Aanhef
Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 06-12-2022, korr.nr. 2022.18053
Besluit vast te stellen:
1Beleid aanpak Mensenhandel Gemeenten Zuid-Limburg”
2Uitvoeringsplan Mensenhandel Zuid-Limburg 2022-2025”
VOORWOORD
Voor u ligt het Beleidsplan Aanpak Mensenhandel Zuid-Limburg: “Naar een regio zonder uitbuiting”. Het beleidsplan geeft de doelen en prioriteiten van de Zuid-Limburgse gemeenten aan op het thema mensenhandel. De regio Zuid-Limburg wil een uitbuitingsvrije regio zijn. Een regio waar mensen onder veilige omstandigheden kunnen wonen, werken en verblijven.
Zowel in het ‘Interbestuurlijk Programma’ (IBP, punt 5.11) als in het programma ‘Samen tegen Mensenhandel’ staat beschreven dat elke gemeente in 2022 een duidelijke en geborgde aanpak van mensenhandel moet hebben. Met onderliggend plan is daar voor de gemeenten in de regio Zuid-Limburg invulling aan gegeven.
Een vertegenwoordiging van Zuid-Limburgse gemeenten is halverwege 2021 als kartrekker aan de slag gegaan met de vorming van een werkgroep bestaande uit ambtelijke vertegenwoordigers van gemeenten, het RIEC, Veilig Thuis Zuid-Limburg en de Zorg- en Veiligheidshuizen Zuid-Limburg. Samen hebben zij invulling gegeven aan het beleidsvormingsproces. Ketenpartners hebben feedback en input kunnen leveren op dit beleidsplan. Dit met als uitgangspunt om een breed gedragen integrale aanpak te kunnen realiseren.
Mijn dank gaat uit naar allen die een bijdrage hebben geleverd aan de totstandkoming van dit plan en nog zullen doen in de uitvoering.
Weert, juli 2022
Mr. R.J.H. Vlecken
Burgemeester gemeente Weert
Portefeuillehouder Aanpak Mensenhandel Regio Limburg
2. MENSENHANDEL
2.2 Vormen van mensenhandel
2.2.1 Seksuele uitbuiting
De meest bekende vorm van uitbuiting is seksuele uitbuiting. We spreken van seksuele uitbuiting, wanneer iemand doelbewust door een vorm van dwang of door misbruik van omstandigheden of van diens kwetsbare positie wordt gedwongen tot het verlenen van seksuele diensten.
Mannen en vrouwen, volwassenen en kinderen, iedereen, ongeacht zijn of haar juridische status, kan slachtoffer zijn van seksuele uitbuiting. Uitbuiting binnen de prostitutie is de meest voorkomende vorm van seksuele uitbuiting. Dit omvat onder andere prostitutie en seksuele dienstverlening in de vergunde sector maar ook bijvoorbeeld in bars, hotels, kuuroorden, massagesalons en de entertainmentsector. Het kan gaan om seksuele diensten aan vreemden, of aan bekenden, bijvoorbeeld in het geval van seks met vrienden van de partner
1Sekswerk is een legaal beroep in Nederland. Prostitutie staat niet gelijk aan mensenhandel. Wel is het zo dat de prostitutiebranche kwetsbaar is voor mensenhandel.
. Er is niet altijd sprake van fysiek contact, bijvoorbeeld bij het gedwongen verrichten van seksuele diensten via een webcam of pornografie.
Een bijzondere vorm van seksuele uitbuiting is uitbuiting door pooierboys (loverboys). Dat zijn (jonge)mannen of vrouwen die ervoor zorgen dat iemand verliefd op en/of afhankelijk van hen wordt. Daarna wordt zij
2Daar waar zij staat kan ook hij gelezen worden en andersom.
door misleiding, misbruik van kwetsbare positie of onder dwang in de prostitutie tewerkgesteld. Sommige vrouwen gaan vrijwillig aan het werk, in de veronderstelling dat ze met hun inkomsten sparen voor een gezamenlijke toekomst of om hem uit nijpende schulden te helpen. Als ze dan willen stoppen, staat de pooierboy dat niet toe en blijkt het geld meestal verdwenen. In zo’n geval is er sprake van seksuele uitbuiting.
Hoewel deze ‘klassieke’ vorm van loverboyproblematiek nog steeds bestaat, worden jongeren tegenwoordig veelal online benaderd. Via sociale media worden jongeren vaak al binnen een week gedwongen tot prostitutie. Dit gebeurt bijvoorbeeld door afpersing, door te dreigen en chanteren met naaktfoto’s, of geweld tegen het slachtoffer en/of familie van het slachtoffer.
2.2.2 Arbeidsuitbuiting
Bij arbeidsuitbuiting worden mensen doelbewust door een vorm van dwang of door misbruik van omstandigheden of van diens kwetsbare positie gedwongen tot arbeid of diensten. Het gaat vaak samen met onmenselijke situaties op de werkvloer, een sterke inperking van de vrije keuze, grove overtreding van de arbeidswetten (onderbetaling, lange werkdagen, weinig rust en slechte arbeidsomstandigheden), het opleggen van onredelijke boetes en ondermaatse huisvesting. Slachtoffers van arbeidsuitbuiting zijn vaak afhankelijk van diverse partners in de keten. De huisvesting wordt bijvoorbeeld door het uitzendbureau geregeld. Verlies van werk betekent vaak ook direct verlies van huisvesting en van een zorgverzekering, waardoor uitbuiting wordt geaccepteerd.
Mensen vergelijken ook vaak de situatie met hun situatie in het thuisland, waardoor slechte arbeidsomstandigheden eerder worden geaccepteerd. Daarbij speelt vaak mee dat slachtoffers niet weten waar ze heen kunnen of welke organisatie hulp kan bieden. Slachtoffers van arbeidsuitbuiting zijn vaak arbeidsmigranten of mensen zonder verblijfstatus. Omdat zij de Nederlandse taal vaak niet machtig zijn, zijn zij niet bekend met hun basisrechten en plichten. Zij hebben geen sociaal vangnet, weten niet waar ze heen kunnen of welke organisatie hulp kan bieden.
Arbeidsuitbuiting komt in allerlei sectoren voor. Bekende sectoren die extra gevoelig zijn voor uitbuiting zijn: de agrarische sector, uitzendwerk, de bouw, horeca, slachterijen en schoonmaak. Maar het komt ook voor in de transportsector en bij beauty –en massagesalons.
2.2.3 Criminele uitbuiting
Bij criminele uitbuiting worden mensen doelbewust door een vorm van dwang of door misbruik van omstandigheden of van diens kwetsbare positie gedwongen tot het verrichten van arbeid of diensten die strafbaar zijn gesteld. Denk aan het moeten zakkenrollen, het plegen van diefstal, drugs smokkelen en het knippen van hennep. Jongeren zijn vanwege hun kwetsbare positie en netwerk vaak slachtoffer. Zij worden bijvoorbeeld ingezet om drugs te verkopen op school, voor het vervoeren van een pakketje of als ‘geldezel’. Een geldezel is iemand die zijn of haar bankpas en pincode uitleent aan criminelen die vervolgens hun bankrekening gebruiken om gestolen geld weg te sluizen. Maar criminele uitbuiting komt niet alleen voor onder jongeren. Ook ouderen of cliënten van een zorginstelling zijn vaak slachtoffer. Mensen met een zorgindicatie worden gerekruteerd en aangezet tot criminele activiteiten, zoals bijvoorbeeld het onderhouden van hennepplantages. Soms is van begin af aan sprake van uitbuiting waarbij niets wordt betaald aan de slachtoffers, maar in andere situaties werken personen aanvankelijk vrijwillig mee waarna ze vervolgens op uiteenlopende manieren zoals geweld, afhankelijkheid of gecreëerde schuld, onder druk worden gezet door te gaan (Landelijk ondermijningsbeeld).
2.2.4 Gedwongen orgaanverwijdering
Gedwongen orgaanverwijdering omvat elke handeling waardoor iemand doelbewust door een vorm van dwang of door misbruik van omstandigheden of van diens kwetsbare positie wordt gedwongen om zijn of haar organen af te staan. Over deze vorm van mensenhandel is nog weinig bekend. Om hier meer zicht op te krijgen, registreert CoMensha
3CoMensha is het landelijke, onafhankelijke expertise- en coördinatiecentrum tegen mensenhandel dat zich inzet voor de belangen en rechten van slachtoffers van mensenhandel, zowel nationaal als internationaal.
sinds 2014 het aantal (pogingen tot) gedwongen orgaanverwijdering die hebben plaatsgevonden binnen én buiten Nederland bij (mogelijke) slachtoffers met verschillende nationaliteiten. Gezien dit nog zo weinig voorkomt, wordt aan deze vorm van mensenhandel vooralsnog geen aandacht aan geschonken.
2.3 Zicht op mensenhandel
2.3.1 Geregistreerde cijfers mensenhandel
CoMensha is de landelijke organisatie die cijfers bijhoudt van het aantal slachtoffers dat is aangemeld door ketenpartners (zoals politie, hulpverlening, opvangorganisaties) en de regionale zorgcoördinatoren. Onderstaand zijn de aantallen voor 2020 in het werkgebied Limburg weergegeven.
In 2020 zijn in totaal in Nederland 1013 slachtoffers aangemeld bij CoMensha. Belangrijke kanttekening om te vermelden is dat het doen van aangifte bij de politie geen voorwaarde is om als (vermoedelijk) slachtoffer geregistreerd te worden bij CoMensha. Voor meer cijfers over heel Nederland wordt verwezen naar het Jaarbeeld van 2020 van CoMensha:
Mede door de coronapandemie is het aantal geregistreerde gevallen sterk afgenomen. Ondanks dat de geregistreerde cijfers dalen, is er volgens de Nationaal Rapporteur Mensenhandel (NRM) geen sprake van een daling van het aantal slachtoffers.
Figuur 1
6. ACTIELIJN 2: VERSTERKEN VAN DE SAMENWERKING
6.3 Regionale structuur
6.3.1 Expertgroep Mensenhandel
In 2018 heeft de landelijke Taskforce Mensenhandel afgesproken dat voor elke regio in Nederland een regionale structuur nodig is. Deze structuur behelst in elk geval een Regionale tafel mensenhandel. De Expertgroep mensenhandel is de regionale tafel van Limburg
11Deelnemers Expertgroep Mensenhandel Limburg zijn: portefeuillehouder mensenhandel (burgemeester van Weert), een aantal gemeentelijke coordinatoren bestuurlijke aanpak, Arbeidsinspectie, ketenregisseur RIEC, zorgcoördinatoren, belastingdienst, openbaar ministerie, AVIM (politie), Koninklijke Marechaussee (Kmar), Immigratie en Naturalisatiedienst (IND; agendalid).
en is door het RIEC opgericht.
De focus van de Expertgroep is enerzijds de implementatie van het beleidsprogramma Samen tegen Mensenhandel en anderzijds het elkaar (blijven) informeren over ontwikkelingen, voortgang, bijzonderheden en knelpunten die het thema mensenhandel raken. Maar er is ook aandacht voor de verbinding met partners binnen de strafrechtketen zoals OM, Politie, FIOD en Arbeidsinspectie voor afstemming met betrekking tot het opwerpen van bestuursrechtelijke en strafrechtelijke barrières en het versterken van bestuursrechtelijke en strafrechtelijke samenwerking. Vanuit de gemeenten wordt aan dit overleg deelgenomen door de coördinatoren bestuurlijke aanpak.
6.3.2 Ketenregisseur mensenhandel
De ketenregisseur mensenhandel werkt op provinciaal niveau en is de verbindende schakel tussen de gemeenten en draagt zorg voor verbinding van en met diverse experts. De ketenregisseur is ondergebracht bij het Regionaal Informatie en Expertisecentrum Limburg (RIEC Limburg). Het RIEC is een regionaal samenwerkingsverband, informatieknooppunt en expertisecentrum voor overheden op het gebied van het bestrijden van georganiseerde criminaliteit.
6.3.3 Zorgcoördinator mensenhandel
De specialistische functie van zorgcoördinator mensenhandel is ondergebracht bij de Zuid-Limburgse Zorg- en Veiligheidshuizen (ZLZVH) en heeft als doel de belangen te behartigen van slachtoffers van mensenhandel die in de eigen regio verblijven. De zorgcoördinator organiseert en coördineert een samenhangend hulp– en ondersteuningsaanbod en leidt het slachtoffer toe naar de juiste organisatie.
