5 ALGEMENE REGELS
5.1 Reclame op en aan gevels
Grondslag: Wabo, APV
Voor reclame op of aan gevels is geen vergunning in het kader van de APV nodig. Het is echter verboden om op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving.
Als deze reclamevorm een “bouwwerk” is in de zin van de Bouwverordening, is op grond van de Wabo een omgevingsvergunning vereist. Een omgevingsvergunning moet worden geweigerd indien het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, zowel op zichzelf beschouwd, als in verband met de omgeving, of de te verwachten ontwikkeling daarvan, in strijd is met redelijke eisen van welstand. Alvorens te beslissen op een aanvraag van een omgevingsvergunning, behoort deze te worden voorgelegd aan een commissie van onafhankelijke deskundigen die beziet of het bouwwerk niet in strijd is met redelijke eisen van welstand. Dit voorschrift is niet van toepassing als bij voorbaat vaststaat dat de omgevingsvergunning op een andere grond dan het voldoen aan redelijke eisen van welstand moet worden geweigerd.
In hoofdstuk 9 van de Bouwverordening is het welstandstoezicht geregeld. De welstandseisen worden beoordeeld door de commissie ruimtelijke kwaliteit en cultuurhistorie van Stichting Drents Plateau. Beoordeling vindt plaats aan de hand van de gebiedsgerichte welstandscriteria uit de welstandsnota.
Het reclamebouwwerk mag op grond van de Wabo niet in strijd zijn met het bestemmingsplan. De aanvraag voor een omgevingsvergunning dient, behalve aan de algemene criteria, tevens te worden getoetst aan het in een bestemmingsplan specifiek geformuleerd beeldkwaliteitplan. Dit beeldkwaliteitplan is in de vigerende bestemmingsplannen in Westerveld overigens niet altijd aanwezig.
Reclame-uitingen tegen of tot maximaal 0,50 meter achter glas, zichtbaar vanaf de openbare weg, worden ook als reclame aangemerkt en dienen derhalve ook te voldoen aan de voorschriften.
Ook vergunningsvrije reclamevormen moeten op grond van artikel 2.10 van de APV voldoen aan redelijke eisen van welstand.
Om het beeld van de gemeente Westerveld, in de beschermde dorpsgezichten, het buitengebied en de kernen, zo fraai mogelijk te houden zijn de volgende (welstands)criteria van belang:
Functionaliteitprincipe
Een reclame mag alleen worden aangebracht op of aan het pand waarin de activiteit, waarnaar de reclame verwijst, wordt uitgeoefend.
Evenwicht in het straatbeeld
Hoog geplaatste reclame verstoort het evenwicht in het straatbeeld en maakt dat de straat er rommelig en vol uitziet. Bovendien loopt door overvloed aan reclame de informatiewaarde van de reclame sterk terug.
Hinder
Om te voorkomen dat reclame ter hoogte van woningramen boven winkels wordt aangebracht, kan de plaats beperkt worden tot die strook van de gevel die zich bevindt tussen de begane grondkozijnen en de verdiepingskozijnen.
Vormgeving
Aspecten die bij de vormgeving een rol spelen zijn de lay-out, de detaillering, het kleur- en materiaalgebruik, de bevestigingswijze, de eventuele verlichting en de relatie tot het object waarvoor de reclame is geplaatst.
Afmetingen/aantal
De gemeente verbindt een maxima aan het aantal en de afmetingen voor de verschillende reclame-uitingen op en aan gevels.
-door de reclame mogen de architectuur van het pand en het karakter van de omgeving niet worden aangetast (redelijke eisen van welstand);
-de vorm, kleur, afmeting en plaats van een reclame moet passen binnen het uiterlijk van een gebouw en mag het dorpsbeeld of de omgeving niet verstoren;
-de reclame moet verwijzen naar het bedrijf dat in het betreffende pand is gehuisvest of moet betrekking hebben op de producten die in het pand verhandeld of geproduceerd worden;
-bij de welstandstoets zal een onderscheid gemaakt worden tussen monumenten, beeldbepalende panden, bedrijfsgebouwen in de kern, woongebieden, beschermde dorpsgezichten en bedrijventerreinen;
-de reclame mag niet worden voorzien van een knipperende verlichting;
-de reclame mag niet bewegen en/of reflecteren;
-reclame moet in een goede onderhoudsstaat verkeren (verlichting en belettering);
-reclame moet zoveel mogelijk worden beperkt in een woonomgeving;
-reclame mag de verkeersveiligheid niet in geding brengen;
-verlichte reclame mag geen hinder voor de omgeving opleveren (dit betekent dat de sterkte van de verlichting (lux) beperkt dient te zijn);
-gevelreclame dient te worden aangebracht in het vlak van de gevel tussen de begane grond en de dakgoot, dan wel tot het voor ramen bestemde vlak indien er boven het bedrijf nog een verdieping aanwezig is;
-bij een kleinschalige praktijk of bedrijf-aan-huis is slechts een onverlichte reclame-uiting van maximaal 0,80 m2toegestaan;
-per bedrijfspand binnen de bebouwde kom of in het buitengebied is maximaal 1 aanzicht- en 1 uitsteekreclame toegestaan waarbij de totale oppervlakte van de reclame-uitingen op de gevel 4,0 m2 niet mag overschrijden. De oppervlakte per aanzichtreclame is maximaal 2,0 m2, met een maximale hoogte- en breedtemaat van 1,25 m en reclame haaks op de gevel geplaatst mag niet meer dan 1 meter buiten de gevel steken. De oppervlakte van uitsteekreclame is maximaal 0,80 m2en de dikte maximaal 0,2 meter;
-per bedrijfspand op een bedrijventerrein zijn maximaal 2 aanzicht- en 2 uitsteekreclame toegestaan. De oppervlakte per reclame-uiting is maximaal 4,0 m2, met een maximale hoogte- en breedtemaat van 2,50 m en reclame haaks op de gevel geplaatst mag niet meer dan 1 meter buiten de gevel steken. De oppervlakte van uitsteekreclame is maximaal 1,0 m2en de dikte maximaal 0,2 meter;
-reclame aan of bij een beschermd monument en in een beschermd dorpsgezicht is niet toegestaan in nieuwe gevallen. In bestaande gevallen mag gevelreclame niet worden vervangen door verlichte- of aangelichte reclame-uitingen;
-ruiten mogen niet geheel of grotendeels (meer dan 40%)worden voorzien van reclames. De op de ruit aangebrachte reclame dient afgestemd te zijn op de architectuur van het gebouw en moet passen in de omgeving;
-indien een bedrijf zijn functie verliest, dan zullen de reclameborden die op dit bedrijf betrekking hebben, moeten worden verwijderd.
