Uitspraak · Strafrecht

Gerechtshof Amsterdam, 9 februari 2021

ECLI:NL:GHAMS:2021:3821Zaaknummer 23-002088-20

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
9 februari 2021
Publicatiedatum
6 december 2021
Zaaknummer
23-002088-20
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

UNUS. Verdachte wordt veroordeeld voor overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Straf: (deels voorwaardelijke) geldboete. TUL: nietig.

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 1.000,00 (duizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat een gedeelte van de geldboete, groot € 400,00 (vierhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 8 (acht) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de geldboete mag worden voldaan in 4 (vier) termijnen van 1 maand, elke termijn groot € 150,00 (honderdvijftig euro).

Verklaart de oproeping ter zake van de vordering tenuitvoerlegging in eerste aanleg met parketnummer

23-003351-17 nietig.

Gewezen door mr. C.N. Dalebout, in bijzijn van mr. B.K.M. Pouw, griffier.

mr. C.N. Dalebout

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Kwalificatie van het bewezenverklaarde
  2. Toepasselijke wettelijke voorschriften
  3. BESLISSING

afdeling strafrecht

parketnummer(s) eerste aanleg: 96-230454-19 en 23-003351-17 (TUL)

parketnummer hoger beroep: 23-002088-20

TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 9 februari 2021 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 6 februari 2020 in de zaak tegen de verdachte:

naam: [verdachte]

voornamen: [verdachte]

geboren: op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats]

adres: [adres].

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24a, 24c en 63 van het Wetboek van Strafrecht en

de artikelen 8 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994.

gepleegdop 16 maart 2019 te Bloemendaal.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 1.000,00 (duizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat een gedeelte van de geldboete, groot € 400,00 (vierhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 8 (acht) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de geldboete mag worden voldaan in 4 (vier) termijnen van 1 maand, elke termijn groot € 150,00 (honderdvijftig euro).

Verklaart de oproeping ter zake van de vordering tenuitvoerlegging in eerste aanleg met parketnummer

23-003351-17 nietig.

Gewezen door mr. C.N. Dalebout, in bijzijn van mr. B.K.M. Pouw, griffier.

mr. C.N. Dalebout

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.