Gemeentelijke regelgeving

Uitvoeringsbesluit krediethypotheek Participatiewet Maastricht-Heuvelland 2016 e.v.

Gemeente Maastricht · geldt sinds 1 juli 2016

Aanhef

Burgemeester en wethouders van Maastricht,

besluiten tot vaststelling van het volgende "Uitvoeringsbesluit krediethypotheek Participatiewet Maastricht-Heuvelland 2016 e.v."

Artikel 2. Krediethypotheek

Dit artikel verwijst naar artikel 50, eerste en tweede lid van de Pw. Daarin worden de voorwaarden genoemd voor verlening van bijstand in de vorm van een geldlening. Artikel 2, eerste lid geeft aan dat wanneer sprake is van verlening van algemene bijstand in de vorm van een geldlening, dit vervolgens gebeurt onder verband van hypotheek.

Artikel 50 Pw spreekt niet over verlening van bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening. Het tweede lid van artikel 50 Pw duidt uitsluitend op verlening van algemene bijstand.

Wanneer er recht bestaat op bijstand, als bedoeld in artikel 50, eerste lid van de Pw en deze bijstand is bijzondere bijstand, kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat deze wordt verleend in de vorm van een geldlening onder verband van hypotheek. Er moet dan natuurlijk wel op voorhand voldaan zijn aan het gestelde in artikel 50, tweede lid, van de Pw.

Wellicht ten overvloede wordt hier benadrukt dat lid 1 en lid 2 niet van toepassing is op zelfstandigen. Daarvoor geldt het Bbz. Daarin staan voor zelfstandigen afwijkende regels ten aanzien van het vermogen. Verder wordt daarin nog steeds het uitgangspunt gehanteerd dat alle beschikbare vermogensbestanddelen, inclusief het vermogen dat is belegd in de eigen woning, bestemd zijn voor het eigen bedrijf of zelfstandig beroep.

Artikel 3. Pandrecht

Hiervoor geldt dezelfde toelichting als bij artikel 2, met die uitzondering dat daar waar gesproken wordt over hypotheek er hier sprake is van pand.

Zoals in de inleiding al is aangeduid kan een woonschip of woonwagen in een enkel geval toch worden geregistreerd bij het kadaster of daar al geregistreerd staan. Er moet dan worden nagegaan of in plaats van een pandrecht hypotheek kan worden gevestigd.

Of een woonschip als een registerzaak kan worden beschouwd wordt mede bepaald door het feit of het schip duurzaam met de grond (vaste wal) is verenigd en naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven. Als het woonschip daaraan voldoet, kan het bij het Kadaster als registerzaak worden ingeschreven. Het woonschip moet in het scheepsregister zijn ingeschreven. Registratie van woonschepen is mogelijk ongeacht de grootte van het woonschip of de waterverplaatsing. Registratie is alleen mogelijk als de eigenaar van het schip de rechtmatige eigendom aannemelijk kan maken (bijvoorbeeld door middel van het koopcontract).

Een woonwagen kan ook een registerzaak zijn, mits deze duurzaam met de grond is verenigd en naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven.

Wel moet erop worden gewezen dat woonschepen en zeker woonwagens in de regel minder waardevast zijn dan woonhuizen, zodat niet snel sprake is van overwaarde.

Artikel 4. Meewerkingsplicht en afstemming

Bij verlening van bijstand onder verband van hypotheek dan wel pandrecht dient aan de belanghebbende telkens de verplichting te worden opgelegd dat hij meewerkt aan de vestiging van hypotheek of pandrecht. Essentieel voor zekerheidstelling is namelijk de totstandkoming van een hypotheek- dan wel pandovereenkomst. Werkt een belanghebbende niet mee, dan kan geen zekerheid worden gerealiseerd en dient er geen bijstand te worden verleend. Eventueel reeds verleende bijstand in de vorm van een voorschot dient te worden terugbetaald.

Artikel 6. Hoogte hypotheek | Taxatie woning | Vestigingskosten ten laste van belanghebbende

Wanneer zowel algemene als bijzondere bijstand nodig is, hoeft er maar één hypotheekakte te worden opgesteld. Dit is mogelijk omdat voor zowel de algemene als de bijzondere bijstand de extra vermogensvrijlating geldt ten aanzien van vermogen in de eigen woning (voor algemene bijstand rechtstreeks via artikel 50, tweede lid Pw en voor bijzondere bijstand via dit besluit waarin verwezen wordt naar artikel 50, tweede lid Pw.

Voor beide geldt dan hetzelfde bedrag van de maximale geldlening. Hoewel ingevolge de Wet BUIG sprake is van een gemeentelijke financiële verantwoordelijkheid van 100 procent, is het toch raadzaam dat bij het registreren van verleende bijstand de soort bijstand in acht wordt genomen, aangezien de bronfinanciering van algemene en bijzondere bijstand op onderscheidenlijke wijze plaatsvindt. Bij aflossingen kan op die manier, indien gewenst, zichtbaar worden gemaakt op welk soort bijstand wordt afgelost.

De eventueel benodigde bijstand voor de kosten die verband houden met de vestiging wordt bij samenloop van algemene en bijzondere bijstand aangemerkt als bijstand voor algemeen noodzakelijke bestaanskosten. Veelal zal de reden om bijstand aan te vragen betrekking hebben op bijstand voor de algemeen noodzakelijke bestaanskosten. Voor de eenvoud is dan ook bepaald tot welke soort de bijstand voor die kosten bij samenloop moet worden gerekend. Wanneer alleen bijzondere bijstand nodig is, wordt ook de eventueel benodigde bijstand voor de vestigingskosten bijzondere bijstand.

Artikel 7. Opname voorwaarden in hypotheekakte cq pandovereenkomst

Bij gebruikelijke bedingen die ook in de hypotheekakte of pandovereenkomst moeten worden opgenomen, kan gedacht worden aan het beding tot beperking van de bevoegdheid tot verhuur of verpachting. Het niet-zuiveringsbeding hoeft niet meer in de hypotheekakte cq pandovereenkomst te worden opgenomen, omdat dit reeds in het nieuw Burgerlijk Wetboek is geregeld.

Artikel 10. Aflossing geldlening bij vererving en verkoop woning, woonwagen of woonschip

Een verkoop van de woning hoeft niet terstond gepaard te gaan met een financiële afwikkeling. Dit zal doorgaans plaatsvinden bij de overdracht van de woning. Vanaf het moment waarop belanghebbende over de opbrengst kan beschikken, zal de resterende geldlening aan de gemeente in één keer moeten worden terugbetaald. Bij verkoop van een niet-registergoed, meestal een woonwagen of woonschip, vindt er in de regel wel direct een financiële afwikkeling plaats. De gemeente zal de geldlening na verkoop dan ook terstond in één keer moeten terugontvangen.

Wanneer de woning, woonwagen of het woonschip wordt verkocht tegen een prijs die doelbewust beneden de geldende marktwaarde ligt, is er geen aanleiding om het resterende bedrag van de lening kwijt te schelden.

Overigens is niet gegarandeerd dat belanghebbende uiteindelijk bij verkoop van de woning, de woonwagen of het woonschip ook over het vrijgelaten vermogen, als bedoeld in artikel 34, tweede lid, onder d van de Pw kan beschikken. Dit is natuurlijk afhankelijk van de verkoopwaarde, de bancaire hypotheek en de afrekening van de krediethypotheek of het pandrecht.

Artikel 12. Jaarlijkse opgave restantschuld en rentevorderingen

Ook na afloop van de maximale aflossingsperiode van tien jaar wordt, als er nog een deel van de geldlening moet worden afgelost, aan belanghebbende een opgave verstrekt van de stand van de geldlening en van de eventueel bijgeschreven rentevorderingen.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.