Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waterland,
overwegende dat het wenselijk is om beleidsregels vast te stellen met betrekking tot de aangifte en registratie van een briefadres in de Basisregistratie personen (BRP), om deze op een rechtmatige manier toe te kennen en te voorkomen dat personen niet zijn geregistreerd in de BRP;
gelet op de artikelen 1.1, 2.23, 2.38 tot en met 2.42, 2.45, 2.47, 2.49, 2.52 en 4.17 van de Wet
Basisregistratie Personen (Wet BRP),
artikel 29 van het Besluit BRP,
de artikelen 17, 18 en 19 van de Regeling BRP en de
artikelen 4:5 en 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht;
gelet op de circulaire BRP en Briefadres (2016-0000656211) van de Ministerie van BZK van 18 oktober 2016 en het Protocol voor ondersteuning door burgerzaken aan achterblijvers in geval van vermissing (NVVB-2016);
BESLUIT:
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
a.briefadres: adres waar voor betrokkene bestemde geschriften in ontvangst worden genomen (artikel 1.1, onder p, Wet BRP) en waar, indien het de post van de overheid betreft, zorg wordt gedragen dat geschriften of inlichtingen daarover, betrokkene bereiken (artikel 2.45, lid 3 Wet BRP);
b.briefadresgever: de ingezetene in de Basisregistratie personen of rechtspersoon, aangewezen door het college van burgemeester en wethouders (artikel 2.42 onder b van de Wet BRP) bij wie het briefadres wordt gehouden (artikel 1.1 onder r Wet BRP) en die zich verplicht om te zorgen dat post de briefadreshouder bereikt;
c.briefadreshouder: de ingezetene in de Basisregistratie personen die op een briefadres is ingeschreven in de Basisregistratie personen;
d.BRP: Basisregistratie personen;
e.college: college van burgemeester en wethouders van gemeente Waterland;
f.gezinshuishouden:
1twee personen die volgens de BRP gehuwd zijn of een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan, met of zonder kind(eren);
2twee personen die door het overleggen van een door een notaris opgemaakt samenlevingscontract hebben aangetoond, dat zij een gemeenschappelijke huishouding voeren, met of zonder kind(eren);
3een alleenstaande ouder met kind(eren);
g.Wet BRP: Wet basisregistratie personen.
h.woonadres:
1het adres waar betrokkene woont, waaronder begrepen het adres van een woning die zich in een voertuig of vaartuig bevindt, indien het voertuig of vaartuig een vaste stand- of ligplaats heeft, of indien betrokkene op meer dan één adres woont, het adres waar hij naar redelijke verwachting gedurende een half jaar de meeste malen zal overnachten;
2het adres waar, bij het ontbreken van een adres als bedoeld onder 1 a, betrokkene naar redelijke verwachting gedurende drie maanden ten minste twee derde van de tijd zal overnachten;
Artikel 2 Redenen briefadres
Redenen voor een briefadres zijn:
1Het ontbreken van een woonadres vanwege:
a.dak- of thuisloosheid;
b.korte overbrugging tussen twee woonadressen;
c.de uitoefening van een ambulant beroep;
d.kort verblijf in het buitenland voor minder dan acht maanden gedurende een jaar;
e.verblijf in het buitenland voor korter dan twee jaar en beroepshalve varend op een schip dat de thuishaven in Nederland heeft;
f.het behoren tot een kwetsbare groep personen;
g.langdurig vermiste personen;
h.verblijf in een tijdelijk onderkomen zonder vaste stand-of ligplaats;
i.recente ontruiming van de woning op het adres waarop betrokkene in de BRP is ingeschreven.
2Verblijf in een instelling voor mannen- of vrouwenopvang (waaronder mede bedoeld blijf-van-mijn-lijfhuizen).
3Verblijf in een instelling als bedoeld in artikel 2.40, derde en vierde lid van de Wet BRP.
4Verblijf op een adres waarvan het opnemen van dat woonadres naar het oordeel van de burgemeester om veiligheidsredenen niet wenselijk is (artikel 2.41 Wet BRP).
Artikel 3 Voorwaarden
1De aangifte wordt gedaan in de gemeente waar het briefadres zich bevindt.
2De aangever is verplicht om bij de aangifte van het briefadres alle benodigde stukken te overleggen.
3Onder de benodigde stukken als bedoeld in het tweede lid wordt in ieder geval verstaan:
a.een geldig identiteitsbewijs van de briefadreshouder en -gever;
b.de schriftelijke verklaring van de aangever met de gemotiveerde reden voor het briefadres en te verwachten periode dat het briefadres noodzakelijk is;
c.een schriftelijke toestemmingsverklaring van de briefadresgever waarin hij verklaart de post voor de briefadreshouder in ontvangst te nemen en aan de briefadreshouder af te geven;
d.een ingevulde en ondertekende vragenlijst briefadres, als het briefadres wordt gevraagd op grond van artikel 2, eerste, tweede en derde lid;
e.de stukken, vermeld in bijlage 2, wanneer de gemeente dit noodzakelijk acht;
f.overige stukken die door de behandelend ambtenaar nodig worden geacht voor de beoordeling van de aangifte briefadres.
4Als het briefadres wordt gevraagd op grond van artikel 2, vierde lid, is een schriftelijke verklaring van de burgemeester noodzakelijk waaruit blijkt dat opname van een woonadres niet wenselijk is.
5Als het briefadres noodzakelijk is op grond van artikel 2, eerste lid onder f en g, moet de noodzakelijkheid blijken uit een onderliggend dossier.
6De briefadresgever kan maximaal aan twee gezinshuishoudens, aan twee alleenstaanden of aan één gezinshuishouden en één alleenstaande persoon toestemming geven om een briefadres te houden.
7Het zesde lid van dit artikel is niet van toepassing wanneer de briefadresgever het college van burgemeester en wethouders betreft of een door dit college aangewezen rechtspersoon, als bedoeld in artikel 2.42 onder b van de Wet BRP.
8Het adres moet een bestaand fysiek adres zijn. Een leegstaand pand of bedrijfspand (m.u.v. opvanghuizen of aangewezen instellingen) zijn niet toegestaan.
Artikel 4 Volledige aangifte
1De aangifte is volledig indien alle benodigde gegevens, zoals bedoeld in artikel 3, derde en vierde lid zijn ingeleverd.
2Als één of meer gegevens ontbreken, wordt de aangever in de gelegenheid gesteld binnen veertien dagen het verzuim te herstellen en de aangifte alsnog aan te vullen.
3Wanneer de aangifte niet binnen de, in het vorige lid bepaalde termijn kan worden aangevuld, kan op verzoek van de aangever, de termijn eenmalig verlengd worden met veertien dagen.
4Wanneer de aangifte niet binnen veertien dagen na aangifte wordt aangevuld of uitstel gevraagd wordt, dan wordt de aangifte buiten behandeling gesteld.
Artikel 5 Weigeringsgronden
Het is in ieder geval niet mogelijk om ingeschreven te worden op een briefadres, wanneer:
a.de aangever een woonadres heeft, tenzij hij verblijft op een adres of instelling zoals beschreven in artikel 2, tweede en derde lid.
b.de aangever langer dan acht maanden gedurende één jaar in het buitenland verblijft en niet beroepshalve varend is op een schip dat zijn thuishaven in Nederland heeft;
c.de aangever beroepshalve varend is op een schip dat zijn thuishaven in Nederland heeft en langer dan twee jaar in het buitenland verblijft;
d.er een onderzoek loopt naar de verblijfplaats van de briefadresgever;
e.het briefadres een adres betreft, waarop al aan twee alleenstaanden of twee gezinshuishoudens of een alleenstaande en een gezinshuishouden een briefadres is verleend met inachtneming van de uitzonderingen als bedoeld in artikel 3, zevende lid;
f.er niet wordt voldaan aan de voorwaarden bedoeld in artikel 3;
g.de aanvrager geen rechtmatig verblijf heeft in Nederland;
h.het briefadres wordt gevraagd op een niet bewoond adres.
