Hoofdstuk 1 Huidige situatie
1.2 Analyse huidige situatie
1.2.1 Waar begonnen met alcohol drinken?
Van de jongeren begint 64% thuis met het drinken van alcohol. De thuissituatie heeft een grote invloed op de leeftijd wanneer een jongere begint met het drinken van alcohol, want ook het percentage wat bij vrienden thuis drinkt is vrij hoog (voor meer informatie zie diagram 1).
1.2.2 De mening van ouders
Volgens de jongeren zijn ouders redelijk tolerant ten aanzien van het drinken van alcohol. Vooral in de leeftijd 12 tot en met 15 jaar is het schokkend dat minder dan de helft van de ouders alcohol verbiedt of afraadt, ondanks dat de jongeren de wettelijke leeftijd nog niet bereikt hebben. Vanaf 16 jaar hebben zeer weinig ouders moeite met het alcohol gebruik door hun kind(eren) (zie diagram 2).
Wel blijkt dat de mening van ouders over de jaren heen aan het veranderen is (zie afbeelding 3). Bij de categorie 12-15 jaar is te zien dat er de afgelopen jaren een significante afname in tolerantie bij de ouders ten aanzien van het drinken van alcohol heeft plaatsgevonden.
Ondanks de afname zijn ouders in de gemeente Steenwijkerland toleranter ten aanzien van alcoholgebruik dan in de Regio IJsselland. In de leeftijd van 12-15 jaar vinden meer ouders het goed of zeggen er niks van dat de kinderen alcohol drinken dan regionaal. In de regio ligt dit percentage op 33% en in Steenwijkerland op 38%.
1.2.3 Landelijke trend
Landelijk is hetzelfde beeld te zien als in de regio IJsselland. Er lijkt een tendens ingezet te zijn dat minder jongeren onder de 16 jaar alcohol drinken en dat de tolerantie bij ouders voor alcohol drinken is afgenomen. Wel is het aantal ziekenhuisopnames waarbij een aan alcohol gerelateerde aandoening een rol speelt de laatste jaren toegenomen. Ook de GGD’s in de provincies Overijssel en Gelderland zien een daling in het alcohol gebruik bij de jongeren tot 16 jaar en een lagere tolerantie bij de ouders. geeft een beeld van de landelijke trends. Het algemene beeld van de afgelopen vijf tot zeven jaar is dat Nederlandse jongeren minder zijn gaan drinken (zie afbeelding 4). Dit blijkt uit alle onafhankelijke vergelijkende onderzoeken.
1.2.4 Rapport Nuchter
Rapport nuchter (november 2013) is een rapport over de verkrijgbaarheid door jongeren van alcohol.
Uit het rapport opgesteld door Nuchter, kenniscentrum leeftijdsgrenzen in opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport blijkt dat in 2013 in 46.5% van de gevallen een juiste naleving van de leeftijdsgrens om alcohol te kunnen kopen is toegepast. Dit is een stijging van 18.4% in vergelijking met 2011, toen een gemiddeld nalevingspercentage van 28.2% werd geconstateerd. De naleving in 2013 bleek het hoogst bij slijterijen (73.3%) en supermarkten (55.4%) gevolgd door horecagelegenheden (35.6%) Bij sportkantines (14.7%) cafetaria’s (14.6%) en thuisbezorgkanalen 0%) was de naleving in 2013 het laagst.
Deze percentages zijn gebaseerd op 1.410 aankooppogingen van alcoholhoudende dranken gedaan door 15- jarige MysteryKids. Deze groep jongeren, die door heel Nederland woonachtig zijn, is ook gevraagd naar hun uitgaansgedrag. Al deze informatie is gebruikt bij de selectie van horecalocaties en bezoektijden. Aankooppogingen in de horeca werden voornamelijk verricht op vrijdagmiddag na schooltijd, vrijdagavond en -nacht en zaterdagavond en -nacht. Aankooppogingen bij supermarkten en slijterijen werden op vrijdag- en zaterdagmiddag en – avond en daarnaast ook op doordeweekse vakantiedagen uitgevoerd. Cafetaria’s werden voornamelijk bezocht op vrijdag en zaterdagavond en sportkantines voornamelijk op zaterdagmiddag.
Uit het rapport blijkt dat in meer dan de helft van de gevallen alcohol verkocht wordt aan 15- jarige jongeren. Het is om die reden van groot belang om voldoende aandacht te blijven schenken aan de naleving van de leeftijdsgrenzen bij de verkoop van alcohol, zeker gezien de verhoging van de leeftijdsgrens naar 18 jaar.
Een belangrijke voorspellende factor van drinkgedrag is de beschikbaarheid van alcohol in de omgeving van jongeren; hoe hoger de beschikbaarheid, hoe hoger het alcoholgebruik1. Om de beschikbaarheid van alcohol te verlagen hebben supermarktketens en slijterijen in 2009 een convenant gesloten om bij alle jongeren <dan 20 jaar naar een geldig identiteitsbewijs te vragen (zie diagram 3).
1Babor, T.F., Caetano, R., & Casswell, S. (2010).
Alcohol: No ordinary commodity: Research and public policy (Vol. 2nd Revised edition).
Oxford: Oxford University Press.
afbeelding 1
Afbeelding 2
Afbeelding 3
Afbeelding 4
Bron: Alcoholgebruik Monitor jongeren 12 tot 24 jaar (2011)
Diagram 1
Diagram 2
Diagram 3
Hoofdstuk 2 Doelstelling en uitvoering
2.3 Onderwijs
2.3.1 Basisscholen
De GGD heeft een rol in de algemene gezondheidspreventie, maar voor verslavingsproblematiek en alcohol is Tactus als specialist aan te merken. Met Tactus wordt jaarlijks subsidie afspraken gemaakt en wordt er een werkplan opgesteld. Voor het schooljaar 2014-2015 is een subsidie aan Tactus (verslavingszorg) toegekend van €26.250,-- dit is vastgesteld in de raadsvergadering van 12 november 2013. Het bedrag is beschikbaar gesteld voor de volgende activiteiten zoals omschreven in het werkplan 2014 van de stichting Tactus:
· Ondersteunen en faciliteren van een gezonde omgeving op basisscholen;
· Voorlichting op basisscholen: doorgang project Op Tijd Voorbereid voor schooljaar 2014-2015 op 10 scholen, inclusief ouderparticipatie;
· Outreachend werken (ongevraagd bemoeien, de er op af benadering), netwerkoverleggen en trendsignalering.
Op Tijd Voorbereid is een preventieproject, voor groep acht opgezet door Tactus, over roken en alcohol en is bedoeld om jongeren iets te laten leren over de risico’s van het gebruik van tabak en alcohol.
De doelstellingen van het project Op Tijd Voorbereid zijn:
· Het uitstellen van het moment waarop leerlingen alcohol gaan drinken. (Met als uitgangspunt: géén alcohol onder de 18 jaar);
· Kennis vergroten van leerlingen over roken en alcohol en ze actief laten nadenken over hun houding en gedrag ten opzichte hiervan;
· Kennis van de ouders vergroten met betrekking tot de schadelijke gevolgen van alcohol en roken bij hun opgroeiende kind;
· Ouders bewust maken van hun eigen invloed op het drink- en rookgedrag van hun kinderen en ze stimuleren het goede voorbeeld te geven, in gesprek te blijven en afspraken te maken over genotsmiddelen.
Dit project wordt op dit moment op tien scholen uitgevoerd. Steenwijkerland kent veertig basisscholen, dit wil zeggen dat de gemeente met dit preventieproject niet alle basisscholen bereikt. Daarom is het verstandig om met het CJG en Tactus te onderzoeken of deze scholen op een andere wijze wel bereikt kunnen worden.
