Uitspraak · Strafrecht

Gerechtshof Amsterdam, 18 maart 2022

ECLI:NL:GHAMS:2022:825Zaaknummer 23-001324-21

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
18 maart 2022
Publicatiedatum
21 maart 2022
Zaaknummer
23-001324-21
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep; niet voldaan aan vereisten aan schriftelijke bijzondere volmacht van art. 450, lid 3, Sv.

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. H.A. van Eijk en mr. D. Abels, in tegenwoordigheid van mr. L. Muyselaar, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 4 maart 2022.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Onderzoek ter terechtzitting
  2. Ontvankelijkheid van het hoger beroep
  3. BESLISSING

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001324-21

datum uitspraak: 4 maart 2022

VERSTEK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 11 mei 2021 in de strafzaak onder de parketnummers

13-116566-21 en 16-038326-21 (TUL) tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2002,

adres: [adres].

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 maart 2022.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkend tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv).

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

De raadsvrouw van de verdachte heeft bij een als bijlage bij een e-mailbericht gevoegde brief van 17 mei 2021 een schriftelijke bijzondere volmacht verleend aan een medewerker ter griffie van de rechtbank Amsterdam tot het instellen van hoger beroep namens de verdachte. Op 18 mei 2021 is krachtens die volmacht hoger beroep ingesteld.

Het hof stelt vast dat voormelde schriftelijke bijzondere volmacht niet voldoet aan de daaraan in artikel 450, derde lid, Sv gestelde eisen, nu daarin niet een adres is opgenomen voor de ontvangst door de verdachte van een afschrift van de dagvaarding. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat de verdachte, noch een door hem op de voet van artikel 279 Sv gemachtigde raadsvrouw ter terechtzitting in hoger beroep is verschenen, dient de verdachte niet-ontvankelijk te worden verklaard in het namens hem ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. H.A. van Eijk en mr. D. Abels, in tegenwoordigheid van mr. L. Muyselaar, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 4 maart 2022.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.