Uitspraak · Personen- en familierecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 18 september 2025
ECLI:NL:GHSHE:2025:2531Zaaknummer 200.346.501_01 , 200.347.395_01 en 200.347.395_02
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 18 september 2025
- Publicatiedatum
- 28 oktober 2026
- Zaaknummer
- 200.346.501_01 , 200.347.395_01 en 200.347.395_02
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
verdeling van ontbonden huwelijksgemeenschap en draagplicht voor de schulden van die gemeenschap
Het hof:
in de zaak 200.347.395/01
beveelt de advocaat van de man binnen een week na de datum van deze beschikking (en dus ten laatste op 25 september 2025), eventueel per Zivver, een afschrift van de huurovereenkomst betreffende zijn huidige huurwoning over te leggen aan het hof, onder gelijktijdige toezending daarvan aan de advocaat van de vrouw;
stelt de advocaat van de vrouw in de gelegenheid om binnen een week na de dag van verzending door de advocaat van de man van de huurovereenkomst, schriftelijk, eventueel per Zivver, daarop te reageren naar het hof, onder gelijktijdige toezending van die reactie aan de advocaat van de man;
houdt iedere verdere beslissing aan;
in de zaken 200.346.501/01 en 200.347.395/02
houdt iedere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mrs. G.J. Vossestein, M.J. van Laarhoven en H.J. Witkamp en is op 18 september 2025 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
zaaknummers: 200.346.501/01, 200.347.395/01 en 200.347.395/02
zaaknummers rechtbank: C/02/401586 FA RK 22-4199 (echtscheiding) en
C/02/405744 FA RK 23-405 (verdeling)
beschikking van de meervoudige kamer van 18 september 2025
inzake
[man],
wonende te [woonplaats], gemeente [gemeente],
verzoeker in de zaak 200.346.501/01,
verweerder in de zaak 200.347.395/01,
verweerder in het incident ex art. 223 Rv,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. J.L. Küppers-van Duivenbooden te [plaats 1],
tegen
[vrouw],
wonende te [woonplaats],
verweerster in de zaak 200.346.501/01,
verzoekster in de zaak 200.347.395/01,
verzoekster in het incident ex art. 223 Rv,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. A.J.M. van der Borst te [plaats 2].
1 Het verloop van het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (Breda) van 22 augustus 2023 en 12 juli 2024, uitgesproken onder voormelde zaaknummers.
2 Het geding in hoger beroep
In de zaak 200.346.501/01
De man is op 1 oktober 2024 in hoger beroep gekomen van voormelde beschikking van 12 juli 2024.Deze zaak is ter zitting geadministreerd onder zaaknummer 200.346.501/01.
De vrouw heeft op 19 december 2024 een verweerschrift ingediend.
Bij het hof is voorts ingekomen:
- een journaalbericht van de zijde van de man van 29 oktober 2024 met de producties N en S.
In de zaken 200.347.395/01 en 200.347.395/02
De vrouw is op 7 oktober 2024 in hoger beroep gekomen van voormelde beschikking van 12 juli 2024 en zij heeft daarbij tevens verzocht een provisionele voorziening ex art. 223 Rv te treffen. Deze zaken zijn ter griffie geadministreerd onder de zaaknummers 200.347.395/01 (verdeling) en 200.347.395/02 (provisionele voorziening).
De man heeft op 19 december 2024 een verweerschrift ingediend.
Bij het hof is voorts ingekomen:
- een journaalbericht van de zijde van de man van 28 augustus 2025 met producties 7 en 8.
De zaken worden gevoegd behandeld en beslist.
De mondelinge behandeling heeft op 10 september 2025 plaatsgevonden. Partijen zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaten. Beide advocaten hebben gepleit aan de hand van overgelegde pleitnotities.
Art. 22 Rv bepaalt dat de rechter in alle gevallen en in elke stand van de procedure partijen of een van hen kan bevelen bepaalde stellingen toe te lichten of bepaalde, op de zaak betrekking hebbende bescheiden over te leggen. Indien een partij niet aan deze verplichtingen voldoet kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht.
Het hof ziet in het verhandelde ter zitting, in het bijzonder ten aanzien van de hoogte van de huurwaarborgsom, aanleiding de advocaat van de man op grond van art. 22 lid 1 Rv te bevelen om uiterlijk binnen een week na de datum van deze beschikking (en dus ten laatste op 25 september 2025), eventueel per Zivver, een afschrift van de huurovereenkomst betreffende zijn huidige huurwoning over te leggen aan het hof, onder gelijktijdige toezending daarvan aan de advocaat van de vrouw.
Vervolgens heeft de advocaat van de vrouw eveneens een week de tijd om, gerekend vanaf de dag van verzending door de man van de huurovereenkomst, schriftelijk, eventueel per Zivver, daarop te reageren naar het hof, onder gelijktijdige toezending van die reactie aan de advocaat van de man.
Gelet op het voorgaande zal het hof iedere verdere beslissing aanhouden.
3 De beslissing
Het hof:
in de zaak 200.347.395/01
beveelt de advocaat van de man binnen een week na de datum van deze beschikking (en dus ten laatste op 25 september 2025), eventueel per Zivver, een afschrift van de huurovereenkomst betreffende zijn huidige huurwoning over te leggen aan het hof, onder gelijktijdige toezending daarvan aan de advocaat van de vrouw;
stelt de advocaat van de vrouw in de gelegenheid om binnen een week na de dag van verzending door de advocaat van de man van de huurovereenkomst, schriftelijk, eventueel per Zivver, daarop te reageren naar het hof, onder gelijktijdige toezending van die reactie aan de advocaat van de man;
houdt iedere verdere beslissing aan;
in de zaken 200.346.501/01 en 200.347.395/02
houdt iedere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mrs. G.J. Vossestein, M.J. van Laarhoven en H.J. Witkamp en is op 18 september 2025 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHSHE:2025:3383 http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.