Aanhef
De raad van de gemeente Valkenburg aan de Geul,
op voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Valkenburg aan de Geul d.d. 27 augustus 2024;
gezien het advies van de commissie Economisch Domein de dato 18 september 2024;
gelet op de Wet op de bedrijveninvesteringszones;
gezien de uitvoeringsovereenkomst BIZ Valkenburg 2025-2029 welke wordt gesloten met de Stichting BIZ Valkenburg;
besluit:
vast te stellen de verordening Bedrijveninvesteringszone Valkenburg 2025-2029.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.Bedrijveninvesteringszone: ook wel “BIZ-gebied”, het op de bij deze verordening behorende kaart (bijlage 1) aangewezen gebied in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven;
b.BIZ-subsidie: de op basis van deze verordening en de Wet op de bedrijveninvesteringszones te verlenen subsidie;
c.college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Valkenburg aan de Geul;
d.wet: Wet op de bedrijveninvesteringszones;
e.uitvoeringsovereenkomst: tussen de gemeente Valkenburg aan de Geul en Stichting BIZ Valkenburg gesloten overeenkomst als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet.
Hoofdstuk 2 Belastingbepalingen
Artikel 2 Belastbaar feit en aard van de belasting
1Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt jaarlijks een directe belasting geheven ter zake van binnen de bedrijveninvesteringszones gelegen onroerende zaken die op grond van artikel 220a Gemeentewet niet in hoofdzaak tot woning dienen en in de WOZ-administratie staan geregistreerd met een objectsoortcode zoals opgenomen in Bijlage 2 ‘Belastingobjecten BIZ-bijdrage’, behorende bij en deel uitmakende van deze verordening.
2De BIZ-bijdrage wordt geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten die bijdragen aan het versterken van de aantrekkelijkheid en de ontwikkeling van de (vrijetijd)economie in het recreatieve/toeristische centrum Valkenburg, waarbij ook aandacht wordt besteed aan de leefbaarheid in en ruimtelijke kwaliteit van het gebied van de bedrijveninvesteringszone.
Artikel 3 Voorwerp van de belasting
1Voorwerp van de belasting is een onroerende zaak.
2Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.
Artikel 4 Belastingplicht
1De BIZ-bijdrage wordt geheven van: de gebruiker, zijnde degene die bij het begin van het kalenderjaar al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht een in de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaak gebruikt.
2Voor de toepassing van dit artikel wordt:
a.gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven.
b.het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie die onroerende zaak ter beschikking is gesteld.
Artikel 5 Maatstaf van heffing
1De BIZ-bijdrage wordt geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor het belastingobject vastgestelde waarde zoals deze geldt voor het kalenderjaar.
2Indien met betrekking tot het belastingobject geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van dat belastingobject bepaald met toepassing van artikel 6, alsmede met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.
Artikel 6 Vrijstellingen
1In afwijking in zoverre van artikel 5 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet al is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van:
a.voor de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken;
b.glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond;
c.onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;
d.één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen;
e.natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden;
f.openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken;
g.waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning;
h.werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning;
i.werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken.
j.onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst van de gemeente;
k.straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen;
l.plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;
m.begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;
n.onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs;
o.onroerende zaken die worden beheerd door een vereniging of stichting die geen onderneming drijft, voor zover die objecten bestemd en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs, voor club- en buurthuiswerk, voor de beoefening van sport, kunst of cultuur, of voor andere activiteiten van sociale of culturele aard;
p.onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst ter zake van brandweerzorg, rampenbeheersing, crisisbeheersing, geneeskundige hulpverlening in de regio en de handhaving van de openbare orde en veiligheid;
2In afwijking in zoverre van artikel 5 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de BIZ-bijdrage van de gebruiker buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.