2.3.2 Voortgezet onderwijs
In het voortgezet onderwijs wordt op dit moment via Tactus voorlichting gegeven aan docenten om verslavingsproblematiek te herkennen en te signaleren. Ook kunnen docenten gebruik maken van lesmateriaal van Tactus om in de les aandacht te besteden aan de gevaren van alcohol en andere genotsmiddelen. De keuze om dit wel of niet te doen ligt hiermee volledig bij de school/docenten. Wellicht kunnen scholen in samenwerking met het CJG/Tactus dit meer projectmatig gaan oppakken voor de leerlingen in het voortgezet onderwijs, waardoor voorlichting op het voortgezet onderwijs beter geborgd gaat worden.
Daarnaast verleent Tactus ook haar medewerking aan ouderavonden van de scholen, om op die manier ook ouders te informeren over de risico’s van alcohol (en andere verslavingen/genotsmiddelen). Tot slot wordt er ook stilgestaan bij opvoedingsadviezen m.b.t. alcohol en uitgaan.
2.3.3 Ouders
Ouders onderschatten systematisch hoeveel hun kinderen drinken. Ze denken bovendien veelal dat het gedrag van hun puber volledig wordt bepaald door leeftijdsgenoten, terwijl zij wel degelijk ook zelf grote invloed kunnen hebben op het alcoholgebruik van hun kinderen. De beschikbaarheid van alcohol in huis en het stellen van regels zijn geschikte instrumenten om alcoholgebruik tegen te gaan. Uit onderzoek blijkt dat kinderen van ouders die geen duidelijke regels hebben afgesproken en geen leeftijdsgrens hebben gesteld voor het drinken van alcohol al op jongere leeftijd beginnen met drinken. Ze drinken bovendien vaker dan jongeren waarvan de ouders wel een leeftijdsgrens hebben gesteld. Naast het stellen van regels zijn andere beschermende factoren: een goede band tussen ouder en kind en stijl van opvoeden. Een opvoedstijl die zowel betrokken, begripvol en accepterend als controlerend, veeleisend en gezaghebbend is tegenover het kind is daarbij behulpzaam. Deze stijl van opvoeden stelt redelijke grenzen, geeft uitleg, toont begrip en doet al deze dingen met gezag Een slechte ouder-kind relatie en psychische problematiek of middelengebruik van de ouders zijn risicofactoren.
Ook door regels te stellen die niet expliciet gaan over alcoholgebruik, kunnen ouders invloed hebben op het alcoholgebruik van hun kind. Dan gaat het vooral over afspraken omtrent uitgaan, zoals staptijden, hoe vaak per week ze uit mogen. Uitgaansopvoeding is nodig zodat ouders zich meer bewust zijn van de rol die ze kunnen spelen om de schade van middelengebruik tijdens het uitgaan te voorkomen of te beperken.
Ouders zijn erg lastig te bereiken. Ouders worden voorgelicht over de risico’s van alcoholgebruik door jongeren, via de eerder genoemde ouderavonden die worden georganiseerd in aansluiting op de preventielessen op de scholen. De opkomst op ouderavonden van scholen wil helaas nog wel eens tegenvallen.
In de komende 4 jaren zullen de ouderavonden die in aansluiting op de preventielessen worden georganiseerd, blijven continueren. Daarnaast willen we in samenwerking met het CJG uitwerken op welke wijze we nog meer met ouders in gesprek kunnen raken over dit thema. Dit zou bijvoorbeeld kunnen via een theateravond die het CJG organiseert over omgaan met je puber.
2.4 Vrije tijd
2.4.1 Jeugdketenbeleid
In de raadsvergadering van 21 juni 2011 is het Jeugdketenbeleid van de gemeente Steenwijkerland vastgesteld. Dit beleid gaat uit van de positieve functie die jeugdketen hebben voor de sociale cohesie op het platteland en laat de verantwoordelijkheid voor het reilen en zeilen in een jeugdkeet primair bij de ouders/eigenaren. Het moet dan wel gaan om kleine, niet commerciële keten waar een vriendengroep in samenkomt. Het beleid gaat uit van het gedogen van keten onder voorwaarden. Deze voorwaarden hebben o.a. betrekking op alcoholgebruik, brandveiligheid, overlast en toezicht. In een convenant tussen de keetbezoekers, de grondeigenaar en de gemeente worden afspraken hierover vastgelegd.
Er wordt nog gewerkt aan de implementatie van dit beleid. Er zijn ongeveer 14 keten bekend bij de gemeente. Inmiddels is met zes keten, gelegen in de kernen Giethoorn, Wanneperveen en Kallenkote, een dergelijk convenant gesloten. In twee kernen, te weten Belt –Schutsloot (waar in juni 2015 twee keten zullen verdwijnen) en Sint Jansklooster wordt nog gewerkt aan het sluiten met convenanten met de keten. In de overige kernen zijn geen jeugdketen bekend. De algemene indruk met betrekking tot de keten is dat er weinig klachten en overlast is van de keten. In de bezochte keten werden weinig minderjarigen aangetroffen. Waardoor de wijziging van de Drank- en Horecawet niet veel invloed heeft op het jeugdketenbeleid. De wijziging vormt daarom ook niet een directe reden om het jeugdketenbeleid hierop aan te passen.
Door de regulering van de jeugdketen ontstaat er meer sturing, en dat biedt kansen om de jongeren, hun ouders en de grondeigenaar bewust te maken van de risico’s van alcohol. Aan het afsluiten van het convenant is ook een alcoholbewustwordingsactiviteit gekoppeld. Sluiting van jeugdketen waarmee een convenant is gesloten is niet de bedoeling volgens het vastgestelde beleid. Het signaal dat van het beleid moet uitgaan is niet het sluiten van keten, maar reguleren van keten. Sluiting wordt echter niet uitgesloten als andere oplossingen niet het gewenste effect hebben. Zo is dit ook besproken in de stuurgroep Veiligheid van de gemeente Steenwijkerland.
Nu er al een paar jaar ervaring is opgedaan met het ketenbeleid, is het goed om dit ook te gaan evalueren en het beleid te herijken.
2.4.2 Sport
Uit het rapport van “Nuchter” blijkt dat de naleving van de Drank en Horecawet in sportkantines niet strikt gebeurt. Het advies is om te kijken of er preventieactiviteiten kunnen worden opgezet in samenwerking met het CJG en sportverenigingen. In sportkantines is het nalevingspercentage 14,7% en in horeca is het nalevingspercentage 35,6%. Het kan meespelen dat personeel van een sportkantine niet voldoende is opgeleid om alle wet en regelgeving toe te passen in de praktijk.
Hoofdstuk 3 Doelstelling en uitvoering
3.2 Handhavingsactiviteiten
3.2.1 Hotspots inventariseren
Extra aandacht geven we aan evenementen (waaronder bijvoorbeeld de sportevenementen en muziekevenementen). Er zal een evenementenkalender worden opgesteld m.b.t. de jongerenevenementen of algemene evenementen die ook door veel jongeren worden bezocht.
3.2.2 Interventiestrategie
Interventiestrategie maakt een deel uit van het handhavingsdeel van dit plan. In het kader van het toezicht en handhaving van de Drank- en Horecawet zullen de volgende acties worden ondernomen:
· Controle op de juistheid van vergunningen door bezoek aan vergunningplichtige inrichtingen.
· Extra aandacht regionaal verband.
· Controle op schenkgedrag aan jeugdigen (met nadruk op horecagebieden, cafés, dancings en enkele sportverenigingen 8 tot 10“risicovolle” inrichtingen: maximaal 4 maal per jaar. Deze activiteiten worden in regionaal verband uitgevoerd.
· Controle van overige incidentele activiteiten: maximaal 4 maal per jaar.
· Bezoek van slijterijen en supermarkten: maximaal 4 maal per jaar.
· Controle op de aanwezigheid van alcohol bij jongeren onder de 18 jaar op het voor het publiek toegankelijke plaatsen. Dit in nauw overleg met de politie, wijkteams en toezichthouders die aangesteld zijn in regionaal verband.
