Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nieuwkoop
Gelet op artikel 61 van de Verordening Sociaal Domein gemeente Nieuwkoop 2015;
Besluit
Vast te stellen de nadere regels Inburgering gemeente Nieuwkoop.
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
1In deze nadere regels wordt verstaan onder:
•asielstatushouder: de inburgeringsplichtige, bedoeld in artikel 13 eerste lid van de Wet inburgering 2021;
•Besluit: het Besluit inburgering 2021 (besluit van 27 augustus 2021 tot uitvoering van de Wet Inburgering 2021);
•brede intake: de brede intake, bedoeld in artikel 14 Wet inburgering 2021;
•ELIP: Inburgeringsplichtige, die de asielstatus heeft (onder de Wet Inburgering 2013) waarbij:
a.het inburgeringsexamen is nog niet behaald en
b.hij/zij € 7.500,- van de lening uitgegeven heeft én in de laatste 12 maanden van zijn/haar inburgeringstermijn zit, of
c.hij/zij € 9.500,- van de lening heeft uitgegeven.
•gemeente: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nieuwkoop;
•gezinsmigranten en overige migranten: inburgeringsplichtigen, bedoeld in artikel 19 van de Wet inburgering 2021;
•inburgeringsplichtige: de inwoner die volgens artikel 3 van de Wet inburgering 2021 inburgeringsplichtig is;
•MAP: de Module Arbeidsmarkt en Participatie, bedoeld in artikel 6, eerste lid onder b van de Wet inburgering 2021;
•NUG ELIP: ELIP zonder bijstandsuitkering.
•PIP: het Persoonlijk plan Inburgering en Participatie, bedoeld in artikel 15 van de Wet inburgering 2021;
•PVT: het Participatieverklaringstraject, bedoeld in artikel 6, eerste lid onder a van de Wet inburgering 2021;
•Regievoerder: medewerker van de gemeente die regie voert over de inburgering van asielstatushouders en andere inburgeringsplichtigen.
•wet: de Wet inburgering 2021
Artikel 2. Kernpunten van het inburgeringstraject
De gemeente heeft een centrale rol in de begeleiding en ondersteuning van de inburgeringsplichtige. Hierbij gelden de volgende kernpunten:
a.De gemeente bevordert dat de inburgeringsplichtige tijdig kan starten met het inburgeringstraject (tijdige start).
b.De inburgeringsplichtige rondt het inburgeringstraject binnen de termijn van drie jaar af. De gemeente let erop dat het traject niet langer duurt dan nodig is (snelheid).
c.De gemeente stelt voor iedere inburgeringsplichtige een passend traject vast (maatwerk).
d.De inburgeringsplichtige combineert zoveel mogelijk activiteiten gericht op het leren van de Nederlandse taal en op meedoen aan de maatschappij (dualiteit).
e.De gemeente stelt eisen aan de kwaliteit van het aanbod en zorgt ervoor dat die kwaliteit en de continuïteit gewaarborgd is (kwaliteit).
Artikel 3. Informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen
De gemeente zorgt ervoor dat de inburgeringsplichtige passend wordt geïnformeerd over:
a.zijn of haar wettelijke rechten en plichten;
b.de aanspraken op ondersteuning en begeleiding; en
c.het aanbod aan inburgeringsvoorzieningen en de toegang hiertoe.
Artikel 4. Brede intake
1De gemeente neemt bij de inburgeringsplichtige een brede intake af. Met de informatie uit deze brede intake verkrijgt de gemeente een beeld van de startpositie en de ontwikkelingsmogelijkheden van de inburgeringsplichtige. De gemeente geeft in samenspraak met de inburgeringsplichtige en op basis van de uitkomsten van de brede intake invulling aan het inburgeringstraject.
2De brede intake wordt afgenomen vanaf het moment van inschrijving bij de gemeente.
3De brede intake bestaat in ieder geval uit:
a.een onderzoek naar het onderwijsniveau en de werkervaring van de inburgeringsplichtige;
b.een onderzoek naar de persoonlijke omstandigheden van de inburgeringsplichtige, waaronder de fysieke en mentale gezondheid;
c.voor zover van toepassing: een verkenning van de mogelijkheden om het kind van de inburgeringsplichtige deel te laten nemen aan de voorschoolse educatie, bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang, of de vroegschoolse educatie, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs; en
d.een leerbaarheidstoets. Deze uitvoerende taken worden in Nieuwkoop verzorgd door het team statushouders.