6.3.4 Aandachtsfunctionarissen mensenhandel
Alle gemeenten hebben ten minste één aandachtsfunctionaris mensenhandel met expertise op het gebied van mensenhandel. De aandachtsfunctionaris is binnen de gemeentelijke organisatie de spil in de aanpak mensenhandel. De gemeentelijke aandachtsfunctionarissen zijn direct verbonden met de zorgcoördinator- en ketenregisseur mensenhandel van de regio. Ook Veilig Thuis heeft eigen aandachtsfunctionarissen mensenhandel.
6.3.5 Procesregisseurs met aandachtsgebied mensenhandel
De Zuid-Limburgse Zorg- en Veiligheidshuizen hebben procesregisseurs met aandachtsgebied mensenhandel. Zij adviseren en stemmen af met de Zorgcoördinator vanuit kennis en expertise rondom de aanpak van complexe casuïstiek op het snijvlak van zorg en veiligheid en zorgen voor verbinding van het lokale veld met het desbetreffende Zorg- en Veiligheidshuis inzake de aanpak mensenhandel. Tevens voeren zij procesregie op complexe casuïstiek rondom mensenhandel conform criteria Zorg- en Veiligheidshuis
12Voor de criteria Zorg- en Veiligheidshuizen wordt verwezen naar Landelijk Kader Zorg- en Veiligheidshuizen 2013, https://www.zorgenveiligheidshuizen.nl/doc/VHH-Landelijk-Kader-definitief.pdf
.
6.3.6 Screeningsoverleg
Niet acute meldingen en signalen van mensenhandel (die niet accuut zijn) die binnenkomen bij het centrale meldpunt Veilig Thuis, AVIM of de zorgcoördinator mensenhandel worden geagendeerd voor de screeningstafel. Dit is een reeds bestaand wekelijks overleg waar Veilig Thuis, AVIM/politie en de Zorgcoördinator signalen en casuïstiek agenderen en bespreken. Andere belangrijke partners in de keten kunnen als inbrenger van signalen en casuïstiek op agendabasis deelnemen. Veilig Thuis zorgt voor de registratie van alle meldingen die worden besproken op deze tafel. Op de screeningstafel komen alle signalen samen en worden deze gewogen en verrijkt en worden vervolgstappen geadviseerd. Zijn signalen wel acuut, dan wordt direct overlegd met AVIM, Veilig Thuis en/of Arbeidsinspectie en kan direct een onderzoek starten of zorg worden ingezet.
6.3.7 Prostitutiecontroles
In het kader van toezicht en handhaving worden prostitutiecontroles in gemeenten in de vergunde en onvergunde sector uitgevoerd. Het primaire doel van deze controles is achterhalen in hoeverre er sprake is van misstanden in de prostitutiesector zoals minderjarigen en/of dwang.
Prostitutiecontroles in zowel de vergunde als onvergunde sector zijn in eerste aanleg bestuurlijke controles waarin een rol voor de gemeenten is weggelegd. In gemeenten kunnen toezichthouders worden aangewezen die gebruik maken van de bevoegdheden uit artikel 151a en 177 Gemeentewet (aangewezen als toezichthouder) en artikel 5:15 t/m artikel 5:20 Algemene wet bestuursrecht (controlebevoegdheid). In de vergunde prostitutiebranche is dus met name de gemeente aan zet wat betreft de toezichthoudende taak.
In de onvergunde prostitutiebranche heeft naast de gemeente ook AVIM een nadrukkelijke rol als het gaat om controles in deze illegale sector, omdat seksuele uitbuiting daar vooral blijkt voor te komen en één van de kerntaken van AVIM het opsporen is van mensenhandel. In de onvergunde prostitutiebranche zijn de controles dan ook echt een samenspel tussen gemeente en politie. Dit mede vanwege de veiligheidsrisico’s die aanwezig kunnen zijn in deze sector. AVIM zal zich daarbij vooral concentreren op controles waarbij sprake is van signalen mensenhandel.
Bij het constateren van strafbare feiten wordt gebruik gemaakt van de bevoegdheden uit de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente (vergunningplicht), Wet Arbeid Vreemdelingen (is het toegestaan dat vreemdelingen arbeid verrichten?), Wetboek van Strafrecht (minderjarigheid, dwang) en Vreemdelingenwet (illegaliteit).
Indien uit de bestuurlijke controle blijkt dat er sprake is van mensenhandel, wordt de casus via het RIEC (Informatieplein)
13Het Informatieplein is dé ingang voor de integrale aanpak van georganiseerde criminaliteit in RIEC-verband. Bij het Informatieplein komen signalen van mogelijke georganiseerde criminaliteit binnen. Het Informatieplein weegt en beoordeelt de ingebrachte signalen (er is nog geen ‘opgewerkt’ signaal) . Bij gewogen (informatie bevraagd binnen de eigen systemen) signalen wordt een prioritering aangebracht. Tevens wordt in het Informatieplein een aantal besluiten genomen over de vervolgaanpak van de casus.
ingebracht en op de ondermijningstafel
14Op de ondermijningstafels bespreken gemeenten, Belastingdienst, OM, politie en het RIEC signalen en concrete casuïstiek.
besproken. Bestuurlijk optreden kan alleen wanneer het bestuur daarover ook wordt geïnformeerd. De politie kan een bestuurlijke rapportage opmaken ten behoeve van de betreffende gemeente naar aanleiding van geconstateerde misstanden, zoals signalen van illegale prostitutie en/of mensenhandel. Misstanden kunnen ook voorkomen in het vergunde deel van de prostitutiesector. Denk hierbij aan overtredingen van de vergunningsvoorschriften. Door het opstellen van een bestuurlijke rapportage kunnen door de desbetreffende gemeente bestuurlijke maatregelen worden genomen. Het RIEC kan hier desgewenst bij worden betrokken om het bestuur te adviseren en/of te ondersteunen.
BIJLAGE 2: WETTELIJK KADER
Internationale, nationale en lokale regelgeving bieden een kader voor de aanpak mensenhandel. Gemeenten kunnen met hulp van een bestuurlijke aanpak en inzet van bestuurlijke instrumenten mensenhandel tegengaan. Een overzicht van de meest aangewezen regelgeving, bevoegdheden en bestuurlijke instrumenten.
Internationale kaders
Er zijn vijf internationale instrumenten die zich specifiek richten op mensenhandel:
•Palermo Protocol. Het VN-protocol (een supplement van de VN Convention against Transnational Organized Crime UNTOC) inzake de preventie, bestrijding en bestraffing van mensenhandel in het bijzonder vrouwenhandel en kinderhandel uit 2000.
•EU Richtlijn. Richtlijn 2011/36 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2011 inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan, en ter vervanging van Kaderbesluit 2002/629/JBZ van de Raad.
•Verdrag van Warschau, verdrag van de Raad van Europa ter bestrijding van mensenhandel (2005).
•Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Artikel 4 - Verbod van slavernij en dwangarbeid ‘Niemand mag in slavernij of dienstbaarheid worden gehouden’.
•Istanbul Protocol, officieel het Handboek over effectief onderzoek en documentatie van marteling en andere wrede, onmenselijke of vernederende behandeling of straf, is de eerste verzameling internationale richtlijnen voor de documentatie van marteling en de gevolgen daarvan in het bijzonder vrouwenhandel en kinderhandel uit 2000.
Daarnaast zijn er nog verschillende internationale instrumenten waar mensenhandel in voorkomt, zoals The Universal Declaration of Human Rights (1948), the International Covenants on Civil and Political Rights (1966), The United Nations Convention for the Suppression of the Traffic in Persons and of the Exploitation of the Prostitution of Others (1949), and the Convention on the Elimination of all Forms of Discrimination Against Women (1979), Convention on the Rights of the Child (1989) and Optional Protocols (be on the sale of children, child prostitution, child pornography 2000).
Ook de Europese Unie heeft nog andere instrumenten die gerelateerd zijn aan Mensenhandel.
Nationale kaders
In de Grondwet: Artikel II-1 De menselijke waardigheid is onschendbaar. Zij moet worden geëerbiedigd en beschermd. In artikel 19, lid 2 en 3 is onder andere opgenomen dat iedere Nederlander zelf mag kiezen wat voor werk hij wil doen en ook dat er regels moeten zijn ter bescherming van mensen tijdens hun werk.
Seksuele uitbuiting, criminele uitbuiting, arbeidsuitbuiting. De verschillende vormen van mensenhandel zijn strafbaar gesteld in artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht. In bepaalde gevallen kan er ook sprake zijn van andere strafbare feiten. Zowel wat betreft de handelingen die (ook) als mensenhandel aangemerkt kunnen worden als met betrekking tot aanverwante handelingen die plaatsvinden in een uitbuitingssituatie.
Seksuele uitbuiting
In het geval van seksuele uitbuiting in de zin van mensenhandel is er sprake van directe wetgeving, die deze vorm van uitbuiting strafbaar stelt. Als de grens van uitbuiting niet bereikt is, dan is er sprake van seksueel misbruik.
In het Wetboek van Strafrecht gaat het om de volgende artikelen:
•Kinderporno: artikel 240a, artikel 240b, artikel 248d (corrumperen) en artikel 248e (grooming)
•Andere zedenzaken: artikel 244 (ontucht < 12 jaar), artikel 245 (ontucht >12 jaar en < 16 jaar), artikel 247 (verleiding < 16 jaar), artikel 248a (verleiding) en artikel 248b (seksuele handelingen tegen betaling met minderjarige)
•Restcategorie: artikel 274 (slavenhandel), artikel 278 (mensenroof) en artikel 279 (onttrekking van een minderjarige aan het gezag)
De Wet Regulering Sekswerk is in voorbereiding. Deze wet beoogt onder andere misstanden zoals uitbuiting in de prostitutiebranche tegen te gaan.
Arbeidsuitbuiting
In het Wetboek van Strafrecht valt uitbuiting in alle economische sectoren onder de delictsomschrijving mensenhandel, zoals omschreven in Artikel 273f Wetboek van Strafrecht.
Bij arbeidsuitbuiting is er ook veelal sprake van indirecte wetgeving zoals:
•Arbeidsomstandighedenwet
•Arbeidstijdenwet
•Wet Arbeid Vreemdelingen
•Wet minimumloon
•Wet Allocatie Arbeidskrachten Door Intermediairs (WAADI)
•Wet Arbeidsvoorwaarden Gedetacheerde Werknemers Europese Unie (WAGWEU)
Overtredingen van deze wetten kunnen signalen van arbeidsuitbuiting zijn. De Arbeidsinspectie houdt toezicht en controleert of de bovenstaande wetten nageleefd worden. Het CCV heeft februari 2021 de handreiking integrale aanpak arbeidsuitbuiting uitgebracht. Hierin ook aandacht voor directe en indirecte wetgeving over arbeidsuitbuiting en handelingsperspectieven voor een integrale aanpak.
Criminele uitbuiting
Naast Artikel 273f Wetboek van Strafrecht over mensenhandel geldt bij alle vormen van uitbuiting, het non-punishment beginsel. Maar dit beginsel is vooral relevant bij criminele uitbuiting. Dit beginsel maakt het namelijk mogelijk om de slachtoffers van mensenhandel niet te bestraffen voor de strafrechtelijke gedragingen die zij onder dwang hebben begaan. Het non-punishment beginsel is opgenomen in de wet- en regelgeving (EU Directive 2011/36/EU, art 8) en is opgenomen in de Aanwijzing Mensenhandel.
Wet Maatschappelijke ondersteuning
De gemeente is op grond van de Wet Maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) verantwoordelijk voor het opvang- en zorgaanbod in de gemeente, en daarmee ook voor slachtoffers van mensenhandel.
Jeugdwet
Minderjarige slachtoffers van mensenhandel worden vooral geholpen binnen het kader van de Jeugdwet en via instellingen van jeugdzorg.
Buitenlandse slachtoffers
Slachtoffers met rechtmatig verblijf
Op grond van de Wmo (artikel 1.2.2, eerste lid) hebben slachtoffers met rechtmatig verblijf recht op dezelfde opvang als Nederlandse slachtoffers. Deze slachtoffers mogen daarnaast op grond van de Wet arbeid vreemdelingen werken of een opleiding volgen. Indien nodig hebben ze op grond van artikel 11, lid 2 van de Participatiewet recht op bijstand. Voor slachtoffers van mensenhandel bij wie sprake is van multiproblematiek zijn gespecialiseerde opvangvoorzieningen beschikbaakbaar (OMM bedden, Opvang voor slachtoffers van Mensenhandel met Multiproblematiek).
Slachtoffers zonder rechtmatig verblijf
De Vreemdelingenwet 2000 regelt de positie van slachtoffers van mensenhandel zonder rechtmatig verblijf. Artikel 8, onder k geeft slachtoffers de mogelijkheid een beroep te doen op een bedenktijd van drie maanden, om te besluiten of ze aangifte willen doen. Het Vreemdelingenbesluit 2000, artikel 3.48, lid 1, onder a en onder b regelt een tijdelijke verblijfsvergunning, ook onder d en g zijn relevant.
