Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zevenaar,
overwegende dat het wenselijk is om voor de uitvoering van de heffing van gemeentelijke belastingen de uitvoeringsregeling en de beleidsregels opnieuw vast te stellen;
gelet op de volgende wetgeving behorende bij:
Hoofdstuk 1 Uitvoeringsregeling gemeentelijke belastingen
•op de artikelen 6, 7, 8, 13 en 14 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen,
•op artikel 31 van de Invorderingswet 1990,
•op de artikelen 160, eerste lid, onderdeel b, 231, tweede lid, onderdeel a en derde lid en 237 van de Gemeentewet,
•op het artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht,
•alsmede op het betreffende artikel van de volgende belastingverordeningen van de gemeente,
•alsmede op het betreffende artikel van de in de gemeente Zevenaar geldende belastingverordeningen, waarin aan het college de bevoegdheid is toegekend nadere regels te geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de onderscheiden gemeentelijke belastingen;
Hoofdstuk 2 Beleidsregels voor het toekennen van een proceskostenvergoeding
•op de artikelen 7:15, lid 2 en 7:28, lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht,
•op artikel 2, lid 1, aanhef en onderdeel a van het Besluit proceskosten bestuursrecht juncto onderdeel C.1. van de bij dat besluit behorende bijlage;
•artikel 24 Invorderingswet.
Hoofdstuk 3 Beleidsregels ambtshalve vermindering
•op het artikel 65 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen,
•op de artikelen 231, 242 en 244 van de Gemeentewet,
•op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;
Hoofdstuk 4 Beleidsregels aanwijzen belastingplichtige in een keuzesituatie
•op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht,
•op artikel 253 van de Gemeentewet,
•op het bepaalde over de belastingplicht in de verordeningen onroerendezaakbelastingen, rioolheffing, afvalstoffenheffing, hondenbelasting, precariobelasting, toeristenbelasting en reclamebelasting.
Hoofdstuk 5 Beleidsregels aanwijzen WOZ-belanghebbende in een keuzesituatie
•op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht,
•op hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken,
•op hoofdstuk 4 “Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie”
Hoofdstuk 6 Regeling elektronisch bestuurlijk verkeer
•op artikel 2:15 van de Algemene wet bestuursrecht
Besluit:
vast te stellen de navolgende
Leidraad heffing gemeentelijke belastingen gemeente Zevenaar
Hoofdstuk 1 Uitvoeringsregeling gemeentelijke belastingen
Artikel 1 Algemene bepaling
1Deze regeling geeft uitvoering aan de artikelen 6, 7, 8, 13 en 14 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de artikelen 29 en 31 van de Invorderingswet 1990, artikel 160, eerste lid, onderdeel b, van de Gemeentewet en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen in de belastingverordeningen van de gemeente Zevenaar op grond waarvan het college van burgemeester en wethouders nadere regels kan geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de onderscheiden gemeentelijke belastingen.
2Voor de toepassing van deze regeling worden rechten aangemerkt als gemeentelijke belastingen.
3De op andere wijze geheven gemeentelijke belastingen bedoeld in artikel 233 van de Gemeentewet, worden voor de toepassing van deze regeling aangemerkt als bij wege van aanslag geheven belastingen, met dien verstande dat wordt verstaan onder de aanslag of de voorlopige aanslag: het gevorderde, onderscheidenlijk het voorlopig gevorderde bedrag. Artikel 2 blijft bij de op andere wijze geheven gemeentelijke belastingen buiten toepassing.
Artikel 2 Aangifte
1De belastingplichtige voor:
a.de hondenbelasting;
b.de toeristenbelasting;
aan wie niet binnen zes maanden na afloop van het belastingjaar of kalenderjaar een aangiftebiljet is uitgereikt of een aanslag is opgelegd, is gehouden binnen een maand na het verstrijken van die zes maanden bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar een schriftelijk verzoek in te dienen om uitreiking van een aangiftebiljet.
2Als de belastingplicht voor de hondenbelasting in de loop van het belastingjaar ontstaat dan wel het aantal honden dat door de belastingplichtige wordt gehouden wijziging ondergaat, moet de belastingplichtige binnen twee weken na het tijdstip waarop de belastingplicht is ontstaan of de wijziging van het aantal honden heeft plaatsgevonden, bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar schriftelijk verzoeken om uitreiking van een aangiftebiljet.
