Gemeentelijke regelgeving

Toezicht- en Handhavingsbeleid Kinderopvang Gemeente Nieuwkoop 2025-2028

Gemeente Nieuwkoop · geldt sinds 1 februari 2025

6 HANDHAVINGSMAATREGELEN

6.1 INZET HANDHAVINGSMIDDELEN

6.1.1 WAARSCHUWING

Als er sprake is van een lichte overtreding kan er een schriftelijke waarschuwing worden gegeven. De overtreder komt dan in de gelegenheid om de overtreding op te lossen. Bij een volgend (jaarlijks) onderzoek wordt dan onderzocht of dit daadwerkelijk is gebeurd.

6.1.2 DE AANWIJZING

In de aanwijzing staat welke maatregelen de houder, binnen welk termijn, moet nemen om de wettelijke voorwaarden na te leven. Een aanwijzing kan ook een concretisering van wettelijke regels bevatten voor de specifieke situatie.

De aanwijzing blijft geldig, ook nadat de overtreding is hersteld. Het college betrekt deze aanwijzing bij handhavingsbesluiten in de opvolgende 3 jaar.

Met de aanwijzing maakt het college aan een overtreder duidelijk dat die te allen tijde aan het opgenomen voorschrift moet voldoen. Daarmee is de aanwijzing een minder ingrijpende handhavingsmaatregel waarvan het college gebruik kan maken.

6.1.3 DE LAST ONDER DWANGSOM

Met een last onder dwangsom legt het college de houder de plicht op om maatregelen uit te voeren binnen een aangegeven termijn. Als een houder binnen de hersteltermijn de overtreding opheft en/of niet herhaalt, hoeft deze de dwangsom niet te betalen.

Als de aanwijzing niet tot structureel herstel van de overtreding heeft geleid, legt het college in principe een last onder dwangsom op. Het college kan ook direct een last onder dwangsom opleggen zonder dat eerst een aanwijzing is gegeven.

Is vastgesteld dat een overtreding niet is opgeheven of is herhaald, dan moet de houder de dwangsom betalen. Met een last onder dwangsom kan op meerdere herhalingen worden gehandhaafd. Een last onder dwangsom kent daarvoor een maximumbedrag.

Als er binnen 3 jaar, sinds de laatste opgelegde aanwijzing, een overtreding van dezelfde kwaliteitseis is vastgesteld legt het college doorgaans een last onder dwangsom op. Ook als de kwaliteitseis in de tussenliggende periode is beoordeeld en er geen overtreding is vastgesteld.

De last onder dwangsom is de best geschikte handhavingsmaatregel waarvan het college gebruik kan maken na de aanwijzing, als sluiting van de opvang (nog) niet proportioneel is. Wordt de overtreding na het opleggen van een last onder dwangsom toch herhaald, dan heeft dat financiële gevolgen zonder dat de bedrijfsvoering wordt onderbroken. Daarmee is de last onder dwangsom een handhavingsmaatregel met een gedoseerde financiële prikkel om de overtreding structureel op te heffen.

6.1.4 DE LAST ONDER BESTUURSDWANG

De manier waarop de houder de kinderopvang wil vormgeven is aan de houder. Bij een last onder bestuursdwang neemt het college bepaalde maatregelen om de overtreding van de kwaliteitseis op te heffen. Dat maakt dat de last onder bestuursdwang doorgaans geen geschikt handhavingsmiddel is. Dit handhavingsmiddel is bijvoorbeeld wel geschikt om een kinderopvangvoorziening te sluiten en gesloten te houden bij overtreding van een exploitatieverbod. Alle kosten die gemaakt worden bij de last onder bestuursdwang zijn voor rekening van de houder.

6.1.5 SLUITING VAN DE KINDEROPVANG: HET EXPLOITATIEVERBOD

Zodra uit een inspectieonderzoek blijkt dat geen sprake (meer) is van verantwoorde kinderopvang sluit het college de kinderopvang tijdelijk. Wat onder verantwoorde kinderopvang wordt verstaan is vastgelegd in artikel 1.49 van de Wet kinderopvang. Ook kan de kinderopvang gesloten worden zolang de houder een bevel van de toezichthouder of aanwijzing niet opvolgt.

