Aanhef
De raad van de gemeente Schouwen Duiveland,
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 18 april 2023;
gelet op artikel 1, eerste lid, en artikel 7, vierde lid, van de Wet op de
bedrijveninvesteringszones; Besluit vast te stellen de hierna volgende Verordening
bedrijveninvesteringszone Groot-Renesse 2024-2028.
Hoofdstuk I Algemene bepalingen
Artikel 1. Definities
Deze verordening verstaat onder:
-bedrijveninvesteringszone: het op de bij deze verordening behorende kaart aangewezen
gebied in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt
geheven;
-college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente;
-uitvoeringsovereenkomst: tussen de gemeente en de Stichting Ondernemersfonds Groot-Renesse
op 24 mei 2023 gesloten overeenkomst als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet;
-wet: Wet op de bedrijveninvesteringszones.
Hoofdstuk II Belastingbepalingen
Artikel 2. Belastbaar feit en aard van de belasting
1Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt jaarlijks een directe belasting geheven ter zake van
binnen de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaken die op grond van artikel
220aGemeentewet niet in hoofdzaak tot woning dienen.
2De BIZ-bijdrage wordt geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten
in de openbare ruimte en op internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of
de veiligheid in de bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische
ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone.
Artikel 3. Belasting object
1Voorwerp van de belasting is een onroerende zaak.
2Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de
Wet waardering onroerende zaken.
Artikel 4. Belastingplicht
1De BIZ-bijdrage wordt geheven van de gebruiker, zijnde degene die bij het begin van het
kalenderjaar al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht een in de
bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaak gebruikt;
2Voor de toepassing van dit artikel wordt:
a.gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven,
aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel
in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie
dat deel in gebruik is gegeven;
b.het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als
gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de
onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen
op degene aan wie die onroerende zaak ter beschikking is gesteld;
c.als eigenaar aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de
basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende
krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
3In afwijking op het 1e lid wordt, Indien een onroerende zaak bij het begin van het kalenderjaar
geen gebruiker kent, de te heffen BIZ-bijdrage geheven van de eigenaar als bedoeld in artikel
220onderdeel b van de Gemeentewet.
Artikel 5 Maatstaf van heffing
1De BIZ-bijdrage wordt geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering
onroerende zaken voor het belastingobject vastgestelde waarde zoals deze geldt voor het
kalenderjaar.
2Indien met betrekking tot het belastingobject geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV
van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van dat belastingobject bepaald
met toepassing van artikel 6, alsmede met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of
krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.
Artikel 6 Vrijstellingen
1In afwijking van artikel 5 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking
gelaten, voor zover dit niet al is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde:
a.onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden
van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met
uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;
b.belastingobjecten voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst van de
gemeente;
c.straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde
gebouwen - welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter
verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten,
fonteinen, banken, abri's, hekken en palen;
d.plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente
het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van
zodanige onroerende zaken die dienen als woning;
e.belastingobjecten voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor het geven van (muziek)onderwijs;
f.belastingobjecten die worden beheerd door een vereniging of stichting die geen onderneming
drijft, voor zover die objecten bestemd en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs, voor club
en buurthuiswerk, voor de beoefening van sport, kunst of cultuur, of voor andere activiteiten van
sociale of culturele aard;
g.belastingobjecten voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst ter zake van
brandweerzorg, rampenbeheersing, crisisbeheersing, geneeskundige hulpverlening in de regio en
de handhaving van de openbare orde en veiligheid.
h.de objecten die vermeld staan in de bijlage ‘vrijgestelde objecten voor de BIZ-Bijdrage’ (bijlage 2).
In bijlage 2 staan vermeld de (vrijgestelde) objecten zoals deze zijn opgenomen in de WOZadministratie (zowel qua objectcode als objectbeschrijving).
i.onroerende zaken met een WOZ waarde lager dan € 25.000,--
2In afwijking in zoverre van artikel 5 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de BIZBijdrage van de gebruiker buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van het
belastingobject die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan
woondoeleinden.
