Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels gemeentelijke taken uitvoering Wet kinderopvang gemeente Waadhoeke 2022

Gemeente Waadhoeke · geldt sinds 25 oktober 2022

Aanhef

Burgemeester en wethouders van de gemeente Waadhoeke

Gelet op artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht,

Gelet op artikelen 1.61 lid 1, 1.65 lid 1 en 4, 1.66 en 1.72 lid 1 Wet kinderopvang.

Besluiten:

de Beleidsregels gemeentelijke taken uitvoering Wet kinderopvang gemeente Waadhoeke 2022 vast te stellen.

Hoofdstuk 1 Toepassing en definities

1.1. Toepassing

Deze beleidsregels zijn van toepassing op de gemeentelijke inzet om:

•toezicht te houden op de kwaliteit van de kinderopvang;

•aanvragen tot exploitatie en wijzigingsverzoeken voor kinderopvang af te handelen;

•te handhaven naar aanleiding van het niet naleven van voorschriften van de bij of krachtens de Wet kinderopvang gestelde regelgeving.

Deze beleidsregels zijn van toepassing op alle voorzieningen voor kinderopvang, gastouderopvang en gastouderbureaus binnen gemeente Waadhoeke.

Mandaatbesluit en mandaatregister

In het bij het Mandaatbesluit Waadhoeke 2018 behorende register is vastgelegd dat beslissingen op wijzigingsverzoeken, aanvragen exploitatie voorzieningen voor kinderopvang, gastouderopvang en gastouderbureaus en handhaven van deze voorzieningen op grond van de Wet Kinderopvang zijn gemandateerd aan de afdelingsmanager van afdeling Samenleving.

1.2. Definities

De definities zijn de definities zoals deze zijn aangegeven in de Wet Kinderopvang en onderliggende regelgeving.

Definitie

Afwegingsmodel

In het afwegingsmodel worden per domein de kwaliteitseisen geclusterd weergegeven en voorzien van een hersteltermijn, de hoogte van de bestuurlijke boete en de last onder dwangsom. Het afwegingsmodel is als bijlage aan deze beleidsregels toegevoegd.

Awb

Algemene wet bestuursrecht

College

Het college van burgemeester en wethouders

Gemeente

Gemeente Waadhoeke

GGD

GGD Fryslân

Kinderopvangvoorziening

Dagopvang op een specifiek adres, buitenschoolse opvang op een specifiek adres, een gastouderbureau of een voorziening voor gastouderopvang.

Kwaliteitseisen

De kwaliteitseisen vastgelegd in voorschriften, welke door de houder nageleefd moeten worden, staan genoemd in de Wet kinderopvang en alle onderliggende regelgeving.

LRK

Landelijk Register Kinderopvang

PRK

Personen Register Kinderopvang

Toezichthouder

De aangewezen toezichthouder van de GGD. De toezichthouder kinderopvang onderzoekt de naleving van de kwaliteitseisen en legt de bevindingen vast in een inspectierapport.

VVE

Voor- en vroegschoolse educatie

Wko

Wet kinderopvang

Wpo

Wet op het primair onderwijs

Hoofdstuk 2. Inleiding

2.1. Waarom beleid

In dit beleidsstuk is vastgelegd hoe het beleid is dat gemeente Waadhoeke voert met betrekking tot de gemeentelijke taken die voortvloeien uit de Wet kinderopvang en onderliggende regelgeving.

Het vastleggen van dit beleid draagt bij aan:

•Een transparante werkwijze, omdat houders, ouders, toezichthouders en andere belanghebbenden vooraf geïnformeerd zijn over de mogelijkheden en bevoegdheden van het college.

•Rechtsgelijkheid, door het vastleggen van beleidsregels die voor iedereen van toepassing zijn.

•Het stimuleren van kwalitatief goede kinderopvang.