Daarnaast gaat het college over tot tijdelijke sluiting bij locaties waar de kwaliteit structureel ondermaats is. Eerdere minder zware handhavingsmaatregelen hebben dan niet tot (structureel) herstel geleid. Pas als de houder aantoont dat de kwaliteit verbeterd is en blijft, mag de kinderopvang weer open. De toezichthouder beoordeelt dit tijdens een inspectieonderzoek.

Het sluiten van een locatie voor kinderopvang is een ingrijpende maatregel die niet alleen gevolgen heeft voor de houder maar ook voor diens personeel, ouders en kinderen. In de hiervoor beschreven situaties is sluiting van een locatie doorgaans noodzakelijk. Het belang van ouders en kinderen bij kwalitatief goede kinderopvang weegt altijd zwaarder dan het belang van continuïteit van opvang of een financieel belang. Met een gesloten locatie kan de houder zich samen met het personeel volledig richten op herstel van de kwaliteit van opvang zonder dat (emotionele) veiligheid en/ of gezondheid van de opgevangen kinderen nog langer in het geding is.

Als het college een kinderopvanglocatie sluit, moet de houder de ouders zelf op de hoogte stellen van deze sluiting. Als de houder dit niet doet, informeert het college of de toezichthouder ouders hierover. Dit gebeurt schriftelijk of mondeling.

6.1.6 INTREKKEN TOESTEMMING

Lukt het de houder na sluiting van een locatie niet om (binnen redelijke termijn) de overtredingen structureel op te heffen dan kan het college de toestemming tot exploitatie intrekken. Ook als een houder de kwaliteitseisen structureel niet naleeft, na verbetering opnieuw overtredingen begaat, veel en/of ernstige overtredingen of overtredingen die redelijkerwijs niet kunnen worden hersteld, sluit het college de kinderopvang permanent. Dit doet zij door de toestemming tot exploitatie in te trekken en de voorziening te verwijderen uit het LRK.

Het college kan de toestemming ook direct intrekken bijvoorbeeld als:

-niet langer wordt voldaan aan de definitie van kinderopvang, ouderparticipatiecrèche, gastouderopvang, gastouder of gastouderbureau;

-er sprake is van (een) overtreding(en) die, naar het oordeel van de toezichthouder, niet hersteld kan (kunnen) worden.

6.1.7 BESTUURLIJKE BOETE

Naast de handhaving gericht op herstel maakt het college ook gebruik van de mogelijkheid bestuurlijke boetes op te leggen. Bij een zware overtreding (bijvoorbeeld geen VOG, niet voldoen aan de beroepskracht-kind-ratio) wordt in beginsel altijd een boete gegeven. De boete is onvoorwaardelijk en moet altijd worden betaald. Naast de boete wordt er ook een verplichting opgelegd om de overtreding te herstellen. Elke overtreding beoordeelt en bestraft het college afzonderlijk ook als één kwaliteitseis meerdere keren is overtreden. Daarnaast legt het college een boete op als een houder na het opleggen van een aanwijzing geen maatregelen heeft genomen om herhaling of voortduren van een overtreding te voorkomen. Zodra één kwaliteitseis meerdere keren is overtreden, beoordeelt het college of het totale boetebedrag dat kan worden opgelegd evenredig is met de ernst van de overtredingen en de mate waarin de kwaliteit van opvang negatief werd beïnvloed. Een boete heeft altijd financiële gevolgen voor de overtreder. De draagkracht van een overtreder speelt geen rol bij het bepalen van de hoogte van een boete. Als de overtreder kan aantonen dat hij een boete niet in één keer kan betalen zonder dat de continuïteit van de opvang in gevaar komt, dan is dat in beginsel geen reden om een boete te matigen of van het opleggen van een boete af te zien. Wel kan dit reden zijn om een betalingsregeling toe te staan. Ook het (vrijwillig) sluiten van een locatie is geen reden om van het opleggen van een boete af te zien.