· Nulmeting bij paracommerciële en commerciële organisaties om problematiek inzichtelijk te maken.
Daarbij wordt een afweging gemaakt tussen de aandacht voor de leeftijdsgrens voor alcoholverkoop van 18 jaar en de bepalingen rondom dronkenschap - zoals het niet toelaten van dronken personen in een horecagelegenheid en het niet schenken aan klanten in kennelijke staat van dronkenschap. De prioriteit regionaal ligt op dit moment bij de leeftijdsgrenzencontrole.
In dit verband is belangrijk te vermelden dat een aantal toezichthoudende taken en/of handhavingstaken rondom het verstrekken van alcohol aan minderjarigen in regionaal verband uitgevoerd wordt. In het kader van de bestaande samenwerkingsstructuur (Regionale Uitvoeringsdienst) van IJsselland, voert de gemeente Steenwijkerland samen met enkele gemeenten in de regio deze taken uit. Die context geeft meer zekerheid en op deze manier kan de benodigde kwaliteit worden gegarandeerd. De gemeente Zwolle is in dat kader aangewezen als kennispunt. Door het bundelen en uitwisselen van kennis wordt een professionele manier van werken en functioneren bereikt. De gemeenteraad heeft in zijn vergadering van 18 juni 2013 besloten structureel middelen beschikbaar te stellen voor de uitvoering van deze wettelijke taak. Op dit moment is een bedrag van € 75.000,= op jaarbasis beschikbaar voor de uitvoering van deze wettelijke taken.
Basiscontrole
Voordat de leeftijdsgrenzen/dronkenschap inspecties worden uitgevoerd is het zaak de vergunningen van in ieder geval de hotspots actueel te hebben. Met een basiscontrole wordt vastgesteld of de vergunning nog op orde is en of de leidinggevende ook echt aanwezig is.
Leeftijdsgrens/dronkenschap inspectie
Gestreefd wordt naar een controlefrequentie van mogelijk 6 keer per jaar voor de hotspots met een permanent risico. Dit zijn uitgaansgelegenheden waarvan bekend is dat er veel jongeren komen. De inspecties zullen met name in de weekenden plaats vinden.
3.2.3 Uitvoering interventiestrategie
Handhavingsprotocol gemeente Steenwijkerland
Handhaving van overtredingen van regels bij of krachtens de Drank- en Horecawet gesteld vindt plaats op grond van het handhavingsprotocol gemeente Steenwijk. Het handhavingsprotocol treft u als bijlage aan bij dit preventie- en handhavingsplan. Het handhavingsprotocol met daarbij behorende handhavingsmatrix is een losstaande beleidsregel.
In het handhavingsprotocol wordt beschreven wanneer welke handhavingsinstrumenten uit de Drank- en Horecawet zullen worden ingezet ter handhaving van overtredingen en welk stappenplan daarbij gevolgd wordt.
Controles op leeftijd
Bij controles op leeftijd is het zaak om deze periodiek ook te laten uitvoeren door anderen dan de bij de doelgroepen inmiddels bekende BOA’s. Het kunnen controles zijn door extern “ïngehuurde” jongeren. De herkenbaarheid maakt het op den duur moeilijk voor lokale BOA's om leeftijdsgrenzenovertredingen op heterdaad vast te stellen. Uitwisseling van regionale ervaringen biedt bovendien vaak inspiratie. Om die reden is gekozen om deze taken in regionaal verband uit te voeren.
Communicatie
Communicatie kan het effect van de handhaving versterken. Het kan bijdragen aan een verhoogde subjectieve pakkans en aan meer draagvlak voor de maatregelen. Het is van belang de communicatie naar de diverse doelgroepen in goed overleg met andere afdelingen vorm te geven. Daarnaast is er veel landelijke publiciteit geweest. We mogen er van uit gaan dat er nog maar weinig jongeren zijn die geen wetenschap dragen van de 18 jaar maatregel. We willen zoveel mogelijk gebruik maken van bijeenkomsten en situaties waar jongeren van nature bijeenkomen om met hen in gesprek te gaan over het beleid rond alcohol.
3.2.4 Effectmeting en evaluatie
Elke vier jaar zal het preventie- en handhavingsplan worden geëvalueerd en worden vastgesteld. Bevindingen zullen ook bij de Nota Gezondheidsbeleid worden betrokken.
Bijlage 1 Tekst en toelichting DHW
In dit hoofdstuk worden de wijzigingen van de Drank- en Horecawet toegelicht en handhavingsmogelijkheden besproken. Hierbij wordt uiteengezet welke mogelijkheden de gemeente, in het bijzonder de burgemeester (bevoegd gezag), op grond van de nieuwe Drank- en Horecawet heeft. In sommige gevallen kan (discretionaire bevoegdheid) gebruik worden gemaakt van een bepaald handhavingsinstrument daarom is vervolgens in het handhavingsprotocol (te vinden in bijlage 1) de keuze opgenomen of en op welke wijze de genoemde handhavingsmogelijkheden worden ingezet.
Belangrijke wijzigingen DHW
Burgemeester bevoegd gezag
In de gewijzigde DHW is de burgemeester het bevoegd gezag voor vergunningverlening. Voorheen was het college van burgemeester en wethouders (hierna het college) bevoegd. De bevoegdheden sluiten goed aan bij de bestaande verantwoordelijkheid van de burgemeester voor de openbare orde en veiligheid.
Decentralisatie
Met de wijziging van de DHW, is toezicht en handhaving op de naleving van de DHW verschoven van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit naar de gemeente. De burgemeester is bevoegd om toezichthouders aan te stellen voor toezicht en handhaving op de DHW binnen een gemeente.
Deregulering
Terugbrengen van administratieve lasten voor de ondernemers. Een nieuwe leidinggevende kan voortaan volstaan met het indienen van een melding, in plaats van een aanvraag. Ook hoeft de ondernemer geen Verklaring sociale Hygiëne bij de aanvraag te voegen omdat deze verklaringen zijn opgenomen in een register.
Schorsen vergunning
Het intrekken van een vergunning is een zware sanctie. In de DHW is het nu mogelijk om een vergunning voor een periode van maximaal twaalf weken te schorsen in plaats van in te trekken.
Strafbaar stellen jongeren
De DHW verbiedt jongeren onder de achttien jaar om alcoholhoudende drank bij zich te hebben op voor het publiek toegankelijke plaatsen. De gemeente heeft de bevoegdheid om handhavend op te treden en deze jongeren te beboeten.
Regulering paracommerciële horeca
De raad heeft een verordening vastgesteld met regels rondom schenktijden, alcoholverstrekking tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en tijdens niet-verenigingsgebonden activiteiten van paracommerciële rechtspersonen.
Verordenende bevoegdheid
Een van de doelen van de DHW is het terugdringen van overmatig drankgebruik onder jongeren. De DHW heeft weinig bepalingen om dit doel te bereiken. Op basis van de DHW kan de raad in een verordening regels stellen om op lokaal niveau betere invulling te geven aan het alcoholbeleid.
Verankeren preventie en handhaving
Gemeenten moeten voortaan aangeven en door de gemeenteraad laten vaststellen hoe zij deze aangepaste wet gaan handhaven. Dit moeten zij opnemen in een preventie- en handhavingsplan. Het beoordelen en (indien nodig) periodiek bijstellen van het handhavingsbeleid en gemeentelijk preventiebeleid op dit gebied wordt gewaarborgd doordat er eens in vier jaar het verslag en de planning voor de komende periode door de gemeenteraad wordt vastgesteld.