Artikel 7 Tarief BIZ-bijdrage
Het tarief van de BIZ-bijdrage bedraagt voor de belastingjaren 2025 tot en met 2029 voor de gebruiker van een onroerende zaak behorende tot een van de categorieën zoals vermeld in Bijlage 2 ‘Belastingobjecten BIZ-bijdrage’, behorende bij en deel uitmakende van deze verordening:
bij een WOZ-waarde van
2025
2026
2027
2028
2029
1Niet meer dan € 150.000
€ 600,00
€ 618,00
€ 637,00
€ 656,00
€ 675,00
2Meer dan € 150.000,00 maar niet meer dan
€ 350.000,00
€ 900,00
€ 927,00
€ 955,00
€ 983,00
€ 1.013,00
3Meer dan € 350.000,00 maar niet meer dan
€ 500.000,00
€ 1.250,00
€ 1.288,00
€ 1.326,00
€ 1.366,00
€ 1.407,00
4Meer dan € 500.000,00 maar niet meer dan
€ 1.000.000,00
€ 1.750,00
€ 1.803,00
€ 1.857,00
€ 1.912,00
€ 1.970,00
5Meer dan € 1.000.000,00 maar niet meer dan
€ 2.000.000,00
€ 2.250,00
€ 2.318,00
€ 2.387,00
€ 2.459,00
€ 2.532,00
6Meer dan € 2.000.000,00
€ 3.000,00
€ 3.090,00
€ 3.183,00
€ 3.278,00
€ 3.377,00
Artikel 8 Wijze van heffing
De BIZ-bijdrage wordt jaarlijks bij wege van aanslag geheven.
Artikel 9 Termijnen van betaling
1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later.
2In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt.
3Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso BsGW 2021.
4De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 10 Looptijd belastingheffing
De BIZ-bijdrage wordt ingesteld voor een periode van 5 jaar.
Hoofdstuk 3 Subsidiebepalingen
Artikel 11 Buiten toepassing verklaren algemene subsidieverordening
Op de subsidie op grond van deze verordening is de Algemene Subsidieverordening Valkenburg aan de Geul 2023 niet van toepassing.
Artikel 12 Aanwijzing Stichting
De Stichting BIZ Valkenburg wordt aangewezen als de Stichting als bedoeld in artikel 7 lid 3 van de wet waarmee een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht is gesloten, waarin is bepaald dat de activiteiten waarvoor de BIZ-subsidie wordt verstrekt verplicht moeten worden verricht.
Artikel 13 Algemene subsidiebepalingen
1De BIZ-subsidie bedraagt maximaal het bedrag van de jaarlijks te ontvangen BIZ-bijdragen, nadat daarop de perceptiekosten (2%) in mindering zijn gebracht.
2De BIZ-subsidie wordt overgemaakt op de bankrekening van de Stichting.
3Voor zover dit niet reeds is geschied in de uitvoeringsovereenkomst, kan het college nadere regels stellen met betrekking tot de verplichtingen van de subsidie-ontvanger.
Artikel 14 Subsidie aanvraag
1De Stichting dient jaarlijks uiterlijk op 1 november van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar een schriftelijk verzoek om BIZ-subsidie in bij het college.
2Voor het jaar 2025 geldt dat deze stukken uiterlijk 1 april 2025 worden ingediend.
3De subsidieaanvraag bevat een begroting en een activiteitenplan voor het desbetreffende jaar.
4De Stichting stelt dit jaarlijkse activiteitenplan op en stemt deze af met de gemeente. In dit activiteitenplan geeft de Stichting aan welke activiteiten zij voornemens is uit te voeren, activiteiten die zijn gericht op het bevorderen van de ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid, economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone. Daartoe kunnen ook activiteiten op het gebied van promotie behoren voor zover deze het publieke belang in de openbare ruimte dienen.
Artikel 15 Subsidieverlening
1De BIZ-subsidie wordt jaarlijks door het college verleend aan de in artikel 12 aangewezen Stichting voor de uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst. De BIZ-subsidie wordt verleend op een daartoe gedane aanvraag, die vergezeld moet gaan van de in de in artikel 14 genoemde stukken.
2Het college beslist over de aanvraag om de BIZ-subsidie te verlenen uiterlijk 31 december voorafgaand op het subsidie jaar (bij een tijdige en volledige subsidie aanvraag).
3Voor het subsidie jaar 2025 geldt dat het college (bij een tijdige en volledige subsidie aanvraag) uiterlijk 31 mei 2025 beslist.
4De gemeente maakt, na verlening van de BIZ-subsidie, uiterlijk de tweede week van de tweede maand van ieder kwartaal een voorschot over ter hoogte van 25% van de begrote BIZ-subsidie.
Artikel 16 Subsidieverplichtingen
1Naast de in artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde verplichtingen, worden doelgebonden verplichtingen opgelegd aan de Stichting. Deze verplichtingen zijn opgenomen in de met de Stichting gesloten uitvoeringsovereenkomst.
2De Stichting brengt het college uiterlijk op 1 mei van het jaar volgende op het subsidiejaar een financieel en inhoudelijk verslag uit van de door haar gerealiseerde activiteiten. Het inhoudelijk deel van het jaarverslag bevat een verantwoording van de uitvoering van het activiteitenplan.