3Als formulier van het aangiftebiljet hondenbelasting wordt vastgesteld:
a.voor het aanmelden van één of meerdere honden, het formulier dat in overeenstemming is met het in bijlage HB1 opgenomen model;
b.voor het afmelden van honden, het formulier dat in overeenstemming is met het in bijlage HB1 opgenomen model.
4Als formulier van het aangiftebiljet toeristenbelasting wordt vastgesteld het formulier dat in overeenstemming is met het in bijlage TB1 opgenomen model.
5Overeenkomstig het bepaalde in artikel 8 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen dienen dein het aangiftebiljet gevraagde gegevens duidelijk, stellig en zonder voorbehoud te worden ingevuld. Het aangiftebiljet wordt ondertekend en met de daarbij gevraagde bescheiden ingeleverd of toegezonden.
Artikel 3 Gebruik nachtverblijfregister ten behoeve van de heffing van toeristenbelasting
Bij de vaststelling van feiten ten behoeve van de heffing van toeristenbelasting kan de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, bedoelde gemeenteambtenaar het door belastingplichtige bijgehouden nachtverblijfregister raadplegen.
Artikel 4 Voorlopige aanslag bij de toeristenbelasting
1De in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar legt een voorlopige aanslag op, indien het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld, na verrekening van voorheffingen en reeds opgelegde voorlopige aanslagen, zulks naar zijn mening rechtvaardigt.
2De bepaling van het bedrag van een voorlopige aanslag die wordt vastgesteld in het tijdvak waarover de belasting wordt geheven, dan wel na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan, kan:
voor de toeristenbelasting geschieden op grond van de gegevens die hebben gediend ter vaststelling van de meest recente belastingaanslag over, dan wel met betrekking tot het meest recente tijdvak of kalenderjaar, met dien verstande dat daarbij op benaderende wijze rekening kan worden gehouden met wijzigingen in de wettelijke bepalingen betreffende de heffing van de gemeentelijke belasting alsmede met andere wijzigingen die voor de heffing van de gemeentelijke belasting van belang kunnen zijn. De voorlopige aanslag wordt vastgesteld op 80% van het in de vorige volzin berekende bedrag. Ingeval de belastingplichtige aannemelijk maakt dat het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld lager is dan 80% van het berekende bedrag, wordt de voorlopige aanslag gesteld op dit lagere bedrag.
Artikel 5 Rente
1Bij de invordering van de gemeentelijke belastingen vinden de algemene maatregel van bestuur bedoeld in artikel 29 van de Invorderingswet 1990 en de ministeriële regeling bedoeld in artikel 31 van de Invorderingswet 1990 overeenkomstige toepassing.
2In afwijking van de in het eerste lid bedoelde regeling wordt geen invorderingsrente in rekening gebracht indien deze in totaal een bedrag van € 23,00 niet te boven gaat.
Hoofdstuk 2 Beleidsregels voor het toekennen van een proceskostenvergoeding
Inleiding
Artikel 1 Zaken die met een wegingsfactor van 1 worden gewaardeerd
Een bezwaar in een zaak die niet tot een van de categorieën van artikel 2 of artikel 3 behoort, zal in beginsel als gemiddeld met een wegingsfactor van 1 gekwalificeerd worden.
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid heeft de heffingsambtenaar de bevoegdheid om op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht, een lagere of hogere wegingsfactor toe te kennen naarmate de betreffende zaak lichter of zwaarder is dan een gemiddelde zaak.
Artikel 2 Zaken die met een wegingsfactor van 0,5 worden gewaardeerd
a.Zaken waarin het alleen over de proceskostenvergoeding gaat.
b.Zaken waarin de inhoud van het bezwaar volledig of nagenoeg uitsluitend is gebaseerd op een bijgevoegd taxatierapport.
c.Zaken waarin de WOZ-waarde wordt verlaagd vanwege een eigen transactiecijfer vlak voor of na de waardepeildatum.
Artikel 3 Zaken die met een wegingsfactor van 0,25 worden gewaardeerd
a.Zaken waarin het om een verkeerde tenaamstelling gaat.
b.Zaken waarin het om een verkeerde adresaanduiding gaat.
c.Zaken waarin het om een verkeerde belanghebbende gaat.
d.Zaken waarin het om een pro-forma bezwaarschrift zonder aanvulling gaat.
e.Zaken waarin het bezwaarschrift niet gemotiveerd is.