4De gemeente brengt met de brede intake in ieder geval in kaart:
a.het taalniveau van de inburgeringsplichtige;
b.de mogelijkheden tot (arbeids)participatie;
c.de mate van zelfredzaamheid; en
d.de wensen van de inburgeringsplichtige over inburgering en arbeidsparticipatie.
5De gemeente legt de uitkomsten van de brede intake schriftelijk vast.
Artikel 5. Werkwijze brede intake
1De gemeente nodigt de inburgeringsplichtige uit voor de brede intake. In de uitnodiging vermeldt de gemeente behalve informatie over dag, plaats en tijdstip van de intake ook het volgende:
a.het doel, de werkwijze en het belang van de brede intake in het inburgeringstraject;
b.de gevolgen als de inburgeringsplichtige niet bij de brede intake verschijnt of hieraan onvoldoende meewerkt.
2Wanneer de inburgeringsplichtige – ook na drie oproepen – niet bij de brede intake verschijnt of onvoldoende medewerking verleent, voltooit de gemeente de intake zonder de inburgeringsplichtige. In dat geval onderzoekt de gemeente de omstandigheden van de inburgeringsplichtige aan de hand van de gegevens die wel bekend zijn, zoals:
a.de uitkomsten van de leerbaarheidstoets (als de inburgeringsplichtige daaraan heeft meegewerkt);
b.voor asielstatushouders: de gegevens uit het Taakstelling Volg Systeem (TVS)
c.informatie uit het uitkeringsdossier.
Artikel 6. Persoonlijk plan Inburgering en Participatie
1De gemeente stelt na afronding van de brede intake en op basis van de hieruit verkregen informatie het Persoonlijk plan Inburgering en Participatie (PIP) op. Dit gebeurt zoveel mogelijk in samenspraak met de inburgeringsplichtige. De gemeente nodigt de inburgeringsplichtige na afronding van de brede intake uit voor een gesprek hierover. In ieder geval worden in dat gesprek de volgende onderwerpen besproken:
a.de uitkomsten van de brede intake;
b.de persoonlijke einddoelen van de inburgeringsplichtige in het inburgeringstraject;
c.welke leerroute als passend wordt gezien en waarom;
d.de rechten en plichten van de inburgeringsplichtige tijdens het inburgeringstraject;
e.de verwachtingen van de inburgeringsplichtige over het traject;
f.de rol van de gemeente bij dit traject; en
g.voor gezinsmigranten en overige migranten: het aanbod aan passend en kwalitatief goed inburgeringsonderwijs waarmee de migrant de leerroute kan volgen en voltooien.
2In het PIP staat wat de inburgeringsplichtige moet doen om aan de inburgeringsplicht te voldoen. Het PIP geeft een compleet beeld van de rechten en plichten van de inburgeringsplichtige gedurende het inburgeringstraject. De gemeente stemt het plan af op de persoonlijke situatie, ontwikkelbehoeften en capaciteiten van de inburgeringsplichtige.
3Het PIP heeft de vorm van een officieel besluit (beschikking). Hierin staat vermeld:
a.wat de vastgestelde leerroute is (en voor de asielstatushouder ook de intensiteit hiervan);
b.welke afspraken er zijn gemaakt over (arbeids)participatie;
c.welke ondersteuning en begeleiding de inburgeringsplichtige bij de leerroute krijgt en van welke organisatie(s);
d.welke afspraken er zijn gemaakt over vroeg- en voorschoolse educatie;
e.welke onderdelen het PVT en de MAP bevatten en de intensiteit hiervan;
f.de duur van het inburgeringstraject en het aantal voortgangsgesprekken dat de gemeente met de inburgeringsplichtige heeft gedurende het traject; en
g.wanneer de inburgeringsplichtige in aanmerking komt voor een bijstandsuitkering: een verwijzing naar de relevante beschikking(en) op grond van de Participatiewet. Het gaat met name om een verwijzing naar de toekenningsbeschikking van de uitkering voor levensonderhoud en het mogelijk financieel ontzorgen (voor asielstatushouders) en om de verwijzing naar de beschikking waarin de arbeids- en re-integratieverplichtingen van de inburgeringsplichtige staan vermeld.
4De beschikkingen op grond van de Participatiewet, genoemd in artikel 6 derde lid onder g, worden bijgevoegd bij de beschikking waarmee het PIP wordt vastgesteld. Als de gemeente op een later moment (nog) een besluit neemt op grond van de Participatiewet, voegt de gemeente ook deze beschikking bij.