Artikel 6 Briefadres op een adres van de gemeente
1Het college registreert van een persoon ambtshalve een briefadres in de BRP indien het woonadres ontbreekt, er geen aangifte van adreswijziging wordt gedaan waarbij een briefadres wordt gekozen en betrokkene voldoet aan de criteria voor inschrijving als ingezetene in de BRP.
2Wanneer iemand geen briefadres kan krijgen bij particulieren en betrokkene komt op grond van deze regeling in aanmerking voor een briefadres, wordt betrokkene ingeschreven op het aangewezen briefadres door het college van burgemeester en wethouders.
3Het college wijst een of meerdere rechtspersonen aan om als gemeentelijke briefadresgever op te treden, zoals bedoeld in artikel 2.23, derde lid van de Wet BRP.
Artikel 7 Monitoring recht op een briefadres
1Voor de monitoring recht op een briefadres zijn controletermijnen vastgesteld, zoals genoemd in bijlage 1.
2Voordat een controletermijn van het briefadres verstrijkt als bedoeld in bijlage 1 wordt de woonsituatie van de briefadreshouder onderzocht. Als hier aanleiding voor is, kan dit ook tussentijds plaatsvinden. Het onderzoek houdt in:
a.zowel met de briefadreshouder als briefadresgever wordt contact opgenomen;
b.het opnieuw toesturen van de vragenlijst briefadres en/of op verzoek van het college van burgemeester en wethouders in persoon te verschijnen om inlichtingen te verstrekken die van belang zijn voor de registratie van het briefadres;
c.de ingevulde vragenlijst/verstrekte informatie wordt beoordeeld naar het bepaalde in deze regeling
d.blijkt dat betrokkene geen recht meer heeft op het bestaande briefadres, dan wordt hij opgeroepen om aangifte te doen van adreswijziging;
e.reageert betrokkene niet op de oproep om inlichtingen te geven, aangifte van verhuizing te doen óf bestaan er twijfels over de ontvangen gegevens, wordt een adresonderzoek gestart;
Artikel 8 Verplichtingen briefadresgever- en nemer en bestuurlijke boete
1Zowel de briefadresgever als briefadresnemer is verplicht om op verzoek van het college van burgemeester en wethouders, inlichtingen te verstrekken die van belang zijn voor de registratie van het briefadres.
2De betrokkene verschijnt hierbij desgevraagd in persoon.
3Aan degene die niet voldoet aan de verplichting als bedoeld in het eerste lid kan op grond van artikel 4.17 Wet BRP een bestuurlijke boete worden opgelegd van ten hoogste 325 euro.
Artikel 9 Inwerkingtreding
Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking.
Artikel 10 Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Beleidsregels briefadres gemeente Waterland 2023.
Bijlage 1 behorende bij artikel 7, eerste lid van de Beleidsregels briefadres gemeente Waterland 2023
Controle termijnen briefadres
Met ingang van de inwerkingtreding van deze regeling briefadres gelden de controletermijnen, zoals hieronder in de tabel aangegeven als termijn, wanneer er een controle op de rechtmatigheid van het briefadres wordt uitgevoerd. In het werkproces kunnen, als daar aanleiding voor is, ook kortere perioden worden gehanteerd. Voor het aflopen van de termijn, of eerder indien nodig, wordt een controle uitgevoerd.
