Aanhef
De burgemeester van Noordenveld
gelet op artikel 2:78:1 van de Algemeen Plaatselijke Verordening gemeente Noordenveld;
besluit vast te stellen: de Beleidsregel toepassing gebiedsontzegging
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
1Overtreding: een gedraging, waarvoor een proces verbaal is opgemaakt voor (een van) de feiten waarvoor een gebiedsontzegging kan worden opgelegd, zoals opgenomen in Bijlage I.
2Eerste overtreding: onder dit begrip wordt ook verstaan een herhaalde overtreding, die langer dan 55 weken geleden vooraf ging aan de nieuwe overtreding.
Artikel 2. Reikwijdte
1Een gebiedsontzegging geldt voor één gebied zoals opgenomen in de bij dit besluit behorende Bijlage II.
2Een gebiedsontzegging wordt opgelegd voor 1 of meerdere feiten als genoemd in de bij dit besluit behorende Bijlage I.
3Een gebiedsontzegging geldt voor de duur behorend bij de feiten zoals genoemd in Bijlage I, tenzij in deze regeling anders is bepaald.
Artikel 3. Uitwerking van de bevoegdheid
1Als één of meerdere feiten volgens Bijlage I zich voordoen, wordt bij een eerste overtreding een schriftelijke waarschuwing aan de betrokkene gegeven.
2In afwijking van het eerste lid legt de burgemeester bij agressie en geweld ten aanzien van functionarissen met een publieke taak direct een gebiedsontzegging voor de duur van 12 weken op. Onder agressie en geweld wordt verstaan lichamelijke en verbale geweldplegingen, belaging, intimidatie en bedreiging gepleegd in of door omstandigheden die verband houden met de uitvoering van de publieke taak (al dan niet door middel van, of gepaard gaand met beschadiging van goederen). Functionarissen met een publieke taak zijn onder andere (politie) ambtenaren, ambulancepersoneel, brandweerpersoneel en medewerkers van gemeentelijke diensten;
3De burgemeester legt, gelijktijdig met de in lid 1 genoemde waarschuwing, een gebiedsontzegging van 8 uur voor het betreffende gebied op als vrees bestaat dat de gedraging zich zal voortzetten of herhalen, ondanks een bevel tot verwijdering van een opsporingsambtenaar van de politie.
4Aan een persoon aan wie een gebiedsontzegging is opgelegd ter plekke van zijn woonverblijf, arbeidsplek of school wordt een aanlooproute geboden om deze bestemmingen te kunnen blijven bereiken;
5Een tweede overtreding binnen 55 weken die aanleiding is tot het opleggen van een gebiedsontzegging hoeft niet betrekking te hebben op hetzelfde feit als de 1e overtreding. Een ontzegging wordt dan opgelegd volgens de aangegeven termijnen, omdat er vrees bestaat voor een nieuwe ordeverstoring.
6Als binnen 55 weken na de eerste overtreding, betrokkene een tweede maal wordt geverbaliseerd voor één van de feiten volgens Bijlage I, wordt overgegaan tot het opleggen van een gebiedsontzegging voor een termijn van 2, 6 of 12 weken.
Artikel 5. Uitvoeringsmandaat
1De burgemeester mandateert de uitoefening van zijn bevoegdheid tot het opleggen en uitreiken van een waarschuwing gebiedsontzegging en een gebiedsontzegging van 8 uur aan de Operationeel Expert/Specialist GGP, Senior GGP en Generalist GGP.
2De burgemeester mandateert de uitoefening van zijn bevoegdheid tot het opleggen en uitreiken van gebiedsontzeggingen aan de Hulpofficier van Justitie. Het opleggen van een gebiedsontzegging wegens agressie en geweld ten aanzien van functionarissen met een publieke taak wordt niet gemandateerd.
3Bij het uitoefenen van deze bevoegdheden nemen de politiefunctionarissen, de teamchef van BT Noord Drenthe en de Hulpofficier van Justitie de Beleidsregel toepassing gebiedsontzegging en het ‘Besluit mandaatverlening aan ambtenaren van de politie inzake gebiedsontzeggingen’ in acht.
4De politie houdt van de toepassing van de gebiedsontzeggingen een adequate registratie bij. De politie rapporteert de burgemeester.
Artikel 6. Inwerkingtreding besluit:
1Dit besluit werkt intreding op: na bekendmaking
Bijlage I.
Feiten waarvoor ontzegging wordt opgelegd.
Categorie 1
2weken bij een verbod
Categorie 2
6weken bij een verbod
Categorie 3
12weken bij een verbod
verbod op straat- of raamprostitutie, art. 3:8 Apv
samenscholing en ongeregeldheden, art. 2:1 Apv
verbod op verkoop en gebruik lachgas: Artikel 2:48a Lachgasverbod Apv
hinderlijk gedrag, art. 2:47, 2:50 Apv
hinderlijk drankgebruik, art. 2:48 Apv
openbare dronkenschap, 453 Sr en 426 Sr
baldadigheid, 424Sr
fietsendiefstal, 310 Sr
1erecidive fietsendiefstal, 310 Sr
1erecidive verbod op straat- of raamprostitutie, art. 3:18 Apv
bezit van meer dan een gebruikershoeveelheid drugs en gebruik van harddrugs in het openbaar, Opiumwet
overtreding verbod zich op de weg te begeven om drugs te verhandelen, art. 2:74 Apv
overtreding Wet wapens en munitie: traangas, boksbeugels, wapenstokken, steekwapens e.d.
vernieling of beschadiging, art. 350 Sr en openlijke geweldpleging, art. 141 Sr
eenvoudige mishandeling, art. 300 Sr
diefstal met braak in een auto, art. 311, lid 5, Sr
belediging ambtenaar in functie, art. 267 Sr
bedreiging, art. 285 Sr
negeren bevoegd gegeven ambtelijk bevel, art. 184 Sr
wederspannigheid, art 180, 181, 182 Sr
overtreding binnen categorie 1 of 2 door persoon aan wie ingevolge het Horecaconvenant de toegang tot een horecabedrijf is ontzegd
1erecidive door persoon aan wie ingevolge het Horecaconvenant de toegang tot een horecabedrijf is ontzegd
2erecidive van hinderlijk gedrag, hinderlijk drankgebruik, of openbare dronkenschap, art. 2:47, 2:48 en 2:50 Apv
2erecidive fietsendiefstal, 310 Sr
2erecidive verbod op straat- of raamprostitutie, art. 3:18 Apv
overtreding Wet wapen en munitie: vuurwapens/schietwapens
dealen harddrugs, Opiumwet
zware geweldsmisdrijven: zware mishandeling, art 302 Sr, (poging tot) doodslag, art. 287 Sr; openlijke geweldpleging uitsluitend tegen personen, art. 141 Sr; afpersing, art. 317 Sr; bedreiging, art 318 Sr
overtreding verblijfsontzegging, art. 2:78:1 Apv
Bijlage II: Gebied in Roden waar verblijfsontzegging voor geldt: