Aanhef
De colleges van burgemeester en wethouders van Duiven en Westervoort, de burgemeesters van Duiven en Westervoort, het dagelijks bestuur van 1Stroom, de voorzitter van 1Stroom en de directeuren van 1Stroom, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft;
Overwegende dat per 1 januari 2018 door de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van Duiven en Westervoort de gemeenschappelijke regeling 1Stroom is opgericht;
Overwegende het gestelde in artikel 5 van de gemeenschappelijke regeling 1Stroom, waarin is opgenomen dat de gemeenten alle bevoegdheden die samenhangen met de taakgebieden zoals vermeld in artikel 4 van de regeling in algemene dan wel afzonderlijke mandaat- en volmachtbesluiten mandateren aan de directie of medewerkers van het openbaar lichaam;
Gelet op de besluiten van de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van Duiven 17 maart 2026 en Westervoort 24 maart 2026, het dagelijks bestuur en de voorzitter van 1Stroom d.d. 13 mei 2026, en de directeuren van 1Stroom (afgestemd in het directieoverleg) d.d. 13 mei 2026;
Gelet op artikel 10:3 en volgende van de Algemene wet bestuursrecht;
Besluiten vast te stellen de Mandaatregeling 1Stroom 2026, waarvan de bijlagen een integraal onderdeel uitmaken.
Inhoudsopgave
Voorwoord / Considerans
•Overwegende bepalingen
•Juridische grondslagen
•Vaststelling Mandaatregeling 1Stroom 2026
Artikel 1. Begripsbepalingen
Artikel 2. Schakelbepaling volmacht en machtiging
Artikel 3. Inhoud mandaat
Artikel 4. Algemeen mandaat vanuit de deelnemers en bestuursorganen aan de directie
Artikel 5. Uitzonderingen, beperkingen en randvoorwaarden van het mandaat
Artikel 6. Ondermandaat van de directie aan domeinmanagers, teammanagers en medewerkers
Artikel 7. Specifieke mandaten aan derden
Artikel 8. Plaatsvervanging
Artikel 9. Ondertekeningswijze bij mandaat
Artikel 10. Inwerkingtreding
Artikel 11. Intrekking oude regelingen
Artikel 12. Citeertitel
Bijlagen
Bijlage 1. Niet-gemandateerde bevoegdheden van het college en de burgemeester
Bijlage 2. Mandaten voorbehouden aan de directie
Bijlage 3. Mandaten voorbehouden aan domeinmanager(s)
Bijlage 4. Mandaten voorbehouden aan teammanager(s)
Bijlage 5. Mandaat aan derden
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a.1Stroom: de door de gemeente Duiven en Westervoort opgerichte gemeenschappelijke regeling met een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8 lid 1 Wet gemeenschappelijke regelingen;
b.het algemeen bestuur (AB): het algemeen bestuur dat bestaat uit de voltallige colleges van de gemeenten Duiven en Westervoort;
c.het dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur bestaat uit vier leden, twee van elke gemeente, te weten één wethouder en de burgemeester.
d.het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente;
e.de burgemeester: de (loco-)burgemeester van de gemeente als bestuursorgaan en als vertegenwoordiger van de gemeente in en buiten rechte;
f.de gemeentesecretaris: de (loco-)gemeentesecretaris van de gemeente;
g.de directie: de drie directeuren gezamenlijk, bestaande uit o.a. de gemeentesecretaris van Duiven en Westervoort en een algemeen directeur;
h.de directeur: één van de drie directeuren van 1Stroom of diens plaatsvervanger zowel tezamen als ieder afzonderlijk;
i.gemeente: een van de deelnemende gemeenten (Duiven of Westervoort), waaronder zowel de publiekrechtelijke rechtspersoon als de daartoe behorende bestuursorganen kunnen zijn begrepen;
j.de raad: de gemeenteraad van de gemeente;
k.het besluit: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1:3 Awb; e
l.een mandaat: de bevoegdheid om namens een bestuursorgaan besluiten te nemen;
m.een ondermandaat: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan namens de gemandateerde besluiten te nemen;
n.de mandaatgever: het bestuursorgaan dat de oorspronkelijke wettelijke bevoegdheid heeft en deze aan een ander mandateert;
o.de mandaathouder: de functionaris die namens het bestuursorgaan een bevoegdheid uitoefent;
p.een volmacht: de bevoegdheid om privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;
q.een machtiging: de bevoegdheid tot het verrichten van handelingen die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn;
