Uitspraak · Bestuursstrafrecht

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27 december 2018

ECLI:NL:GHARL:2018:11177Zaaknummer WAHV 200.240.240 ev

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
27 december 2018
Publicatiedatum
4 januari 2019
Zaaknummer
WAHV 200.240.240 ev
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursstrafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Leeuwarden
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Officiersappel. Voor de officier van justitie is geen hoger beroep mogelijk als na de beslissing een sanctie resteert die niet meer bedraagt dan € 70,- (artikel 14, eerste lid, Wahv). Het hof komt daarmee terug op het in het arrest van 20 juli 2010 (ECLI:NL:GHLEE:2010:BN3632) gemaakte onderscheid tussen de beroepsmogelijkheden van de betrokkene en de officier van justitie. De hoger beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard.

Beslissing

Het gerechtshof:

verklaart het hoger beroep betreffende de in de bijlage genoemde CJIB-nummers niet-ontvankelijk;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 992,22;

wijst het verzoek tot vergoeding van proceskosten voor het overige af.

Dit arrest is gewezen door mrs. Beswerda, Van Schuijlenburg en De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

WAHV-nummerCJIB-nummer
1200.240.240192685966
2200.240.241190998163
3200.240.242193902085
4200.240.243177162010
5200.240.244192513338
6200.240.245193261242
7200.240.246192368252
8200.240.247193237483
9200.240.248194183976
10200.240.249192543355
11200.240.250193237338
12200.240.251194277946
13200.240.252192659359
14200.240.253187351864
15200.240.254194353188
16200.240.255192368263
17200.240.256192368255
18200.240.257194352951
19200.240.258192368253
20200.240.259192659300
21200.240.260187352679
22200.240.261193261260
23200.240.262194492741
24200.240.263194493644
25200.240.264192368199
26200.240.265179061762
27200.240.266192659367
28200.240.267188690644
29200.240.268187353147
30200.240.269193237340
31200.240.270194183972
32200.240.271194351766
33200.240.272192513426
34200.240.273194491408
35200.240.274187352637
36200.240.275192368216
37200.240.276192685940
38200.240.277192368214
39200.240.278192368267
40200.240.280192513421
41200.240.281194490179
42200.240.282192368179
43200.240.283192368198
44200.240.284192368201
45200.240.285194490102
46200.240.286192368196
47200.240.287193237668
48200.240.289192659356
49200.240.290192368202
50200.240.291192368250
51200.240.292192368275
52200.240.293192368262
53200.240.294190998114
54200.240.295194490376
55200.240.297192659365
56200.240.299190998105
57200.240.300178421964
58200.240.301190902664
59200.240.303190998038
60200.240.304192543384
61200.240.305192513465
62200.240.306192543382
63200.240.307194493471
64200.240.308188675779
65200.240.310191864095
66200.240.311191767946
67200.240.312194490370
68200.240.314191864079
69200.240.315188675291
70200.240.316191864126
71200.240.317192206069
72200.240.318188675316
73200.240.319192513436
74200.240.320192513284
75200.240.321192513276
76200.240.322192368258
77200.240.323192513459
78200.240.324192543390
79200.240.328192368180

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. De beslissingen van de kantonrechter
  2. Het procesverloop
  3. Beoordeling
  4. Beslissing

WAHV 200.240.240 ev. Zie aangehechte bijlage

27 december 2018

CJIB 192685966 ev.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissingen

van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant

van 3 april 2018

betreffende

[naam betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats],

voor wie als gemachtigde optreedt [naam gemachtigde],

advocaat te [plaats].

De beslissingen van de kantonrechter

De kantonrechter heeft de beroepen van de betrokkene gegrond verklaard en de beslissingen van de officier van justitie vernietigd. Het hof ziet in de motivering van de beslissingen van de kantonrechter aanleiding om deze beslissingen in zoverre verbeterd te lezen, dat de kantonrechter (tevens) de desbetreffende inleidende beschikkingen waarbij een administratieve sanctie is opgelegd heeft vernietigd. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van in totaal € 4.884,75.

Het procesverloop

De officier van justitie heeft (pro forma) hoger beroep ingesteld tegen de beslissingen van de kantonrechter.

De gemachtigde van de betrokkene heeft een verweerschrift ingediend. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De officier van justitie heeft vervolgens de gronden van het hoger beroep ingezonden.

De gemachtigde van de betrokkene heeft gereageerd op de gronden van het hoger beroep.

Hierna heeft de advocaat-generaal schriftelijk een nadere toelichting gegeven en verzocht om mondelinge behandeling van het hoger beroep ter zitting.

Op 26 augustus 2018 en 10 oktober 2018 zijn nogmaals brieven van de gemachtigde van de betrokkene ontvangen.

Op 13 december 2018 is nadere informatie van de advocaat-generaal ontvangen.

De gemachtigde van de betrokkene heeft daarop gereageerd bij faxbericht ontvangen op

17 december 2018.

De zaken zijn behandeld op de zitting van 17 december 2018. De betrokkene is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Namens de advocaat-generaal is mr. C.H. Brontsema verschenen, vergezeld van mr. T.M. Bontekoe, werkzaam bij het Parket CVOM te Utrecht.