5.2 Permanente reclameobjecten op eigen terrein bij bedrijven die niet op of aan de gevel bevestigd zijn
Grondslag: Wabo, APV
Hieronder wordt onder andere begrepen alle buitenreclameobjecten, naamborden, zuilen, vlaggenmasten en attentiemasten.
Voor deze reclameobjecten geldt ook dat deze afgestemd moeten worden op de directe omgeving waarin ze worden geplaatst.
Herkenbaarheid en vindbaarheid is voor bedrijven, met name op het bedrijventerrein, belangrijk. Een overvloed aan reclameobjecten doet echter afbreuk aan de uitstraling van een (bedrijven)gebied.
Algemene regels zijn van belang om de grenzen van de mogelijkheden aan te geven zodat daarover bij degene die reclame-uitingen wil aanbrengen duidelijkheid bestaat wat wel en niet is toegestaan.
Indien een dergelijk reclame-object een bouwwerk is, is een omgevingsvergunning vereist. Zie hiervoor ook 5.1. De vergunningaanvragen worden, naast de Wabo, Bouwbesluit, Bouwverordening, bestemmingsplan en eventueel beeldkwaliteitsplan, Monumentenwet en Monumentenverordening, getoetst aan de hierna genoemde richtlijnen. Niet vergunningplichtige reclameobjecten dienen op grond van verkeersveiligheid, hinder voor derden en/of welstand ook aan deze richtlijnen te voldoen.
Voor de duidelijkheid dient te worden vermeld dat voor plaatsing van reclameobjecten op openbare grond, ten behoeve van individuele bedrijven, in principe geen medewerking zal worden verleend.
In bijzondere gevallen kan een uitzondering worden gemaakt als het gaat om tijdelijke informatieborden bijvoorbeeld ten behoeve van bouwprojecten of grondverkoop als op het bouwterrein zelf geen plaats is. Deze tijdelijke vorm van bekendmaking is op grond van de Bor uitgesloten van een omgevingsvergunningplicht mits geplaatst op of in de onmiddellijke nabijheid van het terrein waarop de werkzaamheden worden uitgevoerd.
Het aanbrengen van reclame op particuliere grond, gericht op de openbare weg, is veelal op grond van het vigerende bestemmingsplan niet toegestaan als het reclame betreft die niet rechtstreeks te maken heeft met bedrijfsactiviteiten op dat terrein.
Voor wat betreft attentiemasten wordt verwezen naar die betreffende paragraaf.
-er moet een herkenbare relatie zijn tussen reclameobject en het bedrijf;
-het reclameobject moet voldoen aan redelijke eisen van welstand;
-reclame-uitingen mogen het uitzicht op de openbare ruimte of het open landschap niet ernstig belemmeren;
-aangebrachte verlichting dient goed te werken;
-verlichting mag niet bewegen en/of knipperen;
-mechanisch bewegende delen zijn niet toegestaan;
-het reclameobject mag niet dusdanig groot of opvallend zijn dat het vanaf de openbare weg het terrein en de bebouwing domineert;
-het reclameobject dient qua materiaal en vormgeving te passen in de omgeving;
-in beschermde dorpsgezichten en in het buitengebied dienen reclameobjecten zoveel mogelijk gemeden te worden. In ieder geval dienen ze hier bescheiden van formaat te zijn en moeten aangepast worden aan de natuurlijke bebouwde omgeving;
-een reclameobject mag geen gevaar opleveren voor de verkeersveiligheid;
-een reclameobject mag geen hinder veroorzaken voor gebruikers van in de nabijheid gelegen onroerende zaken;
-per bedrijfspand binnen de bebouwde kom of in het buitengebied is maximaal 1 reclameobject op eigen terrein toegestaan met een maximale oppervlakte van 1,0 m2
-per bedrijfspand op een bedrijventerrein zijn maximaal 2 reclameobjecten op eigen terrein toegestaan. De oppervlakte per reclame-uiting is maximaal 4,0 m2, met een maximale hoogte- en breedtemaat van 2,50 m;
-indien een bedrijf zijn functie verliest, dienen de reclameobjecten die op dit bedrijf betrekking hebben te worden verwijderd.
5.3 Spandoeken en vlaggen
Grondslag: Wabo, APV
Op grond van artikel 2.10 van de APV 2010 is het verboden de weg of het weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg, dan wel het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.
