Aanhef
De raad van de gemeente Z a l t b o m m e l ;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 4 november 2025;
gelet op artikel 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, artikel 225 van de Gemeentewet, het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen en de Parkeerverordening 2021;
b e s l u i t :
vast te stellen de volgende verordening:
VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN PARKEERBELASTINGEN 2026
Artikel 1 Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
a.parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op in de binnenstad van de gemeente Zaltbommel gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;
b.motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990;
c.houder: degene op wiens naam het motorrijtuig ten tijde van het parkeren in het kentekenregister, bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, was ingeschreven;
d.parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;
e.centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Zaltbommel een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon of een ander communicatiemiddel.
f.parkeerkraskaart: een kaart, bestemd voor bezoekers van bewoners woonachtig in het gebied betaald parkeren van de gemeente Zaltbommel, waarop de datum en het tijdstip van aanvang van het parkeren door middel van het openkrassen, aankruisen of omcirkelen van de vakjes aangegeven dient te worden en waarbij het kenteken van het te parkeren voertuig op de kraskaart vermeld dient te worden.
g.parkeerkraskaartboekje: boekje uitgegeven door de gemeente Zaltbommel met daarin meerdere parkeerkraskaarten.
Artikel 2 Belastbaar feit
Onder de naam 'parkeerbelastingen' worden de volgende belastingen geheven:
a.een belasting voor het parkeren van een voertuig op een door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze;
b.een belasting voor een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze;
c.een belasting voor een van gemeentewege verstrekt parkeerkraskaartenboekje voor het parkeren van een voertuig op de in het parkeerkraskaartenboekje aangegeven plaats en wijze.
Artikel 3 Belastingplicht
1De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene die het voertuig heeft geparkeerd op een parkeerplaats.
2Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt:
a.degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen;
b.zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het voertuig, met dien verstande dat:
1eindien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd;
2eindien blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd.
3De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die:
a.op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen;
b.in het bezit is van een geldige invalidenparkeerkaart zoals bedoeld in artikel 10;
c.een hulpverleningsvoertuig parkeert.
4De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.
5De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel c, wordt geheven van degene die een parkeerkraskaartenboekje heeft aangevraagd.
Artikel 4 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak
De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel (bijlage 1).
Artikel 5 Wijze van heffing
1De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. In de tarieventabel is vermeld in welk deel van de gemeente welke wijze van heffing van toepassing is. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften.
2De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte.
3De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel c, wordt geheven op andere wijze.
Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld
1De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer.
2De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.
3Indien de belastingplicht, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, in de loop van het jaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven;
4Indien de belastingplicht, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
5De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel c, is verschuldigd op het tijdstip waarop het parkeerkraskaartenboekje wordt verstrekt.
Artikel 7 Termijnen van betaling
1De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.
2In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon inloggen op de centrale computer.
3De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.
4De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel c, moet worden betaald op het tijdstip waarop het parkeerkraskaartenboekje wordt verstrekt.
5Een naheffingsaanslag moet binnen twee weken na dagtekening van de duplicaat naheffingsaanslag worden betaald.
Artikel 8 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen
De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting, zoals bedoeld in artikel 2, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit.
Artikel 9 Bevoegdheid tot gebruik wielklem en wegsleepregeling
1Tot zekerheid van de betaling van een naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, kan aan het voertuig ook een wielklem worden aangebracht, waardoor wordt verhinderd dat het voertuig wordt weggereden.
2Het college van burgemeester en wethouders wijst bij openbaar te maken besluit in alle gevallen de terreinen en weggedeelten aan waar de wielklem wordt toegepast.
3Indien na het aanbrengen van de wielklem 24 uren zijn verstreken kan het voertuig naar een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen plaats worden overgebracht en in bewaring worden gesteld.
Artikel 10 Vrijstelling
De parkeerbelastingen worden niet geheven:
1Aan Houders van een geldige Europese Gehandicapten Parkeerkaart, landelijke invalidenparkeerkaart (zowel voor bestuurders als passagiers), gewestelijke invalidenparkeerkaart of buitenlandse invalidenparkeerkaart, mits deze parkeerkaart met de daartoe bestemde zijde op een van buitenaf duidelijk leesbare plaats direct achter de voorruit van het voertuig is geplaatst. Indien geen voorruit aanwezig is, dient de parkeerkaart op een van buitenaf zichtbare plaats duidelijk leesbaar te worden aangebracht.