Dit is verder uitgewerkt in deel B8/3 van de Vreemdelingencirculaire, deze regeling wordt ook de B8-regeling genoemd. Daarnaast is er de mogelijkheid tot het aanvragen van een vergunning op niet-tijdelijke humanitaire gronden na verblijf als slachtoffer van mensenhandel, op grond van artikel 3.51 Vb. Dit is verder uitgewerkt in paragraaf B9/12 van de Vreemdelingencirculaire (de B9-regeling). Slachtoffers in de bedenktijd in de zin van de B8-regeling hebben op grond van de Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen (Rvb) recht op een maandelijkse toelage ter hoogte van de Nederlandse bijstandsuitkering (uitgekeerd door het COA) en een verzekering tegen medische kosten.
Algemene verordening gegevensbescherming
Sinds 25 mei 2018 geldt in de hele EU dezelfde privacywetgeving: de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). De AVG hanteert zes grondslagen – ofwel redenen – om persoonsgegevens te mogen verwerken.
Het is belangrijk het doel en proces omtrent het delen van gegevens over (mogelijke) slachtoffers – zowel intern als met ketenpartners – goed vast te leggen en af te stemmen met de Functionaris Gegevensbescherming van de gemeente.
Daderaanpak
Er is ook wetgeving om daders aan te pakken en zo herhaling te voorkomen.
Artikel 28 van het Wetboek van Strafrecht biedt de mogelijkheid om een beroepsverbod op te leggen. Het is ook mogelijk een onderneming stil te leggen, volgens de Wet op de Economische Delicten (artikel 7, sub a)
Bestuurlijke instrumenten
Een gedegen aanpak van mensenhandel vraagt om beleid met aandacht voor alle bestuurlijke instrumenten en barrières om mensenhandel tegen te gaan (zie ook de website van het CCV). Gemeenten beschikken over de volgende instrumenten:
•Algemene Plaatselijke Verordening
•Wet Basisregistratie Personen (BRP)
•Gemeentewet
•Wet Bibob
•Bestemmingsplannen
•Inzet op het Bouwbesluit 2012: artikel 7.18, eerste lid (overbewoning)
Via het geldende bestemmingsplan van de gemeente kan de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) uitkomst bieden. Er kan dan actie ondernomen worden op basis van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c (verbod met bestemmingsplan strijdig gebruik) van de Wabo.
Daarnaast is de Huisvestingswet 2014 toe te passen conform artikel 8 van de Huisvestingswet 2014, gecombineerd met artikel 35 (bestuurlijke boete) van deze wet.
BIJLAGE 3: VERBINDING MET BESTAAND BELEID
Mensenhandel raakt allerlei facetten van de samenleving en daarmee ook uiteenlopende beleidsterreinen. Dit betekent niet dat op al die terreinen zaken moeten worden aangepast, maar het is goed om de raakvlakken in beeld te hebben. Iedere professional binnen de ambtelijke organisatie kan te maken krijgen met een vorm van mensenhandel.
Gemeenten spelen een belangrijke rol bij de integrale aanpak van mensenhandel. Een gemeente staat voortdurend met verschillende ketenpartners in contact en heeft de mogelijkheid om bestuurlijke middelen in te zetten om mensenhandel aan te pakken.
Zorgbeleid
Op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zijn gemeenten verantwoordelijk voor het opvang- en zorgaanbod voor specifieke groepen, waaronder de slachtoffers van mensenhandel. Gemeenten moeten zorgen voor passende opvang, ondersteuning en nazorg voor slachtoffers van mensenhandel in de gemeente.
De gemeenten zijn geadviseerd om middels het instellen van Zorgcoördinatoren Mensenhandel (zie ook pagina 15) aan deze verantwoordelijkheid te voldoen. Dit houdt in dat een Zorgcoördinator Mensenhandel voor meerdere gemeenten de zorg en opvang van (mogelijke) slachtoffers mensenhandel coördineert in samenwerking met betrokken partners, waar de gemeente ook deel van kan uitmaken.
Gemeenten hebben een verantwoordelijkheid voor slachtoffers, die ingeschreven staan in hun gebied. Slachtoffers die niet ingeschreven staan, worden in principe ingeschreven in de gemeente waar ze zijn aangetroffen.
Jeugdbeleid
Op grond van de Jeugdwet zijn gemeenten verantwoordelijk voor minderjarige slachtoffers van mensenhandel. Op grond van de Wmo (art. 4.2) zijn gemeenten verantwoordelijk voor de Veilig Thuis-organisaties, (www.veiligthuis.nl) gericht op ondersteuning van slachtoffers van huiselijk geweld en kindermishandeling, waaronder ook slachtoffers van mensenhandel kunnen vallen. De centrumgemeenten hebben afspraken gemaakt over centrale (landelijke) inkoop van specialistische functies in de vrouwenopvang, waaronder de opvang van slachtoffers van mensenhandel. Daarnaast bieden jeugdhulpinstellingen opvangplekken voor minderjarige slachtoffers van pooierboys.
Beleid Huiselijk geweld en Kindermishandeling
Bijna 90% van alle slachtoffers van mensenhandel, komt in ieder geval één keer in contact met een zorgverlener. Toch heeft maar 20% van alle zorgverleners voldoende/de juiste kennis om deze vorm van geweld goed te kunnen signaleren en slachtoffers te kunnen ondersteunen. Mensenhandel is onderdeel van de meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling. Het is daarom belangrijk dat hulpverleners bij het (herhaaldelijk) trainen van de meldcode ook worden geïnformeerd over het signaleren van mensenhandel, naast seksueel geweld, kindermishandeling, huiselijk geweld en ouderenmishandeling.
En dat zij weten hoe zij slachtoffers van mensenhandel kunnen signaleren en weten wat zij moeten doen als ze het signaleren (www.huiselijkgeweld.nl/vormen/mensenhandel). Ook in de afspraken met de regionale Veilig Thuis-organisatie dien men aandacht voor mensenhandel te hebben. De medewerkers van Veilig Thuis moeten alert zijn op de signalen.
Veiligheidsbeleid/Ondermijning
De gemeente heeft de regierol bij het ontwikkelen van het integraal veiligheidsbeleid. In het integraal veiligheidsbeleid zet de gemeente haar veiligheidsplannen uiteen voor de komende beleidsperiode. Het thema mensenhandel raakt meerdere veiligheidsvelden in het integraal veiligheidsbeleid.
Wanneer in een casus sprake is van mensenhandel werken gemeenten idealiter bij de aanpak van mensenhandel samen met het RIEC (Regionale Informatie en Expertise Centra), waarbij regionale casussen worden besproken met betrokken gemeenten, Openbaar Ministerie (OM), politie (AVIM), Arbeidsinspectie en belastingdienst.
Een criminele organisatie, die zich bezighoudt met mensenhandel, moet eerst een aantal hindernissen nemen om met de criminele activiteiten te kunnen starten. De criminele netwerken zoeken naar een plaats met de minste weerstand. Ze vestigen zich graag in gemeenten die nauwelijks oog hebben voor ondermijning. Gemeenten kunnen barrières opwerpen om ondermijnende criminaliteit zoals mensenhandel tegen te gaan. Gemeenten beoordelen aanvragen voor vergunningen (APV), stellen regels aan het aantal inschrijvingen op hetzelfde adres en hebben de mogelijkheid dwangsommen op te leggen en panden sluiten.
De inzet van de Wet Bibob (https://www.justis.nl/producten/bibob/wet-bibob/) is hierbij een belangrijk instrument. De wet Bibob staat voor de wet Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur. De wet is bedoeld om te voorkomen dat de overheid onbedoeld criminele activiteiten faciliteert door vergunning of subsidie te verstrekken. Met hulp van de Wet Bibob kan de gemeente besluiten om een vergunning, voor bijvoorbeeld een seksinrichting, niet af te geven of in te trekken indien er ernstig gevaar bestaat dat hiermee criminele activiteiten worden ontplooid of gecontinueerd.
Daarnaast vervullen medewerkers van een gemeente een belangrijke rol in het herkennen van signalen van mensenhandel, bijvoorbeeld bij de dienstverlening aan burgers en bij controle in het kader van handhaving en toezicht.
Prostitutiebeleid
Prostitutie is een legaal beroep in Nederland. Lokaal kunnen voorwaarden en regels worden gesteld aan de exploitatie van prostitutie, bijvoorbeeld in de vorm van een vergunningplicht voor seksinrichtingen. De prostitutiebranche is kwetsbaar voor misstanden, waaronder mensenhandel. Het prostitutiebeleid is een belangrijk instrument voor gemeenten om misstanden te voorkomen en aan te pakken en ondersteuning te bieden aan sekswerkers.
Een goed werkend vergunningensysteem kan bijdragen aan het voorkomen van misstanden. Wanneer ondernemers zich niet aan de vergunningsregels houden kan de gemeente handhavend optreden en in bepaalde gevallende de vergunning intrekken. Dit doet de gemeente aan de hand van een bestuurlijke rapportage.
Verschillende (lokale) organisaties bieden sekswerkers ondersteuning bij uiteenlopende hulpvragen en eventueel ook bij het uitstappen uit de prostitutiebranche. Daarnaast zijn er ook uiteenlopende (lokale) organisaties die slachtoffers van mensenhandel/uitbuiting ondersteuning en hulp bieden.
Het prostitutiebeleid bestaat uit:
•Regulering van de seksbranche d.m.v. vergunningverlening, toezicht en handhaving
•Versterking van de maatschappelijke positie van sekswerkers
•Ondersteuning van sekswerkers die de prostitutie willen verlaten
Sommige gemeenten werken met uitstapprogramma’s voor sekswerkers. Andere gemeenten kunnen hier gebruik van maken.
Het is belangrijk om de twee beleidsterreinen niet te vermengen, dit doet beide terreinen tekort. Bij prostitutie gaat het in beginsel om de uitoefening van een legaal beroep, met een vergunningenstelsel. Het beleid is deels bedoeld om de positie van sekswerkers te versterken en uitbuiting te voorkomen.
Onderwijsbeleid
Ook leerplichtambtenaren en het onderwijs moeten zich bewust zijn van mensenhandel en leren om signalen te herkennen. Uit een onderzoek van het CKM onder 400 Nederlandse van 343 verschillende scholen eind 2019 blijkt dat bijna tachtig procent van de docenten in het voortgezet onderwijs denkt een slachtoffer van mensenhandel niet te kunnen herkennen onder hun leerlingen. Veertig procent van de docenten geeft bovendien aan niet te weten wat te moeten doen als zij vermoeden dat een leerling het slachtoffer is van mensenhandel.
Vroegsignalering biedt de mogelijkheid een gericht hulpverlenings- en interventieprogramma te ontwikkelen. Het instrument is onder meer bedoeld voor leraren VSO en leerplichtambtenaren, zodat ze beter zijn toegerust om vroegtijdig (potentieel) slachtofferschap bij jongeren met een LVB te signaleren.
Economisch beleid
Gemeenten willen graag zorgen voor een goed vestigingsklimaat voor bonafide ondernemers. Tegelijkertijd willen ze tegengaan dat criminelen zich in de gemeente vestigen. Eerlijke horeca, vastgoedontwikkeling en een woningaanbod voor studenten en arbeidsmigranten dragen bij aan de aantrekkelijkheid van de gemeente en zijn goed voor het ondernemerschap. Gemeenten kunnen ook de Wet Bibob actiever inzetten om de vestiging van malafide ondernemers tegen te houden. Er zijn verschillende ‘risico-sectoren’ waar uitbuiting voor kan komen, zoals de agrarische, bouw- schoonmaak- en horecasector.
Huisvestingbeleid
Arbeidsmigranten leveren in verschillende sectoren een grote bijdrage aan de economie. Een arbeidsmigrant is vaak afhankelijk van de werkgever of het uitzendbureau voor de huisvesting en het vervoer. Dit kan de arbeidsmigrant kwetsbaar maken. Het is daarom belangrijk dat gemeenten toezien op de integriteit van de huisvester, de uitzendorganisatie en de werkgever. Gemeenten kunnen de integriteit van aanvragers onderzoeken op grond van de Wet Bibob op het moment dat zij voor hun huisvestingslocatie een exploitatievergunning aanvragen. Door een goed huisvestingsbeleid van arbeidsmigranten en handhaving wordt arbeidsuitbuiting eerder gesignaleerd of mogelijk zelfs voorkomen.
Dit vraagt om samenwerking tussen gemeenten, huisvesters, werkgevers in afstemming met omwonenden op meerdere terreinen.
