Aanhef
BESLUIT burgemeester en wethouders
1Instemmen met het Beleidsplan Toezicht en Handhaving Team Werk, Inkomen en Zorg.
2Het Beleidsplan Toezicht en Handhaving Team Werk, Inkomen en Zorg met terugwerkende kracht in laten gaan per 1 januari 2025 onder gelijktijdig intrekking van het Beleidsplan Toezicht en Handhaving Team Werk, Inkomen en Zorg 2023-2024.
In dit hoofdstuk wordt verder ingegaan op de concrete activiteiten op het gebied van preventie.
In dit hoofdstuk wordt verder ingegaan op welke wijze we de controle vormgeven.
Bijlage I Protocol Huisbezoek Team Werk, Inkomen en Zorg 2023-2024
1Inleiding
De in dit protocol beschreven werkwijze is van toepassing op alle huisbezoeken die in het kader van handhaving van de Participatiewet en andere gemeentelijke socialezekerheidsregelingen worden afgelegd door medewerkers van het team Werk, Inkomen en Zorg (WIZ). In dit protocol worden de richtlijnen gegeven voor het correct uitvoeren van een huisbezoek. Het protocol is bedoeld voor huisbezoeken in het kader van verificatie en controle. Hierbij wordt uitgegaan van de huidige wetgeving, de Participatiewet (Pw), de Inkomensvoorziening voor oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG, 2018), Algemene wet op het binnentreden (Awbi, 1994) en van jurisprudentie vanaf 2015. Het protocol richt zich niet op het afleggen van een huisbezoek vanuit een dienstverlenend perspectief.
De gemeente is op grond van artikel 53a PW en artikel 13 en 14 van de IOAW/IOAZ bevoegd om onderzoek te doen naar de juistheid en volledigheid van de door een belanghebbende verstrekte gegevens, en zo nodig naar andere gegevens, die noodzakelijk zijn voor de verlening of de voortzetting van bijstand. Het vaststellen van de feitelijke woon- en verblijfsituatie van een belanghebbende is essentieel voor het bepalen van het recht op bijstand en de hoogte hiervan. Omwille van de leesbaarheid wordt in het vervolg alleen ingegaan op de Participatiewet, omdat deze het meest voorkomt.
In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op het juridisch kader voor het huisbezoek. Hoofdstuk 3 gaat in op de zorgvuldigheid. In hoofdstuk 4 wordt verder ingegaan op de consequenties als belanghebbende de toestemming tot het binnentreden van de woning weigert. Tot slot geeft hoofdstuk 5 de algemene richtlijnen voor een huisbezoek aan.
2Het juridisch kader
Bij het afleggen van een huisbezoek is het uit het oogpunt van zorgvuldigheid en in het belang van de belanghebbende belangrijk om rekening te houden met een aantal uitgangspunten en wettelijke bepalingen.
Voor een juiste toepassing van de Participatiewet is het van essentieel belang dat er duidelijkheid bestaat over de woon- en verblijfsituatie van een belanghebbende. Ontbreekt deze duidelijkheid, dan is dat een grond voor afwijzing of intrekking van de verlening van bijstand. We kunnen het recht op bijstand zonder die duidelijkheid namelijk niet vaststellen. Het is tenslotte relevant bij welke gemeente (art. 40 lid 1 Pw) de belanghebbende aanspraak kan maken en naar welke norm (art. 19 t/m 28 Pw). De feitelijke woon- en verblijfsituatie dienen we vast te stellen aan de hand van concrete feiten en omstandigheden.
2.1 Grondslag huisbezoek
Het college is op grond van artikel 53a, lid 6 Pw, bevoegd om een onderzoek in te stellen naar de juistheid en volledigheid van de door de belanghebbende verstrekte gegevens en, zo nodig, naar andere gegevens die noodzakelijk zijn voor de verlening of voortzetting van bijstand. Welke gegevens hiervoor noodzakelijk zijn, bepaalt het college (art. 53a lid 1 Pw). Volgens vaste rechtspraak vormt dit “een toereikende wettelijke grondslag voor het afleggen van een huisbezoek als middel ter controle en verificatie van door de betrokkene verstrekte of op andere wijze bekend geworden gegevens”
1Zie bijvoorbeeld ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5146 en ECLI:NL:CRVB:2015:253
. Deze algemene onderzoeksbevoegdheid kan steeds en spontaan, ook in het kader van een lopende uitkering, worden gebruikt ten aanzien van alle bijstandsontvangers. Hiervoor is geen redengevend feit, signaal, grond of vermoeden nodig.