5De gemeente stelt het PIP vast uiterlijk binnen tien weken na inschrijving van de inburgeringsplichtige in de basisregistratie personen (BRP) van de gemeente waar hij of zij is gehuisvest of wordt gehuisvest na verblijf in het azc. De gemeente stuurt de inburgeringsplichtige het PIP daarna zo snel mogelijk toe.
6Wanneer de inburgeringsplichtige voor wie de leerroute al is vastgesteld verhuist naar de gemeente Nieuwkoop stelt de gemeente het PIP opnieuw vast binnen tien weken na de inschrijving van de inburgeringsplichtige in het BRP. De leerroute die daarbij wordt vastgesteld, is gelijk aan de leerroute zoals die door de gemeente van vertrek is vastgesteld.
Artikel 7. Leerroutes
1De gemeente bepaalt in samenspraak met de inburgeringsplichtige welke leerroute de inburgeringsplichtige moet volgen om aan de inburgeringsplicht te voldoen, namelijk
a.de B1-route;
b.de onderwijsroute; of
c.de zelfredzaamheidsroute (Z-route).
2De leerroute is erop gericht dat de inburgeringsplichtige:
a.de Nederlandse taal op een zo hoog mogelijk niveau afrondt; en
b.zo snel mogelijk meedoet in de Nederlandse samenleving en op de arbeidsmarkt.
3Een alfabetiseringstraject is onderdeel van de leerroute als uit de brede intake blijkt dat de inburgeringsplichtige analfabeet of anders gealfabetiseerd is.
4De gemeente stelt de leerroute vast op basis van:
a.de uitkomst van de leerbaarheidstoets; en
b.alle overige informatie die tijdens de brede intake is verkregen.
Artikel 8. Inhoud van de leerroutes
1De gemeente zorgt ervoor dat de inhoud van de leerroutes aansluit op de overige onderdelen van het inburgeringstraject.
Artikel 9. Participatieverklaringstraject
1De gemeente biedt de inburgeringsplichtige het PVT aan. Het traject duurt minimaal twaalf uur en bestaat uit twee onderdelen:
a.een inleiding in de Nederlandse kernwaarden; en
b.de ondertekening van de participatieverklaring zoals omschreven in bijlage 1 van het Besluit.
2De inburgeringsplichtige doet in het onderdeel inleiding in de Nederlandse kernwaarden kennis op van de belangrijkste waarden, sociale regels en grondrechten in Nederland. Het doel hiervan is het krijgen van een beter beeld van en begrip voor de Nederlandse samenleving. De gemeente bepaalt de manier waarop deze kennis wordt overgedragen.
3Onderwerpen waaraan in het PVT aandacht wordt besteed zijn in ieder geval:
a.het thema democratie;
b.de Nederlandse rechtsstaat;
c.het recht op zelfbeschikking;
d.de vrijheid van meningsuiting;
e.gelijkwaardige behandeling;
f.het verbod op discriminatie;
g.sociale rechten, zoals het recht op medische zorg en onderwijs;
h.de wijze waarop inwoners in Nederland met elkaar omgaan;
i.participatie en wat de samenleving hiervan verwacht; en
j.overige sociale regels en plichten in Nederland.
4Aan minimaal één van de onderwerpen die behandeld worden in het PVT wordt een praktische invulling gegeven in de vorm van een excursie of activiteit. Door deze activiteit leert de inburgeringsplichtige de opgedane kennis te vertalen naar de praktijk.
5De gemeente stemt het PVT af op de lokale situatie en behoefte, op de overige onderdelen van de inburgering en op de specifieke behoeften van de inburgeringsplichtige.
6De inburgeringsplichtige voltooit het PVT en sluit het af met de ondertekening van de participatieverklaring. Dit gebeurt tijdens een ondertekenmoment. De gemeente stuurt de inburgeringsplichtige hiervoor een uitnodiging.
7De gemeente registreert of de inburgeringsplichtige aanwezig is bij de inleiding op de Nederlandse kernwaarden en bij de ondertekening van de participatieverklaring.
Artikel 10. Module Arbeidsmarkt en Participatie
1De gemeente biedt de inburgeringsplichtige de MAP aan. Het doel van deze module is dat de inburgeringsplichtige:
a.kennismaakt met de Nederlandse arbeidsmarkt;
b.inzicht krijgt in de eigen competenties en arbeidskansen;
c.een concrete beroepswens kan formuleren;
d.beroeps- en werknemerscompetenties aanleert;
e.leert hoe hij of zij een netwerk opbouwt;
f.praktische ervaring opdoet op de (lokale) arbeidsmarkt; en
g.werk vindt.
2De gemeente houdt bij het vaststellen van de inhoud en het aantal uren van de MAP rekening met de vermogens, capaciteiten en ontwikkelbehoeften van de inburgeringsplichtige en de situatie op de lokale arbeidsmarkt.
3De gemeente legt de afspraken over de invulling van de MAP schriftelijk vast in het PIP van de inburgeringsplichtige.
4De inburgeringsplichtige besteedt ten minste veertig uren van de MAP aan het opdoen van praktische ervaring op de arbeidsmarkt.
5De MAP wordt afgesloten met een eindgesprek tussen de inburgeringsplichtige en de gemeente. Besproken worden: de opgedane kennis, vaardigheden en praktijkervaring van de inburgeringsplichtige.
6De gemeente beoordeelt op basis van dit gesprek of de inburgeringsplichtige voldoet aan de doelstelling en gestelde urennorm van de MAP. De gemeente houdt bij deze beoordeling rekening met de capaciteiten en vermogens van de inburgeringsplichtige.
Artikel 11. Inburgeringsaanbod asielstatushouders
1De gemeente biedt de asielstatushouder zo spoedig mogelijk na vaststelling van het PIP een cursus of opleiding aan waarmee de asielstatushouder kan voldoen aan de vastgestelde leerroute.
2Met het inburgeringsaanbod kan de asielstatushouder:
a.de Nederlandse taal leren op het voor hem of haar hoogst mogelijke niveau;
b.kennis opdoen over de Nederlandse maatschappij, zoals over normen en waarden, omgangsregels, de Nederlandse geschiedenis, het onderwijssysteem en de gezondheidszorg;
c.zich voorbereiden op actieve participatie in de samenleving en op de arbeidsmarkt.
3Het inburgeringsaanbod sluit aan bij de capaciteiten, persoonlijke omstandigheden en mogelijkheden van de asielstatushouder.
Artikel 12. Kwaliteit van het inburgeringsaanbod en de leerroutes
1Voor de kwaliteit van het inburgeringsaanbod voor asielstatushouders gelden de volgende uitgangspunten:
a.De gemeente zorgt voor een kwalitatief goed aanbod aan cursussen, opleidingen en andere (participatie)activiteiten waarmee de asielstatushouder aan de leerroute kan voldoen.
b.Cursusinstellingen die het taalonderwijs binnen de B1-route en de Z-route verzorgen moeten in het bezit zijn van een certificaat of keurmerk zoals bedoeld in artikel 16 lid 3 van de wet. Taalschakeltrajecten moeten voldoen aan de eisen die voortvloeien uit artikel 8 lid 2 van de wet.
c.de door de gemeente gecontracteerde aanbieder van de leerroute voldoet hierbij aan de volgende eisen:
•De aanbieder garandeert dat het geleverde voldoet aan de AMvB’s die horen bij de Inburgeringswet en andere wettelijke bepalingen. Dit kan o.a. betrekking hebben op de eindtermen, urennormen en termijnen van de leerroutes, kennis van de Nederlandse maatschappij (KNM) en MAP.
•Gecertificeerde en ervaren (80%) NT2-docenten.
•Het programma van de leerroutes en de MAP wordt ontwikkeld en uitgevoerd in samenwerking met het leerwerkbedrijf Rijnvicus, zodat dit goed aansluit bij de lokale arbeidsmarkt.
•Waar nodig worden praktijk taallessen gegeven op locatie en/of de (leer)werkplek.
Artikel 13. Voortgang inburgering
1Tijdens het gesprek komen de afspraken uit het PIP aan bod. Met de inburgeringsplichtige wordt besproken of de onderdelen nog aansluiten bij de capaciteiten, de behoeften en de persoonlijke situatie van de inburgeringsplichtige. Het gaat daarbij om:
•de afgesproken leerroute;
•de ondersteuning en begeleiding tijdens het inburgeringstraject;
•de intensiteit van de verschillende onderdelen van het traject;
•de participatie-activiteiten;
•de vorderingen en inzet van de inburgeringsplichtige; en
•voor de inburgeringsplichtige die de B1-route volgt: of het taalniveau van deze leerroute voldoende aansluit.