1Voldoende ruimte voor de huisvesting van arbeidsmigranten
2Handhaven op woon- of verblijfssituaties die niet aan de voorschriften voldoen
3Inschrijven van arbeidsmigranten in de BRP
4Organiseren van heldere en (pro)actieve communicatie
5Stimuleren van taal en participatie
Inkoopbeleid
Gemeenten kunnen bij aanbestedingstrajecten of bij de inkoop van diensten en producten eisen stellen die uitbuiting kan voorkomen. Zo kan een gemeente bijvoorbeeld bij de aanbesteding van ruimtelijke projecten eisen stellen ten aanzien van de eerlijke inzet van arbeidskrachten (genoeg uren, werktijdenbepalingen, huisvesting) of het stellen van kwalitatieve en kwantitatieve eisen bij de aanbesteding van zorgorganisaties.
BIJLAGE 4: KETENPARTNERS
De volgende ketenpartners vervullen een sleutelrol in de aanpak tegen mensenhandel op regionaal en landelijk niveau:
•Regionale Informatie- en Expertisecentrum (RIEC). Het RIEC is een regionaal samenwerkingsverband en is opgericht in het kader van het programma “Bestuurlijke Aanpak Georganiseerde Criminaliteit”. Het RIEC is het informatieknooppunt en expertisecentrum voor overheden op het gebied van het bestrijden van georganiseerde criminaliteit. De bestrijding van mensenhandel is bij de RIEC’s als prioriteit benoemd. Het doel van het RIEC is:
o Voorkomen dat criminelen door de overheid worden gefaciliteerd;
o Voorkomen dat vermenging ontstaat tussen onder- en bovenwereld;
o Doorbreken van economische machtsposities, die zijn opgebouwd met behulp van op criminele wijze vergaard kapitaal.
•Het Zorg- en veiligheidshuis (ZVH). Het Zorg- en Veiligheidshuis is dé plek waar gemeenten, justitiële partners en zorgpartners samenwerken om de meest moeilijke zorg- en veiligheidsproblemen op het gebied van overlast, criminaliteit, verward gedrag, huiselijk geweld, kindermishandeling en radicalisering aan te pakken. Mensenhandel is één van de thema’s binnen de ZVH’en. De kracht van de Zorg- en Veiligheidshuizen is dat ze zijn toegesneden op de specifieke lokale situatie. Ketenpartners zijn onder meer de politie, het OM, gemeenten, de Raad voor de Kinderbescherming, reclassering en welzijnsorganisaties. In Zuid-Limburg werken de drie regionale ZVH-en nauw samen. Daarnaast is zowel in de regio Midden-Limburg als in de regio Noord-Limburg een ZVH actief. Zowel de functie van procesregisseur met aandachtsgebied mensenhandel als de functie van zorgcoördinator mensenhandel zijn ondergebracht bij het ZVH.
•AVIM / politie. De Afdeling Vreemdelingenpolitie Identificatie en Mensenhandel (AVIM) heeft meerdere rollen in het aanpakken van mensenhandel. De basistaken van AVIM zijn:
o Handhaving en toezicht in het kader van de vreemdelingenwet;
o Identificatie van personen (waaronder vreemdelingen);
o Opsporing en bestrijding van mensenhandel en mensensmokkel.
•Veilig Thuis. Veilig Thuis is het advies en meldpunt bij huiselijk geweld en kindermishandeling. Sinds 1 januari 2019 is het regionale meldpunt Mensenhandel onderdeel van Veilig Thuis. Bij vermoedens van mensenhandel of vragen kan contact worden opgenomen met het Meldpunt Mensenhandel van Veilig Thuis. Het doel van het Meldpunt Mensenhandel van Veilig Thuis is:
o Advies geven aan iedereen met vragen en vermoedens van binnenlandse mensenhandel;
o Het melden van vermoedens van mensenhandel. Veilig Thuis maakt dan een inschatting van de situatie en kan indien nodig hulp (laten) opstarten;
o Zorgdragen voor de inzet van de best mogelijke zorg onder meer door het bewerkstelligen van een betere samenwerking in de keten. Het gaat niet alleen om samenwerkingsafspraken in de zorg voor het slachtoffer, maar ook in de aanpak en vervolging van de dader;
o Zicht krijgen op aantallen, aard en ernst van situaties van binnenlandse mensenhandel door een betere registratie.
•Nederlandse Arbeidsinspectie. De Arbeidsinspectie controleert of werkgevers en werknemers zich houden aan de verschillende wetten, besluiten en regelingen op het terrein van arbeid. Verder spoort de Arbeidsinspectie fraude, uitbuiting en georganiseerde criminaliteit binnen de keten van werk en inkomen op. Ook is de Arbeidsinspectie belast met de bestrijding van zorgfraude (denk aan declaratiefraude en fraude met Persoons Gebonden Budgetten).
Landelijke partners
Bij het tegengaan van mensenhandel zijn veel landelijke partners betrokken. Onderstaand een korte omschrijving van de meest bekende organisaties. Voor een overzicht van alle betrokken partijen zie de wegwijzer mensenhandel.
CoMensha. CoMensha is het landelijke, onafhankelijke expertise- en coördinatiecentrum dat zich inzet voor de belangen en rechten van slachtoffers van mensenhandel in Nederland.
CoMensha:
•Geeft inzicht in aard en omvang van mensenhandel door registratie van slachtoffers en analyse en rapportage;
•coördineert de eerste opvang, hulpverlening en zorg;
•adviseert, signaleert en agendeert knelpunten;
•geeft trainingen en voorlichting aan professionals;
•is voorzitter van het Strategisch Overleg Mensenhandel (SOM), het platform van Zorgcoördinatoren en het platform van de Regionale Meldlijnen en is lid van de landelijke Taskforce Mensenhandel (zie ketensamenwerking).
Expertisecentrum Mensenhandel en Mensensmokkel (EMM). Het Expertisecentrum Mensenhandel en Mensensmokkel (EMM) is een samenwerkingsverband tussen verschillende organisaties. Het EMM is in 2005 ontstaan vanuit de behoefte om informatie, kennis en expertise te centraliseren voor de bestrijding van mensenhandel en mensensmokkel. Het Expertisecentrum Mensenhandel en Mensensmokkel (EMM) is een samenwerkingsverband tussen, de Nationale Politie (NP), de Koninklijke Marechaussee (KMar), de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (ISZW), de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en het Openbaar Ministerie (OM).
Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV). Het CCV is een onafhankelijke stichting die helpt veiligheidsproblemen, waaronder mensenhandel, in kaart te brengen en op te lossen. Het CCV maakt veiligheidsbeleid effectief en uitvoerbaar. Daarvoor biedt het CCV kennis, instrumenten, keurmerken, voorlichtingsmateriaal en advies op maat gericht op veilig wonen, veilig werken en veilig leven. Preventie is daarbij steeds het uitgangspunt.
FairWork. FairWork is een stichting die moderne slavernij in Nederland wil voorkomen en bestrijden. FairWork wil slachtoffers zichtbaar maken en ondersteunen. De organisatie richt zich specifiek op mensenhandel buiten de seksindustrie, beter bekend als arbeidsuitbuiting. FairWork is een ontwikkelcentrum op het gebied van signalering en begeleiding van slachtoffers van arbeidsuitbuiting, trainingen voor professionals en campagnes.
Politie. De politie doet bij een aangifte van mensenhandel altijd onderzoek naar de dader(s). Binnen de politie zijn speciale prostitutie- en mensenhandelteams opgezet van (gecertificeerde) rechercheurs.
Openbaar Ministerie (OM). Het Openbaar Ministerie (OM) is in Nederland nauw betrokken bij het opsporen van mensenhandel. En het OM is verantwoordelijk voor de vervolging van mensenhandelaren.
BIJLAGE 5: OMSCHRIJVING KERNFUNCTIES AANPAK MENSENHANDEL
Zorgcoördinator
Doel van zorgcoördinatie
Het doel van zorgcoördinatie is belangenbehartiging en het organiseren van een samenhangend hulp– en ondersteuningsaanbod aan slachtoffers van mensenhandel die in de eigen regio verblijven en de toeleiding van slachtoffers naar de juiste organisatie.
Doelgroep
Tot de doelgroep van de zorgcoördinator behoren alle vermoedelijke slachtoffers van mensenhandel: mannen, vrouwen, transgenders, minderjarigen en meerderjarigen, van Nederlandse en van niet Nederlandse nationaliteit, verblijvend binnen de regio.
Taken van de zorgcoördinator
1.Coördinatie en monitoring van het traject
De voortgang en kwaliteit van het traject wordt bewaakt. De intensiteit van de monitoring hangt van verschillende factoren af: bekendheid van de betreffende hulpverlener met de doelgroep en/of de consultatiemogelijkheden bij de zorgcoördinator, frequentie of mogelijkheid van reguliere casuïstiekbespreking, inzicht in de dossiers van de eigen organisatie, type problematiek(en) bij het slachtoffer et cetera. De zorgcoördinator zorgt er ook voor dat, vanaf het moment van aanmelding tot en met het afsluiten van het traject, de coördinatie van de ondersteuning en de begeleiding van slachtoffers goed verloopt en dat de juiste procedures worden opgestart.
Indien noodzakelijk of gewenst, kan de zorgcoördinator een zorgoverleg rondom het slachtoffer organiseren.
2.Netwerk opbouwen en onderhouden
De functie van zorgcoördinator is in Zuid-Limburg ondergebracht bij het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad, een netwerksamenwerking tussen zorg- en veiligheidspartners. De procesregisseurs mensenhandel zijn ook ondergebracht bij het Zorg- en Veiligheidshuis. De procesregisseur en zorgcoördinator werken nauw samen.
De zorgcoördinator maakt deel uit van een netwerk Mensenhandel. Een regionaal zorgnetwerk Mensenhandel biedt een samenhangend hulp- en ondersteuningsaanbod aan slachtoffers van mensenhandel. De zorgcoördinator voorziet het netwerk van kennis en expertise omtrent mensenhandel. Tevens zorgt hij/zij voor afstemming en continuïteit van het hulpaanbod. Hij/zij signaleert knelpunten binnen en buiten het netwerk, zoekt naar oplossingen en schaalt op indien nodig. CoMensha wordt o.a. vanuit het zorgnetwerk gevoed ten behoeve van het signaleren van trends en ontwikkelingen.
Afhankelijk van de mate van ketensamenwerking in de regio is de zorgcoördinator gesprekspartner van de ketenregisseur en/of onderhoudt contacten met ketenpartners, zoals politie, Openbaar Ministerie, Arbeidsinspectie en gemeente.
3Informatie- en advies
De zorgcoördinator heeft een informatie- en adviesfunctie voor professionals en is zichtbaar en bereikbaar voor andere organisaties en instanties. Dit kunnen zowel organisaties zijn die een rol spelen bij het signaleren van mogelijke slachtoffers, alsook organisaties die zich richten op de zorg aan slachtoffers.
Verantwoordelijkheden
De zorgcoördinator is verantwoordelijk voor:
•Het optimaliseren van het zorg- en ondersteuningsaanbod in de regio
•De coördinatie van de hulpverlening per (mogelijk) slachtoffer
•Rapportage en terugkoppeling aan CoMensha
•Verstrekken van advies en informatie aan professionals (over casus, proces en signalering)
•Informatievoorziening aan de cliënten
Aandachtsfunctionaris mensenhandel gemeente
Belangrijke kwaliteit van een aandachtsfunctionaris is dat hij/zij vanuit intrinsieke motivatie en gevoel van rechtvaardigheid kiest voor deze neventaak. De aandachtfunctionaris moet bereid zijn blijvend aandacht te geven aan het onderwerp. De aandachtsfunctionaris zorgt ervoor dat het melden van signalen makkelijk gaat zonder dat het werk van de collega’s anders wordt ingericht, maar leert collega’s met een andere blik te kijken.