Spandoeken aan of over de weg of zichtbaar vanaf de weg kunnen een gevaar voor doelmatig en veilig weggebruik opleveren. Bovendien zorgen ze voor visuele ontsiering.
Gelet op de toename van spandoeken en vlaggen ten behoeve van commerciële doeleinden, is het gewenst om richtlijnen te formuleren waaraan het plaatsen van spandoeken en vlaggen moeten voldoen.
Spandoeken zijn alleen tijdelijk toegestaan indien de aandacht voor een maatschappelijk doel wordt gevestigd zoals een nationale collecte of “Wij gaan weer naar school”. Spandoeken die geheel of hoofdzakelijk gericht zijn op het maken van handelsreclame zijn niet toegestaan.
De richtlijnen zijn ten behoeve van de verkeersveiligheid, het doelmatig beheer en onderhoud van de weg en het tegengaan van ontsierende reclame (welstand).
Spandoeken worden veel gebruikt ten behoeve van landelijke acties zoals de “Hartstichting”, “Zonnebloem”, maar ook door “Veilig Verkeer Nederland (VVN)”. Hiervoor zijn regels niet echt noodzakelijk omdat deze tijdelijke reclame veelal aan de hiervoor gestelde voorschriften voldoet. Algemene regels zijn echter nodig vanwege een toename van deze reclamevorm als commerciële reclame, met name in het buitengebied. We zien deze spandoeken vaak aan een schuur of tussen bomen hangen (bijvoorbeeld antiekmarkt, Speelstad Oranje).
Het beleid is er op gericht spandoeken alleen toe te staan voor landelijke en plaatselijke acties, om hierdoor de wildgroei tegen te gaan.
Voor het plaatsen van een vlaggenmast is in principe een omgevingsvergunning nodig. Het plaatsen van een vlaggenmast is (omgevings)vergunningvrij indien het maximaal
1vlaggenmast op een erf betreft en deze niet hoger is dan 6 meter.
spandoeken
-zijn aan gebouwen niet toegestaan voor commerciële reclame;
-aan de openbare weg zijn spandoeken niet toestaan voor commerciële reclame (tenzij de sponsornaam ondergeschikt is aan het maatschappelijk doel);
-reclame in deze vorm is maximaal 4 weken aansluitend toestaan;
-indien spandoeken over de openbare weg zijn gespannen, dient de minimale hoogte in verband met verkeersveiligheid minimaal 4,50 meter boven de weg te hangen;
-reclame in deze vorm mag geen gevaar vormen voor de verkeersveiligheid (bijvoorbeeld niet toestaan nabij een kruising);
-de spandoeken moeten in goede staat verkeren;
-deze vorm van reclame is niet toestaan in beschermde dorpsgezichten;
vlaggen
-op een bedrijventerrein zijn per bedrijf maximaal 3 vlaggen toegestaan;
-binnen en buiten de bebouwde kom is bij bedrijven maximaal 1 vlag toegestaan, met uitzondering van horeca- en recreatieve bedrijven zoals een camping, daar zijn maximaal 3 vlaggen toegestaan;
-in beschermd dorpsgezicht een terughoudend beleid voeren, conform (gevel)reclame, behoudens het gebruik van nationale vlaggen in gevelhouders ten behoeve van nationale feest- en rouwdagen.
5.4 Uitstallingen en losse reclameborden
Grondslag: APV
Een uitstalling is alles wat direct voor de gevel van een pand op straat wordt geplaatst. Hierbij kan gedacht worden aan staande reclame-uitingen (attentiebord), kledingrekken, bakken met koopwaar, (groente)kistjes, stellages met kranten, of een speeltoestel voor kinderen. Een uitstalling attendeert de beoogde klant veelal op het assortiment in de winkel en is aanvullend aan de etalage.
Een van de belangrijkste redenen van de toename van deze vorm van reclame is dat de aanwezigheid van uitstallingen bij de buurman de behoefte aanwakkert om zelf ook uitstallingen te plaatsen om te voorkomen dat men zelf niet meer opvalt.
Voor deze vorm van reclame is geen APV- of omgevingsvergunning vereist. Er moet echter voorkomen worden dat het beeld van de dorpscentra wordt beheerst door reclameborden en uitstallingen. Een uitstalling mag geen gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van de weg of voor doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg. Het publiek zal niet zigzaggend door de winkelstraat moeten lopen om op de plaats van bestemming te komen. Ook dient het gebruik hetzij of zichzelf, hetzij in verband met de omgeving te voldoen aan redelijke eisen van welstand. Voorschriften dienen dan ook opgenomen te worden om onnodige en ongewenste obstakels, zoals gevaarlijke draaiende reclameborden, van de openbare weg te weren.