Mogelijkheden met betrekking tot handhaving
De volgende mogelijkheden vloeien voort uit de DHW:
Three strikes out
Artikel 19A DHW
Intrekken van de DHW-vergunning
Artikel 31 DHW
Schorsen van de vergunning
Artikel 32 DHW
Verwijderen van bezoekers
Artikel 36 DHW
Bestuurlijke boete
Artikel 44a DHW
De volgende mogelijkheden vloeien voort uit de Gemeentewet:
Dwangsom/bestuursdwang
Artikel 125 Gemeentewet
Sluiting van een horeca-inrichting
Artikel 174 Gemeentewet
Artikel19aDHW: three strikes out
Dit artikel is in werking getreden op 1 januari 2013. Het bevat een speciale sanctie voor niet-vergunningsplichtige detailhandelaren. Voorbeelden zijn supermarkten, snackbars en bezorgdiensten. Deze sanctie is toepasbaar op diegene die meermalen in een periode van twaalf maanden artikel 20 lid 1 overtreden. In artikel 20 lid 1 staat: Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken aan een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. Onder verstrekken als bedoeld in de eerste volzin wordt eveneens begrepen het verstrekken van alcoholhoudende drank aan een persoon van wie is vastgesteld dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, welke drank echter kennelijk bestemd is voor een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt.
In artikel 19a DHW is een periode van twaalf maanden opgenomen omdat in het Besluit bestuurlijke boete Drank en Horecawet is bepaald dat er sprake is van recidive indien hetzelfde artikel binnen twaalf maanden opnieuw wordt overtreden.
De minimale straf is bepaald op één week en maximaal voor twaalf weken. De maximumtermijn van twaalf weken is ook de maximale periode waarop vergunningen van horeca- en slijtersbedrijven geschorst kunnen worden.
Bij toepassing van artikel 19a DHW gaat het per definitie om niet-vergunningplichtige ondernemers die in een periode van twaalf maanden driemaal in de fout zijn gegaan. Naast deze sanctie kan er geen bestuurlijke boete worden opgelegd.
De burgemeester kan de nieuwe sanctie afdwingen middels bestuursdwang.
Toelichting artikel 31 DHW: het intrekken van de DHW-vergunning
In artikel 31 staan de intrekkingsgronden opgesomd. Deze intrekkingsgronden worden in dit artikel opgesplitst in de verplichte intrekkingsgronden (lid 1), en de facultatieve intrekkingsgronden (lid 2).
In dit kader is het goed om te vermelden dat het proportionaliteitsbeginsel wel eist dat er een redelijke verhouding moet bestaan tussen de schending van de norm en de reactie op die schending.
Toelichting op de verplichte intrekkingsgronden;
Lid 1, aanhef onder a “verstrekken onjuiste gegevens of informatie”.
Het kan voorkomen dat de burgemeester een vergunning heeft verleend voor de uitoefening van het horeca- of slijtersbedrijf en dat achteraf blijkt dat deze vergunning had moeten worden geweigerd omdat de ten behoeve van de vergunningsaanvraag verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op deze aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest.
Een voorbeeld hiervan is dat het bedrijf feitelijk door een ander persoon dan de aanvrager wordt geëxploiteerd. Deze persoon heeft antecedenten en zou de check op het levensgedrag niet doorstaan dus niet door de Bibobtoets heenkomen. Wanneer na vergunningverlening blijkt dat hiervan sprake is, dan moet de burgemeester deze vergunning op grond van dit artikellid intrekken.
Lid 1, aanhef onder B “Levensgedrag”.
Leidinggevenden moeten voldoen aan de eisen van artikel 8 DHW. In dit verband gaat het om levensgedrag en de moraliteitsvereisten zoals bedoeld in het Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet 1999.
Ten tijde van de vergunningsaanvraag is al beoordeeld of de opgegeven leidinggevenden aan deze eisen voldeden. Maar dat geeft geen garantie voor de toekomst. Daarom is het zaak dat in een cyclus van vijf jaar de leidinggevenden wederom beoordeeld worden op het voldoen aan deze eisen.
Lid 1, aanhef onder b “ inrichtingseisen”.
Het horecabedrijf en slijtersbedrijf moeten voldoen aan de inrichtingseisen zoals vermeld in het besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet. Gaandeweg de exploitatie kunnen er wijzigingen hebben plaatsgevonden die van invloed zijn op het al dan niet voldoen aan deze eisen.
Indien niet meer wordt voldaan aan de eisen is het mogelijk om de vergunning in te trekken. Wel dient er rekening te worden gehouden met het proportionaliteitsvereiste.
Lid 1, aanhef onder C “Openbare orde en veiligheid”.
De vergunning moet worden ingetrokken indien zich in de betrokken inrichting feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid.
Voorbeeld is dat een vergunning kan worden ingetrokken indien er in de inrichting gehandeld wordt in verdovende middelen. Het is zeker niet de bedoeling dat de vergunning wordt ingetrokken indien dit incidenteel voorkomt.
Lid 2 “facultatieve intrekkingsgronden”
Hier wordt de situatie beschreven wanneer de vergunning kan worden ingetrokken. Er kan ook gekozen worden voor andere bestuursrechtelijke instrumenten zoals het opleggen van een last onder dwangsom, bestuurlijke boete of het schorsen van de vergunning op grond van artikel 32 DHW.
De burgemeester kan de vergunning intrekken wanneer de vergunninghouder de bij of krachtens deze wet gestelde regels, dan wel de aan een vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen, niet nakomt.
De vergunning kan dus ook worden ingetrokken als de vergunninghouder zich niet houdt aan de regels gesteld in een door de Raad vastgestelde paracommerciële verordening of een horecaverordening.
Lid 3 onder A “Bibob”
Net zoals bij het weigeren van een vergunning omdat er sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob, kan een vergunning ook om die reden weer worden ingetrokken. Voorafgaand aan het besluit tot intrekking, kan de burgemeester daaromtrent advies vragen aan het landelijke Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen.
Lid 3 onder B “Verzoek tot bijschrijven nieuwe leidinggevende”
De vergunninghouder moet een nieuwe leidinggevende melden volgens de procedure van artikel 30a DHW. Indien de vergunninghouder ten minste driemaal in twee jaren een persoon met criminele antecedenten aanmeldt kan de vergunning ook worden ingetrokken.
Toelichting artikel 32 DHW: het schorsen van de vergunning
Op grond van artikel 31 DHW kan de vergunning in bepaalde gevallen worden ingetrokken. Dit wordt vaak een te drastisch middel gevonden waardoor het niet vaak voor komt.
Sinds 1 januari 2013 is het mogelijk voor gemeenten om vergunningen van inrichtingen op grond van de DHW in bepaalde situaties tijdelijk te schorsen. De vergunning kan voor ten hoogste twaalf weken worden geschorst. De lengte van de schorsing kan de burgemeester afstemmen op de ernst van de overtreding. Dit zorgt voor een flexibeler inzet van sancties en derhalve tot een betere handhaving van de DHW.
In het tweede lid wordt nog vermeld dat de burgemeester tijdens de schorsing geen nieuwe vergunning op grond van artikel 3 DHW verleent aan de vergunninghouder.
Wanneer een vergunning is geschorst, dan is er in de schorsingsperiode geen sprake meer van rechtmatige uitoefening van het horeca- of slijtersbedrijf. Dat levert voor de ondernemer een nadeel op want in artikel 25 lid 1 aanhef onder a DHW is bepaald dat het degene die, anders dan in de rechtmatige uitoefening van het slijtersbedrijf of horecabedrijf, een ruimte voor het publiek geopend houdt, verboden is om in die ruimte alcoholhoudende drank aanwezig te hebben. De alcoholhoudende dranken moet dus verwijderd worden. De dranken mogen ook niet naar een ruimte verplaatst worden die niet toegankelijk is voor het publiek. Artikel 25 lid 1 aanhef onder b verbied dit. De alcohol zal om die reden gebracht moeten worden naar een ruimte buiten het bedrijf waar artikel 25 DHW niet wordt overtreden.
