Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels Inkomensondersteuning Participatiewet gemeente Nijmegen 2024-B

Gemeente Nijmegen · geldt sinds 1 januari 2026

Aanhef

Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Nijmegen,

Gelet op de bepalingen van artikel 35, 36 en 36b van de Participatiewet,

BESLUIT: vaststellen van de beleidsregels Inkomensondersteuning Participatiewet gemeente Nijmegen 2024-B

Algemeen

Als iemand een laag inkomen heeft, waarmee hij of zij in een bijzondere situatie niet uitkomt, dan kan onder omstandigheden een beroep gedaan worden op bijzondere bijstand voor kosten die voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. In deze beleidsregels worden de kaders uiteengezet voor een aanvraag om bijzondere bijstand. Benadrukt moet worden, dat dit algemene kaders zijn en er dus individuele omstandigheden kunnen zijn om hiervan af te wijken.

Ten aanzien van de in deze beleidsregels opgenomen regelingen waarbij percentages van de bijstandsnormen gelden, hanteert het college de volgende, naar boven afgeronde Inkomensgrenzen.

1Ten aanzien van de in deze beleidsregels opgenomen regelingen waarbij percentages van de bijstandsnormen gelden, gaat het college uit van de navolgende bijstandsnormen, zijnde de inkomensgrens van 100%:

a.Alleenstaande jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd: 95% van het bedrag genoemd in artikel 21 sub a Participatiewet;

b.Alleenstaande ouder jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd: 90 procent van het bedrag dat wordt gehanteerd voor gehuwden jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd zoals genoemd onder c. Dit betekent daarmee 90 procent van 95 % van het bedrag zoals genoemd in artikel 21 sub b Participatiewet;

c.Gehuwden jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd: 95% van het bedrag genoemd in artikel 21 sub b Participatiewet;

d.Alleenstaande die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt: 95% van het bedrag genoemd in artikel 22 sub a Participatiewet;

e.Alleenstaande ouder die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt: 90 procent van het bedrag dat wordt gehanteerd voor gehuwden waarvan één of beiden de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt zoals genoemd onder f. Dit betekent daarmee 90 procent van 95 % van het bedrag zoals genoemd in artikel 22 sub b Participatiewet;

f.Gehuwden waarvan één of beiden de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt: 95% van het bedrag genoemd in artikel 22 sub b Participatiewet.

2In afwijking van lid 1 gelden voor personen verblijvend in een inrichting de volgende bijstandsnormen, zijnde de inkomensgrens van 100%:

a.Alleenstaande jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd: 95% van de som van het bedrag genoemd in artikel 23 lid 1 sub a Participatiewet en het bedrag genoemd in artikel 23 lid 2 sub a Participatiewet.

b.Alleenstaande ouder jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd: 90% van het bedrag dat wordt gehanteerd voor gehuwden jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd;

c.Gehuwden jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd: 95% van de som van het bedrag genoemd in artikel 23 lid 1 sub b Participatiewet en het bedrag genoemd in artikel 23 lid 2 sub b Participatiewet.

d.Alleenstaande die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt: de berekende norm in lid 1 sub d vermenigvuldigd met de PGL-factor bedoeld in lid 4;

e.Alleenstaande die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt: de berekende norm in lid 1 sub e vermenigvuldigd met de PGL-factor bedoeld in lid 4;

f.Gehuwden waarvan één of beiden de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt: de berekende norm in lid 1 sub f vermenigvuldigd met de PGL-factor bedoeld in lid 4;

3De in lid 1 en 2 tot stand gekomen bijstandsnormen, zijnde inkomensgrenzen van 100%, worden naar boven afgerond op eenheden van € 10,00.

4Bij de bepaling van de inkomensgrens genoemd in lid 2 sub d, e en f wordt deze mede bepaald door een forfaitaire ophoging die ‘PGL-factor’, zijnde een percentage, wordt genoemd. De PGL-factor wordt als volgt bepaald: de som van het bedrag genoemd in artikel 23 lid 1 sub b Participatiewet en het bedrag genoemd in artikel 23 lid 2 sub b Participatiewet gedeeld door het bedrag genoemd in artikel 21 sub b Participatiewet.

5Bij de te hanteren inkomensgrenzen van 110%, 120%, 130% of 140% wordt het betreffende percentage toegepast op de inkomensgrens van 100%, waarbij het berekende bedrag naar boven wordt afgerond op een eenheid van € 10,00.

(Alle bedragen zijn netto per maand, exclusief vakantiegeld)

Co-ouders

Co-ouders worden voor de toepasselijke inkomensnormen beschouwd als alleenstaande ouders. Voor het begrip co-ouderschap wordt aansluiting gezocht bij de Belastingdienst. Er is sprake van co-ouderschap in de volgende gevallen:

1Het kind/De kinderen woont/wonen ten minste 3 hele dagen per week bij de rechthebbende. En ten minste 3 hele dagen per week bij de ex-partner of

2Het kind/De kinderen woont/wonen om en om 1 week bij de rechthebbende en 1 week bij de ex-partner.

Er moet bij bovenstaande criteria sprake zijn van een regelmatig en vast patroon. Ook is de feitelijke situatie leidend. Het is niet van doorslaggevend belang welke ouder de kinderbijslag ontvangt.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.