Reclameobjecten/uitstallingen:
-mogen slechts bestaan uit verplaatsbare objecten;
-mogen het uiterlijk aanzien van de omgeving niet schaden;
-dienen van goede kwaliteit, heel en schoon te zijn en te voldoen aan redelijke eisen van welstand;
-een bedrijf mag slechts 1 uitstalling en 1 uitstalling-reclamebord hebben en deze objecten moeten betrekking hebben op het branchepatroon van de winkel/het bedrijf (met uitzondering van een speeltoestel voor kinderen);
-mogen niet aanwezig zijn buiten de openingstijden van de winkel/het bedrijf;
-mogen alleen voor de eigen bedrijfspui worden geplaatst;
-mogen het verkeer, met name de doorgang van kinderwagens en vervoersvoorzieningen voor minder valide verkeersdeelnemers, niet hinderen;
-zijn niet toegestaan op locaties waar de verkeersdoorstroom of de verkeersveiligheid in gevaar komt;
-mogen geen scherpe en/of uitwendige gevaarlijke draaiende delen hebben;
-dienen maximaal 1,50 meter uit de gevel geplaatst worden;
-worden minimaal 0,6 meter vanaf de stoeprand geplaatst;
-mogen maximaal 1,50 meter hoog zijn, tenzij het object tegen de eigen gevel is geplaatst;
-mogen maximaal 0,8 meter breed zijn;
-mogen niet breder zijn dan de gevel van het pand;
-mogen maximaal 2 m2oppervlakte hebben;
-moeten voldoende stabiel staan (attentieborden door middel van een verzwaarde voet);
-mogen niet worden opgesteld als de weersomstandigheden zodanig zijn dat de uitstalling en/of het attentiebord kan om- of wegwaaien;
-zijn in het buitengebied alleen toegestaan op eigen terrein;
-zijn niet toegestaan in agrarisch- en natuurgebied (met uitzondering van eigen terrein van horeca- en recreatievoorzieningen en tijdens evenementen die in het betreffende gebied plaatsvinden).
De uitstalling moet op de eerste aanzegging van het bevoegd gezag worden verwijderd indien dit noodzakelijk is voor de uitvoering van openbaar nut, in het belang van de openbare orde of veiligheid dan wel ter realisering van gemeentelijke plannen of ten tijde van gemeentelijke werkzaamheden aan de openbare weg.
5.5 Verwijsborden (objectbewegwijzering)
Grondslag: APV
Een uniform bewegwijzeringsysteem draagt in belangrijke mate bij tot een vlotte en veilige verkeersafwikkeling. De minister van Verkeer en Waterstaat heeft in 1993 richtlijnen vastgesteld voor de bewegwijzering (Richtlijn bewegwijzering). Deze richtlijn is in 2005 vervangen door een nieuwe Richtlijn bewegwijzering. Gedeputeerde Staten van de provincie Drenthe hebben op 27 maart 2001 de “Beleidsregel bewegwijzeringsbeleid naar en aanduidingsbeleid van niet-geografische bestemmingen op de wegen in beheer bij de provincie Drenthe” vastgesteld.
Op grond van artikel 2.10 van de APV is het verboden de weg of het weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie ervan als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg, dan wel het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand . Dit verbod geldt ook voor het plaatsen van verwijsborden. Om een functionele, uniforme en duidelijke uitvoering van de verwijsborden te realiseren, worden de verbodsgronden van artikel 2.10 van de APV nader ingevuld. Het uitgangspunt hierbij is de “beleidsregel bewegwijzeringsbeleid naar en aanduidingsbeleid van niet-geografische bestemmingen op de wegen in beheer bij de provincie Drenthe”.
-verwijsborden binnen de bebouwde kom worden vervaardigd en geplaatst door of in opdracht van de gemeente Westerveld, conform de uitvoering van zogenaamde verkleinde strokenborden (standaard 100 x 20 cm);
-het te verwijzen object is een toeristisch-recreatief object, een voorziening voor weggebruikers, en/of een verblijfsaccommodatie;
-verwijsborden verwijzen vanuit de kern waar het object is gelegen tot het object zelf;
-een verwijsbord mag alleen worden geplaatst indien verkeer een verandering in rijrichting moet maken;
-verwijsborden dienen in een goede onderhoudsstaat te worden gehouden.
Onder een toeristisch-recreatief object wordt verstaan een voorziening die door de aard en omvang en wijze van beheer is ingericht op bezoek door recreanten en/of toeristen of een vergelijkbare publieksfunctie heeft. Het object moet jaarlijks gedurende een vaste periode van minimaal vier maanden geopend zijn. Het gaat zowel om commerciële als niet-commerciële objecten.
Zodra het merendeel van de verwijsborden in een kern aan vervanging toe is, worden alle verwijsborden in de kern vervangen, conform bovenstaande voorschriften. In kernen waar het merendeel van de verwijsborden voorlopig niet aan vervanging toe zijn, mogen objecten (die voldoen aan bovenstaande voorschriften) tijdelijk gebruik maken van de bestaande verwijsborden.
5.6 Sandwichborden en driehoeksborden
Grondslag: APV
Eén van de goedkoopste manieren om op grote schaal in de openbare ruimte reclame te maken is het gebruik van (kartonnen) sandwichborden of driehoeksborden, veelal om lantaarnpalen. De kwaliteit van dit medium is vaak erg slecht. Deze vorm van reclame voeren is tijdelijk van aard en houdt veelal verband met een evenement of culturele of sportieve activiteit.
Het plaatsen van dergelijke reclameobjecten is vergunningsvrij, maar mag geen schade toebrengen aan de weg of gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg en moet voldoen aan redelijke eisen van welstand. Indien aangebracht aan een onroerende zaak, zoals een lantaarnpaal, mogen de aangebrachte borden het verkeer niet in gevaar brengen of mag geen ernstige hinder aan de omgeving ontstaan.
Om mogelijke wildgroei van deze borden te voorkomen en daardoor de verkeersveiligheid in gevaar te brengen door te veel afleiding voor automobilisten en in het kader van welstand is het gewenst hiervoor voorschriften vast te leggen.