r.een medewerker: degene die op basis van een arbeidsovereenkomst met 1Stroom werkzaam is bij 1Stroom. Daarmee worden gelijkgesteld uitzendkrachten, gedetacheerden zzp’-ers en zij die op andere privaatrechtelijke basis in dienst zijn van 1Stroom;
s.een domeinmanager: functionaris die verantwoordelijk is voor de aansturing van een domein binnen 1Stroom, en die hiërarchisch valt onder de directie. Deze functionarissen vormen een formele laag tussen directie en teammanagers;
t.een teammanager: functionaris die verantwoordelijk is voor de aansturing van een team binnen een domein, en die hiërarchisch valt onder een domeinmanager;
u.de CAO: CAO Gemeenten;
v.het personeelshandboek: verzameling van alle lokale regelingen, arbeidsvoorwaarden en beleid ten aanzien van het personeel;
w.het functieboek 1Stroom: functieboek waarin de functies van de sleutelfunctionarissen zijn beschreven;
x.een budgethouder: De budgethouder is de persoon die bevoegd is om te beschikken over een toegekend budget en verantwoordelijk is voor de aan het budget gerelateerde te leveren prestaties, taken of producten. De budgethouder beheert het budget en is er verantwoordelijk voor dat het budget niet wordt overschreden. De verschillende functionarissen en hun budgetten staan genoemd in de Budgethoudersregeling.
y.Budgethoudersregeling: de Budgethouderegeling 1 Stroom 2026
Artikel 2 Schakelbepaling volmacht en machtiging
Waar in dit besluit gesproken wordt over mandaat, dient tenzij anders is bepaald, daaronder ook te worden begrepen volmacht en machtiging.
Artikel 3 Inhoud mandaat
De bevoegdheid om krachtens mandaat besluiten te nemen omvat ook de bevoegdheid tot het stellen van voorschriften en beperkingen en het verrichten van voorbereidings- en uitvoeringshandelingen.
Artikel 4 – Algemeen mandaat vanuit de deelnemers en bestuursorganen aan de directie
1De colleges en burgemeesters van de gemeenten Duiven en Westervoort, het dagelijks bestuur van 1Stroom en de voorzitter van 1Stroom verlenen aan de directie van 1Stroom (hierna: directeuren), ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft, mandaat tot het nemen van besluiten en het verrichten van alle publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtshandelingen, inclusief de vertegenwoordiging in rechte, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van hun aan 1Stroom opgedragen taken.
2Het in het eerste lid bedoelde mandaat omvat ook de bevoegdheid om:
-het besluit of de rechtshandeling te ondertekenen;
-voorbereidings- en uitvoeringshandelingen te verrichten;
-voorschriften en beperkingen te stellen.
3De directeuren zijn bevoegd om het in lid 1 bedoelde mandaat geheel of gedeeltelijk door te mandateren aan domeinmanagers, teammanagers en medewerkers, met inachtneming van de bepalingen in artikel 5 en de uitzonderingen in bijlage 1 en 2.
4De bevoegdheden genoemd in bijlage 1 zijn uitgezonderd van mandaat. De bevoegdheden genoemd in bijlage 2 zijn uitgezonderd van ondermandaat en zijn voorbehouden aan de directie.
Artikel 5 – Uitzonderingen, beperkingen en randvoorwaarden van het mandaat
1Mandaat wordt uitsluitend uitgeoefend binnen de grenzen van:
a.het toegewezen taakveld of werkgebied;
b.de bijhorende budgetten en bevoegdheden als opgenomen in de Budgethoudersregeling;
c.de functie van de gemandateerde.
2Mandaat is niet toegestaan in de volgende gevallen:
a.Het betreft vaststelling van beleid, beleidsregels of algemeen verbindende voorschriften;
b.Het besluit wijkt af van bestaand beleid of leidt tot precedentwerking zonder bestuurlijke afstemming;
c.Er is sprake van overschrijding van het budget of krediet of er is sprake van een groot financieel of politiek risico;
d.De mandaatgever of de directeur heeft aangegeven het besluit zelf te willen nemen;
e.Het betreft een aangelegenheid waarbij de gemandateerde een persoonlijk belang heeft;
f.Het betreft een bevoegdheid die volgens de Wet gemeenschappelijke regelingen of de GR 1Stroom is voorbehouden aan een specifiek bestuursorgaan;
g.Het betreft benoemingen of schorsingen van functionarissen voor wie dat is uitgesloten in bijlage 1 of 2;
h.Het betreft een bevoegdheid die reeds gemandateerd is aan een andere functionaris of instantie op grond van een andere regeling.