2Ten behoeve van het parkeren van hulpverleningsvoertuigen.
Artikel 11 Kosten
1De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 82,00 per naheffingsaanslag.
2De kosten van het aanbrengen en het verwijderen van de wielklem bedragen € 101,00 per voertuig.
3De kosten voor de overbrenging en bewaring van het voertuig voor 24 uur of minder bedragen € 257,00 per voertuig. Bij bewaring van het voertuig van 24 uur of meer uren bedragen de kosten € 257,00 voor de eerste 24 uur van bewaring plus € 12,50 per dag. Bij bewaring van langer dan 24 uur, wordt een gedeelte van een dag als een gehele dag beschouwd.
4De kosten voor verstrekking van een extra vergunning voor een nieuw voertuig met inneming van de oude vergunning(en) bedragen € 16,00.
5De kosten voor verstrekking van een duplicaat vergunning als gevolg van diefstal of verlies bedragen € 16,00.
6Het bedrag van de ingevolge het tweede en derde lid in rekening te brengen kosten wordt bij beschikking vastgesteld.
Artikel 12 Kwijtschelding
Bij de invordering van deze parkeerbelastingen wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 13 Overgangsbepaling
De ‘Verordening parkeerbelastingen 2025’, vastgesteld op 12 december 2024, laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 27 maart 2025, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 14 Inwerkingtreding
1Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.
2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 15 Citeertitel
Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening parkeerbelastingen 2026’.
Bijlage 1 Tarieventabel, behorende bij de Verordening parkeerbelastingen 2026
I. Het tarief voor het parkeren als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedraagt:
Tabel 1: tarieven betaald parkeren
Zone
Bedrag
Per tijdseenheid
Zone oranje
€ 1,48
60minuten
Zone groen
€ 0,88
60minuten
Het tijdstip waarop tegen betaling van de belasting mag worden geparkeerd is vastgelegd in het aanwijzingsbesluit parkeerbelastingen.
II. Het tarief voor een parkeervergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, bedraagt:
Tabel 2: parkeervergunningen
Categorie
zone blauw
zone oranje en zone groen
per tijdseenheid
1
Inwoners als bedoeld in artikel C, lid 2, onderdeel a van de Parkeerverordening 2021 (kentekengebonden vergunning)
niet mogelijk
€ 105,00
jaar
1a
Inwoners als bedoeld in artikel C, lid 2, onderdeel a van de Parkeerverordening 2021 (kentekengebonden vergunning)
Betreft 2e vergunningsmogelijkheid
niet mogelijk
€ 154,00
jaar
2
Bedrijven als bedoeld in artikel C, lid 2, onderdeel b van de Parkeerverordening 2021 (bedrijfsgebonden vergunning)
niet mogelijk
€ 337,00
jaar
2a
Bedrijven als bedoeld in artikel C, lid 2, onderdeel b van de Parkeerverordening 2021 (bedrijfsgebonden vergunning)
Betreft 2e vergunningsmogelijkheid
niet mogelijk
€ 498,00
jaar
3
Personen of bedrijven met een zorgfunctie als bedoeld in artikel C, lid 2, onderdeel c van de Parkeerverordening 2021 (wisselende parkeerplaats)
niet mogelijk
€ 80,50
jaar
4
Praktijkhoudende huisartsen als bedoeld in artikel C, lid 2, onderdeel d van de Parkeerverordening 2021 (vaste parkeerplaats)
niet mogelijk
€ 363,00
jaar
5
Gemeentelijke dienstverlening als bedoeld in artikel C, lid 2, onderdeel e van de Parkeerverordening 2021
niet mogelijk
€ 81,00
jaar
6
Standplaatshouders weekmarkt als bedoeld in artikel C, lid 2, onderdeel f van de Parkeerverordening 2021
niet mogelijk
€ 0,00
(alleen mogelijk in zone groen, locatie Veerweg)
weekmarkt-uren op vastgestelde dagen
Gedeelten van de tabel 2 vermelde tijdseenheden van minder dan een maand worden voor een geheel gerekend.