Het plaatsen van sandwich- of driehoeksborden is alleen toegestaan voor evenementen die binnen de gemeente plaatsvinden. Hierbij kan gedacht worden aan circussen, kermissen, voorstellingen, concoursen, dorpsfeesten, braderieën en rommelmarkten en (sport)evenementen. Deze vorm van reclame maken is tevens toegestaan voor fondsverwervende ideële instellingen, politieke partijen in verkiezingstijd en scholing en opleidingen die tevens gericht zijn op inwoners van de gemeente Westerveld. Deze vorm van reclame maken is niet toegestaan voor handelsreclame.
Het beleid van de provincie Drenthe staat langs provinciale wegen in principe geen borden toe die niet verwijzen naar een plaats of object. Zie hiervoor hoofdstuk 3.
Circus/kermis
Voor circussen en kermissen is goedkope reclame van groot belang. Circussen en kermissen hebben veelal moeite om het hoofd financieel boven water te houden. Meestal wordt er overdadig gebruik gemaakt van de sandwichborden. Gelet op de uitgangspunten van het reclamebeleid moet daar een beperking op worden gelegd. Circussen en kermissen mogen gedurende een periode van maximaal 2 weken maximaal 20 sandwichborden plaatsen. Zie hiervoor ook de voorschriften.
VVN en nationale collectes
Voor acties van Veilig Verkeer Nederland is het plaatsen van 20 sandwichborden toegestaan, al dan niet in combinatie met spandoeken ten behoeve van verkeersveiligheidscampagnes zoals “de scholen zijn weer begonnen”.
De sandwichborden mogen maximaal 2 weken blijven staan.
Dit geldt ook voor nationale collectes voor fondswervende ideële instellingen.
Voorschriften met betrekking tot sandwichborden en driehoeksborden
-sandwichborden en driehoeksborden zijn alleen toestaan voor sociaal/culturele/sportieve evenementen die binnen de gemeente Westerveld plaatsvinden, nationale ideële fondswerving, niet commerciële educatieve activiteiten welke tevens ten behoeve van inwoners van de Gemeente Westerveld zijn en politieke partijen tijdens verkiezingstijd;
-geplaatste sandwich- of driehoeksborden voor evenementen mogen maximaal 2 weken worden geplaatst;
-er mogen maximaal 20 sandwich- of driehoeksborden per evenement/activiteit binnen de bebouwde kom van de gemeente worden geplaatst;
-per dorpskern mogen maximaal 5 sandwich- of driehoeksborden worden geplaatst;
-in het buitengebied zijn geen sandwich- of driehoeksborden toegestaan;
-sandwich- of driehoeksborden mogen uitsluitend rondom bomen en/of lichtmasten worden geplaatst en deze mogen daardoor niet worden beschadigd;
-sandwich- of driehoeksborden dienen minimaal 25 meter vanaf een bocht, kruising, rotonde, zijweg of uitrit en minimaal 90 meter van een brandkraan geplaatst te worden;
-sandwich- of driehoeksborden dienen minimaal 100 meter van elkaar geplaatst te worden;
-sandwich- of driehoeksborden mogen geen hinder voor het verkeer (bijvoorbeeld voetgangers) veroorzaken en het uitzicht van verkeersdeelnemers niet belemmeren;
-sandwich- of driehoeksborden mag geen verkeersbord, bewegwijzeringbord of ander verkeersteken afdekken;
-de grootte van de aangeplakte mededeling dient (nagenoeg) dezelfde grootte te hebben als het sandwich- of driehoeksbord;
-indien de aangeplakte mededeling niet (langer) goed op het sandwich- of driehoeksbord is bevestigd, dient dit door opdrachtgever gerepareerd te worden, dan wel dient het bord verwijderd te worden en losse aanplakbiljetten dienen van de openbare weg verwijderd te worden;
-sandwich- of driehoeksborden voor politieke partijen zijn tijdens verkiezingstijd vanaf 3 weken voor de verkiezingsdatum toegestaan;
-geplaatste sandwich- of driehoeksborden moeten binnen 2 werkdagen na afloop van het evenement/activiteit verwijderd zijn.
5.7 Wildplakken
Grondslag: APV
In artikel 7 van de Grondwet is het recht van vrijheid van meningsuiting opgenomen.
Nu er in de APV een plakverbod is opgenomen, dient de gemeente faciliteiten aan te bieden om de mening in geschrift kenbaar te maken. Als het daadwerkelijk gaat om vrije meningsuiting als bedoeld in artikel 7 van de Grondwet en er is geen toestemming van eigenaren te verkrijgen is, moeten deze vrije plakplaatsen alsnog worden aangebracht in de gemeente. Daarmee wordt tegemoetgekomen aan de wettelijke verplichting tot het bieden van gelegenheid om de mening te uiten. Er kan gedacht worden de borden ten behoeve van de verkiezingen.
Het maken van reclame valt echter niet onder het recht van vrijheid van meningsuiting van artikel 7 van de Grondwet. Tegen het wildplakken als illegale vorm van reclame maken moet dan ook worden opgetreden. Een voorwaarde hiervoor is volgens jurisprudentie wel dat de gemeente moet zorgen voor voldoende vrije plakplaatsen. In de grotere dorpskernen heeft de gemeente dan ook plakzuilen geplaatst. Deze plakzuilen kunnen worden gebruikt voor allerhande reclame voor evenementen en zijn ook bruikbaar voor aankondigingen die op grond van deze nota niet op andere wijze als reclame-uiting op of aan de openbare weg aangebracht mag worden. Denk hierbij aan evenementen die buiten de gemeente Westerveld plaatsvinden.
Reclame-uitingen op plakzuilen mogen niet pornografisch zijn in de zin dat sprake is van expliciete seksualiteit.
