Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van Soest, de burgemeester van de gemeente Soest en de heffings- en invorderingsambtenaar van de gemeente Soest, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft;
gelet op artikel 160, eerste lid van de Gemeentewet;
gelet op artikel 231, tweede lid van de Gemeentewet;
gelet op artikel 1, tweede lid van de Wet waardering onroerende zaken.
gelet op afdeling 10.1.1. van de Algemene wet bestuursrecht.
B E S L U I T :
Tekst
1Aan te wijzen de gemeenteambtenaar als bedoeld in artikel 231, tweede lid, onder b van de Gemeentewet (te noemen de ‘heffingsambtenaar’), de gemeenteambtenaar als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken (te noemen de ‘WOZ-ambtenaar’) en de gemeenteambtenaar als bedoeld in artikel 231, tweede lid, onder c van de Gemeentewet (te noemen de invorderingsambtenaar’) voor de heffing en de inning op grond van:
-de Verordening op de heffing en de invordering van onroerendezaakbelastingen;
-de Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing;
-de Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing;
-de Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting;
-de Verordening op de heffing en de invordering van rioolaansluitrecht;
-de Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten;
-de Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden;
-de Verordening op de heffing en de invordering van standplaatsgeld;
-de Verordening op de heffing en de invordering van leges;
•de Vakspecialistisch adviseur van het cluster Basisregistraties en Belastingen.
2Aan te wijzen de plaatsvervangend gemeenteambtenaar als bedoeld in artikel 231, tweede lid, onder b van de Gemeentewet (te noemen de ‘plaatsvervangend heffingsambtenaar’), de gemeenteambtenaar als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken (te noemen de ‘plaatsvervangend WOZ-ambtenaar’) en de gemeenteambtenaar als bedoeld in artikel 231, tweede lid, onder c van de Gemeentewet (te noemen de ‘plaatsvervangend invorderingsambtenaar’) voor de heffing en de inning op grond van:
-de Verordening op de heffing en de invordering van onroerendezaakbelastingen;
-de Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing;
-de Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing;
-de Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting;
-de Verordening op de heffing en de invordering van rioolaansluitrecht;
-de Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten;
-de Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden;
-de Verordening op de heffing en de invordering van standplaatsgeld;
-de Verordening op de heffing en de invordering van leges;
•de teamleider van het team Proces Informatie Management.
3Mede gelet op artikel 56 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 63a van de Invorderingswet 1990, aan te wijzen de gemeenteambtenaren bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel d van de Gemeentewet (te noemen de ‘gemeentelijke belastingambtenaren’), als zijnde de gemeenteambtenaren belast met de heffing of invordering van:
-de Verordening op de heffing en de invordering van onroerendezaakbelastingen;
-de Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing;
-de Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing;
-de Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting;
-de Verordening op de heffing en de invordering van rioolaansluitrecht;
-de Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten;
-de Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden;
-de Verordening op de heffing en de invordering van standplaatsgeld;
-de Verordening op de heffing en de invordering van leges;
•de medewerkers van het cluster Basisregistraties en Belastingen;
•de medewerkers van het team Publiekszaken.
4Mede gelet op artikel 56 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 63a van de Invorderingswet 1990, aan te wijzen als gemeenteambtenaar bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel d van de Gemeentewet (te noemen de ‘gemeentelijke belastingambtenaren’), als zijnde de gemeenteambtenaren belast met de heffing of de invordering van de volgende gemeentelijke belasting:
-de Verordening op de heffing en de invordering van leges;
-de Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden;
-de Verordening op de heffing en de invordering van standplaatsgeld
•de medewerkers van het team VTH & Serviceteam;
•de medewerkers van het team Publiekszaken.
5Aan te wijzen als belastingdeurwaarder bij de gemeente, als bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel e van de Gemeentewet van de volgende gemeentelijke belastingen:
-de Verordening op de heffing en de invordering van onroerendezaakbelastingen;
-de Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing;
-de Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing;
-de Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting;
-de Verordening op de heffing en de invordering van rioolaansluitrecht;
-de Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten;
-de Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden;
-de Verordening op de heffing en de invordering van standplaatsgeld;
-de Verordening op de heffing en de invordering van leges;
•de deurwaarders van het cluster Basisregistraties en Belastingen;
•de deurwaarders van Cannock Chase Public.