Het functieprofiel voor de gemeentelijke aandachtsfunctionarissen mensenhandel ziet er in Limburg als volgt uit:
•functioneert als meldpunt/contactpersoon binnen de gemeente voor medewerkers die (tijdens hun werkzaamheden) in aanraking komen met signalen van mensenhandel;
•weet collega’s te enthousiasmeren en kennis en belang van signalering, bestrijding en slachtofferondersteuning over te brengen;
•is zowel binnen de gemeente als bij samenwerkingspartners bekend als aandachtsfunctionaris mensenhandel van de gemeente;
•kan zorg, gemeente, politie en justitie met elkaar verbinden;
•stelt zich proactief op en initieert waar nodig overleg of training voor professionalisering dan wel om casuïstiek te bespreken;
•kent de interne afspraken en route om te komen tot bestuurlijke handhaving;
•draagt er zorg voor dat mensenhandel breed intern op de agenda staat en verankerd is in relevante beleidskaders en uitvoeringsprogramma’s;
•onderhoudt contacten met het team AVIM van de politie-eenheid Limburg dat zich bezighoudt met mensenhandel, de zorgcoördinator en procesregisseurs binnen het ZVH en de RIEC-ketenregisseur mensenhandel;
•houdt bij deze processen steeds oog voor het belang en de rechten van potentiële slachtoffers van mensenhandel;
•neemt deel aan het Limburgse netwerk van aandachtsfunctionarissen en wisselt kennis en informatie daarin uit;
•denkt mee over signalen, pakt deze op en verrijkt signalen en koppelt hierover terug;
•is hét gezicht voor mensenhandel intern en heeft belangrijke rol bij de interne meldroute;
•is dé contactpersoon voor externe partners (o.a. ZVH, AVIM/politie, Arbeidsinspectie, Veilig Thuis).
Een aandachtfunctionaris mensenhandel is een neventaak. Bij voorkeur heeft iedere gemeente een eigen aandachtsfunctionaris.
Ketenregisseur mensenhandel RIEC
In de provincie Limburg is de functie van ketenregisseur bij het RIEC ondergebracht. De ketenregisseur bouwt aan relevante relaties, allianties en coalities om steun en medewerking te krijgen voor de implementatie van het landelijke beleidsprogramma Samen tegen Mensenhandel. De ketenregisseur is de verbindende schakel tussen de gemeenten en draagt zorg voor verbinding van en met diverse experts. De ketenregisseur doet dit door:
•het organiseren van preventie en voorlichting;
•ketenpartners te voorzien van tools, bijvoorbeeld opleiding;
•het organiseren en voorzitten van provinciebrede werkgroepen;
•het aanjagen van de zorgcoördinatie mensenhandel;
•delen van ervaringen met andere regio’s en verzamelen van ‘best practices’ voor de regio;
•contacten te onderhouden met landelijke partners zoals Fair Work, CoMensha, het Ministerie van Justitie en Veiligheid maar ook Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en het Landelijke Informatie en Expertise Centrum.
De kern van het functie van de ketenregisseur is het aangaan van relevante relaties, allianties en coalities in en buiten de eigen organisatie, om zodoende informatie, steun en medewerking te verkrijgen. De komende periode ligt het accent bovendien op de implementatie van het landelijke beleidsprogramma Samen tegen Mensenhandel. De ketenregisseur vertaalt dit naar een regionaal plan van aanpak. De ketenregisseur ondersteunt gemeenten bij de vertaling van dit plan van aanpak naar lokaal beleid en de borging daarvan.
Verder is de ketenregisseur de verbindende schakel tussen de gemeenten en draagt deze zorg voor verbinding van diverse experts. De ketenregisseur organiseert voorlichting en preventie in afstemming met interne en externe partners, onderhoudt contacten met de ketenpartners en ondersteunt waar nodig om te komen tot een betere samenwerking en vertaalt bestuurlijke ambities naar een integrale aanpak van mensenhandel.
De ketenregisseur werkt aan een actieve signalering van mensenhandel door de ketenpartners te voorzien van tools hiervoor, bijvoorbeeld door opleiding en zoekt hiervoor geschikte partners. De ketenregisseur is voorzitter van de provinciebrede Expertgroep Mensenhandel.
De ketenregisseur heeft verder een aanjagende rol in het bewerkstelligen van de zorgcoördinator mensenhandel en brengt hiertoe sleutelfiguren samen, zodat budget en overige randvoorwaarden voor de borging van de zorgcoördinatie worden ingevuld.
De ketenregisseur legt zijn oor te luister in de andere regio’s in het land, zodat kan worden geleerd van de ervaringen in de rest van het land en stelt het gebruik van ‘best practices’ voor als deze een gewenste oplossing bieden van een fenomeen in onze regio. De ketenregisseur onderhoudt contacten met landelijke partners zoals Fair Work, CoMensha, het Ministerie van Justitie en Veiligheid maar ook Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en het Landelijke Informatie en Expertise Centrum.
Procesregisseur Zorg- en Veiligheidshuis
In de Limburgse Zorg- en Veiligheidshuizen zijn procesregisseurs met het aandachtsveld mensenhandel benoemd. Hoe precies vorm en inhoud gegeven gaat worden aan dit aandachtsveld zal vooral vanuit de kernprocessen ontwikkeld worden. Hierbij wordt de samenwerking gezocht met de betreffende ketenpartners zoals o.a. AVIM, Veilig Thuis en CoMensha. Ook wordt gekeken op welke manier mensenhandel elders in het land bij de Zorg- en Veiligheidshuizen belegd is.
De procesregisseurs hebben in ieder geval tot taak:
•Advisering aan en afstemming met zorgcoördinator bij de aanpak van complexe casuïstiek op het snijvlak van zorg en veiligheid;
•Verbinding leggen met de betrokken regionale/landelijke partners en het lokale veld in de regio van het betreffende Zorg- en Veiligheidshuis;
•Het voeren van procesregie bij complexe casuïstiek mensenhandel (inclusief opstellen integraal plan van aanpak).
•Het zorgen voor dossiervorming en monitoring van signalen, trends & ontwikkelingen, waarbij ook afstemming wordt gezocht met beleid.
AVIM/Politie
De Afdeling Vreemdelingenpolitie Identificatie en Mensenhandel (AVIM) speelt vanuit meerdere invalshoeken een rol binnen de aanpak van mensenhandel. AVIM kent drie basistaken te weten:
•Handhaving en toezicht in het kader van de vreemdelingenwet;
•identificatie van personen (waaronder vreemdelingen);
•opsporing en bestrijding van mensenhandel en mensensmokkel.
Het vreemdelingentoezicht richt zich primair op criminele vreemdelingen, in het bijzonder veelplegers, overlast gevende vreemdelingen en op toelating gerichte fraude (identiteitsfraude, schijnhuwelijken, mensenhandel en mensensmokkel). Daarnaast wordt ingezet op uitgeprocedeerde vreemdelingen. Het team Handhaving en Toezicht verricht object- en persoonsgerichte controles. Bij het aantreffen van illegaal in Nederland verblijvende personen pakt het team dit verder op. Hierbij kunnen ook slachtoffers van mensenhandel in beeld komen.
Mensenhandel kent vele gradaties en verschijningsvormen. Georganiseerde criminaliteit, één van de vormen van mensenhandel, is flexibel en gebruikt steeds geraffineerdere methoden. Identiteitsfraude komt daarbij steeds vaker voor. Binnen AVIM zijn collega’s gespecialiseerd op het thema identiteit en bieden ondersteuning, expertise en advies voor ID-issues en het aanpakken van identiteitsfraude.
Naast bovenstaande facetten die een rol kunnen spelen binnen het domein mensenhandel houdt het Team Migratiecriminaliteit en Mensenhandel van AVIM zich bij uitstek bezig met de opsporing en bestrijding van mensenhandel en mensensmokkel. Uitgangspunt hierbij is een integrale benadering waarbij wordt ingezet op preventie, repressie, bescherming en samenwerking. Met de ketenpartners wordt samen opgetrokken binnen casuïstiek op het gebied van mensenhandel. Indien zich hierbij de mogelijkheden voordoen voor een strafrechtelijk onderzoek, wordt dit door het Team Migratiecriminaliteit en Mensenhandel verder opgepakt en afgehandeld.
Veilig Thuis
Veilig Thuis is het advies en meldpunt van huiselijk geweld en kindermishandeling. Sinds 1 januari 2019 is het regionale meldpunt Mensenhandel onderdeel van Veilig Thuis.
Bij vermoedens van mensenhandel of vragen kan contact worden opgenomen op met het Meldpunt Mensenhandel van Veilig Thuis. Ook bij twijfel of juist als men twijfelt. Uit onderzoek blijkt dat signalen van mensenhandel vaak onvoldoende worden herkend. Ook ziet men signalen soms als puber- of experimenteergedrag. De medewerker van Veilig Thuis inventariseert de signalen en stelt een voorlopige classificatie vast. In overleg met de aandachtfunctionaris van Veilig Thuis volgt de definitieve classificatie. Er zijn vier mogelijkheden:
1) Er is geen sprake van mensenhandel.
2) Er is geen sprake van aantoonbare mensenhandel, maar er zijn wel risicofactoren: potentieel slachtoffer.
3) Er is mogelijk sprake van mensenhandel, want er zijn ernstige vermoedens: vermoedelijk slachtoffer.
4) Er is sprake van mensenhandel: daadwerkelijk slachtoffer.
Doel Meldpunt Mensenhandel Veilig Thuis
Het doel van het Meldpunt Mensenhandel van Veilig Thuis is vierledig:
1) Advies geven aan meisjes, jongens, vrouwen, mannen, ouders, netwerk en professionals bij vragen en vermoedens van binnenlandse mensenhandel.
2) Ook kan iemand vermoedens van mensenhandel melden. Veilig Thuis maakt dan een inschatting van de situatie en kan indien nodig hulp (laten) opstarten.
3) Zorgdragen voor de inzet van de best mogelijke zorg op het juiste moment onder meer door het bewerkstelligen van een betere samenwerking in de keten. Het gaat daarbij niet alleen om samenwerkingsafspraken in de zorg voor het slachtoffer, maar ook in de aanpak en vervolging van de dader.
4) Zicht krijgen op aantallen, aard en ernst van situaties van binnenlandse mensenhandel door een betere registratie.
Bij casuïstiek schakelt Veilig Thuis in het beginstadium de relevante partijen/organisaties in en coördineert als dit nodig is in de opstartfase.
Uitvoeringsplan Mensenhandel Zuid-Limburg 2022-2025
1.INLEIDING
De zestien Zuid-Limburgse gemeenten slaan de handen ineen voor de aanpak van mensenhandel. In het beleidsplan 'Aanpak mensenhandel gemeenten Zuid-Limburg' zijn de ambities opgenomen en is de aanpak van mensenhandel beschreven vanuit gemeentelijk perspectief. De aanpak van mensenhandel kent een brede uitvoering, van preventie en signalering tot opvangvoorzieningen. In het plan wordt ingegaan op de verantwoordelijkheid van de gemeenten: signalering, de samenwerking met ketenpartners en de verschillende rollen in de samenwerking en de opvang van en hulpverlening aan slachtoffers. Het beleidsplan heeft de ondertitel “naar een regio zonder uitbuiting” meegekregen. Dat is onze missie.
Vanuit de ambities uit het beleidsplan bepalen we geprioriteerde thema’s. Vervolgens worden in voorliggend uitvoeringsplan de concrete acties nader beschreven. Daarnaast wordt waar mogelijk de benodigde personele capaciteit en benodigde kosten (op hoofdlijnen) in beeld gebracht.
De uitvoeringsagenda is een dynamisch document. Op basis van ontwikkelingen en voortschrijdend inzicht kan tussentijds bijstelling plaatsvinden. Dit kan zowel de uitwerking van de prioriteiten als losse activiteiten betreffen. Dit uitvoeringsplan heeft een looptijd van 4 jaar.
In het uitvoeringsplan worden de ambities vertaald in concrete acties. We sluiten hierbij aan bij de actielijnen die zijn benoemd in het beleidsplan:
Actielijn 1: Eerder en beter in beeld
–Het bevorderen van aandacht voor en bewustwording van het fenomeen mensenhandel en het verbeteren van het signalerend vermogen van de gemeente;
–Het vergroten van de kennis van professionals en burgers m.b.t. (de verschillende vormen van) mensenhandel;
–Preventie.
Actielijn 2: Versterken van de samenwerking
–De samenwerking van de gemeente met ketenpartners (in de regio) organiseren, waaronder ook handhaving; (Er wordt een samenwerking georganiseerd in controles op mensenhandel, een verschuiving van rol en samenspel tussen de afdeling vreemdelingenpolitie, identificatie en mensenhandel (Avim) en gemeente).
Actielijn 3: Opvang en hulpverlening
–De opvang van en hulpverlening aan slachtoffers regelen.
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 worden de acties beschreven uit de actielijn 1: Eerder en beter in beeld.
In hoofdstuk 3 gaan we in op de specifieke acties uit actielijn 2: Versterken van de samenwerking. Vervolgens worden in hoofdstuk 4 de acties beschreven uit de actielijn 3: Opvang en hulpverlening. Tenslotte gaan we in hoofdstuk 5 in op de evaluatie van dit uitvoeringsplan en op de financiering van een aantal onderdelen.
Het beleidsplan en het bijbehorende uitvoeringsplan worden in 2022 aan de colleges van alle Zuid-Limburgse gemeenten voorgelegd ter vaststelling.