Artikel 4 Afwijkende wegingsfactor
Indien de heffingsambtenaar van oordeel is dat toepassing van de in bovenstaande artikelen genoemde wegingsfactor niet in overeenstemming is met de bewerkelijkheid en de gecompliceerdheid van de zaak en de daarmee verband houdende werkbelasting van de rechtsbijstandverlener dient dit in de beslissing op bezwaar uitdrukkelijk gemotiveerd te worden.
Artikel 5 Nadere bepalingen t.a.v. de uitvoering
1Voor de vaststelling van het ontstaan van een recht op te vergoeden kosten die door belanghebbende zijn gemaakt kan een bewijs van gemaakte kosten worden verlangd, bestaande uit een factuur ter zake van verrichtte werkzaamheden van een door hem of namens hem ingeschakelde deskundige.
2Het bedrag aan proceskostenvergoeding wordt in beginsel overgemaakt op het rekeningnummer van belanghebbende. Indien uit de machtiging echter blijkt dat belanghebbende ermee instemt dat de kosten aan de gemachtigde worden uitbetaald, worden de verschuldigde kosten overgemaakt op een door de gemachtigde aangegeven bankrekening.
Hoofdstuk 3 Beleidsregels ambtshalve vermindering
Artikel 1 Reikwijdte en definitie
1Deze beleidsregels gelden bij de heffing van gemeentelijke belastingen in de zin van artikel 219 van de Gemeentewet, met dien verstande dat onder gemeentelijke belastingen mede worden begrepen rechten die door de gemeente kunnen worden geheven.
2Voor de toepassing van deze beleidsregels wordt verstaan onder:
a.de ambtshalve vermindering: de vermindering, ontheffing, teruggaaf of vrijstelling van belastingen bedoeld in artikel 65 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 244 van de Gemeentewet;
b.de belanghebbende: de belastingplichtige of degene die de belasting als hoofdelijk medeaansprakelijke heeft betaald;
c.de driejaarstermijn: de termijn door welks verloop na het tijdstip van het ontstaan van de belastingschuld of het verlenen van een teruggaaf de bevoegdheid tot het vaststellen van een navorderingsaanslag of een naheffingsaanslag vervalt.
d.het bedrag van de vermindering: de vermindering van het belastingbedrag vermeerderd met (het daaraan toe te rekenen gedeelte van) de bestuurlijke boete of de kostenopslag, indien een bestuurlijke boete of een kostenopslag is toegepast. Het bedrag van de vermindering wordt berekend per belastingaanslag.
e.de belastingaanslag: de aanslag bedoeld in artikel 2, derde lid, onder e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, met dien verstande dat voor de toepassing van deze beleidsregels mede wordt verstaan onder:
1de aanslag, de voorlopige aanslag, de navorderingsaanslag; het gevorderde bedrag, onderscheidenlijk het voorlopig gevorderde, het nagevorderde bedrag;
2het aanslagbiljet: de kennisgeving van het in onderdeel 1. bedoelde bedrag.
f.de belastingwet: algemeen verbindende voorschriften en beleidsregels op het gebied van gemeentelijke belastingen.
Artikel 2 Gevallen waarin ambtshalve vermindering wordt verleend
Ingeval het bedrag van de belasting had behoren te zijn vastgesteld op een bedrag dat tenminste € 10,00 per aanslag lager is dan het te hoog vastgestelde bedrag van die belasting, verleent de heffingsambtenaar ambtshalve de vermindering waarvoor de belanghebbende redelijkerwijs in aanmerking komt, indien:
a.een bezwaarschrift of een verzoekschrift niet ontvankelijk wordt verklaard wegens het te laat indienen van het bezwaarschrift of het verzoekschrift, dan wel om andere redenen van formele aard, of
b.uit enig feit blijkt dat een belastingaanslag tot een te hoog bedrag is vastgesteld en deze aanslag bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid niet gehandhaafd kan worden.
Artikel 3 Uitzonderingen
Het bepaalde in artikel 2 vindt geen toepassing indien:
a.ten tijde van het ontvangen van het bezwaarschrift of het verzoekschrift, dan wel op het tijdstip waarop het in artikel 2, onder b, bedoelde feit ter kennis van de heffingsambtenaar komt, de driejaarstermijn is verstreken;
b.aannemelijk is dat de belanghebbende door opzet of grove schuld de wettelijke termijn voor het indienen van een bezwaarschrift of een verzoekschrift ongebruikt heeft laten verstrijken.