2.2 Wanneer een huisbezoek
Op grond van feiten en omstandigheden kan er twijfel ontstaan over de juistheid en volledigheid van de gegevens die door belanghebbende zijn verstrekt. Deze twijfel kan een redelijke grond opleveren om een huisbezoek af te leggen. Is er een redelijke grond voor een huisbezoek, dan dient belanghebbende hieraan medewerking te verlenen (art. 17 lid 2 Pw). Ontbreekt een redelijke grond
2Denk hierbij bijvoorbeeld aan het ter beschikking staan van minder belastende middelen ter verificatie ECLI:NL:CRVB:2011:BQ2795, tijdsverloop van de grond ECLI:NL:CRVB:2017:1053, ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3205, een anonieme tip ECLI:NL:CRVB:2007:BB5534
, dan moeten we belanghebbende erop attenderen dat het weigeren van medewerking geen gevolgen heeft voor de bijstandsverlening.
Wanneer is er nu sprake van een redelijke grond voor een huisbezoek? Als er voorafgaand
3Voorafgaand: vóór of uiterlijk bij aanvang
aan het huisbezoek duidelijk is dát en op grond van welke concrete, objectieve feiten en omstandigheden
4Denk hierbij bijvoorbeeld aan een verklaring van belanghebbende zelf ECLI:NL:CRVB:2015:253, eventueel in het verlengde van een anonieme tip ECLI:NL:CRVB:2018:3938, bevindingen uit waarnemingen ECLI:NL:CRVB:2020:834, informatie uit het GBA ECLI:NL:CRVB:2015:2859, woning te klein voor het aantal ingeschrevenen ECLI:NL:CRVB:2016:3679, herhaaldelijk zonder bericht niet verschijnen op afspraken ECLI:NL:CRVB:2017:2554, er geen huisvuil wordt aangeboden in een periode van 3 maanden ECLI:NL:CRVB:2020:230, bevindingen uit een buurtonderzoek ECLI:NL:CRVB:2017:2105, hoofdzakelijk pinnen in een andere gemeente ECLI:NL:CRVB:2015:3983, zeer laag waterverbruik ECLI:NL:CRVB:2019:2353, informatie van de woningbouwvereniging ECLI:NL:CRVB:2020:1620
, redelijkerwijs twijfel kan bestaan over de juistheid of volledigheid van de door belanghebbende verstrekte gegevens. Het gaat hierbij om gegevens die van belang zijn voor het vaststellen van het recht op bijstand en om gegevens die we niet op een andere effectieve en voor belanghebbende minder belastende wijze kunnen verifiëren.
Bestaat er een redelijke grond en is aannemelijk gemaakt dat in dit geval een huisbezoek het enige effectieve middel is om de door belanghebbende opgegeven situatie te verifiëren? Dan beraden we ons over de wijze en het tijdstip waarop het huisbezoek wordt afgelegd (art. 53a lid 1 Pw). Hierbij is te overwegen of belanghebbende voorafgaand aan het huisbezoek wordt uitgenodigd bij de gemeente voor een gesprek of dat we, bijvoorbeeld met het oog op de voorgeschiedenis, aanleiding zien om dit bezoek onmiddellijk en onaangekondigd te verrichten. Zo’n aanleiding ligt met name in het risico dat belanghebbende de feitelijke situatie wijzigt om de redenen voor de controle weg te nemen. Hierdoor wordt dit controlemiddel natuurlijk veel minder effectief We onderscheiden drie soorten huisbezoeken.
Huisbezoek in het kader van dienstverlening
Er zijn huisbezoeken in het kader van de dienstverlening. Hierbij kan gedacht worden aan huisbezoeken bij de burger die door fysieke- of gezondheidsproblemen niet de mogelijkheid heeft om de gemeente te bezoeken. In dergelijke gevallen zal het huisbezoek niet het doel hebben om een leefsituatie te verifiëren of op misbruik of oneigenlijk gebruik te controleren.
De Algemene wet op het binnentreden (AWBI) is wel van toepassing, waardoor legitimatie en toestemming voorafgaand aan het betreden van de woning een vereiste is.
