Uitspraak · Strafprocesrecht
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25 augustus 2026
ECLI:NL:GHARL:2026:5477Zaaknummer 21-001256-24
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 25 augustus 2026
- Publicatiedatum
- 23 oktober 2026
- Zaaknummer
- 21-001256-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht, Strafprocesrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Artikel 55d en 55e van het Wetboek van Strafvordering. Het hof komt op basis van de wettige bewijsmiddelen tot het oordeel dat aan verdachte een bevel tot ademanalyse is gegeven en dat verdachte dit bevel heeft geweigerd. Een bevel is een type vordering. Het weigeren van dit bevel is strafbaar gesteld onder artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht. Vernietiging van het vonnis van de politierechter. Veroordeling voor het opzettelijk niet voldoen aan een vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast. Het hof legt aan verdachte een geldboete van € 200,00 op, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 dagen hechtenis.
Het hof:
verklaart verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2 tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 200,00 (tweehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis.
Bepaalt dat het totaal van de geldboetes mag worden voldaan in 4 (vier) termijnen van 1 maand, elke termijn groot € 50,00 (vijftig euro).
Beveelt dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde geldboete in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van € 100,00 per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door mr. J.A.M. Kwakman, voorzitter, mr. A.J. Rietveld en mr. L. Pieters, in aanwezigheid van de griffier mr. B.S. Hofstede en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 25 augustus 2026.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001256-24
Uitspraakdatum: 25 augustus 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 8 maart 2024 met parketnummer 08-193361-23 in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1990 in [geboorteplaats],
wonende te [adres].
Hoger beroep
Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de zitting van het hof van 11 augustus 2026.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte voor het onder 1 ten laste gelegde tot een geldboete ter hoogte van € 200,00, te betalen in 4 termijnen van € 50,00 per maand. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat namens de verdachte door zijn raadsman, mr. R. Oude Breuil, is aangevoerd.
Omvang van het hoger beroep
Verdachte is door de politierechter vrijgesproken van wat aan hem onder 2 is ten laste gelegd. Verdachte heeft het hoger beroep onbeperkt ingesteld. Het hoger beroep is dus ook gericht tegen die vrijspraak. Verdachte kan tegen een beslissing tot vrijspraak geen hoger beroep instellen. Het hof verklaart verdachte daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover het hoger beroep is gericht tegen de in het vonnis gegeven vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde feit.
Het vonnis
De politierechter heeft het ten laste gelegde onder 1 bewezen verklaard en gekwalificeerd als het opzettelijk niet voldoen aan een bevel of vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast. De politierechter heeft verdachte hiervoor opgelegd een geldboete van € 300,00, te voldoen in 6 delen van € 50,00 per maand, bij niet voldoen te vervangen door 6 dagen hechtenis.
Het hof legt aan verdachte een andere straf op. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.
Tenlastelegging
Aan verdachte is – voor zover in hoger beroep nog aan de orde – ten laste gelegd dat:
1.hij op of omstreeks 9 juli 2023 te [plaats], opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens enig wettelijk voorschrift, te weten op grond van de Wet middelenonderzoek bij geweldplegers, gedaan door een ambtenaar, te weten, [verbalisant 1], hoofagent bij de Eenheid Oost-Nederland, belast met de uitoefening van enig toezicht en/of belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten, door, nadat deze ambtenaar hem had bevolen of van hem had gevorderd om mee te werken aan de ademanalyse, hieraan geen gevolg te geven.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsoverweging
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde. De advocaat-generaal heeft zich meer in het bijzonder op het standpunt gesteld dat sprake is van een rechtmatig gegeven bevel tot het meewerken aan de ademanalyse, in het licht van artikel 55e van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv), nu er conform artikel 55d Sv voldoende aanwijzingen waren dat verdachte onder invloed van alcohol was.
Standpunt van de verdediging
De raadsman van verdachte heeft zich primair op het standpunt gesteld dat vrijspraak moet volgen, nu artikel 55e Sv vereist dat een bevel wordt gegeven door de daartoe bevoegde ambtenaar. Volgens de raadsman is verdachte niet bevolen om een ademanalyse af te laten nemen. Het is hem enkel verzocht en gevorderd, aldus de raadsman. De rechtmatigheid van het geven van een bevel wordt door de verdediging niet betwist. Volgens de raadsman waren er inderdaad voldoende aanwijzingen conform artikel 55d Sv om een ademanalyse te bevelen.
Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de tenlastelegging berust op een onjuiste wettelijke grondslag, nu de Wet middelenonderzoek bij geweldplegers niet bestaat en er daarom geen bevel is gegeven krachtens enig wettelijk voorschrift.