Op grond van artikel 2.42 van de APV kan niet alleen handhavend opgetreden worden tegen het plakken (daarvoor is “een heterdaad” noodzakelijk), maar ook tegen het “doen” plakken of “doen” aanbrengen. Derhalve kan ook tegen de opdrachtgever tot het plakken handhavend worden opgetreden. De opdrachtgever moet hierbij wel een redelijke termijn gegund worden om de verwijdering van de posters te bewerkstellen.
5.8 Billboards of vitrines
Grondslag: Wabo
In Westerveld beschikken we momenteel alleen nog over billboards of vitrines in abri’s. Deze vormen van reclamedragende objecten kunnen wel worden geplaatst, eventueel in combinatie met informatievoorziening van de gemeente. De billboards en vitrines mogen alleen worden geplaatst op plaatsen waar dat voor de omgeving geen nadelige effecten heeft.
Om aanvragen te kunnen beoordelen moeten er richtlijnen worden opgesteld waaraan locaties moeten voldoen.
De gemeente Westerveld moet terughoudend zijn met het toestaan van (nieuwe) vitrinekasten en billboards.
Deze vorm van reclame wordt alleen geregeld via een contract dat de gemeente kan afsluiten met een firma die gespecialiseerd is in dergelijke buitenreclame.
-mogen alleen worden geplaatst bij ontsluitingswegen met een middenberm van minimaal 4 meter breed;
-moeten minimaal 25 meter van een kruispunt worden geplaatst;
-de onderlinge afstand is minimaal 1 km;
-moeten in overeenstemming zijn met het vigerende bestemmingsplan;
-voldaan moet worden aan redelijke eisen van welstand;
-de maximale afmeting van een billboard is 6 m2en van een vitrinekast 4 m2.
Vitrinekasten kunnen worden geplaatst op of langs:
-ontsluitingswegen;
-wijkontsluitingswegen;
-dorps- en winkelcentrum.
Per kern mogen maximaal 2 vitrinekasten worden geplaatst (bijvoorbeeld op grotere parkeerplaatsen).
Zowel voor billboards als voor vitrinekasten geldt dat deze niet worden toegestaan in het buitengebied en beschermde dorpsgezichten.
5.9 Informatieborden/Dorpsplattegronden
Grondslag: Wabo
Op invalswegen van de dorpskernen kunnen informatieborden worden geplaatst waarop dorpsactiviteiten worden vermeld. Deze borden zijn niet bedoeld voor reclame-uitingen.
Op de invalswegen van dorpskernen staan, ten behoeve van bezoekers, plattegrondborden van de betreffende kern.
Deze worden gefinancierd vanuit reclame-inkomsten van de advertenties rond die plattegronden.
Borden uitsluitend bestemd voor activiteiten/evenementen in de gemeente Westerveld:
-deze dienen alleen geplaatst te worden aan de invalswegen.
Dorpsplattegronden kunnen worden geplaatst:
-voor eerste afslag bij binnenkomst in de bebouwde kom;
-binnen de bebouwde kom langs ontsluitingswegen;
-in overeenstemming met bestemmingsplan.
Voorwaarden:
-voor de exacte plaatsbepaling en vormgeving is goedkeuring benodigd van team Leefomgeving in overleg met team Openbare Werken;
-het informatiebord/dorpsplattegrond mag geen gevaar vormen voor de verkeersveiligheid;
-het informatiebord/dorpsplattegrond mag geen overlast/hinder voor derden veroorzaken;
-informatieborden/dorpsplattegronden zijn niet toegestaan in beschermde dorpsgezichten.
Op bedrijventerreinen kan een plattegrond geplaatst worden die alleen betrekking heeft op het desbetreffende gebied.
5.10 Attentiemasten
Grondslag: Wabo
Attentiemasten zijn er in verschillende categorieën:
1hoge attentiemasten in de openbare ruimte (circa 25 meter hoog);
2lage of kleine attentiemasten in de openbare ruimte (circa 15 meter hoog);
3attentiemasten op eigen terrein/bedrijfsterrein.
Op dit moment komen er in Westerveld (nog) geen hoge en weinig lage attentiemasten voor in de openbare ruimte. De mogelijkheid voor realisatie zou evenwel geboden moeten kunnen worden. Uitgangspunt bij beleid hiervoor is dat ze op gemeentegrond geplaatst moeten worden. De inkomsten van deze masten kunnen dan (samen met de andere inkomsten) gebruikt worden om reclamebeleid te handhaven.
Attentiemasten alleen toestaan op plaatsen die daarvoor door de gemeente worden aangewezen en alleen als de mast:
a.past binnen het vigerende bestemmingsplan;
b.voldoet aan de bestemmingsplanvoorschriften;
c.voldoet aan de bouwvoorschriften;
d.voldoet aan redelijke eisen van welstand.
Attentiemasten kunnen worden geplaatst:
-indien het in overeenstemming is met het vigerende de bestemmingsplan;
-exploitatie van gemeentewege en alleen op gemeentegrond;
-een omgevingsvergunning is vereist;
-voldoen aan redelijke eisen van welstand;
-zijn niet toestaan in beschermde dorpsgezichten.
-de te voeren reclame dient een duidelijke relatie te hebben met de activiteiten/bedrijfsvoeringen ter plaatse van de mast.
