Gemeentelijke regelgeving

Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Limburg-Noord

Gemeente Mook en Middelaar · geldt sinds 25 april 2016

Aanhef

Het college van de gemeente Mook en Middelaar:

overwegen het volgende:

•in het veiligheids- en gezondheidsdomein is op uitvoerend niveau samenwerking tussen de gemeenten in de regio geboden;

•met de gemeenschappelijke regeling wordt meer congruentie en doelmatigheid in de samenwerking tussen de gemeenten in de regio gerealiseerd;

•de in de praktijk gevoelde onbalans tussen algemeen bestuur en bestuurscommissie GGD dient te worden opgeheven;

•de Wet gemeenschappelijke regelingen is per 1 januari 2015 gewijzigd en de regeling daarop dient te worden aangepast;

en gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Gemeentewet

Besluit :

de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Limburg-Noord zoals deze is vastgesteld op 20 september 2012 in te trekken en gelijktijdig aan te gaan de volgende

GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING VEILIGHEIDSREGIO EN GEMEENTELIJKE GEZONDHEIDSDIENST LIMBURG-NOORD

(zoals gewijzigd op 23 oktober 2015)

HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1: Begripsbepalingen

1In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:

a.de regeling: de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Limburg-Noord;

b.de Veiligheidsregio: het rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 lid 1 van de regeling;

c.gemeente(n): (een) aan deze regeling deelnemende gemeente(n);

d.college van B&W: college van burgemeester en wethouders van een deelnemende gemeente;

e.de Wvr: de Wet veiligheidsregio`s;

f.de Wgr: de Wet gemeenschappelijke regelingen;

g.de Wpg: de Wet publieke gezondheid;

h.GGD: de gemeentelijke gezondheidsdienst zoals bedoeld in artikel 14 Wpg;

i.GHOR: de geneeskundige hulpverleningsorganisatie, belast met de coördinatie, aansturing en regie van de geneeskundige hulpverlening en met de advisering van andere overheden en organisaties op dat gebied als bedoeld in de Wvr;

j.bestuurscommissie GGD: de door het algemeen bestuur ingestelde bestuurscommissie zoals bedoeld in artikel 15, tweede lid onder a van de regeling;

k.bestuurscommissie Veiligheid: de door het algemeen bestuur ingestelde bestuurscommissie zoals bedoeld in artikel 15, tweede lid onder b van de regeling.

2Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komen in die artikelen in de plaats van gemeente, raad, college van burgemeester en wethouders, burgemeester, onderscheidenlijk veiligheidsregio, algemeen bestuur, dagelijks bestuur en voorzitter.

HOOFDSTUK II HET RECHTSPERSOONLIJKHEID BEZITTEND LICHAAM

Artikel 2: Openbaar lichaam

1Er is een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam in de zin van artikel 8 lid 1 van de Wgr, genaamd: “Veiligheidsregio en Gemeentelijke Gezondheidsdienst Limburg-Noord”. Het is gevestigd te Venlo.

2Het rechtsgebied van de Veiligheidsregio omvat het grondgebied van de gemeenten.

Artikel 3: Bestuursorganen

Het bestuur van de Veiligheidsregio bestaat uit het algemeen bestuur, de bestuurscommissie GGD, de bestuurscommissie Veiligheid, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

HOOFDSTUK III DOEL EN TAKEN VAN DE VEILIGHEIDSREGIO

Artikel 4: Doel

De Veiligheidsregio is het samenwerkingsorgaan van en voor de gemeenten en heeft tot doel de belangen van de gemeenten en hun ingezetenen te behartigen op het gebied van:

a.de brandweerzorg;

b.de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen;

c.de rampenbestrijding en crisisbeheersing;

d.het bevorderen van de multidisciplinaire uitvoering van de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de bestrijding van zware ongevallen;

e.het bevorderen van een samenhangend integraal veiligheidsbeleid in de regio;

f.de publieke gezondheidzorg als bedoeld in de Wpg.

Artikel 5: Taken en bevoegdheden

1Op het gebied van veiligheid zijn aan de Veiligheidsregio de taken en bevoegdheden opgedragen als bedoeld in artikel 10 van de Wvr.

