Gemeentelijke regelgeving

Uitvoeringsnota Toezicht en Handhaving Kinderopvang Gemeente Medemblik 2025

Gemeente Medemblik · geldt sinds 29 juli 2025

Aanhef

1De Uitvoeringsnota toezicht en handhaving kinderopvang gemeente Medemblik 2025 vast te stellen.

2De Nota Toezicht en Handhaving kinderopvang gemeente Medemblik (2018) en de bijbehorende Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang gemeente Medemblik (2019) in te trekken.

Een goede kwaliteit van kinderopvang is essentieel vanuit het belang dat de samenleving heeft bij een gezonde en optimale ontwikkeling van haar kinderen.

Collegebesluit d.d. 3 juni 2025

In werking getreden na publicatie

Hoofdstuk 3 - De uitvoering van toezicht en handhaving kinderopvang

3.3 Handhaving kinderopvang

3.3.1 Inleiding

Houders zijn primair verantwoordelijk voor de kwaliteit van hun aanbod. Ouders moeten er ook op kunnen vertrouwen dat het college adequate maatregelen neemt als de kwaliteit van de kinderopvang tekortschiet. Of de kinderopvang tekortschiet zal doorgaans blijken uit de inspectierapporten van de toezichthouder van de GGD. Daarnaast kan het niet naleven van de voorschriften ook door de gemeente zelf worden geconstateerd.

In het inspectierapport neemt de toezichthouder een advies op tot al dan geen handhaving. Het college is bevoegd gemotiveerd af te wijken van dit advies. Ook kan het college op basis van de beschrijving in het inspectierapport andere voorschriften gesteld bij of krachtens de Wko betrekken bij de handhavingsmaatregel.

3.3.2 Maatwerk in handhaving

Bij handhavend optreden zijn deze uitvoeringsnota en het afwegingskader (bijlage) het uitgangspunt voor de afweging wat per situatie de meest passende handhavingsmaatregel is.

Handhaving is maatwerk. Het college heeft dan ook oog voor de specifieke situatie van het geval. Individuele omstandigheden - verzwarend of verzachtend - kunnen van invloed zijn op het al dan niet opleggen van een maatregel en op de aard van de te nemen maatregel.

a)Handhavingsafweging

Grondslag voor het handhavend optreden zijn de bevindingen in het inspectierapport. Onderstaande uitgangspunten kunnen meegenomen worden in de besluitvorming over een passende handhavingsmaatregel.

1Het college kan handhaven:

•op het niet naleven van een voorschrift bij een opvangvoorziening;

•op houderniveau, als de houder dezelfde overtreding begaat bij verschillende van haar opvangvoorzieningen;

2Het college kan gelijktijdig een op herstel gerichte maatregel en een bestraffende maatregel inzetten voor dezelfde overtreding.

3Het college kan besluiten om een of meerdere handhavingsmaatregelen over te slaan dan wel meerdere keren toe te passen wanneer de aard van de overtreding en/of de omstandigheid hiertoe aanleiding geeft.

4Het college kan bij herhaling van overtreding, een opeenvolging van (nieuwe) overtredingen bij dezelfde voorziening kinderopvang, of als een voorschrift op meerdere opvangvoorzieningen van dezelfde houder niet nageleefd wordt, een zwaardere handhavingsmaatregel opleggen.

5Wanneer het afwegingskader niet voorziet in een voorschrift (bijvoorbeeld door een wijziging in de regelgeving), zoekt het college voor de handhaving aansluiting bij voorschriften waarin het kader wel voorziet.

Naast bovenvermelde uitgangspunten kan het college onder meer onderstaande afwegingen meenemen in de besluitvorming over een passende handhavingsmaatregel:

•Is er een herstelaanbod gedaan?

•Wat is de aard en de ernst van de overtreding?

•Hoeveel overtredingen zijn er begaan?

•Wat zijn de omstandigheden waaronder de overtreding begaan is?

•Overige relevante omstandigheden zoals deze uit het inspectierapport en/of de daarin opgenomen zienswijze blijken.

b)Handhavingsmiddelen

Wanneer is geconstateerd dat een voorschrift gesteld bij of krachtens de Wko niet is nageleefd beschikt het college over de volgende handhavingsmiddelen.

Traject

Handhavingsmiddel*

Informeel herstellend

Gesprek (overleg & overreding) door de gemeente;

Schriftelijke waarschuwing

Formeel herstellend

Aanwijzing;

Verlenging van een GGD bevel;

Last onder dwangsom;

Last onder bestuursdwang;

Exploitatieverbod.