3De directeur informeert de mandaatgevers op periodieke basis over de uitoefening van mandaten wanneer daartoe aanleiding bestaat, of op hun verzoek.
4Bij twijfel over de toepassing van mandaat of ondermandaat prevaleert overleg met de directeur en/of mandaatgever.
5In geval van strijdigheid tussen de Budgethoudersregeling en het Mandaatbesluit over de financiële grenzen, prevaleert de Budgethoudersregeling en kan de bevoegdheid niet in mandaat worden uitgeoefend.
6In geval van een bezwaarschrift wordt het mandaat niet uitgeoefend door degene die het primaire besluit heeft genomen, tenzij het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is.
Artikel 6 Ondermandaat van de directie aan domeinmanagers, teammanagers en medewerkers
1De directeur of diens plaatsvervanger verleent ondermandaat aan domeinmanagers, teammanagers en medewerkers van 1Stroom, alsmede hun plaatsvervangers, om namens de colleges en burgemeesters van de gemeenten Duiven en Westervoort, het dagelijks bestuur en de voorzitter van 1Stroom besluiten te nemen en rechtshandelingen te verrichten, waaronder begrepen vertegenwoordiging in rechte, die noodzakelijk zijn voor een goede uitoefening van de aan deze bestuursorganen opgedragen taken en bevoegdheden, met inachtneming van de voorwaarden genoemd in artikel 8.
2Het ondermandaat omvat ook de bevoegdheid om de in het eerste lid bedoelde besluiten of rechtshandelingen te ondertekenen.
3Het ondermandaat wordt uitgeoefend binnen de verantwoordelijkheden en het taakveld dat aan de gemandateerde is toebedeeld, passend bij diens functie (directeur, domeinmanager, teammanager of medewerker).
4In geval van afwezigheid van een gemandateerde kan het ondermandaat worden uitgeoefend door diens hiërarchisch leidinggevende, tenzij anders is bepaald.
Artikel 7 Specifieke mandaten aan derden
1Verlening van mandaat aan een mandaathouder die niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van de mandaatgever, behoeft de instemming van de mandaathouder en in voorkomend geval van degene onder wiens verantwoordelijkheid de gemandateerde werkt.
2Mandaat tot het uitoefenen van bevoegdheden en taken die aan een Gemeenschappelijke regeling zijn opgedragen vallen niet onder deze regeling.
3Mandaat tot het uitoefenen van taken en bevoegdheden die door middel van een overeenkomst aan een derde zijn overgedragen, valt niet onder deze regeling.
4Voor zover aan overige derden een specifiek mandaat wordt verleend, zijn deze opgenomen in bijlage 5.
5Het specifieke mandaat laat onverlet de werking van het algemeen mandaat.
6De algemene uitzonderingen zoals genoemd in bijlage 1 zijn onverkort van toepassing op specifieke mandaten.
Artikel 8 Plaatsvervanging
1Als het mandaat, de volmacht of machtiging aan een bepaalde functionaris wordt verleend, wordt daarmee het mandaat, de volmacht of machtiging eveneens geacht te zijn verleend aan de hiërarchisch hoger geplaatsten, zoals de gemeentesecretaris, de domeinmanager en de teammanager.
2Bij afwezigheid of verhindering van de domeinmanager of teammanager als bedoeld in het eerste lid, kan deze worden vervangen door een andere domeinmanager respectievelijk teammanager.
Artikel 9 Ondertekeningswijze bij mandaat
Uit de formulering van het document moet blijken dat de bevoegdheid om te beslissen/ondertekenen is gebaseerd op mandaat. Daartoe wordt vermeld namens welk bestuursorgaan is beslist/ondertekend.
Artikel 10 Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag nadat deze is bekendgemaakt.
Artikel 11 Intrekking oude regelingen
De Mandaatregeling 1Stroom 2024 wordt ingetrokken.
Artikel 12 Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: ‘Mandaatregeling 1Stroom 2026,’
Bijlage 1 Niet gemandateerde bevoegdheden van het college en de burgemeester
Algemeen
1Indien het besluit een afwijking zou inhouden van het bestaande beleid, vastgestelde richtlijnen en/of voorschriften.