2.2. Wat komt aan de orde

De gemeentelijke visie op handhaving en de relatie met het dossier kinderopvang worden toegelicht. Er wordt ingegaan op de verschillende mogelijkheden binnen het toezicht, waaronder herstelaanbod en risicogestuurd toezicht. Er wordt uitgelegd hoe een aanvraag tot exploitatie afgehandeld wordt. En als laatste gaat het college in de beleidsregels in op de verschillende mogelijkheden voor handhaving bij het niet naleven van de kwaliteitseisen. Hierin wordt aangegeven welke strategie gevolgd wordt. Daarbij wordt per niet nageleefde kwaliteitseis bepaald welke handhaving daarop volgt, waarbij het afwegingsmodel richting geeft.

In het afwegingsmodel (in de bijlage) is vastgelegd:

•of er een boete kan worden opgelegd en de hoogte daarvan;

•de hoogte van een last onder dwangsom;

•de maximale hersteltermijn.

2.3. Landelijke en gemeentelijke ontwikkelingen

De Wet kinderopvang is sinds 2005 van toepassing. Sindsdien zijn er veel ontwikkelingen geweest binnen de sector kinderopvang.

Zo bestaan er sinds 2018 geen peuterspeelzalen meer. Ook is er in datzelfde jaar een personenregister kinderopvang ingevoerd om continue screening in de kinderopvang te versterken. Daarnaast is in 2018 en 2019 de wetgeving dankzij de (wijzigings-) Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang behoorlijk aangepast.

Met ingang van 2022 is het voor gemeenten en GGD’en in de uitvoering van het toezicht op kindercentra en gastouderbureaus mogelijk om keuzes te maken in de per inspectie te onderzoeken onderwerpen (de flexibele inspectieactiviteit).

Waar de toezichthouder eerder verplicht was om minimaal een vooraf landelijk bepaald aantal onderwerpen mee te nemen in het onderzoek, is er door de invoering van deze flexibele inspectieactiviteit meer ruimte voor de gemeente en de toezichthouder om variatie hierin aan te brengen.

Dit alles heeft ertoe geleid dat gemeente Waadhoeke haar beleidsregels in het kader van toezicht en handhaving van de kinderopvang heeft herzien en opnieuw vastgesteld.

Hoofdstuk 3. Kader, visie, ambitie

3.1. Kader

Aan kinderopvang worden kwaliteitseisen gesteld. Deze kwaliteitseisen staan in de Wet kinderopvang (Wko) en in de daarop gebaseerde algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen en aanverwante regelingen.

De regelgeving stelt kwaliteitseisen aan de volgende onderwerpen (in de GGD rapportages domeinen genoemd):

•registratie, wijzigingen en administratie;

•het pedagogisch klimaat;

•personeel en groepen;

•veiligheid en gezondheid;

•accommodatie;

•ouderrecht.

De Wko bepaalt dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor toezicht op en handhaving van deze eisen. De GGD is bij wet de aangewezen toezichthouder voor kinderopvang. Het college heeft de directeur publieke gezondheid van de GGD Fryslân aangewezen als toezichthouder.

De Inspectie van het Onderwijs is de tweedelijns toezichthouder en controleert jaarlijks of de gemeente haar wettelijke taken met betrekking tot de registervoering en de uitvoering van het toezicht, goed uitvoert.

3.2. Visie op handhaving

De visie van gemeente Waadhoeke op handhaving kinderopvang is gericht op herstel en we werken vanuit het vertrouwen dat overtreders zich inzetten om de overtreding(en) ongedaan te maken en herhaling van de overtreding(en) te voorkomen.

Wanneer geconstateerd wordt dat een kwaliteitseis niet nageleefd wordt, grijpt de gemeente in met een (informele) handhavingsmaatregel. Feiten en omstandigheden waaronder de overtreding is begaan, worden daarbij meegewogen. Het college start in beginsel een herstellend handhavingstraject maar kan daarnaast, indien aan de orde, bestraffend optreden door een bestuurlijke boete op te leggen voor de overtreding(en).

3.3. Ambitie

De gemeente Waadhoeke vindt kwalitatief goede kinderopvang zeer belangrijk. Kinderen moeten zich kunnen ontwikkelen binnen een -emotioneel- veilige, vertrouwde en gezonde omgeving. Het uitvoeren van toezicht- en handhavingstaken is essentieel voor een kwalitatieve goede kinderopvang. Toezicht en handhaving worden passend ingezet. De gemeente streeft naar een goede relatie met de houder en werkt vanuit vertrouwen.

Gemeente Waadhoeke heeft de volgende ambities:

1Het halen van de 100% norm van het jaarlijkse toezicht op KDV, BSO en GOB.

2Ieder jaar minimaal 50% van de gastouders te bezoeken, doel is alle gastouders 1x in de 3 jaar te bezoeken.

3Toepassen flexibele inspectieactiviteit m.b.t. de jaarlijkse onderzoeken t.b.v. kindercentra en gastouderbureaus om de kwaliteit van de kinderopvang te verhogen.

Flexibele inspectieactiviteit

Gemeenten en toezichthouders krijgen vanaf 1 januari 2022 de mogelijkheid om kinderopvanglocaties flexibel te inspecteren. Daardoor hoeven zij minder verplichte inspectiepunten tijdens het jaarlijks onderzoek te doorlopen en is er meer ruimte voor uitgebreider of diepgaander onderzoek. Dit helpt tegen de voorspelbaarheid van het toezicht en biedt meer ruimte tot (risicogericht) maatwerk.

Door de flexibilisering van het toezicht kan het toezicht gerichter worden ingezet, verbetert de effectiviteit van het toezicht en daarmee kan het een bijdrage leveren aan de kwaliteit van de kinderopvang. De gemeente maakt hierover afspraken met de toezichthouder (de GGD) en legt dit vast.

Wel blijven er drie punten verplicht om standaard te toetsen, namelijk:

•de aanwezigheid van een verklaring omtrent het gedrag (VOG) en de correcte inschrijving in het Personenregister kinderopvang

•of er (indien hier sprake van is) wordt voldaan aan de eisen met betrekking tot voorschoolse educatie (VE) en

•het toezicht op – en in gesprek gaan over – de pedagogische kwaliteit.

Hoofdstuk 4. Toezicht

4.1. Onderzoeken

De toezichthouder van de GGD voert de volgende onderzoeken voor de gemeente Waadhoeke uit:

•Onderzoek voor registratie (OVR): naar aanleiding van een ingediende aanvraag tot exploitatie onderzoekt de toezichthouder of de exploitatie redelijkerwijs zal plaatsvinden volgens de voorschriften van de Wko en onderliggende regelgeving. De werkwijze volgens het principe ‘Streng aan de Poort’ kan hierbij worden toegepast. Zie toelichting 5.1.2.

•Onderzoek na registratie (ONR): binnen 3 maanden na registratie van een kindercentrum in het LRK vindt een onderzoek plaats.

•Jaarlijks onderzoek: alle kindercentra en gastouderbureaus worden jaarlijks onderzocht. Wanneer voor het kindercentrum of gastouderbureau een risicoprofiel is opgesteld, wordt het jaarlijks onderzoek volgens de flexibele inspectieactiviteit ingericht.

•Onderzoek voorzieningen voor gastouderopvang: jaarlijks op basis van een steekproef. Minimaal 50% van de gastouders zullen jaarlijks worden bezocht. Het doel is om alle gastouders minimaal 1 x per 3 jaar te bezoeken.

•Nader onderzoek: naar aanleiding van eerder geconstateerde overtreding(en) en als er een handhavingsmaatregel is ingezet, onderzoekt de toezichthouder nadat de hersteltermijn is verstreken of de overtreding is hersteld.

•Incidenteel onderzoek: een onderzoek naar aanleiding van onder meer een incident, een signaal, een wijzigingsverzoek van een houder.

De bevindingen tijdens een onderzoek en het oordeel van de toezichthouder worden in een inspectierapport vastgelegd. Deze inspectierapporten geven een beeld van de kwaliteit van de voorziening. De rapporten worden openbaar gemaakt in het LRK.

4.2. Risicogestuurd en onaangekondigd toezicht

Om een goed beeld te krijgen van een kindercentrum, gastouderbureau of voorziening voor gastouderopvang, vinden de onderzoeken (met uitzondering van het onderzoek voor registratie) in principe onaangekondigd plaats.

Daarnaast wordt het toezicht op kindercentra en gastouderbureaus die daarvoor in aanmerking komen, risicogestuurd uitgevoerd. Dit betekent meer toezicht waar het nodig is, minder waar het kan. Om hier invulling aan te geven, wordt door de toezichthouder een risicoprofiel opgesteld of aangepast na ieder (daarvoor relevant) onderzoek. Aan de hand hiervan wordt de intensiviteit van het daarna volgende toezicht bepaald.

4.3. Herstelaanbod

De gemeente Waadhoeke en de GGD werken met de landelijke werkwijze herstelaanbod. Door te werken met herstelaanbod verwacht de gemeente dat een overtreding sneller beëindigd wordt. Dit komt de kwaliteit van de kinderopvang ten goede en de gemeente hoeft minder handhaving in te zetten.

Een herstelaanbod is het aanbod van de toezichthouder kinderopvang aan de houder om binnen de door de toezichthouder gestelde tijd een geconstateerde overtreding te herstellen. Dit gebeurt vóórdat het conceptrapport wordt opgesteld.

Het herstelaanbod kan aangeboden worden bij alle type voorzieningen, bij een onderzoek na registratie, een jaarlijks onderzoek en een incidenteel onderzoek. Het wordt niet aangeboden bij een onderzoek voor registratie of bij een nader onderzoek.

Onderstaande voorschriften komen niet in aanmerking voor herstelaanbod:

•Pedagogische praktijk

•VOG en inschrijving in het PRK

•Beroepskracht-kindratio

Deze voorwaarden zijn niet geschikt bevonden om herstelaanbod aan te bieden. Dit is in lijn met het advies van VNG en GGD GHOR Nederland.

Het komt voor dat één of meerdere overtredingen zich niet lenen voor een herstelaanbod maar andere wel. Het is mogelijk om, rekening houdende met ernst en aard van overtredingen, voor enkele overtredingen herstelaanbod aan te bieden, terwijl dit voor (een) andere overtreding(en) niet geldt.

De toezichthouder beoordeelt of de aard en omstandigheid zich leent voor herstelaanbod. De periode tot herstel is maximaal 4 weken. De toezichthouder schrijft in het inspectierapport het verloop van het aanbod. De houder is niet verplicht om van het aanbod gebruik te maken.

De gemeente weegt de oorspronkelijke overtreding en de resultaten van herstelaanbod mee bij haar beslissing om wel of niet te handhaven. Meer informatie staat in 6.3. Handhaving na herstelaanbod.

4.4. Schriftelijk bevel

Indien de toezichthouder tijdens een onderzoek een situatie tegenkomt waarin het nemen van maatregelen redelijkerwijs geen uitstel kan lijden, kan de toezichthouder zelf ingrijpen. Dit gebeurt met een schriftelijk bevel. Dit bevel heeft een geldigheidsduur van 7 dagen. In het bevel geeft de toezichthouder aan wat de overtreding(en) is (zijn) en welke actie de houder moet ondernemen en binnen welke termijn dit dient te gebeuren.

De toezichthouder informeert de gemeente over het opgelegde schriftelijk bevel. Hierdoor is de gemeente tijdig op de hoogte om eventueel vervolgstappen (zoals verlenging van het schriftelijk bevel) te nemen.

4.5. Voorschoolse educatie

Volgens artikel 166, eerste lid, van de Wpo is het college verantwoordelijk voor het realiseren van voldoende aanbod voorschoolse educatie (Ve). Dit betekent dat gemeente Waadhoeke zorgt voor voldoende voorzieningen in aantal en spreidingen waar kinderen met een risico op een achterstand in de Nederlandse taal kunnen deelnemen aan voorschoolse educatie. Het college subsidieert deze voorschoolse educatie voor peuters van 2 tot 4 jaar. De toezichthouder toetst jaarlijks de basiskwaliteit van de door de gemeente gesubsidieerde voorschoolse educatie en legt de uitkomst vast in een inspectierapport.

Sinds 2008 voert de Inspectie van het Onderwijs het interbestuurlijk toezicht uit op de

kwaliteit van de kinderopvang. Doel daarvan is om de prestaties van het eerstelijnstoezicht door gemeenten verder te bevorderen en daarmee de kwaliteit in de kinderopvang op hoog niveau te brengen en/of te houden.

4.6 Gastouderopvang

Gastouderopvang is kinderopvang in een gezinssituatie, op het woonadres van de gastouder of op het woonadres van één van de ouders die tot stand komt door de bemiddeling van een gastouderbureau. Daarnaast zien zij toe dat de gastouders bepaalde kwaliteitseisen voldoende naleven. Het college is verantwoordelijk voor het toezicht op de geregistreerde gastouderopvang en de onderzoeken vinden steekproefsgewijs en zoveel mogelijk onaangekondigd plaats. In 2022 is de intensivering van het toezicht op de gastouderopvang in gang gezet. Het doel hiervan is om alle gastouders minimaal 1 x per 3 jaar te bezoeken. Jaarlijks worden hierover afspraken gemaakt met de GGD.

Hoofdstuk 5. Aanvraag tot exploitatie

5.1. Nieuwe voorziening

Een nieuwe kinderopvangvoorziening mag pas in exploitatie genomen worden na schriftelijke toestemming daartoe verleend door het college, op een in dat besluit vastgestelde specifieke datum. Als er toestemming is gegeven, wordt de voorziening vervolgens in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) geregistreerd. Om deze toestemming te verkrijgen, dient de houder een aanvraag tot exploitatie in bij de gemeente waar de beoogd te exploiteren kinderopvangvoorziening zich bevindt. De beslistermijn is 10 weken. Deze termijn kan in bepaalde situaties nog verlengd worden. Het is dus van belang dat de houder een aanvraag tijdig voor de gewenste startdatum indient. Een aanvraag wordt ingediend middels een door de rijksoverheid vastgesteld aanvraagformulier, te vinden op www.rijksoverheid.nl en www.landelijkregisterkinderopvang.nl.

Bij het indienen van een aanvraag voor een nieuwe kinderopvangvoorziening kunnen leges in rekening gebracht worden.

5.1.5. Mogelijkheden na afwijzing aanvraag tot exploitatie

5.2. Houderwijziging

Een kindercentrum of gastouderbureau dat wordt overgenomen, is meestal al in exploitatie en er worden kinderen opgevangen/bemiddeld.

Het is voor de continuïteit daarom van groot belang dat de oude en nieuwe eigenaar samen een overname goed regelen. Een houderwijziging wordt ingediend middels een door de rijksoverheid vastgesteld wijzigingsformulier. Deze formulieren zijn te vinden op www.rijksoverheid.nl en www.landelijkregisterkinderopvang.nl.

De gemeente Waadhoeke hanteert de volgende uitgangspunten bij een overname:

•Een overname moet worden behandeld als een nieuwe aanvraag. Dat betekent dat ook bij een overname Streng aan de Poort wordt toegepast. Naleving van de kwaliteitseisen bij andere kinderopvangvoorzieningen en de handhavingshistorie van de nieuwe houder wordt meegewogen.

•De nieuwe houder heeft redelijkerwijs tijd nodig om eventuele bestaande tekortkomingen op te heffen. Daar wordt rekening mee gehouden.

•Bij overname door een bekende houder kan er maatwerk worden geleverd in het toezicht.

Bij een houderwijziging kunnen leges in rekening worden gebracht.

5.3 Verhuizing

Hoofdstuk 6. Handhaving

6.1. Maatwerk in handhaving

De gemeente heeft een beginselplicht tot handhaven. De wet- en regelgeving is hiervoor de basis en in deze beleidsregels wordt hier invulling aan gegeven. Goed handhaven betekent echter ook dat het college oog heeft voor de specifieke situatie van het geval. Individuele omstandigheden - verzwarend of verzachtend - kunnen van invloed zijn op het wel of juist niet geven van een maatregel nadat geconstateerd is dat een kwaliteitseis niet is nageleefd. Dat doet recht aan het feit dat niet alle situaties ‘standaard’ zijn. Handhaven is maatwerk.

6.1.4. Hersteltermijn/begunstigingstermijn

6.2. Handhavingsmiddelen

De gemeente kan de volgende herstellende en bestraffende handhavingsmiddelen inzetten:

Traject

Handhavingsmiddel

Informeel herstellend

Herstelaanbod (aangeboden door GGD)

(schriftelijke) Waarschuwing

Formeel herstellend

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Last onder bestuursdwang

Exploitatieverbod

Intrekken toestemming tot exploitatie

Formeel bestraffend

Bestuurlijke boete

Niet ieder middel is in iedere situatie geschikt om in te zetten. De gemeente kiest altijd het meest passende middel.

Hieronder volgt een toelichting op de diverse middelen die de gemeente Waadhoeke kan inzetten.

6.2.7. De bestuurlijke boete (hierna: boete)

6.3. Handhaving na herstelaanbod

Wanneer er herstelaanbod heeft plaatsgevonden, kan dit van invloed zijn op de handhaving die de gemeente inzet op de overtredingen die primair door de toezichthouder geconstateerd zijn.

Wanneer het herstelaanbod niet gedaan is, of wanneer de houder het niet aangenomen heeft, wordt dit niet gezien als verzwarende omstandigheid voor de handhaving.

Hoofdstuk 7 Overgangs- en slotbepalingen

7.1. Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking.

7.2. Intrekken oude regeling

De ‘Beleidsregels Handhaving Wet Kinderopvang gemeente Waadhoeke’ zoals vastgesteld door het college op 30 januari 2018 worden ingetrokken op de in 7.1. bedoelde datum.

7.3. Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels gemeentelijke taken uitvoering

Wet kinderopvang gemeente Waadhoeke 2022’.

7.4. Overgangsrecht

Op overtredingen die zijn begaan vóór het inwerkingtreden van deze beleidsregels zijn de ‘Beleidsregels Handhaving Wet Kinderopvang gemeente Waadhoeke’ van 30 januari 2018 van toepassing.

7.5. Uitvoering

Onder bijzondere omstandigheden kan het college gemotiveerd afwijken van deze beleidsregels.

Bijlage: Afwegingsmodel

Diversen m.b.t. naleving, registratie en wijzigingen

Wettelijke bepaling / kwaliteitseis

Maximale hersteltermijn

Bestuurlijke boete

Last onder dwangsom per constatering

2Voor alle op te leggen lasten onder dwangsom geldt dat de uiteindelijke hoogte van het bedrag berekend wordt op de wijze zoals opgenomen in het handhavingsbeleid.

Niet voldoen aan de definitie van kinderopvang, gastouderopvang, gastouder of gastouderbureau.

N.v.t., intrekken toestemming tot exploitatie is aan de orde.

n.v.t.

n.v.t.

Start exploitatie voor ontvangst toestemming college

3Overtreding van art. 1.45 en 1.46 Wko is een misdrijf conform art. 1 lid 2 Wet op de economische delicten. College zal eerst aangifte hiervan doen bij het OM, indien het OM aangeeft niet te vervolgen of de bestraffing aan het college over te laten, volgt oplegging van een boete maximaal gelijk aan de boete zoals genoemd in de Wet op de economische delicten.

of voor de datum waarop college bepaald heeft dat exploitatie mag aanvangen.

n.v.t.

Gelijk aan bedrag boete 4e categorie zoals opgenomen in artikel 23, vierde lid, Wetboek van Strafrecht (WvSr)*

(per 1-1-2022: € 22.500)

Gelijk aan bedrag boete 4e categorie

zoals opgenomen in artikel 23, vierde lid, WvSr*

Houder geeft wijziging van in het LRK opgenomen gegevens later door / niet door terwijl dit zou moeten gebeuren zodra de houder bekend is met deze wijziging.

2maanden

€ 2.000

€ 2.000

Niet nakomen van een vordering tot medewerking van de toezichthouder.

n.v.t.

Gelijk aan bedrag boete 2e categorie

zoals opgenomen in artikel 23, vierde lid, WvSr*

(per 1-1-2022: € 4.500.)

Gelijk aan bedrag boete 2e categorie

zoals opgenomen in artikel 23, vierde lid, WvSr*

Niet opvolgen van een aanwijzing / bevel.

2weken

€ 4.000

n.v.t.

Niet opvolgen van exploitatieverbod gegeven opgelegd op grond van artikel 1.66 Wet kinderopvang.

n.v.t.

