4. Handhaving
4.2 Verkoopregister
5. Inwerkingtreding
De Beleidsregel handhaving helingbestrijding treedt in werking met ingang van de dag na publicatie.
6. Citeertitel
Deze beleidsregels kan worden aangehaald als ‘Beleidsregel handhaving helingbestrijding’.
Bijlage: Handhaving OM verplichtingen inkoopregister/heling
Constatering/ overtreding
Actie
Juridische basis
Sanctie
INKOOPREGISTER
Strafrecht
Verschrijving NAW gegevens
1eovertreding
Uitvoeringsbesluit bij artikel 2, tweede lid onder e ex artikel 437 Wetboek van Strafrecht
1of 2: geen interventie
3-5: Schriftelijke waarschuwing.
6-10: OM strafbeschikking €150.
>10: OM strafbeschikking €300
2eovertreding binnen 2 jaar na afdoening eerste overtreding
Uitvoeringsbesluit bij artikel 2, tweede lid onder e ex artikel 437 Wetboek van Strafrecht
1of 2: geen interventie
3-5: OM strafbeschikking €100
6-10: OM strafbeschikking €220
>10: OM strafbeschikking €450
3eovertreding binnen vier jaar na afdoening eerste overtreding
Uitvoeringsbesluit bij artikel 2, tweede lid onder e ex artikel 437 Wetboek van Strafrecht
1of 2: geen interventie
3-5: OM strafbeschikking €150
6-10: OM strafbeschikking €300
>10: OM strafbeschikking €600
Ontbrekende of onjuiste gegevens anders dan ontbrekende gegevens m.b.t. legitimatieplicht
1eovertreding
Uitvoeringsbesluit, artikel 2, tweede lid, onder a tot en met e ex artikel 437 Wetboek van Strafrecht
1-5: OM strafbeschikking €250
6- 10: OM strafbeschikking €500
>10: OM strafbeschikking €750
2eovertreding binnen twee jaar na afdoening eerste overtreding
Uitvoeringsbesluit, artikel 2, tweede lid, onder a tot en met e ex artikel 437 Wetboek van Strafrecht
1-5: OM strafbeschikking €370
6- 10: OM strafbeschikking €750
>10: OM strafbeschikking €1.100
3eovertreding binnen 4 jaar na afdoening eerste overtreding
Uitvoeringsbesluit, artikel 2, tweede lid, onder a tot en met e ex artikel 437 Wetboek van Strafrecht
1-5: OM strafbeschikking €500
6- 10: OM strafbeschikking €1.000
>10: Dagvaarden, eis ter zitting €1.500
Ontbrekende gegevens m.b.t. legitimatieplicht
1eovertreding
artikel 2, tweede lid onder f van het Uitvoeringsbesluit ex artikel 437 Wetboek van Strafrecht
1-5: OM strafbeschikking €500
6-10: OM strafbeschikking €1.000
>10: strafbeschikking €1.500
2eovertreding binnen twee jaar na afdoening eerste overtreding
artikel 2, tweede lid onder f van het Uitvoeringsbesluit ex artikel 437 Wetboek van Strafrecht
1-5: OM strafbeschikking €750.
6-10: OM strafbeschikking €1.500
>10: Dagvaarden, eis ter zitting €2.200.
3eovertreding binnen vier jaar na afdoening eerste overtreding
Ontbrekende gegevens m.b.t. legitimatieplicht, artikel 2, tweede lid, onder f van het Uitvoeringsbesluit ex artikel 437 Wetboek van Strafrecht
1-5: Dagvaarden, eis ter zitting €1.000
6-10: Dagvaarden, eis ter zitting €2.000
>10: Dagvaarden, eis ter zitting 1 maand hechtenis
Geen register bijhouden
1eovertreding
artikel 437, eerste lid onder a Wetboek van Strafrecht (eerste overtreding):
OM strafbeschikking €2.000
2eovertreding binnen 2 jaar na afdoening eerste overtreding
artikel 437, eerste lid, onder a Wetboek van Strafrecht
Dagvaarden, eis ter zitting €3.000
3eovertreding binnen 4 jaar na afdoening eerste overtreding
Geen register bijhouden, artikel 437, eerste lid, onder a Wetboek van Strafrecht
Dagvaarden, eis ter zitting 2 maanden hechtenis
HELERS
Opzetheling
Proces-verbaal opmaken, strafrechtelijke vervolging op basis van feiten en omstandigheden, maximale strafeis: gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of een geldboete van de vijfde categorie (artikel 416 Wetboek van Strafrecht)
Schuldheling
Proces-verbaal opmaken, strafrechtelijke vervolging op basis van feiten en omstandigheden, maximale strafeis: gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vijfde categorie (artikel 417bis Wetboek van Strafrecht)
Bijlage wettelijk kader
Artikel 437 Wetboek van Strafrecht
1Met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft de handelaar die op grond van artikel 437 bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen en in de oefening van zijn beroep of bedrijf:
a) niet met inachtneming van de bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels aantekening houdt van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij heeft verworven dan wel voorhanden heeft.