6Mede gelet op artikel 56 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 63a van de Invorderingswet 1990, aan te wijzen als gemeenteambtenaren belast met de invordering van gemeentelijke belastingen bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel d van de Gemeentewet (te noemen de ‘gemeentelijke belastingambtenaren’), van de volgende gemeentelijke belastingen:
-de Verordening op de heffing en de invordering van onroerendezaakbelastingen;
-de Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing;
-de Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing;
-de Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting;
-de Verordening op de heffing en de invordering van rioolaansluitrecht;
-de Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten;
-de Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden;
-de Verordening op de heffing en de invordering van standplaatsgeld;
-de Verordening op de heffing en de invordering van leges;
•de medewerkers van Cannock Chase Public.
7Mede gelet op artikel 56 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 63a van de Invorderingswet 1990, aan te wijzen als gemeenteambtenaren belast met de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel d van de Gemeentewet (te noemen de ‘gemeentelijke belastingambtenaren’), van de volgende gemeentelijke belastingen:
-de Verordening op de heffing en de invordering van onroerendezaakbelastingen;
-de Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing;
-de Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing;
-de Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting;
-de Verordening op de heffing en de invordering van rioolaansluitrecht;
-de Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten;
-de Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden;
-de Verordening op de heffing en de invordering van standplaatsgeld;
-de Verordening op de heffing en de invordering van leges;
•de medewerkers van xxllnc Belastingen B.V.
8Mede gelet op artikel 232, eerste lid van de Gemeentewet aan te wijzen van de gemeenteambtenaren die voor de toezending of uitreiking van aanslagbiljetten ingevolge artikel 8, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 in de plaats treden van de gemeenteambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel c, van de Gemeentewet (de invorderingsambtenaar) van de volgende gemeentelijke belastingen:
-de Verordening op de heffing en de invordering van leges;
•de medewerkers van het team Publiekszaken.
9Mede gelet op artikel 30, vijfde lid van de Wet waardering onroerende zaken aan te wijzen van personen jegens wie inlichtingenverplichtingen gelden bij de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken:
•de medewerkers van het cluster Basisregistraties en Belastingen;
•de medewerkers van xxllnc Belastingen B.V.
10Mede gelet op artikel 231, tweede lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, artikel 24 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 en afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht mandaat verlenen tot het beslissen op een beroepschrift tegen een beslissing van de invorderingsambtenaar op een verzoek om kwijtschelding of uitstel van betaling van gemeentelijke belastingen, aan:
•de Vakspecialistisch adviseur van het cluster Basisregistraties en Belastingen.
11Mede gelet op artikel 231, tweede lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, artikel 255, vijfde lid, van de Gemeentewet en afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht machtiging verlenen om de belasting geheel of gedeeltelijk oninbaar te verklaren, aan:
•de Vakspecialistisch adviseur van het cluster Basisregistraties en Belastingen.
12Mede gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet WOZ en afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht mandaat verlenen om gegevens te verstrekken aan de Waarderingskamer, aan:
•de Vakspecialistisch adviseur van het cluster Basisregistraties en Belastingen.
13Alle eerder genomen aanwijzingsbesluiten als bedoeld in de artikelen 1 tot en met 9 genomen door burgemeester en wethouders in te trekken per datum genoemd in artikel 18.
14Mandaat verlening door de heffings- en invorderingsambtenaar (de Vakspecialistisch adviseur van het cluster Basisregistraties en Belastingen) inzake alle gemeentelijke belastingen en bij de uitvoering van de Wet WOZ bij de gemeente Soest.
Nr.
Omschrijving bevoegdheid
Bevoegd orgaan
Mandaat
15.
Het (op verzoek) verlenen van ambtshalve ontheffing voor de tijdvakbelastingen
Heffingsambtenaar
Vakspecialist cluster Basisregistraties en Belastingen
16.
Het nemen van een besluit op het verzoek om kwijtschelding
Invorderingsambtenaar
Vakspecialist cluster Basisregistraties en Belastingen
17Alle eerder genomen mandaatbesluiten genomen door de heffings- en invorderingsambtenaar in te trekken per datum genoemd in artikel 18.
18Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na bekendmaking.
19Dit besluit wordt aangehaald als ‘Aanwijzings- en mandaatbesluit gemeentelijke belastingen Soest 2023’.