Uitspraak · Strafprocesrecht

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 6 oktober 2026

ECLI:NL:GHARL:2026:6414Zaaknummer 21-005508-24

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
6 oktober 2026
Publicatiedatum
23 oktober 2026
Zaaknummer
21-005508-24
Rechtsgebied
Strafrecht, Strafprocesrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Leeuwarden
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vernietiging van het vonnis van de rechtbank. Veroordeling voor diefstal in een woning, terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid, onder 4° en 5° van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheden en diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid, onder 4°, van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheid. Het hof legt aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden op. Daarnaast moet verdachte de benadeelde partij een schadevergoeding van € 11.700,00 betalen, bestaande uit materiële schade. Verdachte heeft beide feiten duidelijk en ondubbelzinnig bekend.

Het hof:

verklaart verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-141734-24 onder 1 tenlastegelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 08-141734-24 onder 2 en in de zaak met parketnummer 05-100696-24 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 08-141734-24 onder 2 en in de zaak met parketnummer 05-100696-24 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 (zestien) maanden.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1] ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-141734-24 onder 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 11.700,00 (elfduizend zevenhonderd euro) ter zake van materiële schade, waarvoor verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Veroordeelt verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 1], ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-141734-24 onder 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 11.700,00 (elfduizend zevenhonderd euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 83 (drieëntachtig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover verdachte of zijn mededaders aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 5 juli 2023.

Dit arrest is gewezen door mr. E.W. van Weringh, voorzitter, mr. T.H. Bosma en mr. G. Souer, in aanwezigheid van de griffier mr. B.S. Hofstede en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 6 oktober 2026.

Volledige tekst

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-005508-24

Uitspraakdatum: 6 oktober 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem -Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 2 december 2024 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 08-141734-24 en 05-100696-24, tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1994 in [geboorteplaats],

verblijvende in P.I. [locatie]

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de zitting van het hof van 22 september 2026 en het onderzoek op de zitting bij de rechtbank.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis van de rechtbank. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.

Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. S. Epema, hebben aangevoerd.

Omvang van het hoger beroep

Verdachte is door rechtbank vrijgesproken van wat aan hem in de zaak met parketnummer 08-141734-24 onder 1 is ten laste gelegd. Verdachte heeft het hoger beroep onbeperkt ingesteld. Het hoger beroep is dus ook gericht tegen die vrijspraak. Verdachte kan tegen een beslissing tot vrijspraak geen hoger beroep instellen. Het hof verklaart verdachte daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover het hoger beroep is gericht tegen de in het vonnis gegeven vrijspraak.

Het vonnis

De rechtbank heeft het ten laste gelegde onder 2 in de zaak met parketnummer 08-141734-24 bewezen verklaard en gekwalificeerd als diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid, onder 4° en 5° van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) vermelde omstandigheden. Ook heeft de rechtbank het ten laste gelegde in de zaak met parketnummer 05-100696-24 bewezen verklaard en gekwalificeerd als diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid, onder 4°, Sr vermelde omstandigheid. De rechtbank heeft verdachte hiervoor opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden.

Het hof legt aan verdachte een andere straf op. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Op de zitting bij de rechtbank Overijssel is de tenlastelegging gewijzigd. Aan verdachte is na deze wijziging ten laste gelegd dat:

Zaak met parketnummer 08-141734-24:

2.hij op of omstreeks 5 juli 2023 te [plaats 1], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten de [straat 1], alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een kluis en/of een of meer siera(a)d(en), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 1], in elk geval aan een ander dan aan verdachte toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, te weten als controleur van (water)leiding(en);

Zaak met parketnummer 05-100696-24 (gevoegd):

1.

hij op of omstreeks 15 februari 2023 te [plaats 2], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten het [straat 2], alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en),

- een ketting van het merk Laponia, geel- met witgoud en platina en/of

- een armband van het merk Laponia en/of

- een gouden armband met schakels en/of

- een gouden slavenarmband en/of

- drie, althans een of meer ringen van het merk Laponia, waarvan één met een briljant en/of

- een gouden ring met de inscriptie " [naam] " en tekens aan de buitenkant en/of

- een trouwring met een briljantje en/of

- een gouden ring met drie briljantjes,

in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 2], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverweging

Het hof is van oordeel dat beide ten laste gelegde feiten, voor zover aan de orde in het hoger beroep, onder de parketnummers 08-141734-24 en 05-100696-24 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. Nu verdachte deze feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en geen vrijspraak is bepleit, zal het hof in dit kader volstaan[_4b534348-5acb-43e8-ab0b-74a82d1de7e7] met een opgave van de bewijsmiddelen. Het hof twijfelt niet aan de juistheid en de betrouwbaarheid van deze bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen

Zaak met parketnummer 08-141734-24 [_23a791aa-d9c3-4e2e-a210-dc5e1f53cb4b]

  • De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd op de zitting van het hof van 22 september 2026;
  • Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 5 juli 2023, inhoudende de verklaring van [benadeelde 1], opgenomen op de pagina’s 135 tot en met 138 van het politiedossier.