b) een gebruikt of ongeregeld goed verwerft van iemand, zonder dat diegene zijn identiteitsgegevens heeft opgegeven of zonder dat hij die gegevens in zijn administratie heeft aangetekend,
c) nalaat zijn administratie op eerste aanvraag ter inzage te geven aan een ambtenaar als bedoeld in artikel 552 van het Wetboek van Strafvordering,
d) nalaat een gebruikt of ongeregeld goed dat hij verworven of voorhanden heeft, op eerste vordering van een ambtenaar als bedoeld in onderdeel c, ter bezichtiging af te staan en deze te laten zien waar dit goed in zijn administratie staat ingeschreven,
e) een goed dat bij hem door of vanwege de politie met een duidelijke schriftelijk omschrijving als door misdrijf aan de rechthebbende is onttrokken of als verloren is aangegeven, verwerft of voorhanden heeft,
f) aan een hem schriftelijk uitgereikt last van een ambtenaar, zoals bedoeld in onderdeel c, tot het gedurende een daarbij aangegeven tijd, veertien dagen niet te boven gaande, bewaren of in bewaring van een goed dat hij voorhanden heeft, of aan een hem bij die last gegeven aanwijzing, geen gevolg geeft, of,
g) nalaat de van hem bij schriftelijk verordening van een ambtenaar, zoals bedoeld in onderdeel c, gevraagde opgaven betreffende door hem verworven of bij hem voorhanden zijnde goederen binnen de termijn, bij de vordering gesteld, naar waarheid te verschaffen.
2Met dezelfde straf wordt gestraft de voor de handelaar uit het eerste lid optredende persoon die een feit begaat als in dit lid onder a tot en met g omschreven;
3De schuldige kan worden ontzet van de uitoefening van het beroep waarin hij de overtreding begaat.
4Onder ongeregelde goederen worden verstaan goederen die wegens hun aard of uitvoering, hun herkomst of de staat waarin zij verkeren, niet tot de algemene gangbare goederen kunnen worden gerekend.
Artikel 552 Wetboek van Strafvordering
De in artikel 141 bedoelde ambtenaren en de ambtenaren die krachtens artikel 142 zijn belast met de opsporing van de bij artikel 437, 437bis of 437ter van het Wetboek van Strafrecht strafbaar gestelde feiten, hebben toegang tot elke plaats waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat zij wordt gebruikt door een handelaar als bedoeld in laatstgenoemde artikelen. Artikel 90bis van het Wetboek van Strafrecht is van toepassing.
Artikel 141 Wetboek van Strafvordering
Met de opsporing van de strafbare feiten zijn belast:
a.de officieren van justitie;
b.de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 2, onder a, van de Politiewet 2012, en de ambtenaren van politie, bedoeld artikel 2, onder c en d, van die wet, voor zover zij zijn aangesteld voor de uitvoering van de politietaak;
c.de door Onze Minister van Veiligheid en Justitie in overeenstemming met Onze Minister van Defensie aangewezen militairen van de Koninklijke marechaussee;
d.de opsporingsambtenaren van de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten.
Artikel 90bis Wetboek van Strafrecht
1Onder opkoper wordt verstaan hij die van opkopen een beroep of een gewoonte maakt.
2Onder opkopen wordt begrepen alle handelingen, hoe ook genaamd, waarmede kennelijk hetzelfde wordt beoogd.
Artikel 142 Wetboek van Strafvordering
1Met de opsporing van strafbare feiten zijn als buitengewoon opsporingsambtenaar belast:
a) de persoon aan wie door Onze Minister van Veiligheid en Justitie, onderscheidenlijk het College van procureurs-generaal een akte van opsporingsbevoegdheid is verleend;
b) de meerderjarige personen, behorend tot door Onze Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen categorieën of eenheden;
c) de personen die bij bijzondere wetten met de opsporing van de daarin bedoelde strafbare feiten worden belast, met uitzondering van de opsporingsambtenaren van de bijzondere opsporingsdiensten als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, of die bij verordeningen zijn belast met het toezicht op de naleving daarvan, een en ander voor zover het die feiten betreft en de personen zijn beëdigd.
