Uitspraak · Strafrecht

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22 januari 2021

ECLI:NL:GHARL:2021:1379Zaaknummer 21-001357-19

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
22 januari 2021
Publicatiedatum
15 februari 2021
Zaaknummer
21-001357-19
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Leeuwarden
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijk verklaring van verdachte in het hoger beroep, omdat het hoger beroep is ingetrokken voordat de behandeling van de zaak in hoger beroep is aangevangen en verdachte niet bevoegd was om het rechtsmiddel opnieuw aan te wenden.

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Aldus gewezen door

mr. M.C. Fuhler, voorzitter,

mr. E.M.J. Brink en mr. M. Aksu, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. D. Janssen, griffier,

en op 22 januari 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Het hoger beroep
  2. Onderzoek van de zaak
  3. Ontvankelijkheid van het hoger beroep
  4. BESLISSING

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-001357-19

Uitspraak d.d.: 22 januari 2021

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 12 maart 2019 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 18-124714-17 en 18-140833-17, tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,

wonende te [woonplaats], [woonadres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 22 januari 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijk verklaring van verdachte in het namens hem ingestelde hoger beroep. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. U. van Ophoven, naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Namens verdachte is bij akte d.d. 12 maart 2019 hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 12 maart 2019 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken met parketnummers 18-124714-17 en 18-140833-17. Bij akte d.d. 19 maart 2019 is het ingestelde hoger beroep ingetrokken. Diezelfde dag ontvangt de griffie van de rechtbank Noord-Nederland een bericht van de raadsman van verdachte met het verzoek om hoger beroep in te stellen tegen de zaak met parketnummer 18-140833-17, welk parketnummer dan geen zelfstandige betekenis meer heeft, omdat het door de voeging in eerste aanleg onderdeel uitmaakt van de zaak met parketnummer 18-124714-17.

Artikel 453, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering schrijft voor dat uiterlijk tot de aanvang van de behandeling van het beroep degene door wie het rechtsmiddel is aangewend, het hoger beroep kan intrekken. Deze intrekking brengt mede afstand van de bevoegdheid om het rechtsmiddel opnieuw aan te wenden.

Nu het hoger beroep is ingetrokken voordat de behandeling van de zaak in hoger beroep is aangevangen en verdachte gelet op het voornoemde niet bevoegd was om het rechtsmiddel opnieuw aan te wenden, zal verdachte niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Aldus gewezen door

mr. M.C. Fuhler, voorzitter,

mr. E.M.J. Brink en mr. M. Aksu, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. D. Janssen, griffier,

en op 22 januari 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.