Oordeel van het hof
Artikel 55d, eerste lid, Sv luidt:
De opsporingsambtenaren, bedoeld in artikel 141, onder a tot en met c, kunnen in het belang van het onderzoek bevelen dat een aangehouden verdachte van een geweldsmisdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten en dat bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen of een aangehouden verdachte van een misdrijf als bedoeld in de artikelen 307, eerste lid, en 308, eerste en tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, medewerking verleent aan:
- een voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht of een onderzoek naar de psychomotorische functies en de oog- en spraakfuncties ter vaststelling van het gebruik van alcohol;
- een onderzoek van speeksel of een onderzoek naar de psychomotorische functies en de oog- en spraakfuncties ter vaststelling van het gebruik van andere middelen als bedoeld in het vierde lid dan alcohol.
Artikel 55e, eerste lid, Sv, luidt:
Indien op grond van een onderzoek als bedoeld in artikel 55d, eerste lid, onder a, ten aanzien van de verdachte bij wie dat onderzoek is uitgevoerd, het vermoeden bestaat dat hij alcohol heeft gebruikt boven de grenswaarde, bedoeld in artikel 55d, vierde lid, of op andere wijze dat vermoeden ten aanzien van hem is ontstaan, kan de opsporingsambtenaar hem bevelen medewerking te verlenen aan een onderzoek van uitgeademde lucht.
Artikel 55d en 55e Sv zijn het resultaat van het wetsvoorstel ‘terugdringen van geweld onder invloed van middelen’. Op 1 januari 2017 is de Wet middelenonderzoek bij geweldplegers (WMG) in werking getreden.[_a4046e1d-3c81-42fc-9ea6-e1f2f1f8a157] Met die wet zijn de artikelen 55d en 55e in het Wetboek van Strafrecht ingevoerd. Deze wet geeft de politie de bevelsbevoegdheid om bij aanwijzingen dat een verdachte onder invloed van middelen een geweldsmisdrijf, waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, heeft gepleegd, de verdachte die ter zake daarvan is aangehouden, te onderwerpen aan een voorlopig onderzoek (artikel 55d Sv) of aan een nader onderzoek van uitgeademde lucht (artikel 55e Sv). Deze artikelen voorzien in een bevel. Niet meewerken is strafbaar gesteld onder artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Een bevel is een type vordering. Nadat in het oorspronkelijke ontwerp van artikel 184 Sr alleen de ‘vordering’ was opgenomen, is later ook het ‘bevel’ ingevoegd om buiten twijfel te stellen dat ook dit valt onder ‘vordering’.[_c6bb3ba8-1bc7-454c-985b-62d86505d5cd] Ook aanwijzingen kunnen een bevel of vordering in onderhavige zin opleveren. Het Besluit middelenonderzoek bij geweldplegers bevat regels die tot uitwerking dienen van de Wet middelenonderzoek bij geweldplegers.
Verdachte is op 9 juli 2023 aangehouden wegens vernieling. In het arrestantencomplex hebben de verbalisanten hem vervolgens gevorderd mee te werken aan een ademanalyse, omdat hij bloeddoorlopen ogen had en naar alcohol rook. Naar het oordeel van het hof kan, op grond van het wettelijke kader, deze vordering worden aangemerkt als een bevel in de zin van artikel 55e Sv. Dat bevel berust ook op een wettelijk voorschrift: de bevelsbevoegdheid van artikel 55e Sv is ingevoerd bij de Wet middelenonderzoek bij geweldplegers. Daarnaast is het bevel rechtmatig gegeven door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, omdat er voldoende aanwijzingen (als bedoeld in artikel 55d Sv[_b8cd366f-bc49-4c44-b37b-74621f7ee378]) waren dat verdachte onder invloed van alcohol verkeerde en is vernieling een geweldsmisdrijf als bedoeld in artikel 55d Sv.[_92a26815-79e9-413b-bab4-4c5d81f12fa7] Het hof verwerpt daarmee het verweer van de raadsman en is van oordeel dat het onder 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden nu er voldoende wettig en overtuigend bewijs is. Het hof twijfelt niet aan de juistheid en betrouwbaarheid van dat bewijs. Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde heeft het hof hieronder de bewijsmiddelen uitgewerkt.
Bewijsmiddelen [_7d2c86cb-7e41-44eb-bf0f-8feb1d6fb524]
1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 9 juli 2023, inhoudende de verklaringen van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 1], opgenomen op de pagina’s 13 en 14 van het procesdossier;
Op zondag 9 juli 2023 waren wij, verbalisanten [verbalisant 3], [verbalisant 1] en [verbalisant 2], werkzaam voor de politie, eenheid Oost-Nederland, basisteam [plaats], belast met de incidentenafhandeling. Op die dag waren wij op het arrestantencomplex in [locatie] in verband met een aanhouding van [verdachte] ter zake vernieling. Wij, verbalisanten, zagen bij [verdachte] bloeddoorlopen ogen en wij roken de geur van de inname van alcoholische dranken. Ik heb [verdachte] gevraagd of hij mee wilde werken aan een ademonderzoek. Hierop hoorden wij, verbalisanten, dat [verdachte] hier niet aan mee wilde werken. Daarop heb ik, verbalisant [verbalisant 1] meneer [verdachte] gevorderd mee te werken aan een ademanalyse. Hierop hoorden wij, verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 1], dat hij ook hier niet aan mee wilde werken. Even later heb ik nog één keer de medewerking gevraagd van [verdachte] voor een ademonderzoek en heb ik de consequenties uitgelegd aan [verdachte]. Ook hierop hoorde ik [verdachte] zeggen dat hij hier niet aan mee wilde werken.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 9 juli 2023, inhoudende de verklaring van verbalisant [verbalisant 4], opgenomen op de pagina’s 11 en 12 van het procesdossier.