Formeel bestraffend

Bestuurlijke boete

Overig

Intrekken toestemming tot exploitatie

*Zie voor een toelichting onder d) Maatregelen gericht op beëindiging van de overtreding

Bij de besluitvorming betrekt het college in elk geval:

•Het inspectierapport, met daarin:

-gerapporteerde overtreding(en);

-bevindingen en conclusies van de toezichthouder;

-indien van toepassing, de beschrijving van de omstandigheden;

-het advies van de toezichthouder;

-de reactie van de houder in het inspectierapport;

•Reacties van de houder aan het college;

•De handhavingsgeschiedenis op locatieniveau en organisatieniveau;

•De inspectiegeschiedenis op locatieniveau en organisatieniveau;

•Alle betrokken belangen waaronder het zwaarwegende belang van ouders en kinderen.

Bij de keuze voor de best passende maatregel sluit het college aan bij de uitgangspunten van deze uitvoeringsnota:

•Vasthouden van de kwaliteit van goede kinderopvang;

•Verbeteren van de kwaliteit van minder goede kinderopvang;

•Snel structureel herstel waar de kwaliteit tekortschiet;

•Zo nodig sluiting van locaties waar de kwaliteit ernstig en/of structureel tekortschiet.

c)Hersteltermijn

Bij een op herstel gerichte handhavingsmaatregel biedt het college een termijn om de overtreding alsnog te gaan naleven. Deze hersteltermijn is afgestemd op een redelijke tijd die nodig is om de overtreding te beëindigen en herhaling te voorkomen. Bij de bepaling van de termijn wordt rekening gehouden met de aard en de ernst van de overtreding, waarbij het uitgangspunt is dat de overtreding zo spoedig als dat redelijkerwijs mogelijk is moet worden opgeheven. Zo zullen overtredingen die direct invloed hebben op de kwaliteit van de opvang, bijvoorbeeld een onvoldoende (emotioneel) veilige en gezonde opvangomgeving, over het algemeen een korte hersteltermijn kennen.

De hersteltermijnen zijn opgenomen het afwegingskader (bijlage).

Met de uitgangspunten in het afwegingskader wordt de hersteltermijn per situatie aan de hand van de specifieke omstandigheden bepaald. Als de omstandigheden hiertoe naar het oordeel van het college aanleiding geven kan worden besloten tot een langere hersteltermijn dan in het afwegingskader vermeld.

d)Maatregelen gericht op beëindiging van de overtreding

Onderstaand volgt een opsomming van de maatregelen met een toelichting.

1Verlenging van het GGD-bevel

2Waarschuwing of overredingsgesprek

3Aanwijzing

4Last onder dwangsom of last onder bestuursdwang

5Exploitatieverbod

6Intrekken toestemming tot exploitatie.

Ad 1 Verlenging GGD-bevel, artikel 1.65 lid 3 en 4 Wko.

Als de GGD tijdens een onderzoek van oordeel is dat de kwaliteit op de opvangvoorziening dusdanig is dat het nemen van maatregelen redelijkerwijs geen uitstel kan hebben, kan zij direct een bevel geven. De houder moet de door de GGD in dit bevel opgelegde maatregelen nemen binnen de in het bevel gestelde termijn. Als de situatie daar aanleiding toe geeft kan de te nemen maatregel ook inhouden dat de opvang gestaakt moet worden.

Het bevel heeft een geldigheidsduur van zeven dagen. Dit kan door het college worden verlengd.

Ad 2 Waarschuwing of overredingsgesprek

Het college kan een schriftelijke waarschuwing geven of een gesprek voeren met de houder. In de waarschuwing wordt gewezen op een gedraging die in strijd is met een voorschrift gesteld bij of krachtens de Wko. Het doel is de houder de gelegenheid te geven de overtreding te beëindigen zonder dat een formeel handhavingstraject wordt gestart.

Ad 3 Aanwijzing

De aanwijzing benoemt de geconstateerde overtreding en geeft aan welke maatregel de houder binnen de geboden hersteltermijn moet nemen om de overtreding te beëindigen.

Ad 4 Last onder dwangsom, hoofdstuk 5 Algemene wet bestuursrecht

De last onder dwangsom benoemt evenals de aanwijzing de geconstateerde overtreding en geeft aan welke herstelmaatregel (de last) de houder binnen de geboden hersteltermijn moet nemen om de overtreding van een voorschrift te beëindigen. Het verschil met de aanwijzing is dat per op te volgen last een dwangsom wordt vastgesteld. Als de last tijdig en volledig is opgevolgd hoeft de dwangsom niet te worden betaald.

•Een dwangsom kan op verschillende wijzen toegepast worden; een bedrag ineens, een bedrag per tijdseenheid dat de last niet is uitgevoerd of een bedrag per overtreding van de last.

•Een last onder dwangsom kan ook preventief worden opgelegd wanneer het gevaar dreigt dat een voorschrift wordt overtreden.

•Voorafgaand aan het opleggen van een last onder dwangsom wordt de houder in de gelegenheid gesteld een zienswijze te geven op het voorgenomen besluit.

•Wanneer gedurende drie jaar nadat de last onder dwangsom van kracht is geworden geen overtreding van het betreffende voorschrift is geconstateerd, is de last onder dwangsom niet langer van kracht.

Voor de toepassing en maximale hoogte van de dwangsombedragen verwijzen wij naar de bijlage (het afwegingskader).

Daarnaast kan het college bij het bepalen van de hoogte van de dwangsommen de volgende uitgangspunten hanteren.

•De aard en de ernst van de overtreding;

•Andere omstandigheden die naar het oordeel van de gemeente aanleiding geven tot verhoging of verlaging van de dwangsom.

Ad 4 Last onder bestuursdwang

Een last onder bestuursdwang is een herstelmaatregel waarbij de gemeente bevoegd is zelf een maatregel uit te voeren (door feitelijk handelen) wanneer de houder in gebreke blijft. De kosten van dit feitelijk handelen zijn voor de houder.

Ad 5 Exploitatieverbod

Het college verbiedt de houder om de voorziening in exploitatie te nemen of te houden. Dit exploitatieverbod duurt voort totdat het college de houder toestemming geeft om de exploitatie weer te starten. Hiertoe moet de houder de opgelegde herstelmaatregelen opvolgen en de gemeente daarover schriftelijk informeren. Daarop volgt in principe een nader onderzoek waarbij de houder de gelegenheid krijgt om aan de GGD aan te tonen dat de overtredingen zijn beëindigd. Aan het uitvoeren van dit nader onderzoek kan het college voorwaarden verbinden, bijvoorbeeld het voorafgaand aan dit onderzoek onderbouwd aangeven welke maatregelen er zijn genomen en/of het toezenden van aangepaste documenten.

Als na verloop van drie maanden de houder nog niet heeft aangetoond dat de opgelegde herstelmaatregelen zijn opgevolgd kan het college een traject starten tot intrekken van de verleende toestemming tot exploitatie. Wanneer de omstandigheden daar aanleiding toe geven kan het college dit traject eerder in gang zetten.

Ad 6 Intrekken toestemming tot exploitatie

Het intrekken van de toestemming tot exploitatie is een handhavingsmiddel dat wordt ingezet wanneer eerdere maatregelen zoals een aanwijzing, last onder dwangsom of een exploitatieverbod niet het beoogde (blijvende) herstellende effect hebben bewerkstelligd.

Wanneer de toestemming tot exploitatie is ingetrokken mag niet langer opvang worden geboden of bemiddeling plaatsvinden. De voorziening wordt uit het LRK verwijderd. Voortzetting of hervatting van de exploitatie is illegale opvang en kan leiden tot een bestuurlijke boete of vervolging door het Openbaar Ministerie op basis van overtreding van de Wet op de economische delicten.

e)Maatregel gericht op bestraffing van de overtreding

Het college kan een bestuurlijke boete opleggen wanneer een of meer voorschriften niet zijn nageleefd. Dit kan in de volgende situaties:

•Bij overtreding van een voorschrift met directe gevolgen voor de veiligheid, gezondheid of het pedagogisch welbevinden van de kinderen in de dagelijkse opvangpraktijk;

•Een opgelegde handhavingsmaatregel is niet of niet volledig opgevolgd;

•Een exploitatieverbod is niet of onvoldoende nageleefd;

•Er is geen of onvoldoende medewerking aan de GGD verleend;

•Voorschriften van gelijke strekking zijn bij herhaling overtreden;

•Het gastouderbureau draagt geen of onvoldoende zorg voor naleving van de wet door de gastouder;

•Het gastouderbureau vervult de begeleidende en bemiddelende taken niet of onvoldoende;

•Aan de registerverplichtingen wordt niet of onvoldoende voldaan;

•Het exploiteren van een opvangvoorziening zonder de vereiste toestemming.

Voor de toepassing van het opleggen van een boete en en de hoogte van de boetebedragen verwijzen wij u naar de bijlage (het afwegingskader). Onderstaande factoren kunnen leiden tot een verhoging of een verlaging van het boetebedrag:

•Herhaalde overtreding;

•De ernst van de overtreding;

•De mate van verwijtbaarheid;

•De omstandigheden waaronder de overtreding is begaan;

•Een al dan niet actieve houding tot beëindiging van de overtreding;

•Een gedeeltelijke beëindiging van de overtreding;

f)Handhaving na herstelaanbod

Na een herstelaanbod kan de GGD constateren dat de overtreding is beëindigd en om die reden een advies tot niet handhaven uitbrengen. Het college volgt doorgaans dit advies maar is bevoegd om daarvan af te wijken en een bestuurlijke boete op te leggen omdat de overtreding wel is geconstateerd. Ook kan het college, wanneer er gezien de aard van de overtreding risico is op herhaling, een herstelmaatregel opleggen ter voorkoming van herhaling van de overtreding.

Als de overtreding van een voorschrift na herstelaanbod niet (volledig) is beëindigd, handhaaft het college in principe conform het handhavingsbeleid zoals vastgelegd in deze uitvoeringsnota.

g)Handhaving en openbaarheid

Op grond van artikel 1.81 Wet kinderopvang publiceert de gemeente de in een besluit opgenomen handhavingsmaatregelen zodra dit besluit onherroepelijk is. Een besluit is onherroepelijk na het verstrijken van de bezwaartermijn. Publicatie gebeurt in het LRK en blijft drie jaar zichtbaar.

h)De bezwaarprocedure

Tegen een handhavingsbesluit of registerbesluit kan bezwaar worden aangetekend. De bezwaarprocedure staat in de betreffende brief vermeld. Het indienen van een bezwaarschrift heeft geen uitstel van het besluit tot gevolg.

i)Het Openbaar Ministerie

Een aantal overtredingen is strafrechtelijk vervolgbaar en kan daardoor aangemeld worden bij het Openbaar Ministerie (verder: OM). Voorbeelden hiervan zijn het niet naleven van een exploitatieverbod, het zonder toestemming exploiteren van een voorziening kinderopvang en het niet verlenen van medewerking aan de toezichthouder (artikel 5:20 Algemene wet bestuursrecht en artikel 184 Wetboek van Strafrecht).

Bijlage: Afwegingskader handhaving kinderopvang

Handhaving samengevat

Het college treedt handhavend op als de toezichthouder een overtreding vaststelt bij een kinderopvangvoorziening. Het college gaat ervan uit dat kinderopvangorganisaties in de regel overtredingen snel en goed herstellen.

De hersteltermijnen*

Direct of binnen maximaal 7 dagen

Voor overtredingen met grote consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang.

Binnen maximaal 14 dagen

Voor overtredingen met gemiddelde consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang.

Binnen een vast te stellen periode van twee tot zes weken

Voor overtredingen met lichte tot matige consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang.

*Voor elke overtreding beoordeelt het college welke hersteltermijn passend en geboden is.

In dit afwegingskader geeft het college ook aan welke bedragen het uitgangspunt zijn bij de inzet van handhavingsmiddelen. Dit geldt voor handhaving waarbij een last onder dwangsom of een boete aan de orde is.

De stappen van toezicht tot handhaving*

Stap 1

Overtreding geconstateerd

Stap 2

Aanwijzing

Stap 3

Last onder dwangsom

Stap 4

Tijdelijk exploitatieverbod

Stap 5

Definitieve sluiting

Gemeente besluit tot (wel/niet) handhaven.

Handhaving gericht op herstel d.m.v. een aanwijzing.

Wanneer de aanwijzing niet tot herstel van de overtreding leidt of de overtreding bij herhaling plaatsvindt kan een last onder dwangsom worden ingezet.

Wanneer een last onder dwangsom niet leidt tot herstel van de overtreding en/of structureel herstel niet aan de orde is wordt een (tijdelijk) exploitatieverbod ingezet.

Een exploitatieverbod kan leiden tot het definitief intrekken van de toestemming tot exploitatie.

*Handhaven is maatwerk. Het college kan een stap toevoegen of overslaan wanneer de overtreding en de omstandigheden daar aanleiding toe geven.

Toelichting bij de stappen:

•Stap 1: De toezichthouder kan een houder van een kinderopvangvoorziening de gelegenheid bieden om vastgestelde overtredingen nog tijdens de onderzoeksperiode op te heffen (het herstelaanbod). Als de houder de overtreding al heeft hersteld of redelijkerwijs snel zal herstellen, kan het college besluiten af te zien van handhaving gericht op herstel.

•Stap 2: Het college kan bij herstellende handhaving kiezen voor de aanwijzing; daarin staat welke maatregelen moeten worden genomen om de overtreding te herstellen. Een aanwijzing kan ook een concretisering van wettelijke regels bevatten voor de specifieke situatie.

•Stap 3: Het college kan bij herstellende handhaving ook kiezen voor de last onder dwangsom wanneer:

a.de aanwijzing niet tot herstel van de overtreding heeft geleid;

b.de overtreding bij herhaling plaatsvindt.

•Stap 4: Als ook de last onder dwangsom en de invordering daarvan niet leiden tot structureel herstel sluit het college de locatie (tijdelijk) met een exploitatieverbod. Als een houder geen verantwoorde kinderopvang aanbiedt sluit het college een kinderopvanglocatie direct.

•Stap 5: Blijkt na (tijdelijke) sluiting de kwaliteit van opvang alsnog niet structureel hersteld dan trekt het college de toestemming in. Het college kan de toestemming ook direct intrekken.

Bij een gastouder kan het college sneller overgaan tot sluiting (exploitatieverbod) van de opvangvoorziening en intrekking van de toestemming. De kwaliteit van de opvang is onlosmakelijk verbonden met de persoon van de gastouder. Het college mag er om die reden van uitgaan dat er geen kans is op verbetering na herhaling van overtredingen.

Bij enkele ernstige overtredingen kan het college besluiten om direct een boete op te leggen. Voor andere overtredingen kan het college een boete opleggen voor het niet opvolgen van een aanwijzing.

De bedragen van dwangsommen en boetes

Voor de bedragen sluit het college aan bij de categorieën genoemd in het Wetboek van Strafrecht artikel 23 lid 4. Er worden in het Wetboek van Strafrecht zes categorieën genoemd voor de boetebedragen. De bedragen lopen op en hangen samen met de ernst van de overtreding. De financiële sancties voor de kinderopvang zijn met name aangesloten bij de tweede, derde en vierde categorie. We hanteren de categorieën die de VNG in haar richtlijnen per inspectiedomein voor de kinderopvang aangeeft.

Categorie

(art.23 lid 4 Wetboek van Strafrecht)

Maximum boetebedrag per 1-1-2025

1

€ 335

2

€ 3.350

3

€ 6.700

4

€ 16.700

5*

€ 67.000*

6*

€ 670.000*

*niet van toepassing voor de kinderopvang

De bedragen van dwangsommen en boetes werden altijd jaarlijks geïndexeerd door de rijksoverheid. Per 2025 zijn de bedragen voor het eerst verlaagd. We hanteren in deze nota de bedragen van 2025. We passen deze bedragen niet jaarlijks aan. Bij aanpassing van de nota en bij vaststelling daarvan door het college worden de boetebedragen herzien.

Een financiële sanctie voor een kindercentrum is nooit lager dan het genoemde bedrag uit de eerste categorie. Voor de gastouderopvang (niet voor de gastouderbureaus) wordt hierop een uitzondering gemaakt. Daar gelden andere bedragen. Dit wordt aangegeven in het schema.

Bij vaststelling van de hoogte van de dwangsom of boete wordt met de volgende zaken rekening gehouden:

1Bij het opleggen van een last onder dwangsom of bestuurlijke boete stemt het college de hoogte van de boete altijd af op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Daarbij houdt het college ook rekening met de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan. Om tot matiging over te gaan, verwacht het college een actieve houding van de overtreder. Het is belangrijk dat een houder niet alleen stelt dat bepaalde (bijzondere) omstandigheden zich hebben voorgedaan, maar dat de houder dit ook aantoont.

2Als met één feitelijke gedraging twee of meer overtredingen zijn begaan legt het college alleen een bestuurlijke boete op voor de overtreding met het hoogste boetebedrag.

3Daarnaast kan het college een boete matigen aan de hand van de omvang van de organisatie.

Schema - dwangsommen en boetes per overtreding

De opgenomen bedragen in onderstaand schema gelden per overtreding van een voorschrift. Afhankelijk van de ernst van de overtreding van een onderdeel binnen een inspectiedomein wordt de boete gematigd naar maximaal 25% of 50% van het maximumbedrag in de betreffende categorie.

De genoemde categorie betreft de zwaarte van de overtreding en de daarbij behorende maximale boete; de prioriteit betreft de hersteltermijn (zie bovenaan eerste pagina van dit afwegingskader).

Domein: algemene voorwaarden kwaliteit en naleving

Maximale boete: derde categorie

Overtreding

Prioriteit

Boete kindercentrum en gastouderbureau

Boete gastouder

Administratie

hoog

Max. € 6.700

n.v.t.

Maatregelen aanpak A-ziekten (betreft wettelijke maatregelen en meldingsplicht)

hoog

Max. € 6.700

n.v.t.

Domein: kwaliteit gastouderbureau en zorgplicht

Maximale boete: tweede categorie

Overtreding

Prioriteit

Boete gastouderbureau

Boete gastouder

Kwaliteitscriteria

hoog

Max. € 3.350

n.v.t.

Administratie gastouderbureau

hoog

Max. € 3.350

n.v.t.

Domein: pedagogisch klimaat

Maximale boete: derde categorie

Overtreding

Prioriteit

Boete kindercentrum en gastouderbureau

Boete gastouder

Pedagogisch beleid (ontbreken)

hoog

Max. € 6.700

n.v.t.

Pedagogisch beleid (niet actueel en/of onvolledig)

gemiddeld

Max. € 3.350

n.v.t.

Pedagogische praktijk – de praktijk is in overeenstemming met het pedagogisch beleid en medewerkers kennen het beleid

gemiddeld

Max. € 3.350

Max. € 335

Voorschoolse educatie – beleid en praktijk in VE kindercentrum

gemiddeld

Max. € 3.350

n.v.t.

Inzet pedagogisch beleidsmedewerker voorschoolse educatie (VE kindercentrum)

gemiddeld

Max. € 3.350

n.v.t.

Domein: personeel en groepen

Maximale boete: derde categorie

Overtreding

Prioriteit

Boete kindercentrum en gastouderbureau

Boete gastouder

Verklaring omtrent gedrag (VOG)

Per ontbrekende VOG

hoog

Max. € 3.350

Max. € 335

Koppeling VOG in personenregister kinderopvang (PRK)

Per ontbrekende koppeling

hoog

Max. € 1.675

Max. € 167,50

Opleidingseisen – passende beroepskwalificatie per medewerker

hoog

Max. € 3.350

n.v.t.

Opleidingseisen – verplichte aanvullende kwalificaties (waaronder ehbo, bhv, babyscholing, VE-scholing) per medewerker

hoog

Max. € 1.675

n.v.t.

Jaarlijks opleidingsplan voor VE- kindercentrum

gemiddeld

Max. € 3.350

n.v.t.

Aantal beroepskrachten (beroepskracht-kind-ratio conform Wko)

hoog

Max. € 3.350

n.v.t.

Eisen aan de inzet van beroepskrachten in opleiding en stagiairs (incl. begeleidingsplan)

gemiddeld

Max. € 3.350

n.v.t.

Inzet pedagogisch beleidsmedewerkers

gemiddeld

Max. € 1.675

n.v.t.

Stabiliteit opvang voor kinderen (waaronder vaste gezichten criterium)

gemiddeld

Max. € 1.675

n.v.t.

Voertaal

hoog

Max. € 3.350

n.v.t.

Domein: veiligheid en gezondheid

Maximale boete: derde categorie

Overtreding

Prioriteit

Boete kindercentrum en gastouderbureau

Boete gastouder

Een actueel veiligheids- en gezondheidsbeleid

hoog

Max. € 6.700

n.v.t.

Medewerkers en gastouders zijn bekend met het veiligheids- en gezondheidsbeleid

gemiddeld

Max. € 1.675

Max. € 167,50

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

hoog

Max. € 6.700

n.v.t.

Meld-, overleg- en aangifteplicht

gemiddeld

Max. € 3.350

n.v.t.

Medewerkers en gastouders zijn bekend met de meldcode

gemiddeld

Max. € 1.675

Max. € 167,50

Domein: accommodatie

Maximale boete: tweede categorie

Overtreding

Prioriteit

Boete kindercentrum en gastouderbureau

Boete gastouder

Eisen aan binnenruimte

gemiddeld

Max. € 1.675

Max. € 167,50

Eisen aan slaapruimte dagopvang

gemiddeld

Max. € 1.675

n.v.t.

Eisen aan buitenruimte

gemiddeld

Max. € 1.675

Max. € 167,50

Woning gastouderopvang is rookvrij

hoog

Max. € 1.675

Max. € 167,50

Domein: ouderrecht

Maximale boete: tweede categorie

Overtreding

Prioriteit

Boete kindercentrum en gastouderbureau

Boete gastouder

Informatie aan ouders

gemiddeld

Max. € 1.675

n.v.t.

Oudercommissie

gemiddeld

Max. € 3.350

n.v.t.

Reglement oudercommissie

laag

Max. € 1.675

n.v.t.

Klachten en geschillen

gemiddeld

Max. € 3.350

n.v.t.

Overige overtredingen

Maximale boete: vierde categorie

Overtreding

Prioriteit

Boete kindercentrum en gastouderbureau

Boete gastouder

Exploitatie starten zonder toestemming college

hoog

Max. € 16.750

Max. € 335

Negeren exploitatieverbod

hoog

Max. € 16.750

Max. € 335

Schenden medewerkersplicht

hoog

Max. € 16.750

Max. € 335

Dwangsommen en boetes gastouder

Het maximum dwangsombedrag voor een voorziening voor gastouderopvang is gelijk aan het bedrag genoemd bij de eerste categorie artikel 23 lid 4 Wetboek van Strafrecht en bij recidive het dubbele daarvan.

Bestuurlijke boete

Bij het opleggen van een bestuurlijke boete stemt het college de hoogte van de boete altijd af op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Daarbij houdt het college ook rekening met de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan. Per overtreding kan een bestuurlijke boete worden opgelegd. Voor enkele overtredingen kan het college, naast een herstelsanctie, zo nodig besluiten een boete op te leggen.

Directe boete mogelijk in ernstige situaties

In ernstige situaties kan het college besluiten direct een boete op te leggen.

Daarbij worden de volgende stappen gehanteerd:

Stap 1:

Vaststellen overtreding

Stap 2:

Voornemen bestuurlijke boete

Stap 3:

Opleggen bestuurlijke boete

Exploitatie zonder toestemming college:

Een kinderopvangvoorziening is gestart zonder aanvraag en/of GGD-rapport waaruit blijkt dat exploitatie redelijkerwijs zal plaatsvinden volgens het gestelde in de wet (art. 1.45 Wko en wet economische delicten) en/of een positieve beschikking van de gemeente waarin de exploitatie is opgenomen (art.1.46 Wko).

Gemeente stuurt aangetekende brief met voornemen bestuurlijke boete.

Dit betreft een maximale boete in de vierde categorie:

€ 16.750

Gemeente stuurt aangetekende brief na afloop van termijn zienswijze: opleggen bestuurlijke boete.

Dit betreft een maximale boete in de vierde categorie:

€ 16.750

De houder exploiteert een kinderopvangvoorziening ondanks exploitatieverbod

Gemeente stuurt aangetekende brief met voornemen bestuurlijke boete.

Dit betreft een maximale boete in de vierde categorie:

€ 16.750

Gemeente stuurt aangetekende brief na afloop van termijn zienswijze: opleggen bestuurlijke boete.

Dit betreft een maximale boete in de vierde categorie:

€ 16.750

De houder verleent geen medewerking aan toezichthouder (art. 5.20 Awb en art. 1.72 Wko).

Gemeente stuurt aangetekende brief met voornemen bestuurlijke boete.

Dit betreft een maximale boete in de vierde categorie:

€ 16.750

Gemeente stuurt aangetekende brief na afloop van termijn zienswijze: opleggen bestuurlijke boete.

Dit betreft een maximale boete in de vierde categorie:

€ 16.750

Onvoorziene situaties die als ernstige bedreiging voor de kwaliteit van de opvang worden beoordeeld.

Gemeente stuurt aangetekende brief met voornemen bestuurlijke boete.

Gemeente stuurt aangetekende brief na afloop van termijn zienswijze: opleggen bestuurlijke boete.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.