 april 2026, zulks in afwachting van voornoemd verslag;

behoudt zich iedere verdere beslissing voor.

Deze beschikking is gegeven door mrs. E.M.D.M. van der Linden, E.M.C. Dumoulin en M.A. Ossentjuk en is in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.