Op zondag 9 juli 2023 was ik, verbalisant [verbalisant 4], in dienst bij het [team] in [locatie]. Ik was belast met het onderzoek naar de verdachte [verdachte]. Ik wilde weten waarom hij niet wilde meewerken aan de ademanalyse. Hierop ben ik naar zijn cel gegaan en heb ik hem gevraagd waarom hij hier niet aan mee wilde werken. Ik hoorde hem zeggen: "Ga ik ook nou niet doen", "gewoon doe ik niet".
Bewezenverklaring
Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.hij op 9 juli 2023 te [plaats], opzettelijk niet heeft voldaan aan een vordering, krachtens enig wettelijk voorschrift, te weten op grond van de Wet middelenonderzoek bij geweldplegers, gedaan door een ambtenaar, te weten, [verbalisant 1], hoofagent bij de Eenheid Oost-Nederland, belast met de uitoefening van enig toezicht en/of belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten, door, nadat deze ambtenaar van hem had gevorderd om mee te werken aan de ademanalyse, hieraan geen gevolg te geven.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk niet voldoen aan een vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast.
Strafbaarheid van verdachte
Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.
Oplegging van straf
Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte. Het hof heeft in het bijzonder het navolgende meegewogen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk niet voldoen aan een vordering van een opsporingsambtenaar om mee te werken aan een ademanalyse. Daarmee heeft verdachte de uitoefening van een wettelijke bevoegdheid belemmerd en afbreuk gedaan aan het openbaar gezag bij de uitvoering van de wet.
Het hof heeft verder gelet op het strafblad van verdachte van 17 juli 2026. Hieruit volgt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld, maar dat dit niet gaat om soortgelijke feiten. Om die reden weegt het hof zijn strafblad niet mee bij de strafoplegging.
In beginsel acht het hof de door de politierechter opgelegde geldboete van € 300,00, te betalen in 6 termijnen van € 50,00 per maand, een passende en noodzakelijke straf.
Het hof heeft bij de strafoplegging echter ook rekening gehouden met de omstandigheid dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden in hoger beroep is overschreden. Namens verdachte is op 19 maart 2024 hoger beroep ingesteld. De zaak is in hoger beroep afgerond met een eindbeslissing op 25 augustus 2026. Uitgaande van een redelijke termijn van twee jaren per instantie, is er sprake van een overschrijding van deze termijn in hoger beroep van ruim 5 maanden.
Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn ziet het hof reden om een geldboete op te leggen conform de eis van de advocaat-generaal.
Alles afwegende acht het hof een geldboete ter hoogte van € 200,00, te betalen in 4 termijnen van € 50,00 per maand, met aftrek van het voorarrest zoals bedoeld in artikel 27, eerste lid, Sr, passend en noodzakelijk.
Wetsartikelen
De straf is gebaseerd op de artikelen 23, 24, 24a, 24c en 184 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.
BESLISSING
Het hof:
verklaart verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2 tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 200,00 (tweehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis.
Bepaalt dat het totaal van de geldboetes mag worden voldaan in 4 (vier) termijnen van 1 maand, elke termijn groot € 50,00 (vijftig euro).
Beveelt dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde geldboete in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van € 100,00 per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door mr. J.A.M. Kwakman, voorzitter, mr. A.J. Rietveld en mr. L. Pieters, in aanwezigheid van de griffier mr. B.S. Hofstede en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 25 augustus 2026.
Voetnoten
- Zie Kamerstukken II, 2021/22, 28684, nr. 697.
- Zie onder meer concl. A-G Bleichrodt, HR 10 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:395.
- Artikel 2 Regeling middelenonderzoek bij geweldplegers.
- Artikel 2 Besluit middelenonderzoek bij geweldplegers.
- Wanneer hierna wordt verwezen naar processen-verbaal worden daarmee, tenzij anders aangegeven, steeds bedoeld processen-verbaal die in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren zijn opgemaakt en zijn opgenomen in het politiedossier van de politie Eenheid Oost-Nederland met registratienummer PL0600-2023312341 dat op 8 augustus 2023 op ambtseed elektronisch is ondertekend en afgesloten door verbalisant [verbalisant 5] (TWN17677), hoofdagent bij Politie Eenheid Oost-Nederland.
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 55e Sv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 55d Sv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 184 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 6 EVRM meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 27 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 23 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 24 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 24a Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 24c Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 2 Regeling middelenonderzoek bij geweldplegers meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 2 Besluit middelenonderzoek bij geweldplegers meer uitspraken over dit artikel
Deze uitspraak verwijst naar
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.