Aanhef
Het college en de burgemeester van de gemeente Molenlanden, ieder voor zover het hun bevoegdheid betreft;
gezien het Regionaal Beleidskader Mensenhandel Regio Rotterdam 2018-2022 en het daaropvolgend beleid;
gelet op de artikel 151a van de Gemeentewet en hoofdstuk 3 van de Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Molenlanden 2019 (Hoofdstuk 3 Seksinrichtingen, sekswinkels, straat-prostitutie e.d.);
gelet op artikel 6:2, tweede lid, van de Algemene plaatselijke verordening Molenlanden gelezen in samenhang met de artikelen 5:11 tot en met 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het in de gemeente vigerende handhavingsbeleid;
overwegende dat:
•het wenselijk is om medewerkers van het Regionaal Controleteam Prostitutie en Mensenhandel (samenwerking in de regio Rotterdam tussen gemeenten, handhavers en politie (AVIM)) als toezichthouder hoofdstuk 3 van de Algemene plaatselijke verordening Molenlanden (Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 3 Seksinrichtingen, sekswinkels, straat-prostitutie e.d.) aan te wijzen;
•het wenselijk is te voorzien in een formele aanwijzing van deze toezichthouders in de zin van artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met de onderscheidenlijke wettelijke voorschriften;
BESLUITEN
1de buitengewoon opsporingsambtenaren (boa) en/of toezichthouders/handhavers die werkzaam zijn voor het Regionaal Controleteam Prostitutie en Mensenhandel aan te wijzen als toezichthouder Hoofdstuk 3 Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Molenlanden 2019;
Als de voornoemde verordening in de toekomst wijzigt, heeft dit aanwijzingsbesluit tevens betrekking op de opvolgende c.q. gewijzigde verordening;
2dit besluit in werking te laten treden op de dag na publicatie ervan.