2In geval van een bevoegdheid die in een wettelijke regeling expliciet wordt uitgezonderd van mandaat en derhalve geacht wordt voorbehouden te zijn aan het desbetreffende orgaan aan wie het is toebedeeld.
3Het voorgenomen besluit een overschrijding van een budget of krediet tot gevolg heeft dan wel een groot financieel risico met zich brengt.
4Als een lid van het college, het dagelijks bestuur of de leidinggevende van de mandaathouder heeft aangegeven dat hij het voorstel aan de mandaatgever wenst voor te leggen.
5Aan het voorgenomen besluit mogelijkerwijs politieke consequenties zijn verbonden dan wel dat dit precedentwerking tot gevolg kan hebben; hiervan is sprake als:
-de aangelegenheid tot negatieve berichtgeving in de media heeft geleid of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat dit zal gebeuren;
-de aangelegenheid ingrijpende gevolgen kan hebben voor een groot aantal inwoners, bedrijven, verenigingen, stichtingen of belangengroepen.
6Indien de mandaathouder een persoonlijk belang heeft bij de uitoefening van de bevoegdheden, dan vindt besluitvorming plaats door de hiërarchisch hogergeplaatste persoon op de afdeling.
Publiekrecht
1Het doen van voorstellen aan de raad.
2Het afleggen van verantwoording, het informeren en raadplegen van de raad.
3Het beslissen om een besluit met de uniforme openbare voorbereidingsprocedure voor te bereiden.
4Het nemen van een besluit dat is voorbereid met de uniforme openbare voorbereidingsprocedure en waarbij zienswijzen zijn ingediend.
5Voordracht voor of benoeming van personen op grond van een wettelijk voorschrift betreft anders dan het aangaan van een dienstverband.
6Het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften of beleidsregels.
7Het beslissen op bezwaar wanneer het primaire besluit niet in mandaat is genomen.
8Het beslissen op bezwaar waarbij wordt afgeweken van het advies van de Adviescommissie voor bezwaarschriften.
9Het beslissen ten aanzien van een ingediende klacht op grond van hoofdstuk 9 Awb, behalve in gevallen als bedoeld in artikel 9:8 lid 1 van de Awb of als er geen sprake is van een klacht als bedoeld in hoofdstuk 9 van de Awb.
10Het instellen van commissies als bedoeld in artikel 83 en 84 Gemeentewet.
11Het benoemen van personen in adviesorganen van het college.
12Het benoemen van personen als vertegenwoordiger van de gemeente in organen van publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtspersonen.
13Het nemen van besluiten t.a.v. alternatieve geschillenbeslechting, zoals mediation.
14Het nemen van een aanwijzingsbesluit op grond van de APV, de Verordening Fysieke Leefomgeving of andere gemeentelijke verordeningen die een grondslag bevatten voor het nemen van aanwijsbesluiten.
15Alle bevoegdheden op grond van de APV ten aanzien van seksinrichtingen.
Privaatrecht
1Het besluit tot oprichting van of deelneming in rechtspersonen.
2Het afgeven van borgstellingen, uitgezonderd de borgstelling voor kredieten in het kader van een schuldhulpverleningstraject.
3Het aanvragen van surseance van betaling of faillissement.
4Het besluit tot aanvaarding of afwijzing van een schenking, erfstelling of legaat.
5Het besluit tot het doen van een schenking.
6Besluiten tot het aangaan van civiele procedures voor vorderingen boven de € 25.000,-.
7Het nemen van besluiten t.a.v. alternatieve geschillenbeslechting, zoals mediation.
8Besluiten tot het treffen van een schikking.
9Het beslissen inzake verzekeringsaangelegenheden, waaronder aansprakelijkheid van de gemeente, boven de € 10.000,- per geval.
10Het oninbaar verklaren van vorderingen boven de € 25.000,-.
11Besluiten tot het aangaan van convenanten, intentieverklaringen en bestuursovereenkomsten.
12Besluiten om een privaatrechtelijke rechtshandeling te verrichten in gevallen waarvoor de raad heeft verzocht om van tevoren te worden ingelicht.
13Het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen.
Personeelsaangelegenheden
1Alle rechtshandelingen ten aanzien van de gemeentesecretaris, zoals: het aangaan, wijzigen en beëindigen/ontbinden/opzeggen van een arbeidsovereenkomst, schorsing, het overeenkomen van salaris bij aanvang van de arbeidsovereenkomst, het geven van extra salarisverhoging en persoonlijke toelage(n).
