Uitspraak · Strafrecht
Gerechtshof Amsterdam, 25 juni 2024
ECLI:NL:GHAMS:2024:1797Zaaknummer 23-002453-23
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 25 juni 2024
- Publicatiedatum
- 5 juli 2024
- Zaaknummer
- 23-002453-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Veroordeling voor het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder A van de Opiumwet gegeven verbod. Aan de verdachte wordt een taakstraf voor de duur van 40 uren opgelegd. Vernietiging strafbeschikking.
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking van 15 april 2021 onder CJIB nummer [nummer].
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L.M. van der Voet, mr. T. de Bont en mr. M. Jeltes, in tegenwoordigheid van
mr. A.C. Vermeijden, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 25 juni 2024.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002453-23
datum uitspraak: 25 juni 2024
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 26 april 2023 in de strafzaak onder parketnummer 15-033140-21 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1968,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 11 juni 2024.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
zij op of omstreeks 4 februari 2021 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, een hoeveelheid bladeren en takjes van de plant Catha Edulis Forsk (Qat), zijnde (telkens) een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
zij op 4 februari 2021 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, een hoeveelheid bladeren en takjes van de plant Catha Edulis Forsk (Qat).
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder A van de Opiumwet gegeven verbod.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straf
De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 dagen.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair te vervangen door 20 dagen hechtenis, overeenkomstig de straf die in de strafbeschikking was opgelegd.
De raadsman heeft – indien het hof het feit bewezen acht – primair verzocht om aan de verdachte een geheel voorwaardelijke taakstraf op te leggen, en subsidiair om te volstaan met een geldboete ter hoogte van € 500,00, te betalen in termijnen.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het binnen het grondgebied van Nederland brengen van 33,5 kilogram van het verdovende middel qat. Door haar handelwijze wordt de grootschalige, illegale internationale handel in softdrugs bevorderd. Die handel is verboden omdat het gebruik van softdrugs de gezondheid van personen schade toebrengt. Bovendien gaat die handel gepaard met steeds zwaardere vormen van (georganiseerde) criminaliteit.
Het hof zal aan verdachte een onvoorwaardelijke taakstraf opleggen. Daarbij overweegt het hof dat de verdachte ter terechtzitting weliswaar naar voren heeft gebracht dat zij lichamelijke beperkingen heeft, maar naar het oordeel van het hof zijn die beperkingen niet van dien aard dat die eraan in de weg staan dat de verdachte een taakstraf van na te noemen duur verricht. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat de reclassering bij de tenuitvoerlegging van een taakstraf doorgaans rekening houdt met dergelijke beperkingen.
Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf van na te melden duur passend en geboden.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 9, 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking van 15 april 2021 onder CJIB nummer [nummer].
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L.M. van der Voet, mr. T. de Bont en mr. M. Jeltes, in tegenwoordigheid van
mr. A.C. Vermeijden, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 25 juni 2024.
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 378a Sv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 3 Opw meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 11 Opw meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 9 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 22c Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 22d Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 63 Sr meer uitspraken over dit artikel
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.