Uitspraak · Strafrecht

Gerechtshof Amsterdam, 30 november 2023

ECLI:NL:GHAMS:2023:2909Zaaknummer 23-001832-23

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
30 november 2023
Publicatiedatum
30 november 2023
Zaaknummer
23-001832-23
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijkheid verdachte nu de door de gemachtigde raadsman tegen het vonnis opgegeven bezwaren geacht moeten worden niet te zijn gedaan, althans door de daaraan voorafgaande schriftelijke verklaring van de verdachte te zijn overstemd. Artt. 416 lid 2, 451a Sv.

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N. van der Wijngaart, mr. W.S. Ludwig en mr. D.A.C. Koster, in tegenwoordigheid van mr. C.H. Sillen en mr. M.C. de Rade, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 november 2023.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Onderzoek ter terechtzitting
  2. Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
  3. BESLISSING

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001832-23

datum uitspraak: 16 november 2023

VERSTEK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 8 juni 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-131159-23 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 2004,

adres: zonder bekende woon- of verblijfplaats.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 16 november 2023.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaart in het hoger beroep op grond van art. 416 lid 2 Wetboek van Strafvordering.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Blijkens de schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 451a Wetboek van Strafvordering van 21 juli 2023 wenst de verdachte het hoger beroep niet te handhaven. De raadsman van de verdachte was met die schriftelijke verklaring van de verdachte op de zitting van 25 juli 2023 niet bekend. De door de raadsman op die zitting tegen het vonnis opgegeven bezwaren moeten daarom worden geacht niet te zijn gedaan, althans door de schriftelijke verklaring van de verdachte te worden overstemd. Daarom zal de verdachte, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N. van der Wijngaart, mr. W.S. Ludwig en mr. D.A.C. Koster, in tegenwoordigheid van mr. C.H. Sillen en mr. M.C. de Rade, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 november 2023.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.