Bevoegdheden burgemeester
1Het opleggen van een huisverbod.
2Het sluiten van een woning (artikel 13b Opiumwet).
3Het verlenen van een evenementenvergunning, risicocategorie C.
4Het instellen van cameratoezicht op openbare plaatsen.
5Noodverordening/noodbevel.
6Het intrekken of verlengen van een tijdelijk huisverbod krachtens de Wet tijdelijk huisverbod.
7Het nemen van een crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg.
8Alle overige in de Gemeentewet, Hoofdstuk XI, aan de burgemeester toegekende bevoegdheden op het gebied van openbare orde en veiligheid, tenzij uitdrukkelijk gemandateerd.
9Alle bevoegdheden op grond van de Wet veiligheidsregio’s.
10Alle bevoegdheden op grond van de Wet aanpak woonoverlast en de daarop gebaseerde bepalingen in de APV.
11Het opleggen van een verblijfsontzegging op grond van de APV.
12Het opleggen van een gebiedsverbod op grond van de APV.
13Het opleggen van een last onder dwangsom vanwege drugshandel op straat op grond van de APV.
Bijlage 2 mandaat voorbehouden aan de directie
Personeelsaangelegenheden
Bevoegdheden die gelden ten aanzien van alle (hiërarchisch ondergeschikte) medewerkers tenzij anders is vermeld.
1Het nemen van een beslissing om over te gaan tot schorsing en ontzeggen van de toegang tot het gemeentehuis of gemeentedienst.
2Alle rechtshandelingen ten aanzien van de domeinmanagers, teammanagers en functionarissen van functieboek 1, zoals: het aangaan, wijzigen en beëindigen/ontbinden/opzeggen van een arbeidsovereenkomst, schorsing, het overeenkomen van salaris bij aanvang van de arbeidsovereenkomst, het geven van extra salarisverhoging en persoonlijke toelage(n).
3Het aangaan van een vaststellingsovereenkomst, waarbij een vergoeding wordt toegekend.
4Het nemen van beslissingen ten aanzien van alle overige bevoegdheden op grond van de CAO en het Personeelshandboek.
5Het toepassen van de hardheidsclausule in de CAO of het Personeelshandboek.
6Het vaststellen van de functiebeschrijvingen.
7Het indelen van een nieuwe functie in een HR21 normfunctie welke reeds in het huidige functieboek is vastgesteld en het indelen van een nieuwe functie in een HR21 normfunctie.
8Het wijzigen of intrekken van het personeelshandboek.
9Het wijzigen van de formatie bij een negatief advies van HR, financiën en bedrijfsvoering, buiten de jaarlijkse onderhoudsronde. Bij een positief advies van HR, financiën en bedrijfsvoering is de algemeen directeur bevoegd tot het wijzigen van de formatie.
10Het aangaan van overeenkomsten met betrekking tot het inhuren van tijdelijk personeel binnen de gestelde loonkosten, maar boven een marktconform tarief is een bevoegdheid van de algemeen directeur.
11Het indelen van een nieuwe functie in een HR21 normfunctie welke reeds in het huidige functieboek is vastgesteld.
12Het inzetten van incidentele gelden voor de inzet van personeel verdeeld over meerdere teams binnen verschillende domeinen.
13Het bepalen van de noodzaak om invulling te geven aan de formatie buiten de loonkosten van een team (geen andere dekkingsmiddelen beschikbaar) en domein overstijgend. HR, Financiën en bedrijfsvoering brengen hierover een zwaarwegend advies uit aan de directie.
Overige bevoegdheden
1Het voeren van het lokaal overleg met de vakbonden.
Bijlage 3 mandaat voorbehouden aan domeinmanager(s)
Personeelsaangelegenheden
Bevoegdheden die gelden ten aanzien van alle (hiërarchisch ondergeschikte) medewerkers tenzij anders is vermeld.
1Alle rechtshandelingen ten aanzien van de teammanagers en functionarissen van functieboek 1 zoals: het aangaan en wijzigen van een arbeidsovereenkomst, het geven van extra salarisverhoging en persoonlijke toelage(n), met uitzondering van het opzeggen/ontbinden of beëindigen van de arbeidsovereenkomst.
2Het aangaan en opzeggen van overeenkomsten met betrekking tot het inhuren van tijdelijke teammanagers.