2Gedurende de eerste twaalf maanden na aanvang van de inburgeringstermijn vinden minimaal twee voortgangsgesprekken plaats.
3Ter voorbereiding op deze gesprekken wint de gemeente informatie in bij de organisaties die bij het traject betrokken zijn, bij cursusinstellingen, werkgevers en andere personen.
4Tijdens het gesprek komen de afspraken uit het PIP aan bod. Met de inburgeringsplichtige wordt besproken of de onderdelen nog aansluiten bij de capaciteiten, de behoeften en de persoonlijke situatie van de inburgeringsplichtige. Het gaat daarbij om:
•leerbaarheid
•opleiding
•werkervaring en/of vrijwilligerswerk
•praktische competenties en vaardigheden
•werknemersvaardigheden
•taalniveau
•motivatie/interesses
•mate van zelfredzaamheid
•digitale vaardigheden
•gezinssituatie
•fysieke gezondheid
•mentale gezondheid
•sociaal netwerk
5De gemeente kan een andere leerroute vaststellen als sinds de start van de inburgeringstermijn, zoals bedoeld in artikel 11, eerste lid van de wet, nog geen anderhalf jaar verstreken is. In bijzondere omstandigheden die de inburgeringsplichtige betreffen kan van deze termijn worden afgeweken.
6Op basis van de uitkomst van een voortgangsgesprek kan de gemeente voor de inburgeringsplichtige die de B1-route volgt, bepalen dat de mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal geheel of gedeeltelijk op het niveau A2 worden geëxamineerd. Dit kan alleen wanneer de inburgeringsplichtige:
a.ten minste zeshonderd uren taalles heeft gevolgd bij een instelling die voldoet aan de kwaliteitseisen zoals vastgesteld in artikel 32 van de wet; en
b.zich gedurende deze taallessen voldoende heeft ingespannen. Hierover wordt informatie opgevraagd bij de cursusinstelling die de taallessen verzorgt voordat een besluit wordt genomen.
7Op basis van de uitkomst van deze gesprekken past de gemeente zo nodig (onderdelen van) het PIP aan en stelt dan het PIP opnieuw per beschikking vast.
Artikel 14. Maatschappelijke begeleiding van de asielstatushouder
1De gemeente zorgt ervoor dat de asielstatushouder maatschappelijke begeleiding krijgt. Deze begeleiding is erop gericht:
a.de asielstatushouder kennis over de praktische organisatie van de Nederlandse samenleving te verschaffen;
b.de asielstatushouder te begeleiden en te ondersteunen, met de bedoeling om zijn of haar zelfredzaamheid en participatie te vergroten; en
c.randvoorwaarden te scheppen, zodat de asielstatushouder tijdig met het inburgeringstraject kan starten.
2De maatschappelijke begeleiding bestaat in ieder geval uit:
a.praktische hulp bij het regelen van basisvoorzieningen zoals wonen, zorg, werk, inkomen, verzekeringen en onderwijs;
b.een kennismaking met de woonomgeving;
c.passende voorlichting over de basisvoorzieningen in de Nederlandse samenleving; en
d.een kennismaking met maatschappelijke organisaties die voor de inburgeringsplichtige van belang zijn.
3De begeleiding start zo spoedig mogelijk na koppeling van de asielstatushouder aan de gemeente, maar in ieder geval op de dag dat de asielstatushouder in de basisregistratie personen (BRP) in de gemeente staat ingeschreven en daadwerkelijk in de gemeente woont.
Artikel 15. Handhaving
1De inburgeringsplichtige is verplicht om:
a.na de oproep te verschijnen bij de brede intake en hieraan mee te werken; en
b.de afspraken in het PIP na te komen, waaronder deelname aan voortgangsgesprekken en aan activiteiten in het kader van de MAP en het PVT.
2De asielstatushouder is daarnaast ook verplicht deel te nemen aan de taallessen en andere activiteiten van de gevolgde leerroute.
Artikel 16. Handhaving verplichtingen bij de brede intake
1Wanneer de inburgeringsplichtige na de eerste oproep voor de brede intake niet verschijnt of onvoldoende meewerkt, geeft de gemeente een schriftelijke waarschuwing. De gemeente wijst daarbij op de gevolgen voor de inburgeringsplichtige als hij of zij opnieuw niet verschijnt na een oproep of als hij of zij op een andere manier onvoldoende meewerkt aan de brede intake. De gemeente nodigt de inburgeringsplichtige opnieuw uit om te verschijnen binnen de kortst mogelijke termijn.