Artikel 4 Jurisprudentie en beleidsbesluiten
1Een uitspraak van de Hoge Raad waarin een toepassing van de belastingwet besloten ligt die voor de belanghebbende gunstiger is dan de bij de heffing van de belasting gevolgde toepassing, leidt niet tot het ambtshalve verlenen van vermindering van belasting indien de belastingaanslag of de voldoening op aangifte onherroepelijk is komen vast te staan voor de dag, waarop de uitspraakdoor de Hoge Raad is gewezen, onderscheidenlijk voor de dagtekening van het beleidsbesluit of andere schriftelijke aanwijzing, tenzij het college van burgemeester en wethouders op dit punt een afwijkende regeling heeft getroffen.
2Hetgeen in het eerste lid is bepaald met betrekking tot een uitspraak van de Hoge Raad is in daartoe leidende gevallen van overeenkomstige toepassing op prejudiciële beslissingen van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen alsmede op rechterlijke uitspraken van het Hof en andere supranationale colleges.
3Een uitspraak van een rechtbank of gerechtshof is doorgaans geen aanleiding voor het ambtshalve verlenen van vermindering van belasting. Dit lijdt evenwel uitzondering indien het college van burgemeester en wethouders kenbaar heeft gemaakt dat de uitspraak tot richtsnoer moet worden genomen. Het eerste lid is in dat geval van overeenkomstige toepassing.
Artikel 5 Mededeling van afwijzing
Indien geen termen aanwezig zijn om ambtshalve een vermindering te verlenen, wordt daarvan gemotiveerd mededeling gedaan in de uitspraak waarin de niet-ontvankelijkheid wordt uitgesproken vaneen bezwaarschrift of een verzoekschrift, bedoeld in artikel 2, onder a.
Hoofdstuk 6 Regeling elektronisch bestuurlijk verkeer
Artikel 1 Begripsbepalingen
1een elektronische handtekening: een via een aanmelding bij DigiD of E-herkenning verkregen gebruiksnaam en wachtwoord;
2de gemeentelijke website: https://www.zevenaar.nl;
3e-formulier: een elektronisch in te vullen en te verzenden formulier dat op de gemeentelijke website is geplaatst ten behoeve van het gebruik van de elektronische weg voor bestuurlijk verkeer;
4DigiD: een landelijk systeem om de identiteit van burgers vast te stellen die via internet diensten afnemen van overheidsinstellingen;
5E-herkenning: een landelijk systeem om de identiteit van ondernemingen vast te stellen die via internet diensten afnemen van overheidsinstellingen;
6PKI-overheid: Public Key Infrastructure, een geavanceerde elektronische handtekening (gebaseerd op een gekwalificeerd certificaat), die kan worden gebruikt door de gemeente Zevenaar wanneer publiekrechtelijke documenten naar de burger of een instelling wordt verzonden;
Artikel 2 Openstelling elektronische weg
Overeenkomstig het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, stellen burgemeester en wethouders van de gemeente Zevenaar de elektronische weg open voor
1bezwaarschriften tegen belastingaanslagen
2ontheffingsverzoeken belastingaanslagen
doch uitsluitend indien speciaal voor de betreffende handeling e-formulieren worden aangeboden op de gemeentelijke website. Tevens staat hiermede de elektronische weg open voor het verzenden van publiekrechtelijke documenten door de gemeente Zevenaar aan natuurlijke of rechtspersonen.
Artikel 3 Verplicht gebruik e-formulieren bij elektronisch verkeer
1Indien bezwaarschriften, aanvragen of andere vormen van bestuurlijk verkeer langs elektronische weg worden ingediend, zoals bedoeld in artikel 2, dan kan dit uitsluitend door middel van de daarvoor bestemde e-formulieren.
2Bij gebruik van de elektronische weg is de elektronische handtekening door middel van DigiD of E-herkenning verplicht, indien het e-formulier in die mogelijkheid voorziet.
3De e-formulieren zijn toegankelijk via de gemeentelijke website.
Artikel 4 Verzending aanvullende informatie
1Aanvullende documenten met betrekking tot een verzoek per e-formulier kunnen tegelijkertijd met het e-formulier worden meegezonden.
2De heffingsambtenaar onderhoudt de contacten met de belanghebbende(n) en derden schriftelijk per post of faxbericht.