3Het inzetten van incidentele gelden voor de tijdelijke inzet van personeel verdeeld over meerdere teams binnen één domein.
4Het bepalen van de noodzaak om invulling te geven aan de formatie buiten de loonkosten van een team (geen andere dekkingsmiddelen beschikbaar) binnen een domein. HR, Financiën en bedrijfsvoering kunnen gevraagd worden een advies uit te brengen.
Bijlage 4 mandaat voorbehouden aan teammanager(s)
Personeelsaangelegenheden
Bevoegdheden die gelden ten aanzien van alle (hiërarchisch ondergeschikte) medewerkers tenzij anders is vermeld.
1Alle rechtshandelingen ten aanzien van de medewerkers van het desbetreffende team, zoals: het aangaan en wijzigen van een arbeidsovereenkomst, het overeenkomen van salaris bij aanvang van de arbeidsovereenkomst, het geven van extra salarisverhoging en persoonlijke toelage(n), met uitzondering van het opzeggen/ontbinden of beëindigen van de arbeidsovereenkomst.
2Het aangaan en opzeggen van overeenkomsten met betrekking tot het inhuren van tijdelijk personeel binnen de gestelde loonkosten en conform een marktconform tarief.
3Het inzetten van incidentele gelden voor de tijdelijke inzet van personeel binnen één team.
4Incidentele gelden voor tijdelijk inzet van personeel, kunnen in afstemming met de domeinmanager na drie jaar ingezet worden voor vaste formatie.
Overige bevoegdheden
1Het toekennen, weigeren, wijzigen en intrekken van subsidies van meer € 50.000,-.
2Het benoemen van de ambtenaren van de burgerlijke stand.
3Het nemen van besluiten tot het aanvragen van subsidie t.b.v. de gemeente.
4Het indienen van een zienswijze, het maken van bezwaar, het indienen van beroep of hoger beroep (zowel bestuursrechtelijk- als civielrechtelijk) of het verzoeken om een voorlopige voorziening in een bestuursrechtelijke procedure.
5Het verlenen van een machtiging tot het vertegenwoordigen van de gemeente in een bestuursrechtelijke-, strafrechtelijke- of privaatrechtelijke procedure.
6Het beslissen op bezwaar indien conform het advies van de Adviescommissie voor bezwaarschriften wordt besloten.
7Het beslissen op verzoeken op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming.
8Het aangaan en opzeggen van verwerkersovereenkomsten.
9Het aanwijzen van toezichthouders.
10Het oninbaar verklaren van vorderingen tussen de € 5.000,- en de € 25.000,- per kalenderjaar.
11Het vaststellen van een formulier voor het indienen van een aanvraag.
12Het beslissen op een verzoek in te stemmen met rechtstreeks beroep bij de bestuursrechter, als bedoeld in artikel 7:1a Awb.
13Het invullen/afgeven van een toestemmingsverklaring van de Kamer van Koophandel.
Bijlage 5 mandaat aan derden
1Ondertekeningsmandaat ten aanzien van het nemen van het besluit tot het opleggen van een huisverbod (Wet tijdelijk huisverbod). De Hulpofficier overlegt met de burgemeester voordat een huisverbod wordt opgelegd.
2Bevoegdheden o.g.v. de Huisvestingsverordening aan de woningbouwcoöperaties, de Urgentiecommissie woonruimteverdeling gemeente Arnhem en de hoofden van de afdeling Sociale Zekerheid en Omgevingsrecht en Juridisch Advies en Control van de gemeente Arnhem.
3Bevoegdheden o.g.v. de Wet kinderopvang aan de inspecteur GGD.
4Bevoegdheden o.g.v. de Jeugdwet aan de geregistreerde instellingen.
5Bevoegdheden o.g.v. de Wet maatschappelijke ondersteuning t.b.v. het beschermd wonen aan de centrumgemeente Arnhem.
6Bevoegdheden tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen o.g.v. het Burgerlijk Wetboek aan de Officier van Dienst en de Algemeen Commandant Bevolkingszorg in geval van incidenten, rampen en crises.
7Bevoegdheden o.g.v. de Wet maatschappelijke ondersteuning:
-aan de directeur van de Veiligheidsregio- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM) als toezichthouder calamiteitentoezicht;
-aan de directeur van de VGGM voor het kwaliteitstoezicht.
8Bevoegdheden o.g.v. de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Jeugdwet aan de gemeente Arnhem als toezichthouder rechtmatigheid.