BIJLAGE 1 AFWEGINGSMODEL

1.1.HANDHAVING SAMENGEVAT

In dit afwegingsmodel geeft het college weer welke bestuurlijke handhavingsmaatregelen zij doorgaans zal opleggen. Dat neemt niet weg dat er altijd ruimte blijft voor maatwerk en het college hiervan kan afwijken.

De toezichthouder kan een houder van een kinderopvangvoorziening de gelegenheid bieden om geconstateerde overtredingen nog tijdens de onderzoeksperiode op te heffen (het herstelaanbod). Als de houder de overtreding al heeft hersteld of redelijkerwijs snel zal herstellen, kan het college besluiten af te zien van handhaving gericht op herstel.

Als er sprake is van een lichte overtreding kan er een schriftelijke waarschuwing worden gegeven. De overtreder komt dan in de gelegenheid om de overtreding op te lossen. Bij een volgend (jaarlijks) onderzoek wordt dan onderzocht of dit daadwerkelijk is gebeurd.

Het college kiest bij een zwaardere overtreding voor de aanwijzing, en geeft aan welke maatregelen moeten worden genomen om de overtreding te herstellen. Een aanwijzing kan ook een concretisering van wettelijke regels bevatten voor de specifieke situatie. Wanneer blijkt dat de aanwijzing niet tot herstel van de overtreding heeft geleid, legt het college een last onder dwangsom op.

Bij enkele ernstige overtredingen legt het college altijd een boete op. Voor andere overtredingen kan het college een boete opleggen via het niet opvolgen van een aanwijzing.

De hier opgenomen bedragen gelden per overtreding van een voorschrift. Het aantal overtredingen waarvoor het college een financiële sanctie oplegt is beperkt tot 4 overtredingen van hetzelfde voorschrift per inspectieonderzoek. In de tabel is het maximum sanctiebedrag bij een eerste overtreding van het voorschrift opgenomen. Bij recidive verdubbelt het college dit maximum.

Schematisch ziet het er als volgt uit:

Standaard: Kindercentrum, gastouderbureau, gastouder, voorziening voor gastouderopvang

-Overtreding → (bij een lichte overtreding) waarschuwing → (bij een zwaardere overtreding) aanwijzing → bij niet opvolgen: last onder dwangsom (bijlage A)

Beperkt: Kindercentrum, gastouderbureau, gastouder, voorziening voor gastouderopvang

-Overtreding → direct boete

Vervolg: aanwijzing gericht op herstel (bijlage B)

Als ook de last onder dwangsom en de invordering daarvan niet leiden tot structureel herstel sluit het college de locatie (tijdelijk) met een exploitatieverbod. Als een houder geen verantwoorde kinderopvang aanbiedt sluit het college een kinderopvanglocatie direct. Blijkt na (tijdelijke) sluiting de kwaliteit van opvang alsnog niet structureel hersteld dan trekt het college de toestemming in. Het college kan de toestemming ook direct intrekken.

1.2.HERSTELTERMIJNEN

Overtredingen met grote consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang moeten in beginsel direct of binnen maximaal 7 dagen worden beëindigd.

Overtredingen met gemiddelde consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang moeten in beginsel binnen maximaal 14 dagen worden hersteld.

Overtredingen met lichte tot matige consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang moeten in beginsel binnen een gemiddelde termijn van maximaal 21 dagen worden hersteld.

Voor elke overtreding beoordeelt het college welk hersteltermijn passend en geboden is.

SCHEMA A - DWANGSOMMEN

De dwangsommen zijn verdeeld in 4 domeinen: dwangsommen kindercentrum, dwangsommen gastouderbureau, dwangsommen gastouder en dwangsommen ouderparticipatieopvang.