3Onder de in het voorgaande lid bedoelde contacten worden in ieder geval begrepen het bevestigen van de ontvangst, het overleggen van aanvullende informatie en de uitnodiging voor het horen.
4Indien een belanghebbende of diens gemachtigde heeft aangegeven dat hij via de elektronische weg voldoende bereikbaar is, kan de heffingsambtenaar naar keuze gebruik maken van de elektronische of de schriftelijke weg voor het bestuurlijk verkeer, waaronder begrepen het overleggen van aanvullende informatie, dat ter voorbereiding van het betreffende besluit wederzijds plaatsvindt.
Artikel 5 Weigering elektronische berichten
1De indiening van een bezwaar dan wel verzoek per e-formulier kan softwarematig worden geweigerd als het bezwaar/verzoek, dan wel een met dat bezwaar/verzoek meegestuurde bijlage een computervirus bij zich draagt. Van de weigering wordt langs elektronische of schriftelijke weg mededeling gedaan.
2De indiening van een bezwaar/verzoek per e-formulier wordt door de heffingsambtenaar geweigerd als het op een andere wijze dan door middel van het artikel 3 bedoelde e-formulier is ingediend. Van de weigering wordt langs elektronische of schriftelijke weg mededeling gedaan.
3De indiening van een verzoek per e-formulier wordt door de heffingsambtenaar geweigerd, indien extreem grote bestanden worden gezonden dan wel bestanden worden gezonden waar specifieke software voor nodig is en waardoor de acceptatie daarvan zou leiden tot onevenredige belasting van de organisatie. Van de weigering wordt langs elektronische of schriftelijke weg mededeling gedaan.
4De indiening van een verzoek per e-formulier wordt door de heffingsambtenaar geweigerd, indien de betrouwbaarheid en vertrouwelijkheid van een bericht naar het oordeel van de heffingsambtenaar onvoldoende gewaarborgd is. Van de weigering wordt langs elektronische of schriftelijke weg mededeling gedaan.
5Wanneer de indiening van een bezwaar/verzoek wordt geweigerd dan krijgt de indiener een herstelverzuim brief. Als de aanvrager niet (voldoende) gebruik maakt van de herstelmogelijkheid dan kan het besluit volgen om het bezwaar/verzoek niet in behandeling te nemen.
Artikel 6 Ondertekening e-formulieren
1Als elektronische handtekening, als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht, wordt aangemerkt de uitgegeven toegangscode (DigiD of E-herkenning) tot de webserver, waarop langs officiële weg e-formulieren van de gemeente worden aangeboden.
2Aan het vereiste van ondertekening van een bezwaarschrift/verzoekschrift is alleen voldaan als het e-formulier wordt verzonden vanaf de via de elektronische handtekening toegankelijke site.
3Een langs elektronische weg verzonden bezwaarschrift/verzoekschrift, dat op andere wijze is ondertekend dan in het eerste lid is omschreven, wordt geweigerd, waarbij indien mogelijk de indiener of diens gemachtigde schriftelijk gelegenheid wordt gegeven voor verzuimherstel.
Artikel 7. Digitaal versturen en ondertekenen van documenten door de gemeente
1Een door de gemeente Zevenaar langs elektronische weg verzonden officieel document wordt ondertekend met een digitaal gewaarmerkte handtekening, bijvoorbeeld PKI-overheid. Deze handtekening is gebaseerd op een gekwalificeerd certificaat dat is afgegeven door een certificatiedienstverlener die voldoet aan de eisen van de Telecommunicatiewet.
2De gemeente Zevenaar kan documenten digitaal beschikbaar stellen door middel van gebruikmaking van een online portaal via de website van de gemeente. In dat geval vervalt de ondertekening van lid 1.
Artikel 8 Tijdstip ontvangst van bestuurlijk verkeer langs elektronische weg
Als tijdstip waarop een bezwaar/verzoek per e-formulier door de heffingsambtenaar is ontvangen, geldt het tijdstip waarop het bericht de webserver, waarop langs officiële weg e-formulieren van de gemeente worden aangeboden, heeft bereikt.