Als het zo is dat tijdens het dienstverlenende huisbezoek wordt geconstateerd dat er zaken niet kloppen dan moet de medewerker van het team Werk, Inkomen en Zorg dat op dat moment kenbaar maken en opnieuw toestemming vragen voor het huisbezoek. De toestemming van de belanghebbende moet immers gebaseerd zijn op volledige en juiste informatie over reden en doel van het huisbezoek.
Het huisbezoek in het kader van dienstverlening zal niet nader toegelicht worden in dit protocol.
Huisbezoek bij gegrond vermoeden van oneigenlijk gebruik/misbruik
Indien er op basis van objectieve (aantoonbare), concrete feiten en omstandigheden een gegrond vermoeden bestaat van oneigenlijk gebruik/misbruik is ontstaan, dan bestaat de mogelijkheid deze bewijslast/de door de belanghebbende verstrekte gegevens als laatste verificatiemiddel bevestigd of weerlegd te krijgen aan de hand van een huisbezoek. De belanghebbende heeft volgens artikel 17, eerste lid van de Participatiewet/artikel 13, eerste lid van de IOAW/IOAZ een inlichtingenplicht. Daarnaast heeft de belanghebbende volgens artikel 17, tweede lid van de Participatiewet/artikel 13, tweede lid van de IOAW/IOAZ een meewerkplicht.
Het niet meewerken aan een huisbezoek bij een gegrond vermoeden van oneigenlijk gebruik/misbruik, al dan niet na een geboden hersteltermijn, leidt tot het afwijzen van een aanvraag of tot het intrekken van het recht op uitkering.
Huisbezoek bij ongegrond vermoeden van oneigenlijk gebruik/misbruik
Het gaat hier om een huisbezoek ter verificatie van door de belanghebbende verstrekte inlichtingen, waarbij geen vermoeden van oneigenlijk gebruik/misbruik aanwezig is. Er is geen sprake van een objectieve, concrete aanwijzing dat er sprake is van onjuiste gegevensverstrekking.
Dit middel wordt dan ook alleen ingezet als er getwijfeld wordt aan de rechtmatige verstrekking van de uitkering zonder dat deze twijfel onderbouwd kan worden met verifieerbare bewijsstukken. Hierbij kan gedacht worden aan een anonieme melding die een bepaald vermoeden versterkt maar waarvoor geen aantoonbare bewijzen voor handen zijn. Of er ontstaat bij de medewerker van het team Werk, Inkomen en Zorg een vermoeden van oneigenlijk gebruik/misbruik doordat de belanghebbende zich op een bepaalde manier gedraagt of uit zonder dat dit vermoeden onderbouwd kan worden met bewijsstukken.
In dergelijke situaties dient altijd eerst nagegaan te worden of deze twijfel niet toch objectief kan worden onderbouwd. Pas indien dit niet mogelijk is, wordt het middel van aanbod tot een huisbezoek ingezet als de twijfel blijft bestaan.
Ook kan dit middel worden ingezet als een onderzoek onder een willekeurig deel van het klantenbestand wordt gedaan.
2.3 Wie doet het onderzoek
Alle ambtenaren die belast zijn met het uitvoeren van de Pw kunnen de reguliere controlebevoegdheid, zoals die voortvloeit uit artikel 53a Pw, uitoefenen. Omdat een huisbezoek hier ook onder valt, zijn er geen bijzondere, aanvullende bevoegdheden vereist voor het verrichten van een dergelijk onderzoek. De medewerker hoeft dus niet aangewezen te zijn als toezichthouder in het kader van de Pw (art. 76a Pw jo. Art. 5:11 Awb), of te zijn benoemd als buitengewoon opsporingsambtenaar Domein V (art. 142 Sv. jo. art. 18 Besluit BOA jo. art. 10.1 Beleidsregel BOA). Wel vereist artikel 1 van de Algemene wet op het binnentreden (Awbi) dat de medewerker moet voldoen aan de legitimatieplicht. In dit artikel staat ook welke eisen daaraan gesteld worden, en dat het binnentreden van het pand toegestaan is in aanwezigheid en met toestemming van de bewoner op basis van volledige informatie. Daarover leest u meer onder informed consent.
