Gemeentelijke regelgeving

Collegebesluit nadere regels parttime ondernemen Participatiewet Veldhoven 2018

Gemeente Veldhoven · geldt sinds 1 januari 2018

Aanhef

volgnummer :

datum college : 12 december 2017

agendapunt :

onderwerp : Vaststellen nadere regels parttime ondernemen

Het college van Burgemeester en Wethouders van Veldhoven;

gelet op de Participatiewet;

gezien het advies van 12 december 2017;

overwegende dat:

•Parttime ondernemerschap kansen biedt aan mensen die een uitkering ontvangen of aan de onderkant van de arbeidsmarkt zitten.

•Parttime ondernemerschap een opstapje kan vormen naar volledig ondernemerschap of een fulltime baan en daarmee uitstroom uit een uitkering.

•Parttime ondernemerschap weliswaar mogelijk is binnen de kaders van de Participatiewet, maar in deze wet geen uitwerking is opgenomen en daarmee nadere regels behoeft voor de uitvoering;

besluit: vast te stellen de nadere regels parttime ondernemen Participatiewet Veldhoven 2018

HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN

Artikel 1 Begripsbepalingen

a.College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veldhoven

b.Uitkering: de uitkering voor de noodzakelijke kosten van bestaan op grond van de Participatiewet of Ioaw;

c.Zelfstandige: de persoon die niet in loondienst is, maar een eigen onderneming voert.

d.Parttime ondernemer: de zelfstandige die op basis van deze regeling toestemming heeft gekregen om met behoud van uitkering zelfstandige activiteiten van geringe omvang uit te voeren.

e.Ioaw: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers

f.Ioaz: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;

g.Bbz: Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004

h.De regeling: deze nadere regels Parttime ondernemen gemeente Veldhoven;

Artikel 2 Doelgroep

1Alle personen met een uitkering ingevolge de Participatiewet of Ioaw kunnen verzoeken om in aanmerking te komen voor deze regeling.

2Personen met een Ioaz-uitkering zijn op grond van het IOAZ(artikel 6 lid 1 en 2) uitgesloten van deze regeling;

3Personen van wie de aanvraag op grond van het Bbz is afgewezen, vallen niet zonder meer onder deze regeling. Zij moeten (opnieuw) een beroep doen op deze regeling en toetsing aan criteria zal opnieuw plaatsvinden. Wanneer toestemming wordt geweigerd, dient het bedrijf beëindigd te worden.

HOOFDSTUK 2 VERPLICHTINGEN

Artikel 3 Wettelijke vereisten

1De parttime ondernemer moet voldoen aan de wettelijke vereisen die verband houden met zijn activiteiten, waaronder:

a.het beschikken over de benodigde vergunningen;

b.het hebben van een geldige inschrijving bij de Kamer van Koophandel;

c.het hebben van een Btw-nummer;

d.het voeren van een deugdelijke boekhouding die voldoet aan de eisen die de Belastingdienst hiervoor hanteert;

e.het verstrekken van een verklaring omtrent het gedrag (VOG) indien dit door het college noodzakelijk wordt geacht.

2Illegale en strafrechtelijk verboden activiteiten en activiteiten in strijd met het bestemmingsplan of de algemeen verbindende voorschriften zijn niet toegestaan.

Artikel 4 Toestemming

1De persoon die vanuit de uitkering en voor eigen rekening en risico in beperkte omvang zelfstandige werkzaamheden wil gaan uitvoeren, moet hiervoor bij de gemeente toestemming vragen en een aanvraag indienen. Het college neemt hierin een besluit.

2De aanvraag dient te worden ingediend door middel van een door het college ter beschikking gesteld aanvraagformulier;

3In dit aanvraagformulier zijn de voorwaarden en verplichtingen opgenomen. Door het indienen van een aanvraag gaat de aanvrager akkoord met deze voorwaarden en verplichtingen;

4Bij het aanvraagformulier is een format voor een plan van aanpak/mini ondernemingsplan aanwezig, waarin de aanvrager zijn plannen uiteenzet. Dit format verstrekt hij bij de aanvraag;

5Het college neemt op een aanvraag een besluit binnen 8 weken na de datum van de aanvraag.

Artikel 5 Intrekking toestemming

Indien toestemming wordt verleend, dan kan deze toestemming in de volgende gevallen voortijdig worden ingetrokken:

a.De parttime ondernemer behoort niet meer tot de doelgroep van deze regeling;

b.De parttime ondernemer houdt zich niet aan de voorwaarden en verplichtingen welke zijn verbonden aan deze toestemming;

c.Indien het parttime ondernemerschap de arbeidsverplichtingen van artikel 9 Participatiewet of artikel 37 Ioaw in de weg staat;

d.Indien er sprake is van zelfstandige activiteiten met een naar verwachting blijvend negatief resultaat.

Artikel 6 Voorwaarden toestemming

1Aan de parttime ondernemer wordt toestemming verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a.De parttime ondernemer moet voldoen aan de wettelijke vereisen die verband houden met zijn activiteiten, als genoemd in artikel 3 van deze regeling;

b.De zelfstandige activiteiten moeten van bescheiden omvang zijn, zoals bepaald in artikel 7 van deze regeling;

c.De parttime ondernemer voert de zelfstandige activiteiten voor eigen rekening en risico uit;

d.De parttime ondernemer mag geen langlopende verplichtingen aangaan, die snelle beëindiging van de zelfstandige activiteiten belemmeren;

e.De zelfstandige activiteiten mogen op geen enkele manier een belemmering vormen voor het nakomen van de (overige) verplichtingen tot arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 9 van de Participatiewet en artikel 37 van de Ioaw;

f.De zelfstandige activiteiten moeten leiden tot een positief resultaat, welke inkomsten op de uitkering in mindering strekken;

g.De parttime ondernemer mag enkel kleine zaken aanschaffen en geen grote investeringen doen, teneinde bedrijfsschulden te voorkomen;

h.Er mag geen sprake zijn van concurrentievervalsing, als bedoeld in artikel 9 van deze regeling;

i.Er moet een deugdelijke boekhouding worden gevoerd, als bedoeld in artikel 10 van deze regeling;

j.Er mogen geen buitenproportionele kosten in mindering worden gebracht op de omzet, als bedoeld in artikel 11 van deze regeling.

k.Aanvullende voorwaarden mogen worden opgelegd indien dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is om de wet en de regeling goed uit te kunnen voeren en te kunnen controleren.

Artikel 7 Voorwaarden: omvang activiteiten

1Een parttime ondernemer mag maximaal 1040 uur per jaar zelfstandige activiteiten uitvoeren, met een maximum van 86 uur per maand. Hiermee kan geen beroep worden gedaan op de zelfstandigenaftrek;

2De in lid 1 genoemde urengrens geldt voor alle werkzaamheden die met de zelfstandige activiteiten samenhangen, dus zowel declarabele uren alsook de uren welke besteedt worden aan randactiviteiten, zoals de administratie en boekhouding;

3De in lid 1 genoemde uren gelden voor de parttime ondernemer en diens eventuele partner tezamen;

4De parttime ondernemer houdt een urenstaat bij, welke hij op verzoek van het college verstrekt.

Artikel 8 Duur toestemming

1Toestemming wordt verleend voor 12 maanden;

2Na 12 maanden wordt ambtshalve verlenging van deze toestemming bezien.

Artikel 9 Concurrentievervalsing

1De zelfstandige activiteiten mogen niet leiden tot concurrentievervalsing;

2Om concurrentievervalsing tegen te gaan dient de parttime ondernemer:

a.Marktconforme tarieven te hanteren voor zijn product of dienst;

b.Geen buitenproportioneel hoge bedrijfskosten op te voeren;

3Om te bepalen of al dan niet sprake is van concurrentievervalsing dient de aanvrager bij zijn verzoek om toestemming in zijn plan van aanpak/mini-ondernemingsplan zijn tarief te vermelden evenals een concurrentie-analyse, waaruit blijkt welke tarieven in de branche gebruikelijk zijn en welke door concurrenten worden gehanteerd.