2Op het gebied van publieke gezondheidszorg zijn aan de Veiligheidsregio de taken en Bevoegdheden opgedragen als bedoeld in de artikelen 2, 5, 5a, 6, 14 en 15a van de Wpg.

3De Veiligheidsregio kan overeenkomstig het bepaalde in artikel 31a Wgr besluiten tot oprichting van en deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang.

4De Veiligheidsregio heeft voorts de zorg voor al hetgeen haar bij of krachtens wet of door de besturen van de gemeenten wordt opgedragen.

HOOFDSTUK IV ALGEMEEN BESTUUR

Artikel 6: De leden

Het algemeen bestuur bestaat uit de burgemeesters van de gemeenten.

Artikel 7: De vergadering

1Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks ten minste twee maal en voorts zo vaak de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig acht of indien ten minste 1/5 van het aantal leden dit schriftelijk onder opgave van de te behandelen onderwerpen verzoekt.

2De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar.

3De deuren worden gesloten wanneer een vijfde gedeelte der aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt.

4Het algemeen bestuur beslist bij meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen geeft de stem van de voorzitter de doorslag.

5In een besloten vergadering wordt niet beraadslaagd noch een besluit genomen over:

a.de vaststelling en wijziging van de begroting en de vaststelling van de jaarrekening;

b.het invoeren, wijzigen of afschaffen van belastingen;

c.het benoemen en ontslaan van leden van het dagelijks bestuur en de bestuurscommissies GGD en Veiligheid.

6De hoofdofficier van justitie in het arrondissement Roermond en één van de voorzitters van de waterschappen ‘Peel en Maasvallei’ en ‘Roer en Overmaas’ worden voor de vergaderingen van het algemeen bestuur uitgenodigd. Zij hebben in die vergaderingen een adviserende stem.

7De commissaris van de Koning in de provincie Limburg wordt voor de vergaderingen van het algemeen bestuur uitgenodigd. Hij heeft in die vergaderingen een adviserende stem.

8De regionaal militair commandant wordt voor de vergaderingen van het algemeen bestuur uitgenodigd. Hij heeft in die vergaderingen een adviserende stem.

9De voorzitters van de bestuurscommissies GGD en Veiligheid nemen deel aan de vergaderingen van het algemeen bestuur. Zij hebben in die vergaderingen een adviserende stem.

10De voorzitter kan zo nodig andere functionarissen dan die genoemd in de leden 6, 7, 8 en 9 uitnodigen om deel te nemen aan de vergaderingen van het bestuur, indien hun aanwezigheid in verband met de te behandelen onderwerpen van belang is.

Artikel 8: Bevoegdheden

1Aan het algemeen bestuur behoren alle bevoegdheden die niet expliciet aan het dagelijks bestuur, de voorzitter of andere organen zijn opgedragen.

2Het algemeen bestuur kan in ieder geval niet overdragen de bevoegdheid tot:

a.het vaststellen van de begroting of van de jaarrekening, bedoeld in artikel 34 Wgr;

b.het heffen van rechten, bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel a Wgr;

c.het vaststellen van verordeningen door strafbepaling of bestuursdwang te handhaven.

Artikel 9: Reglement van orde

Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergadering een reglement van orde vast.

HOOFDSTUK V DAGELIJKS BESTUUR

Artikel 10: De leden

1Het dagelijks bestuur wordt, conform artikel 14 Wgr, benoemd door het algemeen bestuur en bestaat uit:

a.de voorzitter van het algemeen bestuur;

b.drie leden aan te wijzen uit en op voordracht van de bestuurscommissie GGD;

c.drie leden aan te wijzen uit en op voordracht van de bestuurscommissie Veiligheid, zijnde AB-leden.

2De leden worden door het algemeen bestuur benoemd voor een periode van vier jaar. Na afloop van de zittingsperiode zijn zij terstond herbenoembaar.

3Hij die ophoudt lid te zijn van de bestuurscommissie GGD of Veiligheid houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn.