Toelichting artikel 36 DHW: het verwijderen van bezoekers
Volgens dit artikel is de burgemeester bevoegd aan andere personen dan hen, die wonen in de ruimte, waarin strijd met deze wet alcoholhoudende drank wordt verstrekt, de toegang tot die ruimte te ontzeggen.
Het gaat hier om een vorm van bestuursdwang.
De Gemeentewet kent aan het gemeentebestuur een algemene bevoegdheid toe tot het uitoefenen van bestuursdwang. De regels over toepassing van bestuursdwang zijn opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht.
Bestuursdwang betekent dat door of vanwege een bestuursorgaan feitelijk wordt opgetreden tegen een situatie die in strijd is met enig wettelijk voorschrift. Met feitelijk optreden wordt verstaan het doen wegnemen, opruimen, beletten, in de vorige toestand herstellen of het treffen van maatregelen om verder nadelige gevolgen van de overtreding te voorkomen. Met bestuursdwang wordt dus beoogd een bestaande onwettige situatie in overeenstemming te brengen met de bestuursrechtelijke voorschriften. De kosten van bestuursdwang kunnen worden verhaald op de overtreder.
In afdeling 5.3.1 van de Algemene wet bestuursrecht is een regeling getroffen voor de gevallen waarin bij of krachtens de wet de bevoegdheid tot bestuursdwang is toegekend. Daarbij geeft artikel 125 lid 1 Gemeentewet het gemeentebestuur de bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang ter uitvoering van wetten, welke bevoegdheid op grond van artikel 129 lid 3 Gemeentewet, in beginsel wordt uitgeoefend door de burgemeester.
In artikel 26 wordt gesproken over `de ruimte waarin alcoholhoudende drank wordt verstrekt´. De indruk wordt daarmee gewekt dat het alleen gaat om een ruimte waarin een horecalokaliteit is gevestigd en niet andere ruimten. Maar als dat het geval zou zijn, dan is de toevoeging ´hen die wonen in de ruimte´ merkwaardig. Deze toevoeging impliceert dat het ook kan gaan om andere ruimten dan de ruimten waarin de horecalokaliteit is gevestigd. Aangezien er in de parlementaire geschiedenis van dit artikel niets terug te vinden is over deze toevoeging, mag er vanuit worden gegaan dat het hier gaat om een besloten ruimte in het lokaal waar onwettige drankverstrekking plaatsvindt.
Naast het ontzeggen van alle bezoekers zoals bedoeld in artikel 36, is het ook mogelijk specifieke personen de toegang te ontzeggen. Ongewenste bezoekers kunnen de toegang tot het bedrijf worden ontzegd. Ontzegging op grond van artikel 138 van het Wetboek van Strafrecht worden schriftelijk kenbaar gemaakt. Een afschrift wordt overhandigd aan het team van de politie.
Toelichting artikel 44a DHW: bestuurlijke boete
Voor overtredingen kunnen bestuurlijke boetes worden opgelegd, deze overtredingen kunnen alleen worden geconstateerd door ambtenaren die zijn aangewezen als Buitengewoon opsporingsambtenaar domein I/II (BOA). De boete komt volledig toe aan de gemeente.
De bestuurlijke boete is een punitief sanctiemiddel dat snel en slagvaardig kan worden toegepast in de bestuursrechtelijke handhavingspraktijk. In dit artikel worden de overtredingen opgesomd waarvoor de burgemeester een bestuurlijke boete kan opleggen. Dat zijn alle overtredingen die deze wet kent, met uitzondering van artikel 2 (reclamebepalingen) en van artikel 20 lid 6, 7 en artikel 21. Bij de introductie van de bestuurlijke boete in de DHW is bepaald dat overtreding van laatstgenoemde bepalingen altijd strafrechtelijk moet worden afgedaan.
De overige delicten worden via het duale stelsel gehandhaafd. In beginsel zal steeds gehandhaafd worden door het opleggen van bestuurlijke boetes, alleen in uitzonderlijke gevallen door toepassing van de Wet economische delicten. Voordat een beschikking bestuurlijke boete wordt opgelegd, wordt door middel van een ambtelijke waarschuwing een eerste schriftelijke waarschuwing gegeven, tenzij er sprake is van een situatie die direct handhavend optreden vereist. In die situaties kan een schriftelijke waarschuwing achterwege blijven.
Alleen indien de overtreding een direct gevaar voor de gezondheid of veiligheid van de mens tot gevolg heeft, of het door de wetsovertreder genoten economisch voordeel groter is dan de bestuurlijke boetes zal er behoefte kunnen zijn om de zaak voor te leggen aan het OM om via de WED af te doen: de WED voorziet in een breder arsenaal aan sancties zoals hogere boetes en de mogelijkheid tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Wat is de bestuurlijke boete?
De bestuurlijke boete, ook wel administratieve boete genoemd, is onderdeel van de handhaving in het bestuursrecht. In tegenstelling tot reparatoire (herstellende) sancties last onder bestuursdwang en dwangsom is de bestuurlijke boete een punitieve (bestraffende) sanctie, maar één die niet onder het strafrecht valt. In artikel 5:40 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de bestuurlijke boete gedefinieerd als een bestraffende sanctie, inhoudende een onvoorwaardelijke verplichting tot betaling van een geldsom.
Het OM is geen partij bij bestuurlijke boetes, ook niet bij bezwaar of beroep.
Een bestuurlijke boete wordt in de context van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens als een criminal charge aangemerkt. Dit betekent dat een aantal waarborgen, zoals de plicht tot het geven van cautie (artikel 5:10a Awb), gelden wanneer een bestuursorgaan voornemens is een bestuurlijke boete op te leggen. Een bestuurlijke boete is niet hetzelfde als een last onder dwangsom.
Deze bestuurlijke boete kan alleen maar worden opgelegd wanneer de betreffende overtreding ook daadwerkelijk aan de overtreder kan worden verweten. Het bestuursorgaan legt géén bestuurlijke boete op indien aan de overtreder wegens dezelfde overtreding reeds eerder een bestuurlijke boete is opgelegd. Ook wordt geen bestuurlijke boete opgelegd wanneer tegen de overtreder wegens dezelfde gedraging een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting is begonnen, dan wel een strafbeschikking is uitgevaardigd.
De procedure van de bestuurlijke boete
In Afdeling 5.4.2 van de Algemene wet bestuursrecht is de procedure opgenomen met betrekking tot de bestuurlijke boete. Hieronder volgt daarop een nadere toelichting.
Het bestuursorgaan en de voor de overtreding bevoegde toezichthouder maken van de overtreding een rapport op. Het rapport is gedagtekend en vermeldt:
· De naam van de overtreder.
· De overtreding alsmede het overtreden voorschrift.
· Een aanduiding van de plaats waar en het tijdstip waarop de overtreding is geconstateerd.
Een afschrift van het rapport wordt uiterlijk bij de bekendmaking van de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete aan de overtreder toegezonden of uitgereikt. Wanneer van de overtreding een proces-verbaal als bedoeld in artikel 152 van het Wetboek van Strafvordering is opgemaakt, treedt dit voor de toepassing van deze afdeling in de plaats van het rapport.
Het bestuursorgaan stelt de overtreder in de gelegenheid de gegevens waarop het opleggen van de bestuurlijke boete, dan wel het voornemen daartoe, berust, in te zien en daarvan afschriften te vervaardigen.
Voor zover blijkt dat de verdediging van de overtreder dit redelijkerwijs vergt, draagt het bestuursorgaan er zoveel mogelijk zorg voor dat deze gegevens aan de overtreder worden medegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal.
Nadat de overtreder in de gelegenheid is gesteld om over het voornemen tot het opleggen van een bestuurlijke boete zijn zienswijze naar voren te brengen, wordt het rapport reeds bij de uitnodiging daartoe aan de overtreder toegezonden of uitgereikt en zorgt het bestuursorgaan voor bijstand door een tolk, indien blijkt dat de verdediging van de overtreder dit redelijkerwijs vergt.