HOOFDSTUK 3 BOUKHOUDING EN INKOMSTEN

Artikel 10 Boekhouding

1De parttime ondernemer houdt een deugdelijke boekhouding bij die voldoet aan de criteria van de Belastingdienst en die in ieder geval bestaat uit:

a.Jaarcijfers, waaronder een balans en winst- en verliesrekening (overzicht omzet en kosten) met toelichting;

b.indien van toepassing: een kasboek

c.Btw-aangiften en de aangifte inkomstenbelasting worden tijdig bij de Belastingdienst ingediend.

Artikel 11 Kosten

1Noodzakelijke kosten voor de uitvoering van de werkzaamheden mogen als kosten in mindering worden gebracht op de omzet wanneer het college deze heeft goedgekeurd. De parttime ondernemer dient hiertoe bewijsstukken te overleggen.

2De kosten moeten in verhouding te zijn tot de omvang van de zelfstandige activiteiten;

3Op de omzet kunnen de volgende kosten niet in mindering worden gebracht:

a.huur of kosten bedrijfsruimte (in beginsel);

b.investeringen;

c.rentelasten;

d.kosten die worden opgevoerd in strijd met de belastingwetgeving;

e.kosten van activiteiten die in strijd zijn met de bepalingen van deze nadere regels;

f.personeelskosten

4Kosten die niet acceptabel zijn als bedrijfskosten, blijven voor eigen rekening van de parttime ondernemer.

Artikel 12 Inkomsten en inkomstenvrijlating

1De netto inkomsten strekken in mindering op de uitkering.

2Inkomsten worden per maand volledig gekort, waarbij geen reservering voor toekomstige belastingaanslagen plaatsvindt;

3Als netto inkomsten worden aangemerkt de omzet minus de geaccepteerde bedrijfskosten, als genoemd in artikel 11 van deze regeling;

4De parttime ondernemer dient maandelijks een inkomstenformulier in te leveren waarop hij zijn netto inkomsten vermeldt. Bij dit inkomstenformulier dient hij een bijlage te verstrekken waarop de omzet en kosten zijn gespecificeerd, deze bijlage wordt door het college beschikbaar gesteld;

5Achteraf (in het opvolgende jaar) wordt, aan de hand van de aangifte inkomstenbelasting en de jaarcijfers, definitief het inkomen uit de zelfstandige activiteiten vastgesteld over het voorgaande jaar;

6Indien de inkomsten bij de definitieve vaststelling hoger blijken te zijn geweest dan wat met de uitkering is verrekend, dan vindt herziening van de uitkering over het voorgaande jaar plaats;

7De teveel verstrekte uitkering kan dan worden teruggevorderd met toepassing van artikel 58 van de Participatiewet en artikel 25 Ioaw;

8Indien de inkomsten bij de definitieve vaststelling lager blijken te zijn geweest dan wat met de uitkering is verrekend, dan vindt eveneens herziening van de uitkering plaats en zal hetgeen te weinig is verstrekt, worden nabetaald.

9Inkomsten uit zelfstandige activiteiten kunnen gedeeltelijk worden vrijgelaten als dit naar het oordeel van het college moet bijdragen aan zijn arbeidsinschakeling, als bedoeld in artikel 31 lid 2 onder n Participatiewet en artikel 8 lid 2 Ioaw.

10Indien op basis van de jaarcijfers duidelijk blijkt dat de parttime ondernemer willens en wetens gedurende het voorgaande jaar maandelijks veel te weinig inkomsten heeft doorgegeven om zo meer uitkering te ontvangen, is er sprake van schending van de inlichtingenplicht van artikel 17 Participatiewet en artikel 44 Ioaw.

HOOFDSTUK 4 OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 13 Hardheidsclausule

1Het college kan in bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van de bepalingen in deze regeling, indien toepassing ervan tot kennelijke onredelijkheid en onbillijkheid leidt.

2In gevallen waarin deze nadere regels niet voorziet, beslist het college.

Artikel 14 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2018.

Artikel 15 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als ‘nadere regels parttime ondernemen Participatiewet Veldhoven 2018’

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.