2Wanneer de inburgeringsplichtige na deze volgende oproep niet verschijnt of onvoldoende meewerkt, kan de gemeente de inburgeringsplichtige een boete opleggen. De hoogte van de boete is vastgesteld in artikel 7.1.1 van het Besluit.
3Voordat de gemeente een boete oplegt, wordt onderzocht waarom de inburgeringsplichtige niet komt of onvoldoende meewerkt. De inburgeringsplichtige krijgt in een gesprek hierover de gelegenheid een verklaring te geven. Wanneer de inburgeringsplichtige niet verschijnt bij dit gesprek, biedt de gemeente hem of haar de gelegenheid zijn of haar zienswijze b kenbaar te maken.
4De gemeente legt geen boete op wanneer aannemelijk is dat iedere verwijtbaarheid ontbreekt.
5De gemeente legt een lagere boete op dan vastgesteld in artikel 7.1.1 van het Besluit als op basis van de reactie van de inburgeringsplichtige aannemelijk is dat de boete vanwege bijzondere omstandigheden te hoog is.
6De stelplicht en bewijslast van feiten en omstandigheden die aanleiding kunnen geven voor verlaging van de boete rust op betrokkene. Als de gemeente op de hoogte is van bijzondere omstandigheden, wordt daarmee bij het opleggen van de boete rekening gehouden.
7In de brief (beschikking) waarmee de boete wordt opgelegd, nodigt de gemeente de inburgeringsplichtige opnieuw uit om binnen de in de brief genoemde termijn alsnog te verschijnen of mee te werken. Wanneer de inburgeringsplichtige hieraan niet voldoet, legt de gemeente weer een boete op met inachtneming van artikel 7.1.1 van het Besluit.
Artikel 17. Handhaving tijdens het inburgeringstraject
1De gemeente legt een boete op als de inburgeringsplichtige de afspraken in het PIP tijdens het inburgeringstraject verwijtbaar niet of onvoldoende nakomt.
2De gemeente legt de asielstatushouder een boete op als hij verwijtbaar niet of onvoldoende deelneemt aan de activiteiten van de gekozen leerroute.
3Voordat de gemeente een boete oplegt, wordt onderzocht waarom de afspraken in het PIP of de afspraken over de activiteiten bij de gekozen leerroute niet zijn nagekomen. De inburgeringsplichtige krijgt in een gesprek hierover de gelegenheid een verklaring te geven. Wanneer de inburgeringsplichtige niet verschijnt bij dit gesprek, biedt de gemeente hem of haar de gelegenheid zijn of haar zienswijze binnen 2 weken per brief of digitaal kenbaar te maken.
4Op basis van het gesprek met de inburgeringsplichtige dan wel zijn of haar schriftelijke zienswijze bepaalt de gemeente de mate van verwijtbaarheid. Als er sprake is van opzet, van grove schuld, van normale verwijtbaarheid of van verminderde verwijtbaarheid stemt de gemeente de hoogte van de boete daarop af met inachtneming van artikel 7.1 van het Besluit.
5De gemeente legt geen boete op wanneer aannemelijk is dat iedere verwijtbaarheid ontbreekt.
Artikel 18. Samenhang handhaving op grond van de inburgeringswet en Participatiewet
1Wanneer een inburgeringsplichtige een bijstandsuitkering (Participatiewet) ontvangt en zich niet houdt aan verplichtingen en afspraken uit het PIP, waarin de nadruk ligt op het bevorderen van participatie en het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt, vindt bij voorkeur verlaging van de uitkering plaats op grond van artikel 18 Participatiewet en de verordening zoals bedoeld in artikel 8 eerste lid onder a Participatiewet. De gemeente legt voor dezelfde gedraging dan geen bestuurlijke boete op grond van de wet op.
2Wanneer een inburgeringsplichtige die een bijstandsuitkering ontvangt zich niet houdt aan verplichtingen en afspraken in het PIP, waarin de nadruk ligt op het vergroten van de taalbeheersing en aan overige afspraken en verplichtingen in het PIP, legt de gemeente bij voorkeur een boete op grond van de wet op. De gemeente verlaagt in dat geval voor dezelfde gedraging de bijstandsuitkering niet.