Na de zitting heeft de voorzitter de zaken verwezen naar de meervoudige kamer van het hof.

Beoordeling

1. Artikel 14 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) luidt:

"1. Degene die bij de rechtbank beroep heeft ingesteld, alsmede de officier van justitie, kunnen tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, tenzij de opgelegde administratieve sanctie bij die beslissing niet meer bedraagt dan € 70.

2. Eveneens kan degene die bij de rechtbank beroep heeft ingesteld doch daarin met toepassing van het bepaalde in artikel 11, vierde lid, niet-ontvankelijk is verklaard, tegen die beslissing hoger beroep instellen op de grond dat de kantonrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat de zekerheid niet dan wel niet tijdig is gesteld dan wel ten onrechte niet heeft geoordeeld dat de indiener redelijkerwijs niet geacht kan worden in verzuim te zijn geweest."

2. Het een noch het ander doet zich hier voor. De kantonrechter heeft, na vernietiging van de beslissingen van de officier van justitie, beslist op het administratief beroep, ingesteld tegen de inleidende beschikkingen waarbij sancties waren opgelegd, en heeft, na de vaststelling dat de gedragingen zijn verricht, het beroep op overmacht gehonoreerd. De kantonrechter heeft overwogen dat betrokkene niet bij machte was om de voertuigen te schorsen, nu zijn ex-vrouw de daartoe benodigde bescheiden onder zich hield. Het hof herhaalt, dat het hierin aanleiding ziet om de beslissingen van de kantonrechter in zoverre verbeterd te lezen, dat de kantonrechter (tevens) de desbetreffende inleidende beschikkingen waarbij een administratieve sanctie is opgelegd heeft vernietigd.

3. Het hof heeft in het arrest van 20 juli 2010 (gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHLEE:2010:BN3632) overwogen dat de in artikel 14, eerste lid van de Wahv opgenomen drempel geldt voor zowel degene die beroep bij de kantonrechter heeft ingesteld als voor de officier van justitie en dat de wetsgeschiedenis geen nadere informatie bevat met het oog op de mogelijkheden van de officier van justitie om hoger beroep in te stellen tegen beslissingen van de kantonrechter (ov. 8 en 9). Vervolgens heeft het hof, onder verwijzing naar de parallelle ontwikkeling van appelmogelijkheden ten aanzien van de strafrechtelijke overtredingen en Wahv-gedragingen, geoordeeld dat, indien de initiële sanctie meer dan € 70 heeft bedragen, hoger beroep voor de officier van justitie ook open staat indien het oordeel van de kantonrechter heeft geleid tot vernietiging van de inleidende beschikking -dan wel daartoe had moeten leiden- op een van de gronden genoemd in artikel 9 van de Wahv. Ingeval de sanctie op nihil was gesteld, staat hoger beroep echter niet open in gevallen waarin dit is gebeurd op grond van de omstandigheden waarin de betrokkene verkeert als bedoeld in artikel 9, tweede lid, onder b, van de Wahv.

4. Het hof heeft in de arresten van 15 december 2017 en 12 juli 2018 (gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaatsen ECLI:NL:GHARL:2017:11074 en ECLI:GHARL:2018:6402), inzake hoger beroep door degene die bij de rechtbank beroep heeft ingesteld, geoordeeld dat de tekst van artikel 14 van de Wahv leidend is bij de beantwoording van de vraag of hoger beroep openstaat tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is geen hoger beroep mogelijk indien na de beslissing van de kantonrechter een sanctie resteert die niet meer dan € 70 bedraagt, tenzij de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat niet (tijdig) zekerheid is gesteld.

5. De wetgever heeft bij de appelgrens van € 70 geen onderscheid gemaakt tussen degene die bij de rechtbank beroep heeft ingesteld en de officier van justitie. In verband met zijn recente jurisprudentie, zoals hierboven aangehaald, waarin het appelverbod voor degene die bij de rechtbank beroep heeft ingesteld strikt(er) wordt gehanteerd, ziet het hof thans aanleiding om terug te komen op het in het arrest van 20 juli 2010 gemaakte onderscheid tussen de beroepsmogelijkheden van degene die bij de rechtbank beroep heeft ingesteld en de officier van justitie. Het hof zal in het vervolg (ook) ten aanzien van de officier van justitie de appelgrens van € 70 strikt toepassen. Omdat de desbetreffende administratieve sancties door de kantonrechter ongedaan zijn gemaakt, betekent dit dat geoordeeld moet worden dat voor de officier van justitie geen beroep openstaat tegen de onderhavige beslissingen van de kantonrechter, zodat het hoger beroep daartegen niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

6. Er bestaat aanleiding voor vergoeding van door de betrokkene gemaakte proceskosten. De betrokkene verzoekt om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand voor alle fasen van de procedure en op basis van 1 punt per zaak, derhalve 79 punten. Daartoe wordt aangevoerd dat de betrokkene zeer veel schade heeft geleden door de handelswijze van de RDW en het OM en veel kosten heeft gemaakt door de zaken voor te leggen aan de Ombudsman, het aanvragen van een executie kortgeding met overleg met de landsadvocaat en de begeleiding door professionele derden bij het ketenoverleg.

7. Artikel 13a, eerste lid, van de Wahv luidt:

"De kantonrechter is bij uitsluiting bevoegd een partij te veroordelen in de kosten die een andere partij in verband met de behandeling van het beroep bij de rechtbank, en van het bezwaar of van het administratief beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De artikelen 7:15, tweede tot en met vierde lid, en 7:28, tweede, vierde en vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing. (…). Het Besluit proceskosten bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing."

Deze bepaling is in artikel 20d, vierde lid, van de Wahv van overeenkomstige toepassing verklaard.

8. De in artikel 13a van de Wahv neergelegde mogelijkheid om een partij in de kosten te veroordelen die een andere partij in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken, heeft geen ruimere strekking dan in de desbetreffende bepalingen van de Wahv en het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: het Besluit) is voorzien.

9. De kantonrechter heeft in zijn beslissingen een vergoeding toegekend voor het indienen van het administratieve beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter en het bijwonen van de zitting door de gemachtigde op 3 april 2018.

10. Het hof ziet aanleiding om de in hoger beroep gemaakte kosten van rechtsbijstand te vergoeden. De vergoeding van kosten van de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand is in het Besluit forfaitair bepaald per proceshandeling. De gemachtigde van de betrokkene heeft in hoger beroep een verweerschrift ingediend, een reactie op de nadere toelichting van de advocaat-generaal en hij is ter zitting van het hof verschenen. Aan het indienen van een verweerschrift en het bijwonen van de zitting dient telkens één punt te worden toegekend en aan de reactie op de nadere toelichting dient een halve punt te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 501,- en het gewicht van de zaak 0,5. Het hof stelt vast dat er sprake is van samenhangende zaken als bedoeld in artikel 3 van het Besluit. Gelet op het aantal zaken (4 of meer) past het hof factor 1,5 toe. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 939,38 (2,5 x € 501,- x 0,5 x 1,5). Het verzoek zal voor het overige worden afgewezen.

11. De betrokkene heeft de zitting van het hof bijgewoond. Zijn reiskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Ingevolge artikel 2, eerste lid, onder c, van het Besluit proceskosten bestuursrecht worden reiskosten vergoed overeenkomstig artikel 11, eerste lid, onderdeel d, van het Besluit tarieven in strafzaken 2003. Ingevolge die bepaling wordt een tarief vergoed waarvan de hoogte gelijk is aan de reiskosten per openbaar middel van vervoer, laagste klasse. Dit komt neer op € 52,84 (woonadres betrokkene - Wilhelminaplein te Leeuwarden v.v.).

Beslissing

Het gerechtshof:

verklaart het hoger beroep betreffende de in de bijlage genoemde CJIB-nummers niet-ontvankelijk;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 992,22;

wijst het verzoek tot vergoeding van proceskosten voor het overige af.

Dit arrest is gewezen door mrs. Beswerda, Van Schuijlenburg en De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

WAHV-nummerCJIB-nummer
1200.240.240192685966
2200.240.241190998163
3200.240.242193902085
4200.240.243177162010
5200.240.244192513338
6200.240.245193261242
7200.240.246192368252
8200.240.247193237483
9200.240.248194183976
10200.240.249192543355
11200.240.250193237338
12200.240.251194277946
13200.240.252192659359
14200.240.253187351864
15200.240.254194353188
16200.240.255192368263
17200.240.256192368255
18200.240.257194352951
19200.240.258192368253
20200.240.259192659300
21200.240.260187352679
22200.240.261193261260
23200.240.262194492741
24200.240.263194493644
25200.240.264192368199
26200.240.265179061762
27200.240.266192659367
28200.240.267188690644
29200.240.268187353147
30200.240.269193237340
31200.240.270194183972
32200.240.271194351766
33200.240.272192513426
34200.240.273194491408
35200.240.274187352637
36200.240.275192368216
37200.240.276192685940
38200.240.277192368214
39200.240.278192368267
40200.240.280192513421
41200.240.281194490179
42200.240.282192368179
43200.240.283192368198
44200.240.284192368201
45200.240.285194490102
46200.240.286192368196
47200.240.287193237668
48200.240.289192659356
49200.240.290192368202
50200.240.291192368250
51200.240.292192368275
52200.240.293192368262
53200.240.294190998114
54200.240.295194490376
55200.240.297192659365
56200.240.299190998105
57200.240.300178421964
58200.240.301190902664
59200.240.303190998038
60200.240.304192543384
61200.240.305192513465
62200.240.306192543382
63200.240.307194493471
64200.240.308188675779
65200.240.310191864095
66200.240.311191767946
67200.240.312194490370
68200.240.314191864079
69200.240.315188675291
70200.240.316191864126
71200.240.317192206069
72200.240.318188675316
73200.240.319192513436
74200.240.320192513284
75200.240.321192513276
76200.240.322192368258
77200.240.323192513459
78200.240.324192543390
79200.240.328192368180

Wetsartikelen in deze uitspraak

Deze uitspraak verwijst naar

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.