2.ACTIELIJN 1: EERDER EN BETER IN BEELD
Hoe eerder slachtoffers in beeld zijn, hoe eerder en beter er gehandeld kan worden richting zowel slachtoffer als dader. Iedereen kan signalen van mensenhandel opvangen, zowel burgers als professionals. Het is belangrijk dat men weet welke slachtoffers kwetsbaar kunnen zijn, waardoor er extra alertheid is op mogelijke signalen van uitbuiting. Het signaleren van mensenhandel is namelijk verre van eenvoudig. Daarom is het belangrijk dat informatie hierover wordt gedeeld en dat men bewust is van de wijze waarop dit gemeld kan worden.
Betere kennis kan helpen om meldings- en aangiftebereidheid te vergroten.
Wanneer professionals kennis hebben van de verschillende vormen van mensenhandel en verschillende unieke verhalen van slachtoffers hebben gehoord, kan dit leiden tot een betekenisvolle, weloverwogen integrale aanpak mensenhandel. Daarom is het belangrijk dat professionals getraind worden in het herkennen van signalen.
Training professionals
In Zuid-Limburg Investeren we in signaleringsvaardigheden en training op het gebied van mensenhandel. Goed getrainde medewerkers pikken signalen eerder op en weten wat ze ermee moeten doen. Hiermee vergroten we de effectiviteit van de aanpak van mensenhandel.
Signaleren is de eerste stap bij het doorbreken van uitbuiting. Voor de verschillende vormen van uitbuiting bestaan diverse trainingsprogramma’s van verschillende aanbieders. Voor ons staat de kwaliteit van de trainingen voorop. Hierdoor maken we in Zuid-Limburg in principe gebruik van landelijk erkend scholingsaanbod. Als het noodzakelijk is bieden we een op maat gemaakt trainingsprogramma aan.
Preventie
Preventie is een belangrijk onderdeel in de aanpak van mensenhandel. Door mensen in een kwetsbare positie voor te lichten en de weerbaarheid te versterken kan slachtofferschap voorkomen worden. We ondersteunen hierbij door o.a. programma’s op scholen, lessen over onlinegedrag, informatie over rechten en plichten voor arbeidsmigranten in verschillende talen aan te bieden.
We geven daarbij voorlichting en verstrekken preventiemateriaal gericht op specifieke groepen. Daarbij sluiten we aan bij landelijke initiatieven zoals bijvoorbeeld de internationale dag van mensenhandel en gebruiken we bijvoorbeeld preventiemateriaal dat door de Rijksoverheid is ontwikkeld omtrent loverboyproblematiek. We organiseren ook voorlichtingsbijeenkomsten voor professionals in de regio. Individuele gemeenten geven uiteraard ook naar behoefte een eigen invulling aan preventie, eventueel in samenwerking met het Regionale Informatie- en Expertise Centrum Limburg (hierna: RIEC).
Activiteit: Vergroten van kennis professionals
Toelichting:
Vaak hebben professionals die bij gemeenten en professionele zorgorganisaties werkzaam zijn, onvoldoende kennis over risicofactoren en profielen van mensenhandel. Door dit gebrek aan kennis worden slachtoffers van mensenhandel niet altijd als zodanig herkend, met als gevolg dat ze de bescherming mislopen waar ze recht op hebben.
Trainen en opleiden van professionals op het gebied van mensenhandel zorgt voor een betere herkenning van signalen mensenhandel en een adequate afhandeling. Momenteel is er wel een trainingsaanbod maar wordt dit ad hoc ingezet.
Door het bieden van een uniform trainingsaanbod en het beleggen van de verantwoordelijkheid willen we hierin meer structuur aanbrengen. Dit met het doel om het kennisniveau van professionals te vergroten.
Doelstelling:
Bestrijden van mensenhandel door het vergroten van kennis waardoor professionals adequaat kunnen signaleren en melden.
Resultaat:
–Medewerkers van gemeenten zijn zich bewust van de verschillende verschijningsvormen van mensenhandel, herkennen signalen van mensenhandel en weten waar ze met deze signalen terecht kunnen.
–Professionals (werkzaam in de hulpverlening) zijn zich bewust van de verschillende verschijningsvormen van mensenhandel, herkennen signalen en weten waar ze met deze signalen terecht kunnen.
–Aandachtsfunctionarissen mensenhandel zijn getraind als expert op het gebied van mensenhandel.
–Ervaringsdeskundigen worden ingezet om van te leren waardoor de aanpak van mensenhandel wordt verbeterd.
Uitvoeringspartners:
Zuid-Limburgse gemeenten, ketenregisseur Mensenhandel, Zorgcoördinator Mensenhandel, aandachtsfunctionarissen mensenhandel (gemeenten).
Looptijd:
Doorlopend
Benodigd budget:
Opleiden en trainen professionals:
2023: € 50.000,00
2024: € 25.000,00
2025: € 25.000,00
Overige acties: Bestaande budgetten
Acties:
–Zuid-Limburgse gemeenten zorgen voor een scholingsaanbod voor medewerkers van gemeenten op het gebied van mensenhandel. Onderzoeken hiervoor subsidiemogelijkheden bij de Provincie Limburg.
Zuid-Limburgse gemeenten
–Zuid-Limburgse gemeenten stimuleren hun samenwerkingspartners t.a.v. het trainen in signaleringsvaardigheden van hun medewerkers op het gebied van mensenhandel.
Zuid-Limburgse gemeenten
–Het RIEC zorgt in samenwerking met Zuid-Limburgse gemeenten voor een (bij)scholingsaanbod voor aandachtsfunctionarissen mensenhandel. De gemeentelijke aandachtsfunctionarissen nemen actief deel aan deze bijeenkomsten.
RIEC en Zuid-Limburgse gemeenten
–RIEC zorgt voor intervisie-bijeenkomsten voor aandachtsfunctionarissen/een lerend netwerk op het gebied van mensenhandel. De gemeentelijke aandachtsfunctionarissen nemen actief deel aan deze bijeenkomsten.
RIEC en Zuid-Limburgse gemeenten
–Zuid-Limburgse gemeenten zorgen voor actieve verspreiding van informatiemateriaal (bijv. Signaalkaarten) onder professionals die werkzaam zijn bij de gemeente.
Zuid-Limburgse gemeenten
–Zuid-Limburgse gemeenten zoeken de samenwerking met bestaande platformen van ervaringsdeskundigen en onderzoeken in hoeverre ervaringsdeskundigen onderdeel uit kunnen maken van de aanpak van mensenhandel in Zuid-Limburg.
Zuid-Limburgse gemeenten
–Handreiking maken met overzicht bestuurlijke handvatten/Toolkits maken voor bestuurlijk optreden. Actief onder de aandacht brengen en verspreiden.
RIEC
Activiteit: Bewustwording mensenhandel kwetsbare sectoren
Toelichting:
Vaak hebben medewerkers binnen kwetsbare sectoren onvoldoende kennis over risicofactoren en profielen van mensenhandel. Door dit gebrek aan kennis worden (mogelijke) slachtoffers van mensenhandel niet altijd als zodanig herkend. Eerder signaleren en het vervolgens weten bij wie je terecht kunt of met wie je over een (mogelijk) signaal kunt overleggen, zorgt ervoor dat slachtoffers eerder en beter in beeld komen.
Vermoedelijke slachtoffers van mensenhandel komen eerder en beter in beeld door:
–De inzet van hulpmiddelen en handvatten die vermoedens helpen te concretiseren;
–Het verspreiden van kennis over te zetten vervolgstappen bij vermoedens: Bij wie kun je vermoedens melden en welke afwegingen dienen hierbij te worden gemaakt.
Doelstelling:
Bestrijden van mensenhandel door betere bewustwording en adequate signalering.
Resultaat:
–Meer bewustwording bij professionals werkzaam in kwetsbare sectoren op het gebied van mensenhandel.
–Professionals werkzaam bij kwetsbare sectoren zijn meer toegerust in het herkennen van signalen van mensenhandel.
–Professionals werkzaam bij kwetsbare sectoren weten waar ze melding kunnen doen van (mogelijke) signalen van mensenhandel.
Uitvoeringspartners:
RIEC (ketenregisseur Mensenhandel), Zorgcoördinator Mensenhandel, aandachtsfunctionarissen mensenhandel.
Zuid-Limburgse gemeenten. Als op verzoek van een (individuele) gemeente een extra inzet wordt gevraagd, is er afstemming tussen RIEC en de betreffende gemeente(n).
Looptijd:
Gehele looptijd uitvoeringsplan mensenhandel.
Benodigd budget:
Bestaande budgetten
Acties:
Actiehouder/regiehouder:
–Zorgen voor verspreiding van voorlichtingsmateriaal/signaalkaarten (voorbeelden op https://www.comensha.nl/mensenhandel-academy/trainingen-algemeen/overzicht-signaalkaarten/) onder organisaties zoals bijvoorbeeld de hotelsector, uitzendwerk en woningcorporaties.
RIEC (evt. in samenwerking met Zuid-Limburgse gemeenten)
–Organiseren van voorlichtingsbijeenkomsten voor professionals.
RIEC (evt. in samenwerking van Zuid-Limburgse gemeenten)
–Organiseren van sectorspecifieke voorlichtingsbijeenkomsten, bijv. voor de hotelsector.
RIEC (evt. in samenwerking van Zuid-Limburgse gemeenten)
–Verspreiden van specifiek voorlichtingsmateriaal gericht op kwetsbare doelgroepen, zoals bijv. mensen werkzaam in de prostitutiesector, arbeidsmigranten, asielzoekerscentra etc.
RIEC (evt. in samenwerking van Zuid-Limburgse gemeenten)
Activiteit: Preventie
Toelichting:
Er zijn risicofactoren die mensen kwetsbaar voor mensenhandel maken, zoals een zwakke economisch positie met weinig perspectief op verbetering, verminderde geestelijke weerbaarheid, een licht verstandelijke beperking of bijvoorbeeld de afwezigheid van een sociaal netwerk. Ook bijvoorbeeld het ontbreken van een juridische (verblijf)status of het niet spreken van de taal, maken mensen mogelijk kwetsbaar.
Voor minderjarigen/jongeren geldt dat zij door hun leeftijd altijd kwetsbaar zijn, los van andere risicofactoren.
Voor de preventieve aanpak van mensenhandel richten we ons specifiek op een aantal groepen die extra kwetsbaar zijn voor uitbuiting: minderjarigen/jongeren, mensen met een licht verstandelijke beperking, (arbeids)migranten en sekswerkers. Daarom zijn zij ook specifiek als groepen in beeld als het gaat om preventie en bewustwording.
We richten ons ook op alle burgers van onze regio, d.m.v. faciliteren van bewustwordingscampagnes, bijv. bij de internationale dag tegen mensenhandel.
Doelstelling:
Voorkomen van slachtofferschap door het geven van voorlichting en het inzetten van publiekscampagnes. Meer bewustwording creëren over de problematiek.
Resultaat:
–Kwetsbare doelgroepen zijn in beeld en krijgen op verschillende manieren gerichte ondersteuning.
–Burgers weten wat mensenhandel is en bij welke organisatie ze terecht kunnen voor ondersteuning en advies.
Uitvoeringspartners:
Zuid-Limburgse gemeenten, ketenregisseur Mensenhandel, Zorgcoördinator Mensenhandel, Aandachtsfunctionarissen Mensenhandel van de gemeenten
Looptijd:
Doorlopend
Benodigd budget:
Expositie ‘Open je ogen voor mensenhandel’: € 8000,00 p.j.
Overige activiteiten: Bestaande budgetten
Acties:
Actiehouder/regiehouder:
–Inzetten van weerbaarheidstrainingen op scholen, bijvoorbeeld d.m.v. het inzetten van Taskforce Jeugdige Ondermijners.
RIEC i.s.m. Zuid-Limburgse gemeenten
–Jaarlijks faciliteren van de tentoonstelling ‘Open je ogen voor mensenhandel’ in (op basis van roulatie) 2 Zuid-Limburgse gemeenten.
Zuid-Limburgse gemeenten
–Het organiseren van een communicatiecampagne door gemeenten in samenwerking met het RIEC tijdens de internationale dag tegen mensenhandel (30 juli), de Europese dag tegen mensenhandel (18 oktober), de week van de Veiligheid en Orange the World (25 november – 10 december).
Zuid-Limburgse gemeenten i.s.m. het RIEC
–Het geven van voorlichting aan prostituees over signalen van mensenhandel en het aanbieden van bijvoorbeeld uitstapprogramma's.
Zuid-Limburgse gemeenten i.s.m. zorgcoördinator mensenhandel
–Bekendheid problematiek arbeidsmigranten vergroten.