Indien het bestuursorgaan, nadat de overtreder zijn zienswijze naar voren heeft gebracht, beslist datvoor de overtreding geen bestuurlijke boete zal worden opgelegd of de overtreding alsnog aan de officier van justitie zal worden voorgelegd, wordt dit schriftelijk aan de overtreder meegedeeld.
Indien van de overtreding een rapport is opgemaakt, beslist het bestuursorgaan omtrent het opleggen van de bestuurlijke boete binnen dertien weken na de dagtekening van het rapport. De beslistermijn wordt opgeschort met ingang van de dag waarop de gedraging aan het openbaar ministerie is voorgelegd, tot de dag waarop het bestuursorgaan weer bevoegd wordt een bestuurlijke boete op te leggen.
De beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete vermeldt:
· De naam van de overtreder.
· Het bedrag van de boete.
Bevoegd gezag
De bevoegdheid tot oplegging van een bestuurlijke boete is op grond van artikel 44a DHW toegekend aan de burgemeester.
Wanneer een bestuurlijke boete?
In artikel 44a van de DHW staan de artikelen opgesomd van overtredingen die geschikt zijn voor het opleggen van een bestuurlijke boete:
· Artikel 3 DHW,
· artikel 4 DHW,
· artikel 9 DHW lid 3, 4 en 5,
· artikel 12 tot en met 19,
· artikel 20 lid 1 tot en met 4,
· artikel 22 lid 1 en 2,
· artikel 24,
· artikel 25 behoudens lid 3,
· artikel 25a tot en met 25d,
· artikel 29 lid 3,
· artikel 35 lid 2 en 4,
· artikel 38.
De boete komt toe aan de gemeente, waar de overtreding heeft plaatsgevonden.
Geen bestuurlijke boete
Artikel 44a lid 3 DHW bepaalt dat geen bestuurlijke boete kan worden opgelegd in de volgende gevallen:
· De overtreding brengt een direct gevaar voor de gezondheid of veiligheid van de mens met zich mee.
· Als het economisch voordeel groter is dan de bestuurlijke boete.
· Door de burgemeester toepassing is gegeven aan artikel 19a lid 1 DHW.
Volgens lid 4 van dit artikel vervalt de mogelijkheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete wanneer ter zake van de overtreding op grond waarvan de bestuurlijke boete kan worden opgelegd door de burgemeester aan de vergunninghouder schriftelijk mededeling is gedaan van het voornemen de vergunning in te trekken. Hiermee wordt voorkomen dat een tijdelijk verbod op het verkopen van zwak-alcoholhoudende drank op grond van artikel 19a DHW kan cumuleren met een bestuurlijke boete.
Hoogte van de boete
De bestuurlijke boetes zullen worden opgelegd in overeenstemming met het Besluit bestuurlijke boete Drank- en Horecawet. Hieronder een tabel met alle verschillende bedragen per overtreding. Om de hoogte van de boete te bepalen, zijn de artikelen van het Besluit bestuurlijke boete Drank- en Horecawet die onder de tabel zijn geplaatst van belang.
Toelichting
Overtreding
Boetebedrag
Kolom I (minder dan 50 werknemers)
Kolom II (meer dan 50 werknemers)
Categorie A (administratieve tekortkomingen)
€ 680,-
€ 1360,-
Artikel 3 (als de vergunning nog niet is verleend)
Artikel 4, vijfde lid
Artikel 9, derde lid
Artikel 9, vierde lid
Artikel 20, vierde lid
Artikel 29, derde lid
Artikel 35, vierde lid
Categorie B (overige geboden en verboden)
€ 1020,-
€ 2040,-
Artikel 4, eerste lid
Artikel 12, eerste lid
Artikel 12, tweede lid
Artikel 14, eerste lid
Artikel 14, tweede lid
Artikel 15, eerste lid
Artikel 15, tweede lid
Artikel 16
Artikel 17
Artikel 18, derde lid
Artikel 19, eerste lid
Artikel 19, tweede lid
Artikel 24, eerste lid
Artikel 24, tweede lid
Artikel 24, derde lid
Artikel 25a, eerste lid
Artikel 25b, eerste lid
Artikel 25c, eerste lid
Artikel 25d, eerste lid, onder a
Artikel 25d, eerste lid, onder b
Artikel 35, tweede lid
Categorie C (speerpunten illegal exploitative en overtreding leeftijdsgrenzen)
€ 1360,-
€ 2720,-
Artikel 2, tweede lid
Artikel 3 (als de vergunning niet is aangevraagd of is geweigerd)
Artikel 13, eerste lid
Artikel 13, tweede lid
Artikel 18, eerste lid
Artikel 20, eerste lid
Artikel 20, tweede lid
Artikel 20, derde lid
Artikel 22, eerste lid, onder a
Artikel 22, eerste lid, onder b
Artikel 22, eerste lid, onder c
Artikel 22, tweede lid, onder a
Artikel 22, tweede lid, onder b
Artikel 25, eerste lid, onder a
Artikel 25, eerste lid, onder b
Artikel 25, tweede lid
Artikel 25, derde lid
Artikel 1 Besluit bestuurlijke boete Drank- en Horecawet
Als bijlage bedoeld in artikel 44b, eerste lid, van de Drank- en Horecawet wordt vastgesteld de bij dit besluit behorende bijlage.
Artikel 2 Besluit bestuurlijke boete Drank- en Horecawet
Voor in de bijlage omschreven overtredingen van voorschriften gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, bepaalt het in de kolommen I en II opgenomen bedrag de bestuurlijke boete die opgelegd kan worden.
Artikel 3 Besluit bestuurlijke boete Drank- en Horecawet
· Het in kolom I van de bijlage genoemde bedrag geldt voor de natuurlijke persoon of rechtspersoon die op de dag waarop de overtreding is begaan minder dan vijftig werknemers telde.
· Het in kolom II van de bijlage genoemde bedrag geldt voor de natuurlijke persoon of rechtspersoon die op de dag waarop de overtreding is begaan vijftig of meer werknemers telde.
· Het in de kolommen I en II opgenomen bedrag van de bestuurlijke boete wordt met 50% verhoogd indien aan de natuurlijke persoon of de rechtspersoon aan wie de overtreding kan worden toegerekend, door de burgemeester of Onze Minister een bestuurlijke boete is opgelegd wegens overtreding van hetzelfde artikel van de Drank- en Horecawet en er nog geen twaalf maanden zijn verlopen sinds die eerdere bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden.
· Het in de kolommen I en II opgenomen bedrag van de bestuurlijke boete wordt met 100% verhoogd indien aan de natuurlijke persoon of de rechtspersoon aan wie de overtreding kan worden toegerekend, door de burgemeester of Onze Minister twee maal of vaker een bestuurlijke boete is opgelegd wegens overtreding van hetzelfde artikel van de Drank- en Horecawet en er nog geen twaalf maanden zijn verlopen sinds de eerste van die bestuurlijke boetes onherroepelijk is geworden.
· De in het derde en in het vierde lid bedoelde verhogingen kunnen lager worden gesteld dan in de bijlage is bepaald, ingeval het bedrag van de bestuurlijke boete op grond van bijzondere omstandigheden onevenredig hoog moet worden geacht.