1Dwangsommen Kindercentrum

Algemene voorwaarden kwaliteit en naleving

Administratie

Artikel 1.52, artikel 1.53 en 1.56 lid 4 Wko;

Artikel 11 van de Regeling Wko;

€ 3.000

Maatregelen aanpak A-ziekten*

* De houder houdt zich aan maatregelen die gelden wanneer de minister een regeling heeft opgesteld waarmee de houder tijdelijk wordt vrijgesteld van een of meer artikelen uit de wet, als sprake is van bijzondere omstandigheden die verband houden met de bestrijding van de epidemie van een infectieziekte behorend tot groep A1.

€ 3.000

Overtredingen in het domein Algemene voorwaarden kwaliteit en naleving hebben grote consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang.

Pedagogisch klimaat

Pedagogisch beleid

Artikel 1.49, artikel 1.50 lid 1 en 2, artikel 1.50a en artikel 156b Wko;

Artikel 3, 11 en 12 besluit kwaliteit kinderopvang;

Artikel 12a Regeling kwaliteit gastouderbureau, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang;

Artikel 4a lid 1 en 2 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.

€ 5.000

Pedagogisch praktijk

Artikel 2 Besluit kwaliteit kinderopvang

€ 2.000

Voorschoolse educatie

Artikel 1.50b Wko;

Artikelen 1, 2, 3, 4 en 5 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.

Artikel 10c Regeling Wko

Artikel 11 lid 2a regeling Wko.

€ 3.000

Inzet pedagogisch beleidsmedewerker voorschoolse educatie

Artikel 1.50 lid 1 en 2 Wko;

Artikel 8 en artikel 17 lid 3 Besluit kwaliteit kinderopvang.

€ 3.000

Overtredingen in het domein pedagogisch klimaat hebben grote consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang.

Personeel en groepen

Verklaring omtrent het gedrag en personenregister kinderopvang

Artikel 1.49 lid 4, artikel 1.50 lid 3, 4, 6, 7 en 8, artikel 1.48d lid 2 en 3, artikel 1.56 lid 3, 1.56b lid 2, 3, 5 en 7 Wko;

Artikel 14 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang;

€ 4.000 per ontbrekende/oude VOG of per ontbrekende inschrijving € 2.000 per ontbrekende koppeling.

Opleidingseisen

Artikel 6 Besluit kwaliteit kinderopvang

€ 4.000

Aantal beroepskrachten

Artikel 1.49 lid 1 en 2 en 1.50 lid 1 en 2 Wko;

Artikel 3 lid 3 onder a, artikel 7, artikel 12 lid 3 onder a en artikel 16 Besluit kwaliteit kinderopvang;

Artikel 9c Regeling Wko.

€ 4.000

Eisen aan de inzet van beroepskrachten in opleiding en stagairs

Artikel 7 Besluit kwaliteit kinderopvang

Artikel 9a en 9b Besluit kwaliteit kinderopvang

€ 4.000

Inzet pedagogisch beleidsmedewerkers

Artikel 8 Besluit kwaliteit kinderopvang

€ 3.000

Stabiliteit van de opvang voor kinderen

Artikel 9 Besluit kinderopvang

€ 3.000

Voertaal

Artikel 1.55 en 1.56b lid 1 Wko.

€ 3.000

Overtredingen in het domein Personeel en groepen hebben grote consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang.

Veiligheid en gezondheid

Veiligheids- en gezondheidsbeleid

Artikel 1.49 lid 1, 2 en 3, artikel 1.50 lid 3, artikel 1.51 en artikel 1.56b lid 1 en 2 Wko;

Artikel 4 artikel 7 lid 5 en 6 en artikel 13 Besluit kwaliteit kinderopvang;

Artikel 8 en artikel 9b Regeling Wko;

Artikel 12 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang;

Artikel 11 regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang.

€ 4.000

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

Artikel 1.51a, artikel 1.51b en artikel 1.51c Wko;

Artikel 5, artikel 14 Besluit kwaliteit kinderopvang;

Artikel 8 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang.