RIEC i.s.m. Zuid-Limburgse gemeenten
3.ACTIELIJN 2: VERSTERKEN VAN DE SAMENWERKING
De integrale aanpak van mensenhandel valt of staat met een goede samenwerking. Tussen gemeenten, in de regio, tussen alle ketenpartners, en met publieke en private partijen. Een sluitende aanpak richt zich zowel op slachtoffers als op daders. Gemeenten dragen de verantwoordelijkheid voor de openbare orde en veiligheid en moeten ook passende zorg en hulp aan burgers bieden. Zo ook aan slachtoffers van mensenhandel.
Gemeenten hebben een regierol in de aanpak van mensenhandel, in de ketensamenwerking. Zij staan het dichtst bij de burger, bij de slachtoffers en zien de risicogroepen, maar om een succesvolle aanpak van mensenhandel te hebben is samenwerking tussen alle ketenpartners essentieel.
Deze integrale samenwerking moet zowel op bestuurlijk als op uitvoerend niveau haar weerslag vinden en daarbij moet er aandacht zijn voor alle vormen van mensenhandel.
Aandachtsfunctionarissen mensenhandel
Om signalen mensenhandel adequaat op te pakken is het belangrijk dat professionals weten waar ze kunnen melden en wie in de interne organisatie inhoudelijk expert is. Niet alleen het kunnen signaleren is namelijk belangrijk, maar ook kennis hebben van het meldpunt en laagdrempelige toegang tot de aandachtsfunctionaris mensenhandel. Aandachtsfunctionarissen vormen de spil in de samenwerking binnen de gemeentelijke organisaties op het gebied van mensenhandel. Zij weten bij welke organisaties slachtoffers van mensenhandel terecht kunnen, zijn de interne vraagbaak voor collega’s binnen de gemeenten en denken mee bij casuïstiek.
Ook bij Veilig Thuis Zuid-Limburg zijn er aandachtsfunctionarissen mensenhandel aangewezen. Tenslotte zijn er bij de Zuid-Limburgse Zorg- en Veiligheidshuizen procesregisseurs werkzaam met het aandachtsgebied mensenhandel.
Om voor iedere professional inzichtelijk te maken, wie waarvoor aan de lat staat, richten we in iedere Zuid-Limburgse gemeente een (interne) meldstructuur in, waarbij het ook helder is wie welke taak en verantwoordelijkheden heeft. De (interne) meldstructuur is op de regionale (Zuid-Limburgse) meldstructuur aangesloten. Ook de regionale meldstructuur maken we inzichtelijk voor iedere professional.
Handhaving
Gemeenten zijn een belangrijke samenwerkingspartner bij de aanpak van mensenhandel, omdat ze over belangrijke informatie beschikken. Via het stellen van regels, controleren van locaties, het beoordelen van aanvragen voor vergunningen leveren zij een bijdrage in de handhaving van menshandel. De gemeente legt verbinding met de bestuurlijke mogelijkheden om op te treden tegen mensenhandel. Dit is bijvoorbeeld aan de orde bij arbeids- en bij seksuele uitbuiting.
Door middel van een integrale aanpak, conform het barrièremodel, worden over de hele linie signalen van mensenhandel opgepakt. We werpen hierbij zoveel mogelijk drempels op door bestuursrechtelijke, strafrechtelijke en/of fiscale interventies te plegen i.s.m. de politie, OM en andere opsporingsdiensten (zoals de Inspectie SZW van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Koninklijke Marechaussee (KMar).
Randvoorwaarden samenwerking Zuid-Limburg
De gemeenten in Zuid-Limburg faciliteren samenwerking. We zorgen o.a. voor een sluitend netwerk met betrekking tot signalen van mensenhandel. Hierbij sluiten we zoveel mogelijk aan bij reeds bestaande overlegstructuren. We zoeken actief de samenwerking op met relevante partners en betrekken die bij de aanpak tegen mensenhandel.
Daarnaast zorgt iedere gemeente ervoor dat zij een eigen meldstructuur hebben die aansluit op de regionale structuur. Daarbij maken we optimaal gebruik van aanwezige specialismes.
We zorgen voor goede randvoorwaarden om samenwerking mogelijk te maken, bijvoorbeeld door onderlinge informatiedeling mogelijk te maken d.m.v. het afsluiten van een privacyconvenant. Daarbij maken we zo praktisch mogelijk inzichtelijk wat wel en niet mogelijk is op het gebied van informatiedeling. Op dit laatste gebied zoeken we nadrukkelijk de samenwerking op met de regio Noord- en Midden Limburg.
Activiteit: Aandachtsfunctionarissen mensenhandel
Toelichting:
Aandachtfunctionarissen vormen het interne aanspreekpunt voor collega’s en zijn daarmee de spil in de samenwerking binnen de gemeentelijke organisaties op het gebied van mensenhandel. Het is daarbij belangrijk dat aandachtfunctionarissen zichtbaar zijn en dat zij laagdrempelig bereikbaar zijn.
Wij zien aandachtfunctionarissen ook als lerend netwerk. We willen niet dat aandachtfunctionarissen alleen zichtbaar zijn binnen de ‘eigen’ organisatie. We willen ook investeren in een regionaal netwerk van aandachtsfunctionarissen, door bijv. het organiseren van intervisie-bijeenkomsten. Hiermee creëren we een regionale samenwerkingsverband op Zuid-Limburgse schaal en versterken we ook de regionale aanpak.
Doelstelling:
Iedere Zuid-Limburgse gemeente beschikt over één of meerdere aandachtsfunctionaris(sen).
Resultaat:
–Iedere gemeente beschikt over aandachtsfunctionarissen mensenhandel.
–Gemeentelijke collega’s weten wie de aandachtsfunctionaris mensenhandel is binnen hun eigen gemeente en zoeken actief contact bij signalen die kunnen duiden op mensenhandel.
–Aandachtsfunctionarissen zijn laagdrempelig bereikbaar.
–Iedere gemeente beschikt over een (interne) meldroute voor signalen mensenhandel.
–De (interne) meldroute van de gemeenten sluit aan op de Zuid-Limburgse meldroute/escalatieladder.
Uitvoeringspartners:
Zuid-Limburgse gemeenten, ketenregisseur Mensenhandel, Zorgcoördinator Mensenhandel, aandachtfunctionarisen mensenhandel, Zuid-Limburgse Zorg- en Veiligheidshuizen, Politie (AVIM), Veilig Thuis Zuid-Limburg.
Looptijd:
1ehelft 2023: iedere gemeente in Zuid-Limburg heeft een interne flowchart m.b.t. meldingen mensenhandel.
Benodigd budget:
Bestaande budgetten
Acties:
Actiehouder/regiehouder:
–Iedere Zuid-Limburgse gemeente heeft een interne flowchart m.b.t. signalen waar aandachtsfunctionarissen deel van uitmaken en die aansluit op de regionale flowchart.
Zuid-Limburgse Gemeenten
–Gemeenten brengen hun meldroute intern onder de aandacht.
Zuid-Limburgse Gemeenten
–Zuid-Limburgse gemeenten stimuleren hun samenwerkingspartners om een aandachtsfunctionaris mensenhandel aan te stellen.
Zuid-Limburgse Gemeenten
–Gemeenten zorgen voor een intranetpagina met informatie over mensenhandel, de aandachtsfunctionarissen en de meldroute m.b.t. signalen mensenhandel.
Zuid-Limburgse Gemeenten
Activiteit: (regionale) samenwerking binnen het thema mensenhandel
Toelichting:
Het is belangrijk dat partners elkaar weten te vinden in de strijd tegen mensenhandel en dat er een sluitend netwerk is waarin signalen van mensenhandel opgepakt kunnen worden.
Daarnaast is er kennis nodig over welke vervolgstappen professionals kunnen zetten als ze een vermoeden hebben. Bij wie je je kan of moet melden en over wat bijvoorbeeld de consequenties kunnen zijn voor het slachtoffer.
Doelstelling:
Professionals werken efficiënt en effectief samen op het gebied van mensenhandel.
Resultaat:
–In de regio en binnen de Zuid-Limburgse gemeenten is er een duidelijke overlegstructuur rondom signalen mensenhandel. Professionals weten ‘de route’ van signalen mensenhandel of weten waar ze die kunnen vinden.
–Er is een duidelijk kader voor het delen van informatie m.b.t. signalen mensenhandel.
Uitvoeringspartners:
o.a. Zuid-Limburgse gemeenten, ketenregisseur Mensenhandel, Zorgcoördinator Mensenhandel, aandachtsfunctionarisen mensenhandel, Zuid-Limburgse Zorg- en Veiligheidshuizen, Politie (AVIM), Veilig Thuis Zuid-Limburg.
Looptijd:
–1e helft 2023: iedere gemeente in Zuid-Limburg heeft een interne flowchart m.b.t. meldingen mensenhandel.
–4e kwartaal van 2022/ 1e helft 2023: Evaluatie van de overlegstructuur
–1e helft van 2023: Privacy-convenant m.b.t. overlegstructuur
Benodigd budget:
Bestaande budgetten
Acties:
Actiehouder/regiehouder:
–Evaluatie en evt. Doorontwikkeling van de huidige overlegstructuur m.b.t. signalen mensenhandel
Samenwerkingspartners onder regie van de Zuid-Limburgse gemeenten
Zuid-Limburgse gemeenten i.s.m. met samenwerkingspartners
Centrumgemeenten Maastricht en Heerlen
–Ontwikkelen van een regionale flowchart m.b.t. signalen mensenhandel.
Samenwerkingspartners onder regie van Zuid-Limburgse gemeenten
–Binnen gemeenten (interne flowchart) en relevante partners binnen regio Zuid-Limburg (regionale flowchart) kenbaar maken van structuur rondom signalen mensenhandel.
Samenwerkingspartners onder regie van Zuid-Limburgse gemeenten
–Zorgdragen voor een kader m.b.t. informatiedeling t.b.v. de zorgcoördinator
Zuid-Limburgse gemeenten
–Zorgdragen voor een kader voor gegevensdeling en factsheet t.b.v. de overlegstructuur mensenhandel
Zuid-Limburgse gemeenten
–Verbinding versterken ZOCO en participatie-afdelingen/arbeidstoeleiding gemeenten rondom het bemiddelen richting werk van slachtoffers arbeidsuitbuiting.
Zuid-Limburgse gemeenten i.s.m. met samenwerkingspartners
–Creëren van een deelchannel rond het thema mensenhandel en de verschillende verschijningsvormen op het Zuid-Limburgse platform GIA.
Centrumgemeenten Maastricht en Heerlen
Activiteit: Handhaving binnen het thema mensenhandel
Toelichting:
Gemeenten leveren via het stellen van regels, het controleren van locaties, het beoordelen van aanvragen voor vergunningen een bijdrage in de aanpak van mensenhandel. De gemeente legt verbinding met de bestuurlijke mogelijkheden om op te treden tegen mensenhandel. Daarbij worden er zoveel mogelijk drempels opgeworpen conform het barrièremodel. Het inzetten van gemeentelijk bestuurlijk instrumentarium is hierbij een van de mogelijkheden.
Doelstelling:
Het optimaal inzetten van het bestuurlijke instrumentarium met betrekking tot handhaving m.b.t. de aanpak van mensenhandel.
Resultaat:
–Gemeenten nemen de verantwoordelijkheid bij de handhaving in de aanpak van mensenhandel. Deze verantwoordelijkheid is geborgd binnen de gemeentelijke organisaties.
–Het lokaal overleg bestuurlijke aanpak vormt de basis wanneer signalen van misstanden bij een gemeente binnenkomen, de coördinator bestuurlijke aanpak schakelt met de aandachtsfunctionaris mensenhandel omtrent de verdere aanpak;
–Gemeentelijke professionals worden in voldoende mate gefaciliteerd om hun werkzaamheden anoniem uit te kunnen voeren.
Uitvoeringspartners:
Zuid-Limburgse gemeenten (coördinator bestuurlijke aanpak), aandachtsfunctionaris mensenhandel, ketenregisseur Mensenhandel, Zorgcoördinator Mensenhandel
Looptijd:
Doorlopend
Benodigd budget:
Bestaande budgetten
Acties:
Actiehouder/regiehouder:
Algemeen:
–De APV’s van de gemeenten worden aangepast naar het model APV van de VNG
19De Handreiking VNG APV en ondermijning geeft informatie en voorbeelden over het gebruik van de APV. De artikelen 3:1 t/m 3:22 gaan in op prostitutie, de seksbranche en aanverwante onderwerpen. Daarnaast zijn er voorbeelden van vergunningenbeleid of gebruik van het nachtregister om uitwassen als mensenhandel tegen te gaan.
m.b.t. het prostitutiehoofdstuk;
Zuid-Limburgse gemeenten
–Bij misstanden inzet van bestuurlijke instrumenten, zoals de Wet Bibob, APV, bestemmingsplannen, Gemeentewet, inzet op het Bouwbesluit 2012 en de Huisvestigingswet 2014;
Zuid-Limburgse gemeenten
–Bij handhavingsacties wordt er een link gelegd met de opvanghub voor slachtoffers van mensenhandel
Samenwerkingspartners onder regie van Zuid-Limburgse gemeenten
–Zorgdragen voor tools die in de praktijk van professionals benodigd zijn, bijvoorbeeld om controles mensenhandel uit te kunnen voeren. (pre-paid telefoons, simkaarten, Opwaardeercodes, het ter beschikking hebben van een anoniem voertuig om onopvallend panden te benaderen (zonder bestickering gemeente).