3Het verslag dient te zijn vastgesteld door het bestuur van de Stichting middels een besluit dat in overeenstemming met haar statuten is genomen.
4Het college kan, indien het daar aanleiding toe ziet, verlangen dat dit verslag vergezeld gaat van een goedkeurende verklaring van een accountant.
Artikel 17 Subsidievaststelling
1Na ontvangst van het jaarverslag van de Stichting én uitsluitsel van de BsGW over de hoogte van de definitief ontvangen BIZ-bijdragen over het voorgaande subsidiejaar stelt het college de hoogte van de BIZ-subsidie over het voorgaande subsidiejaar definitief vast.
2Wanneer een deel van de BIZ-subsidie niet is besteed, wordt dit verschoven naar de volgende periode.
3Wanneer het vastgestelde bedrag hoger is dan het verstrekte voorschot, zal de gemeente het verschil binnen drie weken aan de Stichting uitbetalen.
4Wanneer het vastgestelde bedrag lager is dan het verstrekte voorschot, zal dit verschil worden verrekend met de uit te betalen subsidie van het dan lopende subsidiejaar, dan wel zal de Stichting het verschil binnen drie weken aan de gemeente betalen.
5Wanneer de Stichting kennelijk in gebreke blijft bij de uitvoering van het activiteitenplan, kan het college in overleg met de Stichting besluiten het vast te stellen subsidiebedrag daarop aan te passen.
Artikel 18 Melding van relevante wijzigingen
De Stichting stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van meer dan ondergeschikte veranderingen in haar financiële situatie, een wijziging van de statuten of verandering of beëindiging van activiteiten zoals opgenomen in het Activiteitenplan 2025-2029.
Hoofdstuk 4 Slotbepalingen
Artikel 19 Overgangsrecht
De verordening Bedrijveninvesteringszone Valkenburg aan de Geul 2020-2024 wordt ingetrokken op de datum van ingang van de heffing als bedoeld in artikel 20 tweede lid, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 20 Inwerkingtreding
1Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag nadat het college heeft bekendgemaakt dat van voldoende steun als bedoeld in artikel 4 van de wet is gebleken.
2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025.
Artikel 21 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: verordening Bedrijveninvesteringszone Valkenburg 2025-2029.
Bijlage 1 Het aangewezen gebied
Als aangewezen gebied, bedoeld in artikel 1 sub a van deze verordening, geldt het op onderstaande kaart blauw gemarkeerde gedeelte.
Behoort bij raadsbesluit van 7 oktober 2024
Bijlage 2 Belastingobjecten BIZ-bijdrage
Belastingobjecten voor de BIZ-bijdrage
Gelet op artikel 2 lid 1van deze verordening
Objectsoortcode
Objectomschrijving
3128
Fastfood-restaurant
3638
Benzinestation
3638
Verkooppunt energie voor motorvoertuigen
2110
(Detail)handel / winkel met woning
2111
Winkel met woning
2113
Toonzaal met woning
2114
Kiosk met woning
2119
(Detail)handel (overig) met woning
2120
Horeca met woning
2121
Cafetaria / snackbar met woning
2122
Café / bar / restaurant met woning
2123
Bar / dancing / discotheek met woning
2124
Hotel / motel met woning
2125
Pension / logiesgebouw met woning
2126
Jeugdherberg met woning
2127
Casino / amusementenhal met woning
2129
Horeca (overig) met woning
2510
Sport / recreatie met woning
2525
Camping met woning
3110
(Detail)handel / winkel
3111
Winkel
3113
Toonzaal
3114
Kiosk
3115
Commerciële ruimte
3116
Supermarkt
3117
Grootschalige retail (periferie)
3118
Warenhuis
3119
Overig (detail)handel
3120
Horeca
3121
Cafetaria / snackbar
3122
Café / bar / restaurant
3123
Bar / dancing / discotheek
3124
Hotel / motel
3125
Pension / logiesgebouw
3126
Jeugdherberg
3127
Casino / amusementenhal
3128
Fastfood-restaurant
3129
Overig horeca
3263
Kinderboerderij
3410
Cultuur
3411
Schouwburg / concertgebouw / theater
3412
Congresgebouw
3413
Museum
3414
Expositiehal / evenementenhal
3415
Bioscoop
3419
Overig cultureel
3510
Sport / recreatie
3518
Recreatie / sportcentrum
3520
IJsbaan
3521
Zwembad
3522
Sauna
3532
Kampeerboerderij
3535
Kunstijsbaan
Behoort bij raadsbesluit van 7 oktober 2024