3Zorgvuldigheid
Bij het uitoefenen van controlebevoegdheden zijn we zeer afhankelijk van privéinformatie, zoals een huisbezoek in het kader van de Pw, hierin zullen we dan ook enige mate van terughoudendheid moeten betrachten. Kan het doel worden bereikt door inzet van een ander, minder ingrijpend middel, dan moeten we voor dat middel te kiezen.
Deze zogenaamde beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit hebben zowel betrekking op de afweging of een huisbezoek het juiste middel is als op de uitvoering van het huisbezoek. We zullen dan ook niet alleen moeten motiveren waarom we het huisbezoek als controlemiddel hebben ingezet, maar ook hoe het is ingezet.
De Algemene Wet op het Binnentreden schrijft voor dat voldaan moet worden aan de legitimatieplicht en dat het binnentreden van een woning toegestaan is in aanwezigheid en met toestemming van de bewoner op basis van volledige informatie.
Het subsidiariteitsbeginsel
Als het doel door inzet van een ander middel dat minder ingrijpend is, gerealiseerd kan worden dient voor dat middel gekozen te worden. De gemeente verifieert altijd eerst de verstrekte inlichtingen aan de hand van de voor haar beschikbare authentieke bronbestanden. Belanghebbende heeft het recht huisbezoek te weigeren. Als er geen sprake is van een vermoeden van fraude heeft de belanghebbende ook het recht om het verifiëren van de verstrekte inlichtingen door middel van een minder ingrijpend middel te laten plaatsvinden.
Belanghebbende dient dan in ieder geval het aanbod gedaan te worden om zijn leefsituatie op een andere wijze dan door huisbezoek aan te tonen.
Het proportionaliteitsbeginsel
Voor al het overheidshandelen geldt dat het evenredig moet zijn in relatie tot de gestelde doelen.
Het ingezette middel en met name de wijze waarop moet in verhouding staan tot het doel (= het verkrijgen van volledige en de juiste informatie om het recht op bijstand vast te stellen).
3.1 Het Informed consent
Een huisbezoek in het kader van de Pw is een vergaand controlemiddel met gevolgen voor de privacy van de belanghebbende. Artikel 8, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) bepaalt dat iedereen recht heeft op respect voor zijn privéleven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie. Er is naar vaste rechtspraak geen sprake van inbreuk op het huisrecht zoals bedoeld in deze verdragsbepaling, als belanghebbende toestemming heeft gegeven voor het binnentreden in de woning. Die toestemming moet vrijwillig en op basis van ‘informed consent’ zijn gegeven. Dit houdt in dat de toestemming van de belanghebbende berust op volledige en juiste informatie over reden en doel van het huisbezoek en over de gevolgen die het niet geven van toestemming voor de (verdere) verlening van bijstand heeft.
Welke gevolgen dit zijn, hangt af van de vraag of er een redelijke grond voor het huisbezoek bestaat. Is hier sprake van, dan dient belanghebbende erop te worden gewezen dat het niet geven van toestemming gevolgen kan hebben voor de verlening van bijstand
5Bijvoorbeeld in de vorm van weigeren, beëindigen of intrekken van de bijstand
. De gemeente heeft niet de verplichting om voorafgaand aan het huisbezoek tot in detail aan belanghebbende bekend te maken waarop deze redelijke grond precies berust en daarover te rapporteren. Er kan worden volstaan met een globale aanduiding van die grond
6Zie bijvoorbeeld ECLI:NL:CRVB:2015:4399
. Ontbreekt een redelijke grond dan moet u belanghebbende erop attenderen dat het niet geven van toestemming geen (directe) gevolgen heeft voor de bijstandsverlening. De bewijslast ten aanzien van het ‘informed consent’ bij het binnentreden in de woning, ligt bij de gemeente.