Artikel 9 Tijdstip verzending van bestuurlijk verkeer langs elektronische weg
Als tijdstip van verzending van een elektronisch document door de gemeente Zevenaar geldt het tijdstip waarop het bericht een systeem heeft bereikt, waarop de gemeente geen controle heeft. De gemeente kan het bericht dan niet meer terughalen, bewerken of wijzigen. Dit is in bijzonder van belang als vanaf dat tijdstip termijnen gaan lopen, zoals bij de verzending van besluiten of voor de vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van een besluit. Het is niet van belang of het bericht ook daadwerkelijk bij de geadresseerde is aangekomen, voldoende is dat het bericht zich buiten het bereik van de gemeente bevindt.
Hoofdstuk 7 Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel
Artikel 1 Overgangsrecht
Alle eerder genomen collegebesluiten en besluiten van de heffingsambtenaar op het terrein van de uitvoeringsregeling gemeentelijke belastingen en de beleidsregels gemeentelijke belastingen worden ingetrokken met ingang van de in artikel 2 genoemde datum van inwerkingtreding, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op de feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 2 Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
Artikel 3 Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Leidraad heffing lokale belastingen gemeente Zevenaar.
Bijlage
AANGIFTEBILJET TOERISTENBELASTING @belastingjaar@
Datum van uitreiking :
Dit aangiftebiljet moet volledig ingevuld en ondertekend worden teruggezonden voor @datum@
Naam:
1
Indien de hierboven vermelde tenaamstelling en/of adres niet juist zijn (is), dan hiernaast de juiste gegevens vermelden.
_________________________________________
_________________________________________
_________________________________________
2a
Ik doe hierbij aangifte van het in @belastingjaar@ tegen een vergoeding bieden van gelegenheid tot het overnachten aan derden.
□ Ja
□ Nee
2b
Ik verzoek het aantal overnachtingen van genoemde onderkomens in 3a, b en c ingevolge artikel 5 , lid 2 van de verordening toeristenbelasting forfaitair vast te stellen conform onderstaande opgave (alleen mogelijk bij particulier verhuurde woningen en/of recreatiewoningen of vergelijkbare andere onderkomens, vaste standplaatsen en volgtijdige standplaatsen).
□ Ja (ga verder naar 3)
□ Nee (ga verder naar 4)
3a
Het aantal particulier verhuurde woningen en/of recreatiewoningen dan wel vergelijkbare onderkomens heeft bedragen:
____ (aantal) woningen met 1 slaapplaats
____ (aantal) woningen met 2 slaapplaatsen
____ (aantal) woningen met 3 slaapplaatsen
____ (aantal) woningen met 4 slaapplaatsen
____ (aantal) woningen met 5 slaapplaatsen
____ (aantal) woningen met 6 slaapplaatsen
____ (aantal) woningen met _ slaapplaatsen
b
Het aantal verhuurde vaste standplaatsen heeft bedragen:
_________________________________________
c
Het aantal verhuurde volgtijdige standplaatsen heeft bedragen:
_________________________________________
d
Van de onder 3a, b en c bedoelde onderkomens zijn de volgende aantallen uitsluitend verhuurd of in gebruik door in het bevolkingsregister van de gemeente Zevenaar ingeschreven personen:
Van a ___________________________________
Van b ___________________________________
Van c ___________________________________
Alleen invullen indien heffing (deels) dient plaats te vinden naar het werkelijk aantal overnachtingen.
4
Uit de overlegde bescheiden blijkt dat het aantal overnachtingen waarvoor tegen vergoeding gelegenheid is geboden tot verblijf heeft bedragen:
Aantal overnachtingen x aantal personen
___________________________________
4a
Hiervan bedroeg het aantal overnachtingen door in het bevolkingsregister van de gemeente Zevenaar ingeschreven personen:
__________________________________
5
Naam en functie van degene die dit formulier heeft ingevuld of onder wiens verantwoordelijkheid dit is geschied:
Naam :_______________________________
Functie :_______________________________
Telefoon :_______________________________
De ondergetekende, eigenaar en/of exploitant van het in de aanhef bedoelde bedrijf verklaart dit aangiftebiljet duidelijk, stellig en zonder voorbehoud en naar waarheid te hebben ingevuld.
_______________________
_______________________
______________________
(Plaats)
(Datum)
(Handtekening)
Op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) is de gemeente Zevenaar verplicht u te melden, dat de door u verstrekte gegevens slechts worden gebruikt voor: het heffen en invorderen van belastinggelden; het organiseren van de ontvangst en verzending van de documenten; de behandeling, de aanmaak, de afdoening en archivering van documenten; intern beheer; het behandelen van geschillen en het doen uitoefenen van de accountantscontrole.