5.11 Reclame aan lichtmasten en in klokken
Grondslag: APV, Wabo
Bij deze vorm van reclame betreft het permanente borden aan masten die telkens kunnen worden voorzien van nieuwe reclame. Doel hiervan is het voorkomen dat allerlei verschillende borden langs de openbare weg staan. De borden, maar ook de lichtmasten waar de borden aan worden bevestigd, moeten van zodanige kwaliteit zijn dat de veiligheid niet in gevaar komt.
De tijdelijke reclame in deze lichtmastborden en in klokken is alleen toegestaan voor reclame die betrekking heeft op de directe regio en eventueel voor grote landelijke evenementen.
In het kader van het “Licht- en duisternisplan 2011-2015” , door de raad vastgesteld op
1maart 2011, worden (permanente) reclame-uitingen die bevestigd en/of aangesloten worden aan lichtmasten niet toegestaan om de landelijke uitstraling van de gemeente te kunnen handhaven.
Voorwaarden:
1er moet sprake zijn van een goede spreiding;
2de reclame mag geen afbreuk doen aan de verkeersveiligheid;
3reclame mag het dorpsbeeld niet aantasten (welstand, reclamecode).
Uitbesteding van het recht tot plaatsing van dergelijke reclameborden aan een gespecialiseerd bedrijf kan tijd en administratieve rompslomp besparen. Derhalve zal de gemeente een omgevingsvergunning verlenen aan c.q. een contract afsluiten met maximaal 3 exploitanten en deze verantwoordelijk houden voor de staat van het reclamewerk en het onderhoud ervan (onderhoudsplicht).
Lichtreclame aan lichtmasten kan worden toegestaan op of langs (hoofd)ontsluitingswegen, zonder direct aanliggende woongebieden onder de navolgende voorwaarden:
-plaatsing niet dichter dan 60 meter bij een kruispunt;
-knipperende verlichting of wisselende teksten zijn niet toegestaan;
-verkeerslichten of verkeersborden mogen door de reclame niet worden afgeschermd;
-de lichtmasten bij voorkeur op bedrijventerreinen plaatsen. Buiten bedrijventerreinen mogen maximaal 25% van het aantal te plaatsen lichtmasten worden geplaatst (verhoogd spreiding);
-plaatsing is niet toegestaan binnen beschermd dorpsgezichten, in een woonomgeving, een park of een landschappelijk gebied;
-de verkeersveiligheid mag niet in gevaar komen (afleiding);
-reparatie aan de borden moet binnen 2 werkdagen na melding plaatsvinden.
5.12 Niet perceelgebonden aanduidingen (weideborden)
Grondslag: Wabo
Het gaat hierbij om reclame-uitingen op borden die veelal als (tijdelijk) bouwwerk worden aangemerkt. Een bouwwerk is elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren. Ook plaatsing van een tijdelijk reclamebord of een bord op een kar is in de meeste gevallen een bouwwerk voorvoor op grond van de Wabo een omgevingsvergunning nodig is. Dit betekent dat getoetst wordt aan het vigerende bestemmingsplan. Op grond van de vigerende bestemmingsplannen zijn op gronden met agrarische doeleinden of groenvoorziening alleen bouwwerken toegestaan die ten dienste staan van de bestemming. Een reclamebord zal dan ook in de meeste gevallen in strijd met de bestemming niet zijn toegestaan.
Ons beleid is erop gericht geen reclame in deze vorm toe te staan en in strijd met dit beleid geplaatste reclameborden te verwijderen.
-de reclame dient functioneel met het perceel verbonden te zijn;
-een aankondiging van de naam, het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of bij de onroerende zaak wordt uitgeoefend dat op het betreffende perceel staat of is verbonden; of
-plaatsaanduidingsborden met een niet-commercieel karakter; of
-verwijsborden naar percelen die anders (naar het oordeel van het college) lastig te vinden zijn, mits de vorm van de borden is toegesneden op de verwijsfunctie. Hiervoor zijn standaardborden beschikbaar (zie hiervoor ook het afzonderlijke bewegwijzeringsbeleid);
-de aankondigingen en opschriften mogen geen grotere oppervlakte hebben dan 1,00 m2 en geen grotere afmeting hebben in een richting dan 1,0 meter;
-bouwborden zijnde opschriften betrekking hebbend op de naam en/of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken en/of op de namen van degenen die bij het ontwerp en/of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn voor zolang zij feitelijk betekenis hebben.
Reclameborden die niet functioneel met het perceel zijn verbonden, zijn in toegestaan onder de volgende voorwaarden:
-plaatsing van de reclameborden is in overeenstemming met het vigerende bestemmingsplan en de regels in de Wabo;
-het dient te gaan om een aankondiging van of verwijzing naar sociaal/culturele/sportieve evenementen die binnen de gemeente Westerveld plaatsvinden en waarbij de organisatie geen winstoogmerk heeft;
-de reclameborden mogen geen hinder voor het verkeer veroorzaken en het uitzicht van verkeersdeelnemers niet belemmeren;
-de reclameborden mogen niet eerder dan 4 weken voor aanvang van het evenement worden geplaatst;
-er zijn per evenement maximaal 5 reclameborden toegestaan;
-de reclameborden mogen niet groter zijn dan 2,0 m2;
-de reclameborden mogen niet voorzien zijn van sponsornamen.