Het is belangrijk om duidelijk te hebben waar belanghebbende nu precies toestemming voor geeft. Dit blijkt uit de informatie die staat vermeld op het door belanghebbende ondertekende ‘informed consent’-formulier. Het is gebruikelijk dat deze toestemming slechts strekt tot het betreden van de woning en het rondkijken daarin. Hieronder vallen ook specifieke ruimten zoals een schuur, garage of zolder. Zonder aanvullende toestemming mag u dan ook niet zelfstandig wijzigingen aanbrengen in de staat van de woning. Denkt u hierbij aan het openen van deuren, kasten, laden, tassen en laptops. Dit brengt namelijk een verdergaande inbreuk met zich mee dan het alleen rondkijken in de woning. Verleent belanghebbende een dergelijke aanvullende toestemming, dan moet u die ook altijd expliciet vastleggen in het verslag. Vaak is het eenvoudiger om in plaats daarvan aan belanghebbende te vragen of hij of zij deze handelingen zelf wil verrichten, zodat u kunt volstaan met het bekijken van de inhoud. De medewerkingsplicht die op belanghebbende rust, vereist dat hij of zij aan een dergelijk aanvullend verzoek ook gevolg geeft. Weigert belanghebbende hieraan mee te werken terwijl er ook een redelijke grond is om kennis te nemen van het meerdere, dan heeft dit dezelfde gevolgen als een weigering tot medewerking aan de deur. Een beperking hierop is dat u wel inzage in spullen van een derde mag vragen, maar dit niet kunt eisen. De medewerkingsplicht rust tenslotte alleen op belanghebbende en niet op de eventuele derde van wie de spullen zijn.
Betoogt belanghebbende dat hij of zij de Nederlandse taal onvoldoende beheerst en dat er geen bijstand van een tolk is geweest, maakt niet dat hij of zij niet kan worden gehouden aan een ondertekend toestemmingsformulier. Dit is anders bij concrete aanknopingspunten voor de stelling dat belanghebbende u onvoldoende heeft kunnen begrijpen
7Zie bijvoorbeeld ECLI:NL:CRVB:2015:3559
4Weigering huisbezoek
Door medewerking aan een huisbezoek te weigeren, handelt de belanghebbende in strijd met de medewerkingsplicht van artikel 17, lid 2 Pw
8Of bijvoorbeeld artikel 13, tweede lid, van de IOAW/IOAZ voor zover relevant
. Dit geldt zowel als hij of zij weigert om de gemeente het huisbezoek te laten aanvangen als bij het tussentijds intrekken van de verleende toestemming voordat de gemeente het huisbezoek heeft afgerond. Weigert belanghebbende verder mee te werken aan een al aangevangen huisbezoek, dan dient de gemeente de woning onmiddellijk te verlaten
9Verlaat men de woning niet onmiddellijk, maakt men zich schuldig aan ambtelijke huisvredebreuk (art. 370 Wetboek van strafrecht)
. Het is aan de gemeente om aannemelijk te maken dat de gegeven toestemming door belanghebbende is ingetrokken. Van deze intrekking moet de gemeente zorgvuldig verslag doen, en indien mogelijk, belanghebbende hiervoor laten tekenen. Het komt voor rekening en risico van belanghebbende als het onmiddellijk afleggen van een huisbezoek op het door hem of haar opgegeven adres noodzakelijk, maar niet mogelijk is
10Denk bijvoorbeeld aan de situatie waarin belanghebbende geen toestemming heeft van de hoofdbewoner of verhuurder ECLI:NL:CRVB:2019:3426, of geen sleutel ter beschikking heeft ECLI:NL:CRVB:2008:BC7770
. Alleen een zwaarwegende reden die onmiddellijke uitvoering van een huisbezoek in de weg staat, kan een rechtvaardigingsgrond zijn voor het niet verlenen van de verlangde medewerking. Dit is bijvoorbeeld het geval als belanghebbende niet in staat is om medewerking te verlenen door een oorzaak die buiten zijn of haar risicosfeer ligt
11Denk bijvoorbeeld aan betrokken raken bij een ongeluk op weg naar het huisbezoek, geplande medische ingreep, of gepland sollicitatiegesprek ECLI:NL:CRVB:2014:4350
. Het is aan belanghebbende om aannemelijk te maken dat er sprake is van een dergelijke zwaarwegende reden.
In uitzonderlijke gevallen kan het gebeuren dat u een huisbezoek niet op een redelijke manier kunt aanvangen of moet afbreken vanwege de houding en het gedrag van belanghebbende. De gemeente neemt in dergelijke situaties geen risico en vertrekt als de medewerker zich ongemakkelijk of ongewenst voelt of als iemand bijvoorbeeld agressief reageert, waardoor de veiligheid niet gegarandeerd is. Confronteert de medewerker belanghebbende met dit ongewenste gedrag, verzoekt de medewerker hem of haar dit aan te passen en waarschuwt de medewerker dat de medewerker het huisbezoek niet zal aanvangen of zal afbreken, en past hij of zij het gedrag desondanks niet aan? Dan is dit een weigering tot medewerking met de daaraan verbonden gevolgen
12Zie bijvoorbeeld ECLI:NL:CRVB:2020:1189
.