Gelijk aan bedrag boete 4e categorie

zoals opgenomen in artikel 23, vierde lid, WvSr*

n.v.t.

Niet nakomen van een afspraak zoals genoemd in artikel 167 Wet op het primair onderwijs.

n.v.t.

€ 4.000

n.v.t

*De in het artikel 23, vierde lid, Wetboek van Strafrecht genoemde bedragen worden elke twee jaar, met ingang van 1 januari van een jaar, bij algemene maatregel van bestuur aangepast aan de ontwikkeling van de consumentenprijsindex sinds de vorige aanpassing van deze bedragen.

Praktijk / uitvoering

Wettelijke bepaling / kwaliteitseis

Maximale hersteltermijn

Bestuurlijke boete

Last onder dwangsom per constatering

De houder biedt geen verantwoorde opvang.

2weken

€ 8.000

GO: € 1.600*

€ 8.000

GO: € 1.600*

Het gastouderbureau voldoet niet aan zijn zorgplicht

2weken

€ 4.000

€ 4.000

De houder voldoet niet aan zijn informatieplicht.

2maanden

€ 1.000

€ 1.000

De houder zorgt er niet voor dat conform het beleid gehandeld wordt

2weken

€ 2.000

GO: 400*

€ 2.000

GO: € 400*

De houder voldoet niet aan de eisen gesteld aan veilige en gezonde kinderopvang

4Met uitzondering van het niet handelen conform beleid, dat valt onder “houder zorgt er niet voor dat conform het beleid gehandeld wordt”

.

2weken

€ 3.000

GO: € 600*

€ 3.000

GO: € 600*

De houder voldoet niet aan de eisen mbt formatie en/of kwalificatie.

2weken

€ 5.000

GO: € 1.000*

€ 5.000

GO: € 1.000*

De houder voldoet niet aan de eisen mbt stabiliteit

(GO: groepsgrootte).

2weken

€ 3.000

GO: € 300

€ 3.000

GO: € 300

De houder voldoet niet aan de eisen mbt de VOG’s en het personenregister kinderopvang.

2weken

€ 3.000

GO: € 600*

€ 3.000

GO: € 600*

De houder voldoet niet aan de eis mbt de voertaal, taaleis VVE en de taaleis BSO.

2weken

€ 3.000 (voertaal)

€ 1.500 (overige)

GO: € 600*

€ 2.000

GO: € 600*

De binnen- en buitenspeelruimtes voldoen niet aan de eisen.

De VGO voldoet niet aan de eisen.

2weken

€ 2.000

GO: € 400*

€ 2.000

GO: € 400

De houder voldoet niet aan het ouderadviesrecht / klachtrecht.

2maanden (OC)

6maanden (klachtr.)

€ 1.000

€ 1.000

De houder van het gastouderbureau voert aantoonbaar de kassiersfunctie en/of de verplicht gestelde gesprekken niet uit.

2weken

€ 3.000

€ 3.000

De houder voldoet niet aan de uren norm voor VVE

2weken

€ 2.000

€ 2.000

*voor voorzieningen voor gastouderopvang geldt als uitgangspunt dat het boetebedrag zoals neergelegd in het afwegingsmodel met 0,2 kan worden vermenigvuldigd.

Documenten

Wettelijke bepaling / kwaliteitseis

Maximale hersteltermijn

Bestuurlijke boete

Last onder dwangsom

De houder heeft beleidsdocumenten die onvolledig zijn en/of niet alle verplicht te beschrijven onderwerpen bevatten en/of niet actueel zijn.

2maanden

€ 3.000 voor het ontbreken van het document

€ 750 voor iedere (sub)eis waaraan niet is voldaan

€ 3.000 het ontbreken van het document

€ 750 voor ieder(e) (sub)eis waaraan niet is voldaan

De administratie van de houder bevat niet alle verplicht op te nemen documenten en/of is op verzoek van de toezichthouder niet onverwijld te raadplegen.

2maanden

€ 3.000

per ontbrekend document

€ 3.000

per ontbrekend document

De houder gebruikt geen VVE programma dat voldoet aan de eisen

2maanden

€ 1.000

€ 1.000

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.