Zaak met parketnummer 05-100696-24 [_53cc8af9-95f8-4eff-8700-3d9fea646599]

  • De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd op de zitting van het hof van 22 september 2026;
  • Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 15 februari 2023, inhoudende de verklaring van [benadeelde 2], opgenomen op de pagina’s 10 tot en met 14 van het politiedossier.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 08-141734-24 onder 2 en in de zaak met parketnummer 05-100696-24 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

Zaak met parketnummer 08-141734-24:

2.hij op 5 juli 2023 te [plaats 1], tezamen en in vereniging met anderen, in een woning, te weten de [straat 1], een kluis en sieraden, die aan [benadeelde 1] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten als controleur van (water)leiding(en).

Zaak met parketnummer 05-100696-24 (gevoegd):

1.

hij op 15 februari 2023 te [plaats 2], tezamen en in vereniging met een ander, in een woning, te weten het [straat 2], alwaar verdachtes mededader zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,

- een ketting van het merk Laponia, geel- met witgoud en platina en

- een armband van het merk Laponia en

- een gouden armband met schakels en

- een gouden slavenarmband en

- drie ringen van het merk Laponia, waarvan één met een briljant en

- een gouden ring met de inscriptie " [naam] " en tekens aan de buitenkant en

- een trouwring met een briljantje en

- een gouden ring met drie briljantjes,

die aan [benadeelde 2] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.

Het in de zaak met parketnummer 08-141734-24 onder 2 bewezenverklaarde levert op:

diefstal in een woning, terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid, onder 4° en 5° van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheden.

Het in de zaak met parketnummer 05-100696-24 bewezenverklaarde levert op:

diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid, onder 4°, van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheid.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal heeft, in overeenstemming met het vonnis van de rechtbank, een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden gevorderd.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van aanzienlijke duur.

Oordeel van het hof

Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte. Het hof heeft in het bijzonder het navolgende meegewogen.

Verdachte heeft samen met mededaders twee ernstige diefstallen gepleegd door middel van insluiping. Daarbij hebben zij gebruikgemaakt van een babbeltruc om toegang te krijgen tot de woningen van oudere en alleenwonende vrouwen. Tegenover de vrouwen werd gedaan alsof een controleur of monteur aan de deur stond en dat er problemen waren met de waterleiding. Nadat de zogenaamde controleur of monteur binnen was, werd het slachtoffer afgeleid zodat verdachte samen met zijn mededader(s) sieraden en andere waardevolle spullen konden wegnemen. Met zijn handelen heeft verdachte misbruik gemaakt van de goedgelovigheid en de kwetsbaarheid van de slachtoffers. Het handelen van verdachte is niet alleen ernstig, maar ook vernederend voor de slachtoffers. Door oudere dames in hun eigen woning te misleiden en van hen te stelen is hun gevoel van zelfstandigheid en veiligheid aangetast. Hiermee heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers. Bovendien kunnen slachtoffers van zulke feiten nog lang last hebben van dergelijke gebeurtenissen en het vertrouwen in anderen verliezen. Het hof weegt in strafverzwarende zin ook mee dat de buitgemaakte sieraden niet alleen een grote financiële waarde hadden, maar ook een grote emotionele, affectieve waarde.

Bij het bepalen van de op te leggen straf en de hoogte daarvan heeft het hof gelet op de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud (LOVS) en op straffen die in soortgelijke gevallen worden opgelegd. Voor diefstal met insluiping, waarbij sprake is van veelvuldige recidive staat een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden.

Verder heeft het hof gelet op het strafblad van verdachte van 20 augustus 2026. Hieruit volgt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld, ook voor soortgelijke feiten. Het hof weegt dit in strafverzwarende zin mee. Eerdere veroordelingen hebben verdachte er niet van kunnen weerhouden opnieuw strafbare feiten te begaan.

Ook heeft het hof acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals deze onder meer naar voren zijn gekomen op de zitting van het hof van 22 september 2026 en in het advies van het [detentievoorziening][_1f0975fa-38fa-47c6-9bd0-0de4dcac2fc8] van 3 september 2026. Verdachte geeft openheid van zaken en heeft op de zitting van het hof verklaard spijt te hebben van zijn handelen. Hij heeft aangegeven dat hij destijds zwaar verslaafd was aan drugs en alleen bezig was met hoe hij aan geld kon komen om drugs te kopen. Verdachte gebruikt nu geen drugs. Hij ziet nu in hoe kwalijk het is wat hij de slachtoffers heeft aangedaan en is voornemens om zijn leven in positieve zin om te gooien. Uit het advies van het [detentievoorziening] volgt eveneens dat verdachte graag hulp wil om zijn leven op de rit te krijgen en dat hij uit het criminele circuit wil blijven, door onder meer grip te krijgen op zijn middelengebruik. Het hof weegt dit in strafmatigende zin mee.