2De opsporingsbevoegdheid strekt zich uit tot de in de akte of aanwijzing aangeduide strafbare feiten; de akte of aanwijzing kan bepalen dat de opsporingsbevoegdheid alle strafbare feiten omvat.
3Onze Minister van Veiligheid en Justitie kan bepalen dat voor door hem aan te wijzen categorieën of eenheden van de in het eerste lid, onder c, genoemde buitengewone, opsporingsambtenaren, de opsporingsbevoegdheid zich mede uitstrekt over andere strafbare feiten; het tweede lid van overeenkomstige toepassing.
4Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven omtrent de verlenging van de akte en het doen van de aanwijzing, het grondgebied waarvoor de opsporingsbevoegdheid geldt, de beëdiging en de instructie van de buitengewoon opsporingsambtenaren, het toezicht waaraan zij zijn onderworpen en de wijze waarop Onze Minister van Veiligheid en Justitie de opsporingsbevoegdheid van afzonderlijke personen kan beëindigen. Voorts kunnen regels worden gegeven over de eisen van bekwaamheid en betrouwbaarheid waaraan zij moeten voldoen.
5Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, onder b of derde lid, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant
Uitvoeringsbesluit ex artikel 437, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht
Besluit van 6 januari 1992, ter uitvoering van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 17 oktober 1991, Stafafdeling Wetgeving Publiekrecht, nr. 158757/ 91/6;
Gelet op artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht;
De Raad van State gehoord (advies van 17 december 1991, nr. WO3.91.0581);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 20 december 1991, Stafafdeling Wetgeving Publiekrecht, nr. 17875/91/6;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
1De handelaren, bedoeld in artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, zijn opkopers en handelaren in gebruikte en ongeregelde goederen, metalen, edelstenen, uurwerken, kunstvoorwerpen, auto’s, motorfietsen, bromfietsen, fietsen, foto-, film-, radio-, audio-, en videoapparatuur en apparatuur voor automatische registratie.
2In het eerste lid wordt onder metalen mede verstaan: legeringen en metalloïden.
Artikel 2
1Indien de in artikel 1 aangewezen handelaar de koopprijs van koper en koperlegeringen in contant geld voldoet, controleert hij de identiteit van de aanbieder aan de hand van een identiteitsbewijs in de zin van artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.
2De handelaar, aangewezen in artikel 1 van dit besluit, voldoet aan de verplichting ingevolge artikel 437, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht tot het aantekening houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij heeft verworven of voorhanden heeft indien hij een doorlopend en een door of namens de burgemeester gewaarmerkt register houdt en daarin onverwijld vermeldt:
a) het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed;
b) de datum van verkrijging van het goed;
c) een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voor zover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het goed;
d) de koopprijs of andere voorwaarden van verkrijging van het goed;
e) de naam en het adres van degene van wie het goed is verkregen;
f) zowel een omschrijving als het nummer van het document bedoeld in het eerste lid waarmee hij de identiteit van de aanbieder heeft vastgesteld, voor zover het de inkoop van koper en koperlegeringen betreft en de koopprijs van dat goed in contant geld wordt uitbetaald.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op de dag waarop de Wet van 9 oktober 1991, Stb. 520 tot aanvulling van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering met voorzieningen ten behoeve van de bestrijding van heling, in werking treedt.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
‘s-Gravenhage, 6 januari 1992
Beatrix
De minister van Justitie a.i.,
C. I. Dales
Uitgegeven de achtentwintigste januari 1992
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin
Algemene plaatselijke verordening Tytsjerksteradiel 2021
Afdeling 9 Bestrijding van heling van goederen
Artikel 2:66 Definitie
In deze afdeling wordt onder handelaar verstaan de handelaar aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
1De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en door de burgemeester gewaarmerkte register, en daarin onverwijld op te nemen:
a) het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed;
b) de datum van verkoop of overdracht van het goed;
c) een omschrijving van het goed, voor zover van toepassing daaronder begrepen - voor zover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het goed;
d) de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed; en
e) de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen.
2De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze verplichtingen.
3Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht
De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:
1de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk kennis te stellen:
a) dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende vestiging;
b) van een verandering van de onder lid 1, sub a, bedoelde adressen;
c) dat hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent;
d) dat hij enig goed kan verkrijgen dat hij redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is of voor de rechtbank verloren is gegaan;
2de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register ter inzage te geven;
3aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn;
4een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is.
Artikel 2:69 Vervreemding door opkoop verkregen goederen (vervallen)