4Indien een plaats in het dagelijks bestuur vacant komt, benoemt het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk het nieuw lid met inachtneming van het eerste lid van dit artikel.

Artikel 11: De vergadering

1Het dagelijks bestuur besluit in zijn eerste vergadering tot verdeling van de beheersmatige portefeuilles.

2Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter of ten minste twee leden dit nodig oordelen.

3De artikelen 56, 57, 58 en 59 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 12: Bevoegdheden

Aan het dagelijks bestuur zijn opgedragen de taken als bedoeld in artikel 33b Wgr.

HOOFDSTUK VI DE VOORZITTER

Artikel 13: Voorzitter en plaatsvervanger

1Voorzitter van de Veiligheidsregio is de burgemeester die in die functie bij Koninklijk Besluit is benoemd.

2Het algemeen bestuur wijst een van zijn leden aan die de voorzitter bij afwezigheid vervangt.

3De voorzitter is voorzitter van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur.

Artikel 14: Taken

1De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur. De artikelen 26 en 74 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.

2Hij draagt zorg voor een spoedige afdoening van zaken.

3Hij tekent de stukken die van het algemeen en dagelijks bestuur uitgaan.

4De voorzitter vertegenwoordigt de Veiligheidsregio in en buiten rechte. Hij kan de vertegenwoordiging aan een door hem aan te wijzen gemachtigde opdragen.

HOOFDSTUK VII COMMISSIES

Artikel 15: Commissies

1Het algemeen bestuur kan met inachtneming van de bepalingen in de artikelen 24 en 25 van de Wgr commissies instellen.

2Het algemeen bestuur besluit in elk geval, overeenkomstig artikel 25 Wgr, tot de instelling van de volgende bestuurscommissies:

a.Bestuurscommissie GGD

b.Bestuurscommissie Veiligheid.

Artikel 16: Bestuurscommissie GGD

1Met betrekking tot het taakveld in artikel 5 lid 2 genoemd, draagt het algemeen bestuur zijn bevoegdheden voor zover door wet- en regelgeving toegestaan over aan de bestuurscommissie GGD.

2De bevoegdheden, de samenstelling en de werkwijze van de bestuurscommissie GGD worden door het algemeen bestuur geregeld.

Artikel 17: Bestuurscommissie Veiligheid

1Met betrekking tot het taakveld in artikel 5 lid 1 genoemd, draagt het algemeen bestuur zijn bevoegdheden voor zover door wet- en regelgeving toegestaan over aan de bestuurscommissie Veiligheid.

2De bevoegdheden, de samenstelling en de werkwijze van de bestuurscommissie Veiligheid worden door het algemeen bestuur geregeld.

HOOFDSTUK VIII DE SECRETARIS /ALGEMEEN DIRECTEUR

Artikel 18: Benoeming en taken

1Het algemeen bestuur beslist omtrent benoeming, schorsing en ontslag van de secretaris / algemeen directeur.

2De secretaris / algemeen directeur is het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voorzitter en de commissies behulpzaam bij alles wat de hun opgedragen taken aangaat.

3Door de secretaris / algemeen directeur worden alle stukken die van het algemeen bestuur of het dagelijks bestuur uitgaan mede ondertekend.

4Het algemeen bestuur stelt voor de secretaris / algemeen directeur een instructie vast.

HOOFDSTUK IX RECHTSPOSITIE EN AANSTELLING VAN HET PERSONEEL

Artikel 19: Rechtspositie en bezoldiging

Het dagelijks bestuur regelt de bezoldiging en de rechtspositie van de ambtenaren en het overige personeel in dienst van de Veiligheidsregio overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 125 en 134 van de Ambtenarenwet.

HOOFDSTUK X DE VEILIGHEIDSDIRECTIE

Artikel 20: Samenstelling

1Er is een Veiligheidsdirectie.

2De Veiligheidsdirectie bestaat uit:

a.de secretaris / algemeen directeur,

b.de regionaal commandant brandweer,

c.de directeur publieke gezondheid,

d.de coördinerend gemeentesecretaris,

e.de korpschef van de politie,

f.de directeur van de Ambulancezorg Limburg-Noord.