Reden briefadres:
Controle termijn:
Verblijf in het buitenland
8maanden
Vaart beroepsmatig op schip in internationale wateren onder Nederlandse vlaag en heeft geen woonadres
2jaar
Dak- of thuisloos
6maanden
Expats/kennismigranten
6maanden
Korte overbrugging tussen twee woonadressen
6maanden
Een recente echtscheiding of breuk in een langdurige relatie
6maanden
Een recente ontruiming uit de woning, waar de aanvrager stond ingeschreven
6maanden
De uitoefening van een ambulant beroep
1jaar
Het behoren tot een kwetsbare groep personen
6maanden
Langdurig vermist persoon
1jaar
Verblijf in instelling voor mannen- of vrouwenopvang (blijf-van-mijn-lijfhuizen
1jaar
Verblijf in een instelling als bedoeld in artikel 2.40, lid 3 en 4 Wet BRP
Voor de duur dat de inwoner in de instelling verblijft
Verblijf op een adres, waarvan het opnemen van dat woonadres naar het oordeel van de burgemeester om veiligheidsredenen niet wenselijk is (artikel 2.41 Wet BRP)
Voor de duur dat de burgemeester dat nodig acht.
Overige gevallen (hardheidsclausule)
3maanden
Bijlage 2 behorende bij artikel 3, derde lid onder e van de Beleidsregels briefadres gemeente Waterland 2023
Bewijsstukken
Voorbeelden van bewijsstukken die kunnen worden overlegd of om worden verzocht bij een briefadresaanvraag.
Reden briefadres
Bewijsstukken (indien nodig kunnen aanvullende stukken worden gevraagd)
Verblijf in het buitenland
•Tickets met datum heen- en terugreis
•Visa
•Contracten werkgever met periode van uitzending
•Studieverklaring van de onderwijsinstelling in het buitenland met looptijd van de stage of studie
•Huurovereenkomst woonruimte buitenland
•Bankafschriften of andere bewijsstukken waaruit blijkt dat men in het buitenland verbleef
Vaart beroepsmatig op schip in internationale wateren onder Nederlandse vlag en heeft geen woonadres
•Arbeidsovereenkomst
•Verklaring werkgever/ KVK inschrijving
•Monsterboekje/ logboek
Internationale vrachtwagenchauffeur
•Arbeidsovereenkomst
•Verklaring werkgever
Dak- of thuisloos
•Eigen verklaring met verschillende slaapadressen, gespecificeerd met aantal dagen per week
•Bewijsstukken, waaruit blijkt dat er actief wordt gezocht naar woonruimte
Recente echtscheiding of relatiebreuk
•Documenten waaruit blijkt dat men bezig met het aanvragen van een echtscheiding wanneer de echtscheiding nog niet is verwerkt in de BRP
•Bewijsstukken, waaruit blijkt dat er actief wordt gezocht naar woonruimte
Ontruiming van woning, waar de aanvrager was ingeschreven
•Bevel van ontruiming
•Opzegging huurovereenkomst
•Ontbinding huurovereenkomst en:
•Bewijsstukken, waaruit blijkt dat er actief wordt gezocht naar woonruimte.
Ambulant beroep
•Arbeidsovereenkomst, evt. recente loonstroken
Kwetsbare groepen
•Contact met hulpverlening/ het sociaal domein
Vermiste personen
•Onderliggend dossier
Problematische schulden
•Overzicht van de schulden
•Kopieën van betalingsregelingen
•Bewijs van aanmelding bij schuldhulpverlening
Verblijf in instelling voor mannen of vrouwenopvang (blijf-van-mijn-lijfhuizen
•Toestemming van de instelling
Verblijf in een instelling als bedoeld in artikel 2.40, lid 3 en 4 Wet BRP1
•Verklaring van hoofd instelling
Verblijf op een adres, waarvan het opnemen van dat woonadres naar het oordeel van de burgemeester om veiligheidsredenen niet wenselijk is (artikel 2.41 Wet BRP
•Verklaring van de burgemeester
Hardheidsclausule
•Bewijzen, nader te bepalen door de beoordelende instantie, afhankelijk van de situatie.