Uitspraak · Strafrecht

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 4 mei 2021

ECLI:NL:GHSHE:2021:3285Zaaknummer 20-000330-19

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
4 mei 2021
Publicatiedatum
4 mei 2022
Zaaknummer
20-000330-19
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

gepubliceerd in verband met het ingesteld cassatieberoep

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 600,00 (zeshonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 12 (twaalf) dagen hechtenis.

Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 4 (vier) maanden.

Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit arrest is mondeling gewezen door mr. A.J.A.M. Nieuwenhuizen.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 4 mei 2021.

Volledige tekst

Parketnummer: 20-000330-19

Uitspraak : 4 mei 2021

TEGENSPRAAK

Arrest van de enkelvoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof, gewezen op het beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, van 31 januari 2019, in de strafzaak onder parketnummer 96-207378-18 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991,

wonende te [adres].

Kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994 (610 microgram).

Toegepaste wetsartikelen

De beslissing is gegrond op de artikelen 23, 24, 24c en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

Gepleegd: op 21 oktober 2018 te Eindhoven.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 600,00 (zeshonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 12 (twaalf) dagen hechtenis.

Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 4 (vier) maanden.

Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit arrest is mondeling gewezen door mr. A.J.A.M. Nieuwenhuizen.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 4 mei 2021.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.