Aanhef
De gemeenteraad van de gemeente ’s-Hertogenbosch,
In zijn vergadering van 27 januari 2026,
Gezien het voorstel met reg.nr. 18655399,
Besluit
De Gedragscode Gemeenteraad ’s-Hertogenbosch 2026 vast te stellen, onder gelijktijdige intrekking van de Gedragscode voor Raads- en commissieleden 2021.
III. Afspraken
1. Algemene afspraken
1.1 De gedragscode geldt voor raadsleden en commissieleden niet-raadsleden van de gemeente ’s-Hertogenbosch. De code geldt ook voor de burgemeester in zijn rol als raadsvoorzitter;
1.2 De code is openbaar.
1.3 Elk raadslid/commissielid niet-raadslid krijgt na installatie een exemplaar van de code;
1.4 Een raadslid/commissielid niet-raadslid is voor iedereen aanspreekbaar op de naleving van deze code.
1.5 Bij vragen of twijfel over integer handelen of over deze gedragscode wordt contact opgenomen met de griffier.
2. Melden van nevenfuncties
2.1 Een raadslid/commissielid niet-raadslid levert bij de griffier aan het begin van zijn functievervulling informatie aan over zijn (neven-) functies. Als hier tijdens het lidmaatschap verandering in komt levert hij de nieuwe informatie binnen een week aan de griffier aan.
2.2 De informatie betreft in ieder geval:
a.de omschrijving van de (neven)functie;
b.de organisatie voor wie de (neven)functie wordt verricht;
c.of het al dan niet een (neven)functie betreft uit hoofde van het raadslidmaatschap; en
d.of de (neven)functie bezoldigd of onbezoldigd is.
2.3 De griffier publiceert op internet een openbaar register van deze (neven) functies.
Wettelijk kader
Persoonlijke belangen vs stemmingen
Een lid van de raad neemt niet deel aan de stemming over:
•een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken;
•de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij hoort. (artikel 28 Gemeentewet)
Openbaarmaking nevenfuncties
Raadsleden dienen openbaar te maken welke nevenfuncties zij vervullen. De lijst met nevenfuncties ligt ter inzage op het gemeentehuis. (artikel 12 Gemeentewet).
Onverenigbaarheid van functies
Het zijn van raadslid sluit het hebben van een aantal andere functies uit (artikel 13 Gemeentewet). Het niet voldoen hieraan leidt uiteindelijk ertoe dat betrokkene ophoudt lid te zijn van de volksvertegenwoordiging. (artikel X1 Kieswet)
Verboden overeenkomsten/handelingen
Volksvertegenwoordigers mogen in geschillen, waar de gemeente(bestuur) partij is, niet als advocaat, adviseur of gemachtigde werkzaam zijn. Ook mogen zij mogen bepaalde overeenkomsten, waar de gemeente bij betrokken is, niet rechtstreeks of middellijk aangaan. Van verboden overeenkomsten kan ontheffing door de provincie worden verleend. (artikel 15 Gemeentewet en artikel 3:43 BW)
2.4 Een oud-raadslid verricht het eerste jaar na de beëindiging van zijn/haar ambtstermijn geen werkzaamheden tegen betaling voor de gemeente, met uitzondering van werkzaamheden als wethouder of burgemeester.
3. Omgaan met informatie
3.1 Een raadslid/commissielid niet-raadslid gaat zorgvuldig om met de informatie die hij/zij als raadslid/commissielid krijgt. Hij deelt geheime of vertrouwelijke informatie niet met onbevoegden en zorgt ervoor dat dergelijke informatie veilig wordt bewaard.
3.2 Een raadslid/commissielid niet-raadslid gebruikt in het ambt gekregen informatie niet om daar voordeel voor zichzelf of naasten uit te halen.
Wettelijk kader
Informatieplicht
Burgemeester en wethouders en elk van zijn leden zijn verplicht alle inlichtingen te geven die de volksvertegenwoordiging nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Het betreft zowel een actieve als een passieve informatieplicht. Ook als individuele volksvertegenwoordigers informatie vragen zal die informatie moeten worden verstrekt. De informatie kan alleen worden geweigerd als die in strijd is met het openbaar belang (artikel 169 Gemeentewet).