3Bij de keuze tussen i) handhaving op grond van de Participatiewet door een verlaging van de uitkering en ii) handhaving op grond van de wet via een boete weegt de gemeente ook af welke wijze van handhaving, rekening houdend met de gevolgen hiervan voor de inburgeringsplichtige, naar haar oordeel het best bijdraagt aan het beoogde effect, te weten het succesvol voltooien van het inburgeringstraject.
4Wanneer een gedraging leidt tot een overtreding van de Participatiewet en artikel 18 of 18 b van de Participatiewet laat de gemeente geen ruimte om af te zien van verlaging van de bijstand, dan legt de gemeente een maatregel op en geen boete op grond van de wet.
5In de brief (beschikking) aan de inburgeringsplichtige vermeldt de gemeente of er een boete op grond van de wet wordt opgelegd of dat de uitkering wordt verlaagd op grond van de Participatiewet.
Artikel 19. Verrekening boete met bijstandsuitkering
De gemeente kan de bestuurlijke boete die op grond van de wet aan de inburgeringsplichtige is opgelegd, verrekenen met de algemene bijstandsuitkering. Onder verrekenen wordt in dit artikel verstaan verrekenen zoals geregeld in artikel 4.93 van de Awb. De gemeente houdt hierbij rekening met een fictieve draagkracht van 5 procent van de bijstandsnorm die van toepassing is, inclusief vakantietoeslag.
Artikel 20. Ondersteuning ELIP
1De gemeente biedt ondersteuning aan inburgeringsplichtigen (onder de Wet Inburgering 2013) die hun inburgering nog niet hebben afgerond maar wel nagenoeg het maximale leenbedrag hebben bereikt, de zogenaamde ELIP-groep.
2De ondersteuning kan bestaan uit een vergoeding van de kosten van de (taal)lessen en examens die nodig zijn om het inburgeringsexamen te halen, of vergoeding van de kosten van de medische keuring die uitwijst of de inburgeraar aan zijn inburgeringsplicht kan voldoen.
3De ondersteuning wordt toegekend op grond van artikel 4:81, lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht.
4De ondersteuning kan in gesprek met de regievoerder ambtshalve eenmalig toegekend worden.
5Hierbij wordt de afweging gemaakt in hoeverre het niet halen van de inburgering verwijtbaar is. Als het door eigen toedoen komt dat de inburgering niet behaald is, vindt geen ondersteuning plaats.
6Er wordt uitgegaan van de goedkoopst adequate oplossing, te bepalen in overleg tussen de ELIP en de regievoerder.
7Voor ELIPs geldt als richtlijn een maximaal ondersteuningsbedrag van € 1.500,--, maar hier kan gemotiveerd van worden afgeweken.
8De vergoeding is om-niet.
9Voor NUG ELIPs geldt een maximaal ondersteuningsbedrag van € 1.000,--.
10Voor NUG ELIPs geldt een inkomensgrens van 120% van het sociaal minimum.
11Het ondersteuningsbedrag wordt rechtstreeks overgemaakt aan de derde partij zoals het DUO of de inburgeringsschool.
12De toekenning van een tegemoetkoming wordt schriftelijk aan de (NUG) Elip bevestigd. Bij ELIPs met een bijstandsuitkering wordt het meewerken aan de inburgering als re-integratieverplichting in de beschikking opgenomen.
13Hoe de ondersteuning eruit ziet en welke stappen de ELIPper of NUG ELIPper moet ondernemen, inclusief het afwegingskader, staat in het Persoonlijk ELIP Plan (PEP).
14Als de ELIPper of NUG ELIPper zich niet houdt aan dit plan, wordt de ondersteuning beëindigd.
15Wanneer er sprake is van bijzondere individuele omstandigheden kan in het voordeel van de ELIPper of NUG ELIPper worden afgeweken van dit artikel.
Artikel 21. Slotbepalingen
1Deze nadere regels kunnen worden aangehaald als: Nadere regels inburgering gemeente Nieuwkoop 2022.
2Deze beleidsregels treden in werking op 1 januari 2022.
BIJLAGE 1 Werkinstructie Participatie-uren
In de Z-route geldt een inburgeringseis van 800 participatie-uren.
In artikel 3.14 van het Besluit Inburgering is vastgelegd dat de activiteiten moeten plaatsvinden in een Nederlandstalige omgeving en ten tweede dat deze niet in isolement plaatsvinden. Participatie moet gericht zijn op zelfredzaamheid, activering en integratie in de Nederlandse maatschappij. Dit betekent dat naast participatie-activiteiten zoals betaald werk, stages of vrijwilligerswerk, ook andere activiteiten die bijdragen aan deze doelen meetellen. Hieronder vallen ook de verplichte Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) en het Participatieverklaringstraject (PVT) voor elke inburgeraar.