Bijlage2Handhavingsprotocol gemeente Steenwijkerland
1.Inleiding
Op 1 januari 2013 is de gewijzigde Drank en Horecawet in werking getreden. Deze wijziging betekent o.a. dat de burgemeester het bevoegde bestuursorgaan geworden is, in plaats van het college van burgemeester en wethouders. Verder is er een bevoegdheid toegekend aan de burgemeester om gemeentelijke toezichthouders aan te wijzen. Voorheen waren enkel de medewerkers van de NVWA bevoegde toezichthouders voor de Drank- en Horecawet. Naast de sanctiemogelijkheden die al bestonden voor de gemeente, heeft de gemeente sinds 1 januari 2014 ook de beschikking over drie nieuwe bestuursrechtelijke sanctie-instrumenten. Zo kan de Drank- en Horecavergunning geschorst worden, wordt de bestuurlijke boete geïntroduceerd en kunnen supermarkten worden aangepakt met een sluiting van de alcoholafdeling. Ook verplicht de gewijzigde wet de gemeente tot het maken vaneen verordening omtrent paracommercie. Ook deze nieuwe bepalingen dienen gehandhaafd te worden. Tot slot wordt met ingang van 1 januari 2014 de minimumleeftijd voor alcoholverstrekking gewijzigd. Voor alle vormen van alcohol geldt dan dat men minimaal 18 jaar moet zijn. Deze wijzigingen van de wet nopen tot een aanpassing van het bestaande handhavingsprotocol voor de Drank- en Horecawet.
2.Nieuwe sanctiemiddelen
Schorsing
De burgemeester kon al de vergunning intrekken van een horecabedrijf, maar nu kan hij deze ook schorsen (artikel 32 Drank- en Horecawet). De horecavergunning kan voor maximaal 12 weken geschorst worden. De burgemeester bepaalt de lengte van de schorsingsperiode aan de hand van de ernst van de overtreding.
Bestuurlijke boete
De burgemeester kan zonder tussenkomst van de rechter een bestuurlijke boete opleggen (artikel 44a Drank- en Horecawet e.v.). In het Besluit Bestuurlijke Boete Drank- en Horecawet is bepaald bij welke overtredingen een bestuurlijke boete kan worden opgelegd en welk boetebedrag daarbij hoort. De boetebedragen komen toe aan de gemeente. Anders dan bestuursdwang en dwangsom is dit geen reparatoire sanctie, bedoeld om de illegale situatie te herstellen, maar een punitieve sanctie, bedoeld om leed toe te voegen aan de overtreder, net als in het strafrecht. Dit middel mag op grond van de wet niet worden ingezet indien de overtreding een direct gevaar voor de gezondheid of veiligheid van de mens tot gevolg heeft. Ook kan de boete niet samengaan met een strafrechtelijke aanpak. Volgens de Memorie van Toelichting is het de bedoeling dat de bestuurlijke boete de voorkeur geniet boven een strafrechtelijke afdoening. Daarom wordt, waar een bestuurlijke boete mogelijk is, voor dat middel
gekozen boven de strafrechtelijke aanpak. Waar een bestuurlijke boete niet mogelijk is, wordt geverbaliseerd en de strafrechtelijke weg gevolgd.
Three strikes out
De burgemeester kan supermarkten die drie keer in een jaar alcohol aan 18-minners verkopen aanpakken door de alcoholafdeling te sluiten (artikel 19a Drank- en Horecawet). De burgemeester bepaalt voor hoe lang dit verbod geldt: minimaal 1 week en maximaal 12 weken. Door middel van
bestuursdwang kan de sanctie worden uitgevoerd.
In de nieuwe Drank- en Horecawet is ook een nieuwe strafrechtelijke bepaling opgenomen. Jongeren onder 18 jaar zijn strafbaar als ze alcohol aanwezig hebben op voor het publiek toegankelijke plaatsen (artikel 45 Drank- en Horecawet). De sanctie is een boete uit de eerste categorie en deze kan worden opgelegd door een BOA of politieagent.
Doel handhavingsprotocol
Het handhavingsprotocol heeft tot doel:
. De activiteiten van gemeente, politie en justitie op elkaar af te stemmen en waar mogelijk complementair te laten zijn;
. te realiseren dat geconstateerde overtredingen gevolgd worden door een maatregel die qua intensiteit zo goed mogelijk aansluit bij de ernst van de overtreding en het daardoor ontstane gevaar voor de openbare orde of veiligheid en gezondheid;
. kenbaar te maken aan de overtreder welke maatregel hij van de overheid kan verwachten na een overtreding, waardoor er mogelijk een preventieve werking van uit gaat;
. door onderliggend beleid de motivering van de maatregel in een gerechtelijke procedure te versterken;
. het nalevingsgedrag te bevorderen en te stimuleren. Daarom wordt gewerkt met waarschuwing daar waar mogelijk, zonder dat direct bestuurlijke boete wordt opgelegd.
Feit
Toezichthouder/Politie/BOA
Burgemeester
artikel 3, lid 1 Drank- en Horecawet:
Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf zonder (geldige) vergunning, terwijl niet voldaan kan worden aan de eisen van de Drank- en Horecawet (dus niet te legaliseren) of terwijl vergunning is geweigerd, geschorst, ingetrokken of aanvraag buiten behandeling is gesteld.
Boeterapport en/of rapportage opmaken
Voornemen kenbaar maken van een last onder dwangsom of bestuursdwang o.v.v. zienswijzentermijn. Na afloop zienswijzentermijn besluit tot last onder dwangsom of bestuursdwang, gericht op beëindiging alcoholverstrekking of exploitatie. Naast deze maatregel wordt bestuurlijke boete toegepast.
artikel 3 Drank- en Horecawet: Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf zonder (geldige) vergunning
Boeterapport of bestuurlijke rapportage opmaken.
Voornemen kenbaar maken van een last onder dwangsom of bestuursdwang o.v.v. zienswijzentermijn. Na afloop zienswijzentermijn besluit tot last onder dwangsom of bestuursdwang, gericht op beëindiging alcoholverstrekking of exploitatie, tenzij inmiddels zicht bestaat op legalisatie. Indien een last onder dwangsom of bestuursdwang niet mogelijk is, bestuurlijke boete toepassen.
artikel 3 Drank- en Horecawet: Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf zonder (geldige) vergunning, terwijl ondernemer in het verleden heeft beschikt over geldige vergunning voor de inrichting, maar door wijziging van onderneming of andere redenen de vergunning niet meer in overeenstemming is met de feiten.
Boeterapport of bestuurlijke rapportage opmaken.
Formele waarschuwing met termijn voor legaliseren situatie. Na ongebruikt verstrijken termijn het voornemen kenbaar maken tot toepassing van een last onder dwangsom of bestuursdwang o.v.v. zienswijzetermijn. Na afloop zienswijzetermijn besluit tot last onder dwangsom of bestuursdwang, gericht op beëindiging alcoholverstrekking of exploitatie, tenzij inmiddels zicht bestaat op legalisatie.
Overtreding van artikel 24, lid 1, lid 2 of lid 3 Drank en Horecawet (o.a. niet aanwezig zijn van de leidinggevende in de (lokaliteiten van de) inrichting)
Boeterapport of bestuurlijke rapportage opmaken
1econstatering: schriftelijke waarschuwing;
2e, 3e en 4e constatering: Bestuurlijke boete opleggen
5econstatering: intrekking Drank en Horecavergunning ex art. 31 Drank en Horecawet
Overtreding van een bij of krachtens de artikelen 4, 9 lid 3 en 12 tot en met 17 Drank en Horecawet gesteld verboden.
Boeterapport of bestuurlijke rapportage opmaken
1econstatering: schriftelijke waarschuwing;
2,3e en 4e constatering: bestuurlijke boete
5econstatering: intrekking Drank en Horecavergunning ex art 31 lid 2 Drank- en Horecawet
Overtreding van een bij of krachtens de artikelen 18, 19, 22, 25, 29 lid 3, artikel 35, 2e en 4e lid Drank en Horecawet gestelde verboden.