Artikel 21: regionaal commandant brandweer

1De regionaal commandant brandweer, als bedoeld in artikel 25 Wvr, wordt benoemd, geschorst en ontslagen door de bestuurscommissie Veiligheid.

2De regionaal commandant brandweer staat aan het hoofd van de operationele brandweerorganisatie in de veiligheidsregio.

Artikel 22: directeur publieke gezondheid

1De directeur publieke gezondheid, als bedoeld in artikel 14 WPG en artikel 32 Wvr, wordt benoemd, geschorst en ontslagen door de bestuurscommissie GGD, in overeenstemming met het algemeen bestuur.

2De directeur publieke gezondheid staat aan het hoofd van de operationele GHOR- organisatie in de Veiligheidsregio.

Artikel 23: Coördinerend functionaris

1De coördinerend functionaris, als bedoeld in artikel 36 wordt benoemd door de bestuurscommissie Veiligheid, op voordracht van de kring van gemeentesecretarissen van de Noord- en Midden-Limburgse gemeenten. De bestuurscommissie Veiligheid is bevoegd de coördinerend functionaris te schorsen en te ontslaan.

2De coördinerend functionaris is belast met de coördinatie van de maatregelen en voorzieningen die de gemeenten dienen te treffen met het oog op rampen en crises.

HOOFDSTUK XI INLICHTINGEN EN VERANTWOORDING

Artikel 24: Het dagelijks bestuur en de voorzitter ten opzichte van het algemeen bestuur

1De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur.

2Zij geven ongevraagd aan het algemeen bestuur alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig is.

3Zij geven – tezamen dan wel afzonderlijk – aan het algemeen bestuur, wanneer dit bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoek(t)(en), alle gevraagde inlichtingen.

4Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur worden ontslagen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. In dit geval zijn de artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

5Het bepaalde in het eerste tot en met het derde lid is van overeenkomstige toepassing op de voorzitter voor het door hem gevoerde bestuur.

Artikel 25: Het algemeen en het dagelijks bestuur ten opzichte van colleges

1Het algemeen en het dagelijks bestuur geven aan de colleges van de deelnemende gemeenten ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is.

2Het algemeen en het dagelijks bestuur verstrekken aan de colleges van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door een of meer leden van die colleges worden verlangd.

Artikel 26: De leden van het algemeen bestuur ten opzichte van colleges

1Een lid van het algemeen bestuur verschaft het college waarvan dit lid deel uitmaakt, alle inlichtingen die door dat college of door één of meer leden van dat college worden verlangd en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van dat college aangegeven wijze.

2Een lid van het algemeen bestuur is het college waarvan dit lid deel uitmaakt verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van dat college aangegeven wijze.

Artikel 27: Het algemeen en het dagelijks bestuur ten opzichte van raden

1Het algemeen en het dagelijks bestuur geven aan de raden van de deelnemende gemeenten ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is.

2Het algemeen en het dagelijks bestuur verstrekken aan de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door een of meer leden van die raden worden verlangd.

Artikel 28: De leden van het algemeen bestuur ten opzichte van raden

1Een lid van het algemeen bestuur verschaft aan de raad van zijn gemeente alle inlichtingen die door die raad of door één of meer leden van die raad worden verlangd en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van die raad aangegeven wijze.

2Een lid van het algemeen bestuur is aan de raad van zijn gemeente verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van die raad aangegeven wijze.

HOOFDSTUK XII FINANCIELE BEPALINGEN

Artikel 29: Organisatie van beheer en administratie

1Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de organisatie van de administratie en van het beheer van de vermogenswaarden van de Veiligheidsregio, alsmede met betrekking tot de controle op de administratie en het beheer.

2De artikelen 212, 213 en 214 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 30: De begroting

1Het algemeen bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient.

2Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting acht weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden toe aan de raden van de deelnemende gemeenten.

3De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld.

4De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.

5Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten.

6Het tweede, vierde en vijfde lid zijn ook van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, voor zover deze besluiten van invloed zijn op de gemeentelijke bijdrage.

