Aanhef
De werkgeverscommissie van de gemeente Waadhoeke;
gelet op artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 1, derde lid van de
‘Verordening werkgeverscommissie’;
besluit:
Tekst
1De bevoegdheid tot het nemen van personele besluiten ten aanzien van de op de griffie werkzame ambtenaren, met uitzondering van de griffier, te mandateren aan de griffier.
2Tot het mandaat behoort mede het afdoen en voeren van correspondentie ter zake van de toegekende bevoegdheden, alsmede het (doen) treffen van voorbereidings- en uitvoeringshandelingen.
1De in mandaat te nemen besluiten dienen in overeenstemming te zijn met alle ter zake geldende regelingen, het door de raad en werkgeverscommissie gevoerde beleid en mogen niet leiden tot een budgetoverschrijding.
2Indien redelijkerwijs te verwachten is dat een in mandaat te nemen besluit bestuurlijke of politieke implicaties kan hebben, wordt de mandaatgever in de gelegenheid gesteld zijn wensen of bedenkingen over een ontwerp van het te nemen besluit, vergezeld van een advies van de gemandateerde, naar voren te brengen.
1Alle stukken verband houdende met de uitoefening van dit mandaat worden als volgt ondertekend: de griffier, namens de werkgeverscommissie
2Dit besluit kan worden aangehaald als ‘Mandaatbesluit griffiepersoneel’ en treedt in werking op de dag volgende op die van zijn bekendmaking.
3Op 30 januari 2018 is er een mandaatbesluit opgesteld door de werkgeverscommissie om de bevoegdheid voor het nemen van personele besluiten te mandateren aan de griffier. Hoewel dit mandaatbesluit niet officieel is vastgelegd is er vanaf die datum wel in de geest van dat besluit gehandeld.
Toelichting mandaatbesluit griffiepersoneel:
De invulling van het werkgeverschap is door de raad gedelegeerd aan de Werkgeverscommissie, die is ingesteld op grond van artikel 83 van de Gemeentewet. De Werkgeverscommissie kan ervoor kiezen om de te nemen personele besluiten ten aanzien van het griffiepersoneel te mandateren aan de griffier. De griffier geeft als eindverantwoordelijke functionaris leiding aan de griffie en daarom ligt het voor de hand om de te nemen personele besluiten ten aanzien van het griffiepersoneel te mandateren aan hem.
Om zijn organisatie efficiënt en doelmatig te kunnen aansturen moet de griffier naar bevinden kunnen handelen en moet hij niet afhankelijk worden gemaakt van de Werkgeverscommissie.
Ondanks dat de te nemen personele besluiten ten aanzien van het griffiepersoneel gemandateerd worden aan de griffier, blijft de formele bevoegdheid bij de Werkgeverscommissie. De Werkgeverscommissie kan altijd besluiten om de uitoefening van deze bevoegdheid aan zich te houden.
De griffier is bovendien verantwoording schuldig aan de Werkgeverscommissie over de besluiten die hij namens deze commissie heeft genomen ten aanzien van het griffiepersoneel. Indien redelijkerwijs te verwachten is dat een in mandaat te nemen besluit bestuurlijke of politieke implicaties kan hebben, wordt de Werkgeverscommissie in de gelegenheid gesteld zijn wensen of bedenkingen over een ontwerp van het te nemen besluit, vergezeld van een advies van de griffier, naar voren te brengen. Dit is tevens geregeld in het bovenstaande mandaatbesluit, onder artikel II lid 2.
Dit mandaatbesluit betreft de volgende personele besluiten:
I Op de eerste plaats gaat het om besluiten die rechtstreeks voortvloeien uit de CAR-UWO.
Daarbij gaat het om onder andere de volgende besluiten:
1het verlenen van (tijdelijke) aanstellingen;
2het aangaan van arbeidsovereenkomsten naar burgerlijk recht;
3het aangaan van stageovereenkomsten;
4het aangaan van detacheringovereenkomsten;
5het verlenen van waarnemingsvergoedingen;
6het verlenen van buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging;
7het verlenen van studiefaciliteiten;
8het verlenen van betaald ouderschapsverlof;
9het verlenen van zwangerschap- en bevallingsverlof;
10het verlenen van eervol ontslag wegens:
-eigen verzoek;
-ouderdomspensioen;
-arbeidsongeschiktheid;
-FPU;
-FLO;
-afloop van de aanstelling van rechtswege.
11het bevoorschotten/ berekenen/betaalbaar stellen van salarissen;
12wedden, wachtgelden, uitkeringen presentiegelden, suppleties;
13toelagen, reis-, verblijfs-, verplaatsingskosten, dan wel bijzondere vergoedingsregelingen;
14besluiten met betrekking tot verlof, overwerkvergoedingen en andere besluiten in het kader van een ‘cafetariaregeling’.
II Personele besluiten die voortvloeien uit op de CAR-UWO gebaseerde regelingen of andere lokale arbeidsvoorwaardenregelingen.