Reclame-uitingen van politieke partijen bij verkiezingen
5.13 Verkiezingsposters van politieke partijen bij verkiezingen
Grondslag: Wabo, APV en Grondwet
Verkiezingsposters worden niet als reclame gezien, maar vallen onder de vrijheid van meningsuiting, het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen. Dit wil echter niet zeggen dat het plaatsen van deze borden niet gereguleerd kan worden. Op grond van
artikel 2.42, lid 4 van de APV kan het college aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen. In de periode zes weken voorafgaand aan verkiezingen worden in alle dorpskernen grote aanplakborden neergezet waarop politieke partijen hun verkiezingsposters kunnen aanbrengen. Daarnaast hebben politieke partijen in de periode voorafgaand aan een verkiezing veelal behoefte om ook op andere plaatsen verkiezingsposters aan te brengen.Verkiezingsposters kunnen tevens als sandwich- of driehoeksborden worden aangebracht. De voorschriften hiervoor zijn te vinden onder 5.6.
Verkiezingsposters op weideborden zijn onwenselijk (zie 5.12).
5.14 Reclame-uitingen bij sportvelden
Bij sportvelden is het aanbrengen of plaatsen van sponsorreclame mogelijk, mits deze is aangebracht rondom de velden waarop sport wordt beoefend en naar het sportveld is gericht.
Op bouwwerken behorend bij het sportterrein als kantine, tribune, kleedkamer en scorebord zijn bescheiden reclame-uitingen toegestaan voor zover deze niet gericht zijn naar de openbare weg/openbare ruimte.
De reclame-uitingen zullen moeten voldoen aan de Nederlandse Reclame Code (bijvoorbeeld betreffende alcoholreclame).
-de reclame is gericht om en naar de velden of terreinen waarop de sport wordt beoefend;
-de maximale hoogte bedraagt 1,20 meter boven het maaiveld;
-op gebouwen bij sportvelden zoals kantine, kleedkamer en scorebord is maximaal
2,0 m2 per bouwwerk toegestaan, met een maximale hoogte van 0,80 meter en een maximale breedte van 0,80 meter per uiting;
-zijn op de tribune alleen toegestaan onder de dakrand, met een maximale oppervlakte 2,0 m2en maximaal 1,0 m per uiting in de hoogte of breedte;
-zijn op of aan erfafscheidingen niet toegestaan;
-mogen niet verlicht of reflecterend zijn.
Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Westerveld 2010
Artikel 2.10 Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke functie ervan
1Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als:
a.het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;
b.het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.
2Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van terrassen en uitstallingen.
3Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
4Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt niet voor:
a.evenementen als bedoeld in artikel 2.24;
b.standplaatsen als bedoeld in artikel 5.17.
5Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet, of het Provinciaal wegenreglement.
Artikel 2.42 Plakken en kladden
1Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.
2Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:
a.een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;
b.met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen.
3Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.
4Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen.
5Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.
6Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen.
7De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.
Artikel 4.15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame
Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving.
Artikel 5.7 Parkeren van reclamevoertuigen
1Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.
2Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.
Bouwverordening gemeente Westerveld 2010
Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen
1In deze verordening wordt verstaan onder:
-Asbest: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, letter a, van het Asbestverwijderingsbesluit 2005;
-Bevoegd gezag: bestuursorgaan, als bedoeld in de Woningwet, artikel 1, eerste lid, onderdeel 2, dan wel, bij het ontbreken van een bestuursorgaan als bedoeld in dit artikellid, burgemeester en wethouders;
-Bouwbesluit: de algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2 van de Woningwet;
-Bouwtoezicht: degene die ingevolge artikel 92, tweede lid, van de Woningwet in samenhang met artikel 5.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht belast is met het bouw- en woningtoezicht;
-Bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren;
-Deskundig bedrijf als bedoeld in hoofdstuk 8: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 6, eerste lid, van het Asbestverwijderingsbesluit 2005;
-Gebruiksoppervlakte: de gebruiksoppervlakte als bedoeld in het Bouwbesluit; hoogte van de weg: de hoogte van de weg zoals die door of namens burgemeester en wethouders is vastgesteld;
-NEN: een door de Stichting Nederlands Normalisatie Instituut uitgegeven norm;
-NVN: een door de Stichting Nederlands Normalisatie Instituut uitgegeven voornorm; straatpeil:
a.voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;
b.voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;
-Omgevingsvergunning voor het bouwen: vergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
-Omgevingsvergunning voor het slopen: vergunning voor een sloopactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; weg: alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen.
2In deze verordening wordt mede verstaan onder:
bouwwerk: een gedeelte van een bouwwerk;
gebouw: een gedeelte van een gebouw.
Wet algemene bepalingen omgevingsvergunning
Artikel 2.1
1Het is verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit:
a.het bouwen van een bouwwerk,
b.het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, in gevallen waarin dat bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit is bepaald,
c.het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, een beheersverordening, een exploitatieplan, de regels gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, of 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening of een voorbereidingsbesluit voor zover toepassing is gegeven aan artikel 3.7, vierde lid, tweede volzin, van die wet,
d.het in gebruik nemen of gebruiken van een bouwwerk in met het oog op de brandveiligheid bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën gevallen,
e.
1°. het oprichten,
2°. het veranderen of veranderen van de werking of
3°. het in werking hebben
van een inrichting of mijnbouwwerk,
f.het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een beschermd monument of het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een beschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht,
g.het slopen van een bouwwerk in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald,
h.het slopen van een bouwwerk in een beschermd stads- of dorpsgezicht of
i.het verrichten van een andere activiteit die behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving.
2Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot hetgeen wordt verstaan onder de in het eerste lid bedoelde activiteiten.
3Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat met betrekking tot daarbij aangewezen activiteiten als bedoeld in het eerste lid in daarbij aangegeven categorieën gevallen, het in dat lid gestelde verbod niet geldt.