€ 4.000

Meld- overleg- en aangifteplicht

Artikel 1.56 lid 7 Wko;

Artikel 11b Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang;

Artikel 11h Regeling Wko.

€ 4.000

Overtredingen in het domein Veiligheid en gezondheid hebben grote consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang.

Accommodatie

Eisen aan ruimtes

Artikel 1.50 lid 1 en 2 Wko;

Artikel 10 en artikel 19, van het Besluit kwaliteit kinderopvang.

Artikel 1.56b lid 1 en 2 Wko;

Artikel 15 besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang;

Artikel 14 Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang.

€ 2.000

Overtredingen in het domein Accommodatie hebben, bij het ontbreken van een acute situatie, gemiddelde consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang. Bij acute situaties hebben overtredingen grote consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang.

Ouderrecht

Informatie

Artikel 1.50 lid 2, artikelen 1.54, 1.54a en 156 lid 1, 2 en 6 onder c Wko;

Artikel 3 lid 4 en artikel 12 lid 4 Besluit kwaliteit kinderopvang.

€ 2.000

Oudercommissie

Artikel 1.46 lid 2, artikel 1.58 en artikel 1.59 Wko.

€ 2.000

Klachten en geschillen

Artikel 1.57b en 1.57c Wko;

Artikel 5 lid 1 aanhef en onder f Besluit landelijk register kinderopvang, register buitenlandse kinderopvang en personenregister kinderopvang.

€ 2.000

Overtredingen in het domein Ouderrecht hebben lichte tot matige consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang.

2Dwangsommen Gastouderbureau

Personeel en groepen

Verklaring omtrent het gedrag en personenregister kinderopvang

Artikel 1.49 lid 4, artikel 1.50 lid 3, 4, 6, 7 en 8, artikel 1.48d lid 2 en 3, artikel 1.56 lid 3, 1.56b lid 2, 3, 5 en 7 Wko;

Artikel 14 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang;

€ 4.000 per ontbrekende/oude VOG of per ontbrekende inschrijving € 2.000 per ontbrekende koppeling.

Personeelsformatie per gastouder

€ 3.000

Overtredingen in het domein Personeel hebben grote consequenties voor de kwaliteit van opvang.

Veiligheid en gezondheid

Risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid

€ 4.000

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

Artikel 1.51a, artikel 1.51b en artikel 1.51c Wko;

Artikel 5, artikel 14 Besluit kwaliteit kinderopvang;

Artikel 8 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang.

€ 4.000

Meld- overleg- en aangifteplicht

Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang;

€ 4.000

Overtredingen in het domein Veiligheid en gezondheid hebben grote consequenties voor de kwaliteit van opvang.

Ouderrecht

Informatie

Artikel 1.50 lid 2, artikelen 1.54, 1.54a en 156 lid 1, 2 en 6 onder c Wko;

Artikel 3 lid 4 en artikel 12 lid 4 Besluit kwaliteit kinderopvang.

€ 2.000

Oudercommissie

Artikel 1.46 lid 2, artikel 1.58 en artikel 1.59 Wko.

€ 2.000

Klachten en geschillen

Artikel 1.57b en 1.57c Wko;

Artikel 5 lid 1 aanhef en onder f Besluit landelijk register kinderopvang, register buitenlandse kinderopvang en personenregister kinderopvang.

€ 2.000

Overtredingen in het domein Ouderrecht hebben lichte tot matige consequenties voor de kwaliteit van opvang.

Kwaliteit gastouderbureau en zorgplicht

Kwaliteitscriteria

Paragraaf 3 artikelen 11-14 Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang

€ 3.000

Administratie gastouderbureau

Artikel 1.52, artikel 1.53 en 1.56 lid 4 Wko;

Artikel 11 van de Regeling Wko;

€ 2.000

Overtredingen in het domein Kwaliteit gastouderbureau en zorgplicht hebben grote consequenties voor de kwaliteit van opvang.