4.1 Hersteltermijn
Weigert een belanghebbende zonder zwaarwegende reden medewerking aan een onaangekondigd huisbezoek of de voortzetting daarvan, en is er een redelijke grond aanwezig om het huisbezoek af te leggen, dan is de gemeente in beginsel niet gehouden een hersteltermijn te bieden op grond van artikel 54, lid 1 Pw36. Een dergelijke termijn zou belanghebbende tenslotte de gelegenheid geven de situatie aan te passen. Dit gaat ten koste van de effectiviteit van het middel huisbezoek.
Dit geldt ook wanneer de gemeente het huisbezoek aflegt ter controle van de juistheid van de door belanghebbende in het kader van een aanvraag verstrekte inlichtingen. Ook hier bent u niet gehouden een hersteltermijn te bieden na het weigeren van medewerking.
Voldoet een belanghebbende niet aan de wettelijke medewerkingsplicht, dan kunt u het recht op bijstand niet vaststellen. Dit is dan ook direct een grond voor weigering van de aanvraag.
13Zie bijvoorbeeld ECLI:NL:CRVB:2020:489
Is er een redelijke grond aanwezig voor het af te leggen huisbezoek en de medewerker wil toch een herstelgelegenheid bieden, dan kan het recht op bijstand worden opgeschort. De gemeente is hiertoe bevoegd op grond van artikel 54, lid 1 Pw. De gemeente zal de belanghebbende dan een hersteltermijn moeten bieden. Een geboden hersteltermijn van 5 minuten wordt in beginsel zonder bestaande zwaarwegende redenen niet onredelijk geacht. Weigert belanghebbende om binnen de geboden hersteltermijn alsnog medewerking te verlenen en kan hem of haar ook hiervan een verwijt worden gemaakt, dan kan het recht op bijstand worden ingetrokken met toepassing van artikel 54, lid 4 Pw.
4.2 Weigering het formulier huisbezoek te ondertekenen
Er bestaat geen grond voor het oordeel dat een belanghebbende slechts vanwege het niet ondertekenen van het formulier huisbezoek onvoldoende medewerking heeft verleend aan het voorgenomen huisbezoek en in die zin zijn medewerkingsverplichting niet is nagekomen. Het niet ondertekenen van het formulier huisbezoek leidt, terwijl wel vooraf uitdrukkelijk toestemming is verleend voor het voorgenomen huisbezoek, er niet toe dat geen medewerking wordt verleend aan het huisbezoek. Deze ondertekening is namelijk niet redelijkerwijs nodig voor de uitvoering van de Pw.
De ondertekening van het formulier huisbezoek dient slechts om uw bewijspositie te versterken, maar niet om het huisbezoek mogelijk te maken. Ook is ondertekening van het formulier huisbezoek niet nodig om het tijdens het huisbezoek verkregen bewijs aan de besluitvorming ten grondslag te mogen leggen. Informed consent kunt u namelijk ook op andere wijze vastleggen. Denk aan het vastleggen van informed consent in een verslag dat u opmaakt van het huisbezoek. Doorgaans wordt uitgegaan van de juistheid van een naar aanleiding van een huisbezoek, of van een poging daartoe, gedetailleerd opgemaakt en door de gemeente ondertekend verslag, tenzij er concrete aanknopingspunten zijn om te twijfelen aan de juistheid van zo’n verslag.
4.3 Intrekken toestemming
Natuurlijk kan de bewoner zijn eenmaal gegeven toestemming op elk moment intrekken. Vanaf dat moment bevindt men zich zonder toestemming van de bewoner in de woning en zal men de woning dienen te verlaten. Wordt dit niet gedaan dan vertoeft men wederrechtelijk in de woning en pleegt men een ambtsmisdrijf (ambtelijke huisvredebreuk) in de zin van artikel 370 Wetboek van Strafrecht.
Om schending aan besluitvorming ten grondslag te kunnen leggen moet de gemeente aannemelijk maken, dat betrokkene zijn eenmaal gegeven toestemming heeft ingetrokken.
De belanghebbende dient duidelijk te zijn gemaakt dat weigering om medewerking te verlenen aan voortzetting van het huisbezoek gevolgen heeft voor het recht op bijstand, dan wel op de hoogte van de bijstand.