Het Reglement van Orde en het Handvest informatievoorziening bevatten afspraken die betrekking hebben op informatieverstrekking en de omgang met informatie.
Geheimhouding
Eenieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens en voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit (artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht).
Burgemeester en wethouders kunnen op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, geheimhouding opleggen. De geheimhoudingsplicht moet worden bevestigd door de volksvertegenwoordiging. Ook de gemeenteraad, onderscheidenlijk (de voorzitter van) een commissie kan geheimhouding opleggen (artikelen 25, 55 en 86 Gemeentewet). Ook hierover zijn afspraken gemaakt in het Handvest Informatievoorziening ’s-Hertogenbosch. Het schenden van de geheimhoudingsplicht is een misdrijf (artikel 272 Wetboek van Strafrecht).
4. Aannemen van geschenken en uitnodigingen
4.1 Geschenken, waaronder uitnodigingen voor excursies en evenementen op kosten van derden, die een raadslid/commissielid niet-raadslid uit hoofde van zijn functie ontvangt, worden gemeld in de fractie.
4.2 Geschenken met een waarde van meer dan 50 euro worden in volgorde van voorkeur niet geaccepteerd, geretourneerd aan de afzender of aan goede doelen geschonken.
Wettelijk kader
Afleggen eed of belofte
De eed of belofte die het raadslid op grond van artikel 14 van de Gemeentewet moet afleggen heeft onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van giften, gunsten of geschenken. “……Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen…..”.
Voor het commissielid niet-raadslid geldt op grond van artikel 5 van het Reglement van Orde 2019 een verplichting tot het afleggen van een verklaring met eenzelfde strekking.
5. Behoorlijk gedrag
5.1 Een raadslid/commissielid niet-raadslid gedraagt zich behoorlijk en onthoudt zich van beledigingen en laster.
5.2 Een raadslid/commissielid niet-raadslid gebruikt geen namen en/of persoonlijke gegevens van individuele ambtenaren in het openbare debat.
5.3 Een verdere uitwerking wat in ieder geval onder behoorlijk gedrag wordt verstaan wordt omschreven in bijlage 1.
6. Gebruik van gemeentelijke voorzieningen
6.1 De raad richt de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven en hanteert heldere procedures voor de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de gemeente.
6.2 Een raadslid/commissielid-niet raadslid verantwoordt zich over zijn gebruik van de voorzieningen volgens de in het kader van het eerste lid vastgelegde regels en procedures.
6.3 Een raadslid/commissielid niet-raadslid declareert geen kosten die op andere wijze worden vergoed.
6.4 Gebruik van gemeentelijke eigendommen of voorzieningen voor privédoeleinden is in beginsel niet toegestaan, met uitzondering van de ICT-apparatuur die het raadslid/commissielid van de gemeente in bruikleen heeft.
Wetttelijk kader
Declaraties
In de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers worden regels gesteld voor raadsleden/commissieleden niet-raadsleden. Een verdere uitwerking van deze regels en de hierin gemaakte keuzes t.a.v. vergoedingen en declaraties zijn verwerkt in de Verordening rechtspositie raadsleden en leden van de commissies uit de gemeenteraad ’s-Hertogenbosch 2019.
7. Procedure bij vermoeden van integriteitsschending
7.1 Dilemma’s bij of twijfels over integer handelen van een raadslid/commissielid niet-raadslid (ook als het uzelf betreft) worden ter advisering eerst voorgelegd en besproken met de griffier.
7.2 Bij dergelijke dilemma’s of twijfels kan een oriënterend vooronderzoek worden uitgevoerd door de burgemeester of namens de burgemeester door de griffier waarbij partijen kunnen worden gehoord. De burgemeester legt zijn bevindingen van dit vooronderzoek schriftelijk vast. Voorzover niet een integriteitsonderzoek maar een ander traject (zoals een klachtenprocedure) meer voor de hand ligt, wordt dit ook medegedeeld in de bevindingen.
7.3 Indien wordt overgegaan tot het doen van een integriteitsmelding over een raadslid/commissielid niet-raadslid, dan wordt deze via de griffier, bij de burgemeester ingediend. Een dergelijke melding wordt pas gedaan nadat eerst advies is ingewonnen bij de griffier zoals bedoeld in artikel 7.1. Anonieme meldingen worden in beginsel niet in behandeling genomen. Wel wordt de identiteit van een melder op verzoek anoniem gehouden als wet- en regelgeving dit toelaten.
7.4 De griffier informeert de voorzitter van het presidium over de melding of de vicevoorzitter als de melding gaat over de voorzitter van het presidium of een lid van diens fractie.
7.5 De burgemeester beoordeelt de melding en voert zo nodig onderzoek uit. Indien er partijen gehoord worden, dan worden hiervan al dan niet geanonimiseerde verslagen opgesteld. Partijen worden hier vooraf van in kennis gesteld en worden geacht hiermee in te stemmen indien zij gehoord willen worden.
7.6 De burgemeester komt niet tot het oordeel dat er sprak is van een integriteitsschending voordat degene op wie de melding betrekking heeft in de gelegenheid is geweest om op de melding te reageren.
7.7 Als de burgemeester oordeelt dat er sprake is van een integriteitsschending, dan besluit hij na overleg met presidium en griffier welke verdere stappen er gezet moeten worden en informeert de fractievoorzitters hierover. Als de burgemeester oordeelt dat er geen sprake is van een integriteitsschending, dan wordt dit gemeld aan de melder, de betrokkene en aan de voorzitter of vicevoorzitter van het presidium.
7.8 Als de integriteitsmelding (mede) betrekking heeft op personen die een rol vervullen in het proces dan gelden de volgende vervangingsregels:
•De burgemeester wordt vervangen door de voorzitter van het presidium;
•De voorzitter van het presidium wordt vervangen door de vicevoorzitter van het presidium;
•De griffier wordt vervangen door zijn plaatvervanger.
Wettelijk kader
Bevorderen integriteit
In artikel 170 lid 2 Gemeentewet staat dat het tot de bevoegdheid van de burgemeester behoort om de bestuurlijke integriteit van de gemeente te bevorderen.
Bijlage 1: Uitwerking van artikel 5.3
10afspraken over omgangsvormen in de raad
1We bejegenen elkaar, onze ambtenaren, inwoners en samenwerkingspartners op een correcte en respectvolle wijze, in woord en daad. Er is nooit een aanleiding of excuus voor (seksuele) intimidatie, pestgedrag, discriminatie, agressie of geweld.
2We vallen elkaar niet persoonlijk aan: de strijd gaat over de inhoud. We ‘spelen altijd op de bal en nooit op de mens’. Daarom kiezen we onze woorden zorgvuldig en blijven ver van grof taalgebruik, schelden, beschimpen, beledigen, laster en/of valse beschuldigingen.
3We twijfelen niet aan elkaars intentie om vanuit heel diverse opvattingen, overtuigingen en ‘wereldbeelden’ het algemeen belang te dienen.
4We trekken elkaars integriteit niet publiekelijk in twijfel als daar geen aanleiding en/of bewijs voor is.
5We komen in de openbaarheid op voor elkaar en voor het ambt.
6We respecteren ons Reglement van Orde en volgen de aanwijzingen van de voorzitter op.
7We spreken ‘via de voorzitter’.
8We delen de verantwoordelijkheid om op te treden tegen grensoverschrijdende uitlatingen en gedragingen in onze vergaderingen en bijeenkomsten. Dat kan door het maken van een ‘punt van orde’.
9We hanteren deze regels ook op de sociale media. Ook daar laten we ‘elkaar heel’ en komen we voor elkaar op.
10We spreken om te beginnen met elkaar als we gekwetst zijn, ons onheus bejegend of erger voelen, of als de hier geformuleerde afspraken geschonden worden.