3Dwangsommen Gastouder

Het maximum dwangsombedrag voor een voorziening voor gastouderopvang is gelijk aan het bedrag genoemd bij de eerste categorie artikel 23 lid 4 Wetboek van Strafrecht en bij recidive het dubbele daarvan.

4Dwangsommen Ouderparticipatieopvang

Het maximum dwangsombedrag voor een ouderparticipatiecrèche is gelijk aan het bedrag genoemd bij de tweede categorie artikel 23 lid 4 Wetboek van Strafrecht en bij recidive het dubbele daarvan.

SCHEMA B – DIRECTE BOETE PER OVERTREDING VAN HET VOORSCHRIFT

Voor enkele overtredingen legt het college, naast een herstelsanctie, in beginsel altijd een boete op. Deze overtredingen staan in de tabel directe boete.

Bij het opleggen van een bestuurlijke boete stemt het college de hoogte van de boete altijd af op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Daarbij houdt het college rekening met de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan. Om tot matiging over te gaan, verwacht het college een actieve houding van de overtreder. Het is belangrijk dat een houder niet alleen stelt dat bepaalde (bijzondere) omstandigheden zich hebben voorgedaan, maar dat de houder dit ook aantoont.

Als met 1 feitelijke gedraging 2 of meer overtredingen zijn begaan legt het college alleen een bestuurlijke boete op voor de overtreding met het hoogste boetebedrag. Daarnaast matigt het college een boete aan de hand van de omvang van de organisatie.

Directe boete voor kindercentrum, gastouderbureau, gastouder, voorziening voor gastouderopvang

Algemeen

Exploitatie zonder toestemming college

Artikel 1.66 lid 2 en artikel 1.72 Wko.

€ 20.000

Aanbieden kinderopvang zonder schriftelijke overeenkomst met ouder.

Artikel 1.52 Wko

€ 3.000

Schenden medewerkingsplicht

Artikel 5:20 lid 1 Awb en artikel 1.72 Wko.

€ 4.000

Niet opvolgen bevel

Artikel 1.65 en 1.72 lid 1 Wko

Bedrag per voorschrift

Overtreden exploitatieverbod

Artikel 1.66 en artikel 1.72 Wko.

€ 20.000

Niet (tijdig) melden wijzigingen (zie hoofdstuk 3):

-Gegevens van de bestaande houder

-Aanmelden nieuwe houder

-Gegevens kinderopvanglocatie

-Aantal kindplaatsen

-Uitschrijven locatie uit LRK

Artikel 1.47 Wko

€ 2.000

Personeel en groepen

Verklaring omtrent gedrag (VOG) en personenregister kinderopvang

Artikel 1.49 lid 4, artikel 1.50 lid 3, 4, 6, 7 en 8, artikel 1.48d lid 2 en 3, artikel 1.56 lid 3, 1.56b lid 2, 3, 5 en 7 Wko;

Artikel 14 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang;

Artikel 13 Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang;

€ 4.000 per ontbrekende/oude VOG of per ontbrekende inschrijving.

€ 2.000 per ontbrekende koppeling.

Beroepskracht-kind-ratio (BKR)

Artikel 1.49 lid 1 en 2 en 1.50 lid 1 en 2 Wko;

Artikel 3 lid 3 onder a, artikel 7, artikel 12 lid 3 onder a en artikel 16 Besluit kwaliteit kinderopvang;

Artikel 9c Regeling Wko.

€ 4.000 per ontbrekende beroepskracht

Op de uren dat niet tenminste de helft van het conform de BKR benodigde aantal beroepskrachten is ingezet

Artikel 1.49 lid 1 en 2 en 1.50 lid 1 en 2 Wko;

Artikel 3 lid 3 onder a, artikel 7, artikel 12 lid 3 onder a en artikel 16 Besluit kwaliteit kinderopvang;

Artikel 9c Regeling Wko.

€ 2.000 per ontbrekende beroepskracht

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.