Uitspraak · Strafrecht
Gerechtshof Amsterdam, 18 november 2024
ECLI:NL:GHAMS:2024:3736Zaaknummer 23-000859-23
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 18 november 2024
- Publicatiedatum
- 6 juni 2025
- Zaaknummer
- 23-000859-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel b van de Wegenverkeerswet 1994 (2,8 milligram).
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 90 (negentig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 45 (vijfenveertig) dagen hechtenis.
Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 (twaalf) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de bijkomende straf van ontzegging, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.
Beveelt in plaats van de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 6 oktober 2020 met parketnummer 15-176571-20, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken, een taakstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis.
Wijst af de vordering van de officier van justitie, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 26 januari 2021, met parketnummer 15-307229-20, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 2 weken.
Gewezen door mr. A.W.T. Klappe, in bijzijn van mr. A.C. Vermeijden, griffier.
mr. A.W.T. Klappe
De verdachte en de advocaat-generaal hebben ter terechtzitting afstand gedaan van het recht beroep in cassatie in te stellen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer(s) eerste aanleg: 96-122640-21 en 15-176571-20 (TUL) en 15-307229-20 (TUL)
parketnummer hoger beroep: 23-000859-23
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van
18 november 2024 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 13 januari 2022 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen:
geboren: op [geboortedag] 1974 te [geboorteplaats]
adres: [adres].
Kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel b van de Wegenverkeerswet 1994 (2,8 milligram).
Gepleegd op 28 april 2021 te Castricum.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 90 (negentig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 45 (vijfenveertig) dagen hechtenis.
Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 (twaalf) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de bijkomende straf van ontzegging, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.
Beveelt in plaats van de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 6 oktober 2020 met parketnummer 15-176571-20, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken, een taakstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis.
Wijst af de vordering van de officier van justitie, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 26 januari 2021, met parketnummer 15-307229-20, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 2 weken.
Gewezen door mr. A.W.T. Klappe, in bijzijn van mr. A.C. Vermeijden, griffier.
mr. A.W.T. Klappe
De verdachte en de advocaat-generaal hebben ter terechtzitting afstand gedaan van het recht beroep in cassatie in te stellen.
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 8 WVW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 9 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 14a Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 14b Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 14c Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 22c Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 22d Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 63 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 176 WVW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 179 WVW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 164 WVW meer uitspraken over dit artikel
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.