Uitspraak · Personen- en familierecht

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 22 mei 2025

ECLI:NL:GHSHE:2025:1429Zaaknummer 200.354.642_01

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
22 mei 2025
Publicatiedatum
25 augustus 2025
Zaaknummer
200.354.642_01
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Hof onbevoegd, verwijzing naar hof Arnhem-Leeuwarden.

Het hof:

verklaart zich onbevoegd om van de zaak kennis te nemen;

verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Deze beschikking is gegeven door mrs. A.M. Bossink, A.J.F. Manders en G.M. Goes is op 22 mei 2025 uitgesproken in het openbaar door mr. G.M. Goes in tegenwoordigheid van mr. C.A.M. Smolders, griffier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het geding in eerste aanleg
  2. 2 Het geding in hoger beroep
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht

Uitspraak: 22 mei 2025

Zaaknummer: 200.354.642/01

Zaaknummer eerste aanleg: C/05/421947 / FA RK 23-2177

in de zaak in hoger beroep van:

[de vader],

wonende te [woonplaats],

verzoeker in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader,

advocaat: mr. B.C. van Hees,

tegen

[de moeder],

wonende te [woonplaats],

verweerster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: mr. N. Kloth.

Deze zaak gaat over:

[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats].

In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

de Raad voor de Kinderbescherming,

hierna te noemen: de raad.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 18 februari 2025, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

De man is op 15 mei 2025 in beroep gekomen tegen voormelde beschikking.

3 De beoordeling

3.1.

Op grond van artikel 60, eerste lid, van de Wet op de rechtelijke organisatie oordelen de hoven in hoger beroep over de daarvoor vatbare beschikkingen van de rechtbanken in hun ressort. Nu het onderhavig hoger beroep van de man is gericht tegen een beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, is het hof ’s-Hertogenbosch onbevoegd daarvan kennis te nemen.

3.2.

Het hof zal zich derhalve onbevoegd verklaren en de zaak verwijzen in de stand waarin het geding zich thans bevindt naar het hof Arnhem-Leeuwarden als het bevoegde hof voor verdere afdoening, conform het bepaalde in artikel 362 jo. artikel 270, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

4 De beslissing

Het hof:

verklaart zich onbevoegd om van de zaak kennis te nemen;

verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Deze beschikking is gegeven door mrs. A.M. Bossink, A.J.F. Manders en G.M. Goes is op 22 mei 2025 uitgesproken in het openbaar door mr. G.M. Goes in tegenwoordigheid van mr. C.A.M. Smolders, griffier.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.