Artikel 7 Tarief BIZ-bijdrage
1Het tarief van de BIZ-bijdrage voor deze BIZ-Zone bedraagt op jaarbasis bij een WOZ-waarde van:
2024 2025 2026 2027 2028
€ 25.000 t/m € 49.999 € 265 € 275 € 285 € 295 € 305
€ 50.000 t/m € 199.999 € 395 € 405 € 415 € 425 € 435
€ 200.000 t/m € 299.999 € 630 € 650 € 670 € 690 € 710
€ 300.000 t/m € 399.999 € 995 € 1.025 € 1.055 € 1.085 € 1.115
€ 400.000 t/m € 749.999 € 1.575 € 1.620 € 1.670 € 1.720 € 1.770
€ 750.000 t/m € 999.999 € 2.365 € 2.435 € 2.510 € 2.585 € 2.660
€ 1.000.000 t/m € 1.999.999 € 2.890 € 2.975 € 3.065 € 3.155 € 3.250
€ 2.000.000 t/m € 2.999.999 € 3.410 € 3.510 € 3.615 € 3.725 € 3.835
€ 3.000.000 t/m € 3.999.999 € 3.935 € 4.050 € 4.170 € 4.295 € 4.425
€ 4.000.000 t/m € 4.999.999 € 4.460 € 4.595 € 4.730 € 4.870 € 5.015
€ 5.000.000 en meer € 5.250 € 5.405 € 5.570 € 5.735 € 5.905
2Genoemde BIZ-bijdragen zullen voor het eerst geheven worden met ingang van het kalenderjaar 2024.
Artikel 8 Wijze van heffing
De BIZ-bijdrage wordt jaarlijks bij wege van aanslag geheven.
Artikel 9 Termijnen van betaling
1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden
betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
aanslagbiljet is vermeld.
2In afwijking van het eerste lid geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van
automatische incasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen worden betaald in tien gelijke
termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet, elk van de
volgende termijnen telkens een maand later.
3De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.
Artikel 10 Looptijd belastingheffing
De BIZ-bijdragestaffel wordt ingesteld voor een periode van 5 jaar.
Hoofdstuk III Subsidiebepalingen
Artikel 11 Buiten toepassing algemene subsidieverordening
Op de subsidie bedoeld in artikel 14 is de Algemene Subsidieverordening Schouwen Duiveland 2013 niet van
toepassing.
Artikel 12 Subsidievaststelling
1De subsidie voor de uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in de
uitvoeringsovereenkomst wordt verstrekt aan de Stichting Ondernemersfonds Groot-Renesse.
2De subsidie bedraagt het bedrag van de jaarlijks ontvangen BIZ- bijdragen, verminderd met
de jaarlijkse perceptiekosten, vastgesteld op € 600,00.
3Voor zover dit niet reeds is geschied in de uitvoeringsovereenkomst, kan het college nadere
regels stellen met betrekking tot de verplichtingen van de subsidieontvanger.
Artikel 13 delegatie van de bevoegdheid tot intrekken/wijzigen subsidievaststelling
Het college is bevoegd tot het intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen van de
subsidievaststelling bedoeld in artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht.
Hoofdstuk IV Slotbepalingen
Artikel 14. Inwerkingtreding en citeertitel
1Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2024 nadat het college heeft
bekendgemaakt dat van voldoende steun als bedoeld in artikel 4 van de wet is gebleken. Bij
inwerkingtreding van deze verordening wordt de Verordening Bedrijveninvesteringszone Groot
Renesse gemeente Schouwen-Duiveland 2019 gelijktijdig ingetrokken.
2De datum van ingang van de heffing is 1-1-2024.
3Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening Bedrijveninvesteringszone Groot-Renesse 2024’.
Artikel 15. Bijlagen behorende bij de Verordening Bedrijveninvesteringszone Groot-Renesse 2024
1Kaart van de bedrijfsinvesteringszone
2Lijst met vrijgestelde objectcodes