Alles afwegende acht het hof passend en noodzakelijk een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden. Gelet op de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder verdachte deze feiten heeft gepleegd ziet het hof aanleiding om af te wijken van de LOVS-oriëntatiepunten. Daarnaast erkent het hof ook de positieve ontwikkelingen van verdachte, waardoor het hof tot een lagere gevangenisstraf komt dan gevorderd door de advocaat-generaal.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

Vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal vordert toewijzing van de gehele vordering van de benadeelde partij.

Standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt om de vordering van de benadeelde partij niet geheel toe te wijzen, nu de vordering volgens de raadsvrouw onvoldoende is onderbouwd.

Verdachte heeft op de zitting van het hof verklaard dat de gestolen goederen aan een particulier, op de zwarte markt, zijn doorverkocht en dat verdachte en zijn mededaders hier

€ 6.000,00 voor hebben gekregen.

Oordeel van het hof

De benadeelde partij heeft in eerste aanleg een vordering tot schadevergoeding van

€ 11.700,00 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag toegewezen. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd.

Op de zitting is gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het in de zaak met parketnummer 08-141734-24 onder 2 bewezenverklaarde strafbare handelen van verdachte. Het gevorderde bedrag van € 11.700,00 is op de zitting bij de rechtbank concreet gemotiveerd. Weliswaar ontbreekt een schriftelijke onderbouwing, maar mondeling is concreet toegelicht hoe tot het gevorderde bedrag is gekomen. Nu verdachte heeft erkend dat hij samen met een ander sieraden heeft gestolen en dat zij voor die sieraden € 6.000,00 van een heler hebben ontvangen, heeft verdachte de concrete en onderbouwde stellingen van de benadeelde partij onvoldoende gemotiveerd betwist. Hierbij houdt het hof er rekening mee dat de verkoop van gestolen sieraden op de zwarte markt met zich brengt dat slechts een zeer beperkt deel van de werkelijke waarde ontvangen wordt voor de buit. Het gevorderde bedrag acht het hof billijk. Daarom schat het hof de schade op het gevorderde bedrag. Verdachte moet die schade vergoeden. De vordering zal daarom (hoofdelijk) worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente. Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof eveneens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

Wetsartikelen

De straf is gebaseerd op de artikelen 36f, 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

verklaart verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-141734-24 onder 1 tenlastegelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 08-141734-24 onder 2 en in de zaak met parketnummer 05-100696-24 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 08-141734-24 onder 2 en in de zaak met parketnummer 05-100696-24 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 (zestien) maanden.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1] ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-141734-24 onder 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 11.700,00 (elfduizend zevenhonderd euro) ter zake van materiële schade, waarvoor verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Veroordeelt verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 1], ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-141734-24 onder 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 11.700,00 (elfduizend zevenhonderd euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 83 (drieëntachtig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover verdachte of zijn mededaders aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 5 juli 2023.

Dit arrest is gewezen door mr. E.W. van Weringh, voorzitter, mr. T.H. Bosma en mr. G. Souer, in aanwezigheid van de griffier mr. B.S. Hofstede en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 6 oktober 2026.

Voetnoten

  1. Als bedoeld in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.
  2. Wanneer hierna wordt verwezen naar processen-verbaal worden daarmee, tenzij anders aangegeven, steeds bedoeld processen-verbaal die in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren zijn opgemaakt en zijn opgenomen in het politiedossier van de politie Eenheid Oost-Nederland met registratienummer PL0600-2024058807 dat op 3 mei 2024 op ambtsbelofte is ondertekend en afgesloten door verbalisant [verbalisant 1] (TWN03001), brigadier bij Politie Eenheid Oost-Nederland.
  3. Wanneer hierna wordt verwezen naar processen-verbaal worden daarmee, tenzij anders aangegeven, steeds bedoeld processen-verbaal die in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren zijn opgemaakt en zijn opgenomen in het politiedossier van de politie Eenheid Oost-Nederland met registratienummer PL0600-2023071808 dat op 23 december 2023 op ambtsbelofte elektronisch is ondertekend en afgesloten door verbalisant [verbalisant 2] (GLM03965), brigadier bij Politie Eenheid Oost-Nederland.
  4. Dit is een kleinschalige detentievoorziening voor de re-integratie van gedetineerden met problemen.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.