Zuid-Limburgse gemeenten op basis van protocol (opgesteld i.s.m. het RIEC
Seksuele uitbuiting:
–Uitvoeren van gecoördineerde integrale prostitutiecontroles in (eventuele) samenwerking met Project 1863
20Met Project 1863 bestrijden opsporingsdiensten en gemeenten in Limburg mensenhandel.
.
Zuid-Limburgse gemeenten en samenwerkingspartners
–Met web crawling en Open Source Intelligence (OSINT) verkrijgen gemeenten snel en efficiënt zicht op seksadvertenties, zodat direct kan worden opgetreden bij signalen van misstanden.
Zuid-Limburgse gemeenten
–Toolkit mensenhandel van Project 1863 met nuttige handvatten voor de aanpak van misstanden in de prostitutiebranche wordt aan alle gemeenten aangeboden.
Projectgroep 1863 en RIEC
Arbeidsuitbuiting
–Inrichten van een gecoördineerde integrale aanpak met verantwoordelijke organisaties bij het fenomeen arbeidsuitbuiting (denk aan kamerverhuurpanden, vakantieparken, hotels, spookbewoning, illegale henneppanden, nachtregister)
–Organiseren van bestuurlijke controles en aansluiten bij controles van samenwerkingspartners op locaties waar arbeidsmigranten wonen en/of te werk worden gesteld.
Zuid-Limburgse gemeenten i.s.m. met samenwerkingspartners
4.ACTIELIJN 3: OPVANG EN HULPVERLENING
Goede hulp en opvang in een veilige omgeving zijn essentieel, om herhaald slachtofferschap en onveilige situaties te voorkomen. Als slachtoffers aangetroffen worden, is het belangrijk hen meteen uit de uitbuitingssituatie te halen en te zorgen voor een veilige situatie. Gemeenten zijn vanuit de Wmo en vanuit de Jeugdwet verantwoordelijk voor de zorg en opvang. Maatwerk staat hierbij centraal.
Zorgcoördinator Mensenhandel
De Zorgcoördinator Mensenhandel (ZoCo) heeft als doel de belangen te behartigen van slachtoffers van mensenhandel die in de eigen regio verblijven. Daarnaast organiseert en coördineert de zorgcoördinator een samenhangend hulp– en ondersteuningsaanbod rondom het slachtoffer mensenhandel en leidt het slachtoffer toe naar de juiste organisatie. De zorgcoördinator vormt een belangrijk aanspreekpunt bij de zorg voor slachtoffers van Mensenhandel. In Zuid-Limburg is reeds geruime tijd een zorgcoördinator actief op regionaal niveau. Zuid-Limburgse gemeenten willen dit voortzetten.
Opvangmogelijkheden
In de praktijk is het vinden van een opvangplek vaak een probleem. Er is in de regio een tekort aan geschikte opvangplekken. Het gaat met name om de contra-indicaties die het vinden van een acute opvangplek bemoeilijken. Enerzijds bemoeilijkt dit hulpverleningsprocessen. Het vinden van een plek is vaak arbeidsintensief. Anderzijds is het hierdoor voor slachtoffers een extra zorg, in een situatie waarbij zij al een hele moeilijke tijd doormaken.
Wij streven ernaar om regionaal voldoende opvangplekken beschikbaar te hebben voor slachtoffers van mensenhandel. Opvang die daarnaast voldoet aan hiervoor geldende kwaliteitscriteria. Hierbij zoeken we nadrukkelijk de samenwerking op met regionale vrouwenopvangorganisaties. We werken samen met CoMensha en we zoeken verbinding met opvanginstellingen die landelijk zijn aangewezen voor specifieke opvang. Bijvoorbeeld voor opvang slachtoffers mensenhandel met multiproblematiek.
Activiteit: Opvang en hulpverlening
Toelichting:
De Zuid-Limburgse gemeenten zijn verantwoordelijk voor de zorg en opvang van slachtoffers van mensenhandel. Zij zijn ook financieel verantwoordelijk, ook waar de opvang regionaal of landelijk is georganiseerd. Voor het adequaat behartigen van de belangen van de slachtoffers kiezen de Zuid-Limburgse gemeenten ervoor om de zorgcoördinatie voor slachtoffers te regelen op regionaal niveau. Zuid-Limburgse gemeenten zetten zich tenslotte in om voldoende opvangmogelijkheden te realiseren en dat deze opvang en hulpverlening voldoet aan kwaliteitscriteria.
Doelstelling:
Het realiseren van voldoende hulpverlening en opvangmogelijkheden voor slachtoffers mensenhandel die voldoen aan de geldende kwaliteitscriteria.
Resultaat:
–Zorgcoördinatie is structureel geborgd.
–Kwetsbare sectoren in de regio zijn in kaart gebracht.
–Er is (regionaal) beleid met betrekking tot de opvang van slachtoffers mensenhandel.
–De verschillende opvangmogelijkheden zijn in beeld bij betrokken professionals
–De verschillende hulpverleningsmogelijkheden zijn in beeld bij betrokken professionals
–Er vindt afstemming plaats met relevante betrokken samenwerkingspartners bij controles
Uitvoeringspartners:
Zuid-Limburgse gemeenten, ketenregisseur Mensenhandel, Zorgcoördinator Mensenhandel
Looptijd:
-
Benodigd budget:
Zorgcoördinator: € 135.000,00 p.j.
Overige acties: Bestaande middelen
Acties:
Actiehouder/regiehouder:
Zorgcoördinatie:
–Zuid-Limburgse gemeenten dragen zorg voor de (structurele) financiering van de zorgcoördinator via de centrumgemeenten (Heerlen en Maastricht).
Zuid-Limburgse gemeenten i.s.m. met samenwerkingspartners
Arbeidsuitbuiting:
–Zorgen voor beleid op huisvesting arbeidsmigranten in de regio.
Zuid-Limburgse gemeenten
–In kaart brengen kwetsbare sectoren binnen de regio.
Zuid-Limburgse gemeenten i.s.m. met samenwerkingspartners (NLA)
–Zicht krijgen op uitzendbureaus die actief of gevestigd zijn in de regio en zich richten op arbeidsmigranten.
Zuid-Limburgse gemeenten i.s.m. RIEC
–Inzetten op informatievoorziening over onder meer rechten en plichten aan arbeidsmigranten.
Zuid-Limburgse gemeenten i.s.m. samenwerkingspartners (RNI-loket)
–Zicht verkrijgen op lokale opvangmogelijkheden voor (grote groepen) arbeidsmigranten bij het aantreffen van misstanden
Zuid-Limburgse gemeenten
Seksuele uitbuiting:
–Afspraken maken m.b.t. de te volgen route opvang slachtoffers van seksuele uitbuiting
Zuid-Limburgse gemeenten i.s.m. met samenwerkingspartners
–Zicht hebben op passend hulpverleningsaanbod en afspraken betreffende de verwijzingen
Zuid-Limburgse gemeenten i.s.m. ZoCo en samenwerkingspartners
–Bij de voorbereiding van een handhavingsactie de zorg en opvang t.b.v. de slachtoffers expliciet meenemen (conform handreikingen CCV)
Zuid-Limburgse gemeenten i.s.m. ZoCo en samenwerkingspartners
–Overeenkomst met hotelsector voor (beperkt) aantal opvangplekken in de acute situatie (en weekends)
Zuid-Limburgse gemeenten i.s.m. ZoCo, RIEC en samenwerkingspartners
–Bij controles waar slachtoffers worden aangetroffen zorgen gemeenten dat de zorg voor slachtoffers is gewaarborgd.
Zuid-Limburgse gemeenten i.s.m. samenwerkingspartners
5.MONITOREN, EVALUEREN EN FINANCIERING
In dit uitvoeringsplan zijn een groot aantal concrete acties benoemd waarmee wij in de komende vier jaar de ambities uit het beleidsplan mensenhandel ‘Naar een regio zonder uitbuiting’ willen vormgeven. Zoals in de inleiding al is aangegeven is de uitvoeringsagenda een dynamisch document. Veranderde inzichten en landelijke ontwikkelingen kunnen aanleiding zijn om tussentijds acties te wijzigen of toe te voegen. We evalueren jaarlijks de acties van dit uitvoeringsplan. We stellen daarbij het tijdspad waar nodig bij. Omdat in dit uitvoeringsplan de acties op hoofdlijnen zijn beschreven is ook de raming van de benodigde capaciteit en de financiële middelen een schatting.
Bij de jaarlijkse evaluatie brengen we de kosten en de benodigde capaciteit van reeds ingezette acties nauwkeuriger in beeld en stellen indien noodzakelijk de begroting bij voor de daaropvolgende jaren. We streven ernaar om bij de eindevaluatie zo concreet en helder mogelijk de opbrengsten in beeld te brengen.
Projectleider
De inzet op alle acties die genoemd zijn in dit uitvoeringsplan zijn gebaat bij een regionale trekker. Een projectleider die gemeenten kan begeleiden bij de in te zetten acties op het gebied van mensenhandel en die de ingezette maatregelen (in de regio) coördineert.
Daarnaast kan de projectleider belast worden met de evaluatie van de maatregelen uit het uitvoeringsplan en de uiteindelijke eindevaluatie hiervan. Tenslotte kan de projectleider worden belast met het voorzitterschap van een regionale werkgroep. De inzet die hiervoor benodigd is, wordt geschat op € 40.000,00 (0,6 FTE).
Prioritering
Dit uitvoeringsplan heeft een looptijd van 4 jaar. We zetten in op een groot aantal activiteiten. We hebben hierbij als regio een hoog ambitieniveau. Een aantal activiteiten behoren al tot de reguliere werkzaamheden. Met andere activiteiten starten we vrijwel meteen en deze lopen door tijdens de gehele looptijd van het uitvoeringsplan. Er zijn ook activiteiten die een langere aanloop nodig hebben of die later tijdens de looptijd worden opgepakt. We leggen hierbij prioriteit bij de basis, namelijk bij de activiteiten om het kennisniveau van professionals te vergroten. Ook het vormgeven van een duidelijke regionale en lokale meldstructuur met positionering van de aandachtsfunctionaris is een prioritair thema. Handhavingsactiviteiten vinden uiteraard ook doorlopend plaats. In bijlage 1 zijn de activiteiten schematisch weergegeven in de tijdlijn van het uitvoeringsplan.
Kwalitatieve evaluatie
De regionale zorgcoördinator mensenhandel is het eerste aanspreekpunt en zorgt dat het slachtoffer op de juiste plaats wordt opgevangen. De zorgcoördinator heeft veel kennis van procedures op het gebied van mensenhandel en kent het hulp- en zorgaanbod in de regio. De zorgcoördinator heeft vanuit zijn/haar expertise ook zicht op eventueel ontoereikend of ontbrekend hulpverleningsaanbod. Datzelfde geldt voor opvangmogelijkheden. De zorgcoördinator is de centrale spil in de zorg voor slachtoffers in Zuid-Limburg. De input van de zorgcoördinator over het effect van de ingezette acties is in dit kader heel belangrijk. Naast de betrokkenheid van de zorgcoördinator vormen de aandachtsfunctionarissen ook een belangrijke input. Hun inbreng wordt derhalve meegenomen bij de kwalitatieve evaluatie van het uitvoeringsplan.
Kwantitatieve evaluatie
Monitoring van gegevens mensenhandel is een speerpunt in de aanpak tegen mensenhandel in Zuid-Limburg. Door Veilig Thuis onderdeel te maken van de regionale meldstructuur waardoor alle meldingen mensenhandel bij Veilig Thuis worden geregistreerd, willen we Veilig Thuis meer versterken als centraal meldpunt op het gebied van mensenhandel. Tegelijkertijd investeren we in de signaleringsvaardigheden van professionals waardoor er eerder en beter gemeld wordt. Beide zaken dragen bij aan het meer zicht krijgen van de aard en omvang van de problematiek in Zuid-Limburg. