Uitspraak · Strafrecht
Gerechtshof Amsterdam, 14 februari 2025
ECLI:NL:GHAMS:2025:802Zaaknummer 23-003474-22
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 14 februari 2025
- Publicatiedatum
- 31 maart 2025
- Zaaknummer
- 23-003474-22
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
AMA. Vernietiging vonnis. Bewezenverklaring opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod. Oplegging geldboete € 400,- (te betalen in termijnen), te vervangen door 8 dagen hechtenis,
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. 14 april 2021 onder CJIB nummer [nummer].
Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 400,00 (vierhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 8 (acht) dagen hechtenis.
Bepaalt dat het totaal van de geldboete mag worden voldaan in 8 (acht) termijnen van 1 maand, elke termijn groot € 50,00 (vijftig euro).
Gewezen door mr. D.A.C. Koster, in bijzijn van mr. S.K. van Eck, griffier.
mr. D.A.C. Koster
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg: 15-094715-21
parketnummer hoger beroep: 23-003474-22
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 14 februari 2025 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 20 december 2022 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: op [geboortedag] 2001 te [geboorteplaats]
adres: [adres].
Kwalificatie van het bewezenverklaarde:
Het bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod,
gepleegd op 4 maart 2021 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
de artikelen 23, 24, 24a en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. 14 april 2021 onder CJIB nummer [nummer].
Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 400,00 (vierhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 8 (acht) dagen hechtenis.
Bepaalt dat het totaal van de geldboete mag worden voldaan in 8 (acht) termijnen van 1 maand, elke termijn groot € 50,00 (vijftig euro).
Gewezen door mr. D.A.C. Koster, in bijzijn van mr. S.K. van Eck, griffier.
mr. D.A.C. Koster
Wetsartikelen in deze uitspraak
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2026:1376 Hoge Raad, 1 september 2026 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.