Hier volgt een opsomming van mogelijke participatie-activiteiten.
•Werken
•Vrijwilligerswerk
•Stages
•MAP
•PVT
•Oefenen met een taalmaatje/taalcoach
•Het volgen van Nederlandse cursussen en workshops
•Taalcafé
•Mantelzorg voor een Nederlands sprekende
•Sporten bij een Nederlandse sportclub waaronder ook zwemles als de inburgeraar zelf zweminstructie krijgt.
Uiteraard zijn er nog andere mogelijkheden tot participatie, waarbij de consulent per geval bekijkt wat meetelt voor de inburgering. Doorslaggevend is of er voldoende interactie is in het Nederlands en men wordt uitgedaagd in de taalverwerving.
De volgende activiteiten tellen niet als participatie:
•Sporten zonder teamverband en instructie
•Het kijken bij de zwemles van kinderen
•Losse contactmomenten zoals verjaardagsvisite en koffie drinken.
Toelichting op de nadere regels inburgering
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Alle begrippen die in deze nadere regels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet inburgering 2021, het Besluit inburgering 2021,de Regeling inburgering 2021.
Artikel 7, 1c De zelfredzaamheidsroute
In de Z-route geldt een inburgeringseis van 800 participatie-uren. Voor het invullen van deze participatie-uren geldt de werkinstructie in bijlage 1.
Artikel 17 Handhaving tijdens het inburgeringstraject
De gemeente kan een boete opleggen als de inburgeraar verwijtbaar niet of onvoldoende meewerkt aan de afspraken die in het PIP zijn vastgelegd. Hij laat bijvoorbeeld zonder gegronde reden verstek gaan bij een voortgangsgesprek of een onderdeel van de MAP of het PVT. Aan een asielstatushouder kan je bovendien een boete opleggen als hij niet voldoet aan de gestelde intensiteit van de leerroute. Hij is bijvoorbeeld langdurig of regelmatig afwezig bij de taallessen of zet zich tijdens deze lessen niet of onvoldoende in. Aan gezinsmigranten en overige migranten kan de gemeente géén boete opleggen. Dat komt omdat zij zelf verantwoordelijk zijn voor het bepalen van de wijze waarop zij de benodigde taalvaardigheden en kennis opdoen.
Het wettelijk kader.
De wet en de daarop gebaseerde regelgeving laten weinig ruimte voor een eigen, gemeentelijke invulling van de op te leggen boete. Je kunt een boete opleggen van maximaal € 800,- per overtreding met een maximum van € 2.400,- gedurende de initiële (en eventuele verlengde) inburgeringstermijn. Het is niet de bedoeling dat direct de maximale boete van € 800,- wordt opgelegd bij een overtreding, maar dat je het boetebedrag stapsgewijs verhoogt per overtreding.
De volgende opbouw is van toepassing
Boete
Maximale boete
1.
€ 50
2.
€ 100
3.
€ 200
4.
€ 400
5.
€ 800
Zit er tussen twee overtredingen een tijdsbestek van meer dan twaalf maanden, dan moet je opnieuw beginnen met een boete van € 50,-.
Je kan alleen een boete opleggen als er sprake is van verwijtbaarheid. Is hier geen sprake van, dan leg je op grond van artikel 5:41 van de Awb geen boete op. De hoogte van de boete hangt af van de mate van verwijtbaarheid (gelijk aan de Participatiewet en het daarop gebaseerde Boetebesluit Sociale zekerheidswetten).
Voldoet een inburgeraar verwijtbaar niet binnen de gestelde termijn aan de inburgeringplicht, dan legt DUO een verlenging van de termijn op. Spant de inburgeraar zich tijdens deze verlenging niet of onvoldoende in en houdt hij zich niet aan de afspraken die zijn vastgelegd in het PIP, dan kan de gemeente (opnieuw) een boete opleggen. De maximale hoogte van de boete is afhankelijk van de duur van de nieuwe termijn.
Duur nieuwe termijn
Maximale boete
6maanden
€ 400
1jaar
€ 800
1,5 jaar
€ 1.200
2jaar
€ 1.600
Meer over handhaving is te lezen in de VNG handreiking