5Algemene richtlijnen huisbezoek
Bij het afleggen van huisbezoeken kunnen de volgende richtlijnen worden gehanteerd:
Voorbereiding
•De noodzaak, proportionaliteit en subsidiariteit voor een huisbezoek worden voorafgaand aan het huisbezoek vastgesteld.
•Alvorens een huisbezoek wordt afgelegd wordt de door de belanghebbende opgegeven leefsituatie geverifieerd met behulp van de (authentieke bron-) bestanden waarover de gemeente de beschikking heeft.
•Bij voorkeur vindt huisbezoek overdag plaats binnen de kantooruren (08.00 – 17.00 uur).
•Afwijking hiervan is mogelijk als daartoe specifiek aanleiding aanwezig is.
•Het huisbezoek wordt altijd door twee personen afgelegd om redenen van veiligheid en betere- resp. sterkere oordeels- en bewijsvorming.
Binnentreden
•Voordat het pand betreden wordt, legitimeert de medewerker zich door middel van het door het gemeentebestuur verstrekte en geldige legitimatiebewijs.
•De medewerker vraagt naar het legitimatiebewijs van belanghebbende en van ieder die tijdens het huisbezoek aanwezig is.
•Licht de reden voor het huisbezoek in algemene termen toe en wijst op de mogelijke gevolgen bij niet meewerken. Voordat het pand wordt binnengegaan, dient aan de eerder vermelde voorwaarden te zijn voldaan (informed consent). Leg vast hoe het informed consent is uitgevoerd (met getekende verklaring of anderszins).
•Uit privacyoverwegingen wordt het gesprek over de leefsituatie niet bij de voordeur van de woning gevoerd maar in de woning van de belanghebbende of een andere daartoe geschikte ruimte naar keuze van de belanghebbende. Let wel: Voordat men de woning naar binnen gaat, dient aan de eerder vermelde voorwaarden te zijn voldaan.
•Bij weigering van de toestemming wordt altijd naar de reden hiervan gevraagd.
•Een rondleiding door de woning van de belanghebbende is alleen toegestaan met de uitdrukkelijke toestemming van de belanghebbende en in diens aanwezigheid.
•Bij het betreden van de diverse woonruimten loopt de belanghebbende steeds voorop.
•Als in bijzondere situaties, bijvoorbeeld bij kamerbewoning of recreatiewoningen, de verhuurder/hoofdbewoner bezwaar heeft met betrekking tot het betreden van het pand, wordt afgezien van het binnentreden van het pand. Het is echter niet noodzakelijk dat bij een huisbezoek de verhuurder/hoofdbewoner aanwezig is, of altijd vooraf toestemming geeft.
•Bij kamerbewoning is toestemming van de verhuurder/hoofdbewoner niet noodzakelijk. Voor het huisbezoek van de kamer is toestemming van de kamerhuurder nodig.
De uitvoering van het huisbezoek
•De medewerker brengt zelfstandig geen wijzigingen aan in de woning. Kasten en/of deuren worden desgevraagd geopend door de belanghebbende.
•Tijdens het huisbezoek wordt er objectief waargenomen. Hierbij wordt ook op details gelet.
•Er mogen alleen vragen worden gesteld, die noodzakelijk zijn voor het vaststellen van het doel dat voorafgaand aan het binnentreden aan de belanghebbende is meegedeeld.
•Het stellen van confronterende vragen in de woning van de belanghebbende is juridisch toegestaan. Om onnodige agressie en discussie te voorkomen wordt in specifieke gevallen aangeraden om de belanghebbende hiervoor op aan later tijdstip uit te nodigen.
•Het is aan te bevelen om de belanghebbende niet in de woning te confronteren met een mogelijke voor de belanghebbende negatieve/nadelige uitslag.
•Als de belanghebbende zijn eenmaal gegeven toestemming intrekt moet het huisbezoek worden gestopt en dient men de woning te verlaten. Registreer het intrekken van de toestemming en zo mogelijk de reden waarom in het verslag.
•Mocht tijdens het huisbezoek in de woning overige bevindingen gesignaleerd worden, welke niet in relatie staan tot het doel/reden welke aan de belanghebbende is meegedeeld, dan wordt opnieuw toestemming gevraagd voor het huisbezoek.
