Aanhef
De teammanager Belastingen, in de hoedanigheid van gemeenteambtenaar ex artikel 231, tweede lid, onderdeel c Gemeentewet;
B E S L U I T ;
Tekst
1de teammanager Klantcontact te mandateren om namens hem op te treden in de volgende situaties:
alle handelingen ter zake van de invordering van leges en begraafrechten, met uitzondering van de bevoegdheden als bedoeld in de artikelen 12, 19, 25, 49 en 51 van de Invorderingswet 1990;
2de teammanager Omgevingsbeheer Specialisten te mandateren om namens hem op te treden in de volgende situaties:
alle handelingen ter zake van de invordering van, voor de afdeling relevante, leges en marktgelden, met uitzondering van de bevoegdheden als bedoeld in de artikelen 12, 19, 25, 49 en 51 van de Invorderingswet 1990;
3de teammanager Omgevingsbeheer Geregeld te mandateren om namens hem op te treden in de volgende situaties:
alle handelingen ter zake van de invordering van, voor de afdeling relevante, leges en straat-, kade- en havengelden, met uitzondering van de bevoegdheden als bedoeld in de artikelen 12, 19, 25, 49 en 51 van de Invorderingswet 1990;
4de teammanager Concern te mandateren om namens hem op te treden in de volgende situaties:
alle handelingen ter zake van de invordering van leges, parkeerbelastingen en straat- haven- en kadegelden, met uitzondering van de bevoegdheden als bedoeld in de artikelen 12, 19, 25, 49 en 51 van de Invorderingswet 1990;
5de teammanager Ondernemen en Ontwikkelen te mandateren om namens hem op te treden in de volgende situaties:
alle handelingen ter zake van de heffing van, voor het team relevante telecomgelden, met uitzondering van de bevoegdheden als bedoeld in artikel 25 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
6de senior medewerker Invordering van team Belastingen om namens hem op te treden bij
alle handelingen ter zake de invordering als bedoeld in artikel 25 van de algemene wet inzake de Rijksbelastingen terzake Onroerende-zaakbelasting, Hondenbelasting, Forensenbelasting, Parkeerbelasting, Recognities, Reinigingsrecht, Afvalstoffenheffing, Rioolheffing en Reclamebelasting.
TOELICHTING OP DE WETSARTIKELEN
behorende bij de mandaatsbesluiten van de teammanager Belastingen.
Algemeen
A. Ten aanzien van de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen vinden de bepalingen in de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de Invorderingswet 1990 overeenkomstige toepassing.
Alle bevoegdheden in deze wetten die aan de inspecteur c.q. ontvanger zijn opgedragen en die noodzakelijk zijn om:
1de omvang van het verschuldigde belastingbedrag te kunnen vaststellen, zoals het inwinnen van inlichtingen en uitreiken van een eventueel aangiftebiljet e.d.;
2de aanslag of nota uit te kunnen reiken van een eventueel aangiftebiljet e.d.;
3de inning van het verschuldigde bedrag;
4het verlenen van uitstel van betaling en
5het verzenden van een aanmaning
worden voor zover voor u van toepassing aan u overgedragen.
Niet overgedragen worden de bevoegdheden van
B. De Algemene wet inzake rijksbelastingen:
artikel 25: het doen van een uitspraak op een ingediend bezwaarschrift.
C. De Invorderingswet 1990:
1artikel 12: het uitvaardigen van een dwangbevel bij het in gebreke blijven van de belastingschuldige na het verzenden van een aanmaning;
2artikel 19: het doen van een vordering op derden die van de belastingschuldige tegoeden onder zich hebben of deze uitkeringen of afdrachten moeten doen;
3artikel 25: het verlenen van uitstel van betaling. Hiertoe wel bevoegd nadat de belastingschuld aan de belastingschuldige bekend gemaakt, doch niet meer bevoegd nadat de dwanginvordering (uitvaardigen van het dwangbevel) is aangevangen;
4artikel 49: aansprakelijkstelling bij beschikking van erfgenamen van de belastingschuldige;
5artikel 51: leggen van conservatoir beslag onder aansprakelijkgestelden.