III. Het tarief voor een parkeerkraskaart als bedoeld in artikel 2, onderdeel c, bedraagt:
Tabel 3: Parkeerkraskaarten
Zone
Geschikt voor een parkeertijd van maximaal:
Bedrag
Per tijdseenheid
Zone blauw
parkeerkraskaart niet geldig
Zone oranje
parkeerkraskaart geldig voor 2 uur
€ 0,85
120minuten
Zone grijs
parkeerkraskaart niet van toepassing
Zone groen
parkeerkraskaart geldig voor 2 uur
€ 0,85
120minuten
De plaats, tijdstip en wijze waarop met een parkeerkraskaart mag worden geparkeerd is vastgelegd in het aanwijzingsbesluit parkeerbelastingen.
Behoort bij raadsbesluit van 11 december 2025
de (plv.) raadsgriffier,
E.A. (Bianca) Kooijman
Bijlage 2 Onderbouwing kosten naheffingsaanslag behorende bij raadsvoorstel inzake de “Verordening op de heffing en invordering van Parkeerbelastingen 2026”
Kosten begrepen in de naheffingsaanslag
Artikel 2, eerste lid, van het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen is van toepassing bij het bepalen van de kosten begrepen in de naheffingsaanslag en luidt als volgt: "De gemeentelijke kosten ter zake van het opleggen van een naheffingsaanslag als bedoeld in artikel 234, zesde lid, van de wet kunnen ten hoogste bestaan uit de volgende componenten, voor zover deze rechtstreeks voortvloeien uit de inning van niet betaalde parkeerbelastingen: vaste informatieverwerkingskosten, variabele informatieverwerkingskosten, kosten van afschrijving, kosten van interest, personeelskosten en overheadkosten, welke ten hoogste 50 procent van de personeelskosten mogen bedragen."
Gemeenteraad stelt kosten naheffingsaanslag vast
Artikel 2, tweede lid van het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen is van toepassing bij het bepalen van de kosten begrepen in de naheffingsaanslag en luidt als volgt: "Op basis van een raming van het jaarlijkse totaal van deze kosten stelt de raad, in verhouding tot het geraamde jaarlijkse aantal aaneengesloten parkeerperioden binnen een kalenderdag waarover wordt nageheven, het bedrag vast dat per nageheven aaneengesloten parkeerperiode binnen een kalenderdag aan de belastingschuldige in rekening wordt gebracht."
Maximaal bedrag aan kosten naheffingsaanslag
Op grond van artikel 3, eerste lid, van het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen is het bedrag aan kosten in de naheffingsaanslag gemaximeerd.
Kostenbegroting Zaltbommel 2026
In de gemeente Zaltbommel bedragen in 2026 de kosten, die genoemd worden in artikel 2, eerste lid, van het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen:
A. Vaste informatieverwerkingskosten
onderhoud parkeerautomaten
€ 52.687,00
software t.b.v. parkeren
€ 14.406,00
subtotaal
€ 67.093,00
B. Variabele informatieverwerkingskosten
geld – bankkosten en PIN verwerking
€ 14.128,00
abonnementskosten draadloze communicatie tool
€ 6.480,00
overige kosten
€ 1.254,00
subtotaal
€ 21.862,00
C. Kosten en afschrijving
afschrijvingen parkeerautomaten
€ 0,00
afschrijving software
€ 0,00
subtotaal
€ 0,00
D. Kosten van interest
rentekosten parkeerautomaten
€ 0,00
rentekosten software
€ 0,00
subtotaal
€ 0,00
E. Personeelskosten
kosten handhaving (extern)
€ 132.263,00
subtotaal
€ 132.263,00
Totaal toe te rekenen kosten
€ 221.218,00
Het voor 2026 geraamd aantal op te leggen naheffingsaanslagen is 738. De kosten gedeeld door het aantal te verwachten naheffingsaanslagen geeft een bedrag van € 299,75. Het wettelijk maximum voor de naheffingsaanslag is vastgesteld op € 82,00. Het tarief voor 2026 is € 82,00.