•De ambtenaar stelt zich tegenover de belanghebbende correct (niet provocerend), zakelijk, respectvol, transparant en zorgvuldig op.
•In het pand mogen foto’s gemaakt worden als het toegevoegde waarde heeft voor een behoorlijke verslaglegging. Let op: het is niet toegestaan om heimelijk foto’s te maken.
•Aan het einde van het huisbezoek wordt de belanghebbende de ruimte geboden om vragen te stellen.
•Aan het einde van het huisbezoek leggen de medewerkers de vervolgprocedure uit aan de belanghebbende.
•Tenslotte wordt gevraagd of alles duidelijk is.
Vervolg/Nazorg
•De belanghebbende wordt - indien noodzakelijk - zo spoedig mogelijk voor een vervolggesprek uitgenodigd.
•Tijdens dit eventuele vervolggesprek op een gemeentelocatie wordt de belanghebbende gelegenheid gegeven om de onderzoeksgegevens in te zien.
•Aan betrokkene kan desgevraagd een kopie van het verslag van het huisbezoek worden verstrekt.
•Als op basis van het huisbezoek duidelijkheid is ontstaan over de leefsituatie dan wordt de belanghebbende hiervan in kennis gesteld, waarbij hem ook het vervolg wordt meegedeeld.
•Belanghebbende wordt meegedeeld dat een eventueel collegebesluit in de vorm van een beschikking wordt toegestuurd.
Veiligheid
De gezondheid en de veiligheid van de uitvoerders van het huisbezoek is een belangrijke voorwaarde bij het afleggen van een huisbezoek. Er moet zoveel als mogelijk is voorkomen worden dat er een onveilige situatie ontstaat voor de uitvoerder van het huisbezoek en voor de belanghebbende.
Er is een handelingsinstructie huisbezoek opgesteld voor het afleggen van huisbezoeken waarin de meest belangrijke punten rondom veiligheid tijdens een huisbezoek genoemd worden. Daarnaast is er een agressie- en geweldprotocol gemeente Olst-Wijhe opgesteld. Dit protocol richt zich op agressie van burgers naar ambtenaren en bestuurders.
Verslag van het huisbezoek
Van ieder huisbezoek dient een schriftelijk verslag opgemaakt te worden. Het verslag bevat in ieder geval de volgende gegevens:
•Naam van de medewerkers en in welke hoedanigheid zij het huisbezoek hebben verricht.
•Plaats, adres, dag, datum en tijdstip (begin en einde) van het huisbezoek.
•Dat belanghebbende volledige informatie is verstrekt en op welke wijze (informed consent).
•Dat de belanghebbende toestemming heeft gegeven voor het binnentreden van de woning.
•Een weigering en een eventuele intrekking van de toestemming, inclusief de reden.
•Wie er aanwezig waren tijdens het huisbezoeken op welke wijze zij zich hebben gelegitimeerd.
•De verschillende ruimten in het pand welke betreden zijn.
•Probeer zoveel mogelijk een beschrijving te geven van het pand (extern/intern).
•Vermeld alleen zakelijke- en objectieve feiten die relevant zijn voor het onderzoek en het doel.
•Baseer conclusies alleen op objectieve feiten en omstandigheden.
•Voorkom het maken van “sfeerverslag” door veronderstellingen te melden.
•Noteer opmerkingen/aanvullingen van de belanghebbende in het verslag.
•Dagtekening en ondertekening van het verslag door de aanwezige medewerkers.
Bespreking huisbezoek met de belanghebbende
Het past bij zorgvuldig behoorlijk handelen dat de belanghebbende in de gelegenheid wordt gesteld om op de uitkomst van het huisbezoek te reageren alvorens te besluiten, als er nog vraagtekens zijn na afloop van het huisbezoek.
Dit brengt mee dat:
•De belanghebbende in de gelegenheid gesteld moet worden zijn zienswijze kenbaar te maken, in het bijzonder wanneer het voornemen bestaat een voor de belanghebbende nadelig besluit te nemen.
•De op grond daarvan getrokken conclusies ten aanzien van het recht op bijstand worden aan belanghebbende kenbaar gemaakt.
•De zienswijze van belanghebbende met betrekking tot de conclusies in het rapport wordt vastgelegd en in de beoordeling wordt meegewogen. Dit wordt ook in de motivering van het besluit opgenomen. Het besluit mag voor de belanghebbende niet ‘vanuit het niets’ komen.