Artikel 31: De jaarrekening

1Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.

2Het dagelijks bestuur zendt vóór 15 april van het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten.

3Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan Gedeputeerde Staten.

Artikel 32: De kadernota

Het dagelijks bestuur zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden van de deelnemende gemeenten.

Artikel 33: Geldmiddelen

1De geldmiddelen van de Veiligheidsregio bestaan uit:

a.de algemene bijdragen van de deelnemende gemeenten, tot de bedragen die jaarlijks bij de vaststelling van de begroting worden aangegeven;

b.de bijdragen van de gemeenten of van derden in de kosten van op hun verzoek verrichte werkzaamheden die specifiek voor hen worden uitgevoerd;

c.subsidies;

d.belastingen;

e.doeluitkeringen;

f.overige inkomsten.

2De bijdragen, bedoeld in lid 1 onder a, zijn verschuldigd in 12 gelijke maandelijkse termijnen per de 15e van elke maand in het betreffende begrotingsjaar.

3Artikel 195 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.

HOOFDSTUK XIII BELASTINGEN

Artikel 34: Belastingheffing

1Het algemeen bestuur is bevoegd belastingen te heffen als bedoeld in artikel 229 van de Gemeentewet.

2De artikelen 229a en 229b van de Gemeentewet, alsmede de op deze belastingen betrekking hebbende bepalingen inzake heffing en invordering in paragraaf 4 van hoofdstuk XV van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.

HOOFDSTUK XIV TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING

Artikel 35: Toetreding en uittreding

Toetreding van gemeenten tot deze regeling of uittreding uit deze regeling is slechts mogelijk na wijziging van de indeling van gemeenten in regio’s als bedoeld in artikel 8 van de Wvr.

Artikel 36: Wijziging

1Zowel het dagelijks bestuur als een gemeente kan aan het algemeen bestuur voorstellen doen over de wijziging van de regeling.

2Indien het algemeen bestuur wijziging van de regeling wenselijk acht, dan doet het dagelijks bestuur het door het algemeen bestuur vastgestelde voorstel toekomen aan de gemeenten.

3Een wijziging is tot stand gekomen wanneer ten minste twee derde van het aantal gemeenten, tezamen vertegenwoordigende ten minste twee derde van het aantal inwoners van de Veiligheidsregio, daartoe heeft besloten.

Artikel 37: Opheffing

1De regeling kan slechts worden opgeheven na het vervallen van de verplichting tot samenwerking als bedoeld in de Wvr.

2Bij opheffing besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt het daarvoor de nodige regelen. Hierbij kan van de bepalingen van de regeling worden afgeweken.

3Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de raden van de gemeenten gehoord, vastgesteld.

Artikel 38: Toezending aan GS

Het besluit tot toetreding, wijziging, uittreding en opheffing van de regeling wordt door het college van burgemeester en wethouders van Venlo aan Gedeputeerde Staten toegezonden.

HOOFDSTUK XV ARCHIEF

Artikel 39

1De bepalingen van de Archiefwet 1995 en de daaruit voortvloeiende uitvoeringsregels zijn, voor zover van toepassing op de archiefbescheiden van gemeenten, van toepassing op de archieven van de Veiligheidsregio.

2Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden.

3Het dagelijks bestuur wijst de functionaris(sen) aan die belast is (zijn) met het beheer van de archiefbescheiden, overeenkomstig de regels die hiervoor gelden bij de gemeente Venlo.

4De gemeentearchivaris van de gemeente Venlo oefent overeenkomstig de voor hem vastgestelde regels toezicht uit op het beheer van de archiefbescheiden, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de in lid 5 bedoelde archiefbewaarplaats.

5De archiefbescheiden, bedoeld in artikel 5, lid 1 van de Archiefwet 1995, worden overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Venlo.

6Bij opheffing van de Veiligheidsregio worden alle archiefbescheiden overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Venlo.

HOOFDSTUK XVI SLOTBEPALING

Artikel 40

1De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

2De regeling kan worden aangehaald als gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Limburg-Noord

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.