Boeterapport of bestuurlijke rapportage opmaken
1econstatering: schriftelijke waarschuwing;
Verdere constateringen: bestuurlijke boete
Handelen in strijd met de vergunningvoorschriften (uitgezonderd de voorschriften en beperkingen die op grond van artikel 2.34b lid 3 APV krachtens artikel 25a tweede lid Drank en Horecawet specifiek met het oog op de handhaving van de leeftijds- of alcoholmatigingsbepalingen zijn opgenomen)
Boeterapport of bestuurlijke rapportage opmaken
1econstatering: schriftelijke waarschuwing;
2econstatering: schorsing van de vergunning voor de duur van één week ex art. 32 Drank- en Horecawet
3econstatering: schorsing van de vergunning voor de duur van 2 weken ex art. 32 Drank- en Horecawet
4econstatering: Schorsing voor de duur van 4 weken ex art. 32 Drank- en Horecawet
5econstatering: intrekking Drank en Horecavergunning ex art 31, lid 2 Drank en Horecawet
Overtreding van het verbod van artikel 20, 1e en 2e lid Drank en Horecawet (leeftijdsbepaling) door ondernemers als bedoeld in artikel 18, 2e lid of artikel 19, 2e lid sub a (supermarkten e.d.) Drank- en Horecawet
Boeterapport of bestuurlijke rapportage opmaken
1econstatering:
Bestuurlijke boete
2econstatering:
Bestuurlijke boete
3econstatering (binnen periode
van 12 maanden na 1e constatering:
Verbod alcoholverkoop ex art. 19a Drank- en Horecawet (three strikes out)
Overtreding van het verbod van artikel 20, 1e lid Drank en Horecawet ( leeftijdsbepaling) door andere ondernemers dan de bedoelde in artikel 18, 2e lid of artikel 19, 2e lid sub a (horeca-inrichtingen) Drank- en Horecawet
Boeterapport of bestuurlijke rapportage opmaken
1econstatering:
Bestuurlijke boete
2econstatering: schorsing van de vergunning voor de duur van 2 weken
3econstatering: schorsing van de vergunning voor de duur van 6 weken
4econstatering: Schorsing voor de duur van 12 weken
5econstatering: intrekking Drank en Horecavergunning ex art 31, lid 2 Drank en Horecawet
Overtreding van het verbod van artikel 20, 2e lid Drank en Horecawet (leeftijdsbepaling) door slijterijen
Boeterapport of bestuurlijke rapportage opmaken
1econstatering:
Bestuurlijke boete
2econstatering: schorsing van de vergunning voor de duur van 2 weken
3econstatering: schorsing van de vergunning voor de duur van 6 weken
4econstatering: Schorsing voor de duur van 12 weken
5econstatering: intrekking Drank en Horecavergunning ex art 31, lid 2 Drank en Horecawet
Overtreding van het verbod van artikel 20 4e lid Drank en Horecawet (geen aanduiding leeftijdsgrenzen)
Boeterapport of bestuurlijke rapportage opmaken
1econstatering: Waarschuwing
Verdere constatering: bestuurlijke boete opleggen
Overtreding van het verbod van artikel 20 5e lid Drank en Horecawet (toelaten personen in kennelijke staat van dronkenschap of onder invloed van andere psychotrope stoffen)
1econstatering: Proces verbaal opmaken art. 1 sub 4 WED
1econstatering: Waarschuwing
2econstatering e.v.: bestuurlijke rapportage opmaken
2econstatering: schorsing van de vergunning voor de duur van 2 weken
3econstatering: schorsing van de vergunning voor de duur van 6 weken
4econstatering: Schorsing voor de duur van 12 weken
5econstatering: intrekking Drank en Horecavergunning ex art 31, lid 2 Drank en Horecawet
Overtreding van het verbod van artikel 20 6e lid Drank en Horecawet (verbod dienst te doen onder invloed)
1econstatering: Pv opmaken art. 1 sub 4 WED
1econstatering: Waarschuwing
2econstatering e.v.: bestuurlijke rapportage opmaken
2econstatering: schorsing van de vergunning voor de duur van 6 weken
3econstatering: schorsing van de vergunning voor de duur van 12 weken
4econstatering: intrekking Drank en Horecavergunning ex art 31, lid 2 Drank en Horecawet
Overtreding van het verbod van artikel 21 (alcoholverstrekking met risico op ordeverstoring etc.)
Bestuurlijke rapportage opmaken en Proces verbaal opmaken art. 1 sub 4 WED
(Preventieve) last onder dwangsom, evt. toepassing spoedeisende bestuursdwang
Overtreding van de verordenende bepalingen krachtens artikel 25a tot en met 25d Drank en Horecawet, te weten artikel 2.34b APV en de op grond daarvan specifiek met het oog op de handhaving van leeftijds- of alcoholmatigings-bepalingen opgelegde vergunningsvoorschriften en artikel 2.34d APV (happy hour)
Boeterapport of bestuurlijke rapportage opmaken
1econstatering: Bestuurlijke boete
2econstatering: schorsing van de vergunning voor de duur van 2 weken
3econstatering: schorsing van de vergunning voor de duur van 6 weken
4econstatering: Schorsing voor de duur van 12weken
5econstatering: intrekking Drank en Horecavergunning ex art 31, lid 2 Drank en Horecawet.
Overtreding van de verordenende bepalingen krachtens artikel 4 Drank- en Horecawet, te weten artikel 2.34b lid 1 APV en de overtreding van artikel 4 lid 5 Drank en Horecawet
Boeterapport of bestuurlijke rapportage opmaken
1econstatering: Waarschuwing
2econstatering: bestuurlijke boete
3econstatering: Schorsing vergunning voor de duur van 2 weken
4econstatering: schorsing van de vergunning voor de duur van 4 weken
5econstatering: intrekken vergunning ex art 31, lid 2 Drank en Horecawet
Overtreding verbod art. 45 Drank- en Horecawet (verbod alcohol meevoeren door jeugdige)
Proces verbaal opmaken artikel 45 lid 2 Drank- en Horecawet
Artikel5Uitgangspunten voor optreden conform dit protocol
. Indien na de 1e constatering een waarschuwing is gegeven, dient de 2e constatering in alle gevallen binnen een periode van 2 jaar gedaan te worden, om een maatregel op te kunnen leggen. Indien er na de waarschuwing een periode van meer dan 2 jaar is verstreken, wordt er bij een volgende constatering opnieuw een waarschuwing gegeven en wordt gehandeld alsof het de eerste overtreding betreft.
. Een gegeven waarschuwing geldt niet alleen voor het geconstateerde feit, maar geldt als een algemene waarschuwing. Dit betekent dat als er binnen 2 jaar na de waarschuwing een andere overtreding geconstateerd wordt, dan degene die de aanleiding vormde voor de waarschuwing, dan wordt de waarschuwingsstap overgeslagen, indien een waarschuwing vereist is volgens het overzicht.
. Indien er een bestuurlijke maatregel is opgelegd en vervolgens wordt er gedurende 5 jaar geen overtreding geconstateerd, dan wordt bij de eerstvolgende constatering weer eerst gewaarschuwd, indien een waarschuwing vereist is volgens het overzicht.
. Bij constatering van overtreding van verschillende bepalingen (cumulatie) tijdens één controle moment wordt voor elke overtreding afzonderlijk een sanctie opgelegd.
. Voor zover de sanctie een bestuurlijke boete betreft, zijn de bepalingen van het besluit Bestuurlijke boete Drank en Horecawet leidend, o.a. ten aanzien van de recidivetermijn.
. Overtredingen van de Drank- en Horecawet die een imperatieve intrekkingsgrond vormen zijn niet opgenomen in dit handhavingsprotocol. De wet biedt dan immers geen afwegingsmoment. Dit handhavingsprotocol geeft uitgangspunten voor sanctionerend optreden. In voorkomende gevallen kan de burgemeester gemotiveerd afwijken van het protocol en de daarin genoemde (zwaarte van de) maatregel.
6.Vaststelling Beleidsregel
Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking.
Het driehoeksoverleg is geconsulteerd op
Aldus vastgesteld op: 23 november 2015
De burgemeester van Steenwijkerland, M.A.J. van der Tas