Aanhef
De burgemeester van Schiedam:
overwegende dat,
in de gemeente Schiedam overlast plaatsvindt van personen die de openbare orde verstoren en/of zich schuldig maken aan criminaliteit;
het gedrag van deze personen onder meer bestaat uit: samenscholing, intimiderend groepsgedrag, handel in drugs, openlijk drugsgebruik, openlijk drankgebruik, geweldpleging, doelloos ophouden in portieken van woningen en/of winkels, belemmering van de vrije doorgang, schreeuwen, urineren, onvoorspelbare agressiviteit en het anderszins lastig vallen van inwoners of bezoekers;
dit gedrag bij bewoners en bezoekers reële en concrete gevoelens van onveiligheid teweeg brengt en naar het zich laat aanzien niet laat veranderen door middel van strafrechtelijk optreden door de politie en de gemeentelijke toezichthouders;
onder andere een gebiedsontzegging een maatregel is om de openbare orde te handhaven, de criminaliteit en overlast terug te dringen en bewoners hun gevoel van veiligheid terug te geven;
de burgemeester op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (verder: APV)bevoegd is om aan overlastgevende personen een verblijfsverbod op te leggen;
per 1 september 2010 de Wet Maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast in werking is getreden op grond waarvan het mogelijk is om met een gebiedsverbod, een groepsverbod en een meldingsplicht op te treden tegen (ernstige) verstoringen van de openbare orde;
per 1 juli 2015 een wetswijziging heeft plaatsgevonden van de Wet Maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast en de mogelijkheden tot het opleggen van een gebiedsverbod, groepsverbod en meldingsplicht zijn uitgebreid;
als gevolg van de wetswijziging en de mogelijke samenloop met de verblijfsverboden uit de APV en de maatregelen uit de Wet Maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast, een integraal afwegingskader gewenst is omtrent de toepassing van deze maatregelen;
Gelet op het bepaalde in artikel 2:77a van de APV en de artikelen 172a en b van de Gemeentewet:
Besluit:
Ter uitvoering van het bepaalde in artikel 2:77a van de APV Schiedam 2013 en de artikelen 172a en b van de Gemeentewet beleidsregels vast te stellen als de “ Beleidsregels overlastgevende personen 2017”
I. Verblijfsverbod (APV)
Voorwaarden voor het opleggen van een verblijfsverbod
1Een verblijfsverbod kan worden opgelegd aan een persoon die strafbare feiten en/of openbare orde verstorende handelingen verricht, zoals genoemd in de bijlage “lijst strafbare feiten”.
2Een verblijfsverbod geldt in beginsel voor het gebied waarbinnen het strafbare feit en/of de openbare orde verstorende handeling heeft plaatsgevonden. Dit gebied wordt in de ontzegging nader omschreven.
Bestuurlijke waarschuwing
3Alvorens een verblijfsverbod wordt opgelegd, waarschuwt de burgemeester de persoon die zich voor de eerste keer schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit en/of openbare orde verstorende handeling.
4De waarschuwing geldt voor de gehele gemeente en is 6 maanden geldig vanaf het moment van het aanzeggen van de waarschuwing.
5In geval van een directe vrees voor een verdere verstoring van de openbare orde, waarbij de vereiste spoed zich verzet tegen het waarschuwen, kan worden afgezien van een waarschuwing.
Verblijfsverbod gedurende 72 uur
6Indien ten aanzien van een persoon die een waarschuwing heeft ontvangen zoals vermeld in punt 3, andermaal een strafbaar feit en/of openbare orde verstorende handeling wordt geconstateerd, wordt een verbod opgelegd om zich gedurende 72 uur te bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen, waar of in de nabijheid waarvan het strafbaar feit en/of de openbare orde verstorende handeling heeft plaatsgevonden.
Verblijfsverbod gedurende ten hoogste 8 weken
7Aan een persoon die zich binnen 6 maanden na het opleggen van een gebiedsontzegging in hetzelfde gebied opnieuw schuldig maakt aan een strafbaar feit en/of openbare orde verstorende handeling, wordt een verbod opgelegd, om zich gedurende het in bijlage 2 behorende bij deze beleidsregels genoemde tijdvak te bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen, waar of in de nabijheid waarvan het strafbaar feit en/of de openbare orde verstorende handeling heeft plaatsgevonden.
Uitzonderingsgrond verblijfsverbod
8Indien de betrokkene kan aantonen dat hij een zwaarwegend belang heeft om zich op een bepaalde plaats in het gebied op te houden, dan wordt in de gebiedsontzegging een looproute opgenomen. Het is de betrokkene in dat geval slechts toegestaan om de desbetreffende locatie via de aangegeven looproute te bereiken.
Inwerkingtreding en cumulatie verblijfsverbod
9Een verblijfsverbod treedt in werking op het moment dat deze aan de betrokkene wordt uitgereikt.
10Als een verblijfsverbod wordt opgelegd terwijl er al een verblijfsverbod geldt, gaat het nieuwe verblijfsverbod in na afloop van de eerder opgelegde verblijfsverbod.
11In geval van recidive kan de burgemeester in afwijking van of in aanvulling op het verblijfsverbod toepassing geven aan artikel 172a en 172b van de Gemeentewet (wet Maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast) zie II.
II. Gebiedsverbod (wet Maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast)
Gebiedsontzegging gedurende 3 maanden
4Het gebiedsverbod wordt opgelegd voor de duur van drie maanden en kan indien er nog steeds een aanwijsbare ernstige vrees voor herhaling bestaat, drie keer worden verlengd voor telkens drie maanden, of;
5Het gebiedsverbod wordt opgelegd voor vast te stellen tijdstippen of perioden, verspreid over negentig dagen binnen een tijdvak van ten hoogste vierentwintig maanden zonder mogelijkheid tot verlenging.
Inwerkingtreding en cumulatie gebiedsontzegging
6Een gebiedsontzegging treedt in werking op het moment dat deze aan de betrokkene wordt uitgereikt.
7Als een gebiedsontzegging wordt opgelegd terwijl er al een gebiedsontzegging geldt, gaat de nieuwe gebiedsontzegging in na afloop van de eerder opgelegde gebiedsontzegging.
III. Groepsverbod (Wet Maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast)
Groepsverbod gedurende 3 maanden
4Het groepsverbod wordt opgelegd voor de duur van drie maanden en kan drie keer worden verlengd voor telkens drie maanden, of;
5Het groepsverbod wordt opgelegd voor vast te stellen tijdstippen of perioden, verspreid over negentig dagen binnen een tijdvak van ten hoogste vierentwintig maanden zonder mogelijkheid tot verlenging.
Inwerkingtreding en cumulatie groepsverbod
6Een groepsverbod treedt in werking op het moment dat deze aan de betrokkene wordt uitgereikt.
7Als een groepsverbod wordt opgelegd terwijl er al een groepsverbod geldt, gaat het nieuwe groepsverbod in na afloop van het eerder opgelegde groepsverbod.
V. Begeleidingsverplichting ten aanzien van 12-minners (Wet Maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast)
Afwijkingsbevoegdheid
1De in I, II en III genoemde maatregelen kunnen worden uitgebreid ten nadele van betrokkene of worden verlengd indien nieuwe feiten en omstandigheden daartoe aanleiding geven.
2De in I, II en III genoemde maatregelen kunnen ten gunste van de betrokkene worden gewijzigd indien nieuwe feiten en omstandigheden daartoe aanleiding geven. De maatregelen worden ingetrokken zodra het niet langer nodig is ter voorkoming van verdere verstoringen van de openbare orde.
Inwerkingtreding
Deze beleidsregels treden in werking op de dag na publicatie.
Citeertitel
Deze beleidsregels worden aangehaald als: “Beleidsregels overlastgevende personen Schiedam 2017”.
Bijlage 1. Lijst strafbare feiten
Strafbare feiten
Omschrijving
artikel 2:1 APV
Samenscholing, ongeregeldheden en ordeverstoringen
artikel 2:9 APV
Straatartiest
artikel 2:47 APV
Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen
artikel 2:49 APV
Verboden gedrag bij of in gebouwen
artikel 2:50 APV
Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten
artikel 2:65 APV
Bedelarij
artikel 2:48 APV
Openlijk drankgebruik
artikel 2:73 APV
Bezigen van consumentenvuurwerk
artikel 2:74 APV
Drugshandel op straat
artikel 2:74a APV
Verzameling van personen in verband met drugs
artikel 2:77a APV
Gebiedsverboden
artikel 3:9 APV
Prostitutie
artikel 4:8 APV
Natuurlijke behoefte doen
artikel 5:15 APV
Ventverbod
artikel 2 Opiumwet
Verkopen enz. van harddrugs
artikel 3 Opiumwet
Verkopen enz. van softdrugs
artikel 137c Wetboek van Strafrecht
Belediging groep mensen
artikel 141 Wetboek van Strafrecht
Openlijke geweldpleging
artikel 142 Wetboek van Strafrecht
Vals alarm
artikel 143 Wetboek van Strafrecht
Verhindering vergadering
artikel 144 Wetboek van Strafrecht
Verstoring vergadering
artikel 184 Wetboek van Strafrecht
Negeren bevoegd gegeven ambtelijk bevel
artikel 239 Wetboek van Strafrecht
Schennis van de eerbaarheid
artikel 266 jo. 267 Wetboek van Strafrecht
Belediging ambtenaar in functie
artikel 285 Wetboek van Strafrecht
Bedreiging
artikel 300-303 Wetboek van Strafrecht
Mishandeling
artikel 350 jo. 351 Wetboek van Strafrecht
Vernieling
artikel 424 Wetboek van Strafrecht
Straatschenderij
artikel 426-427 Wetboek van Strafrecht
Overtredingen betreffende algemene veiligheid
artikel 453 Wetboek van Strafrecht
Openbare dronkenschap
artikel 13, 26 of 27 Wet Wapens en Munitie
Dragen verboden wapens
Bijlage 2. Tabel tijd/duur
De gebiedsontzegging duurt:
Bij de 1e constatering: 72 uur
Bij de 2e constatering binnen een periode van 6 maanden: twee weken
Bij de 3e constatering binnen een nieuwe periode van 6 maanden na een eerdere gebiedsontzegging: zes weken
Bij de 4e constatering binnen een nieuwe periode van 6 maanden na een eerdere gebiedsontzegging: acht weken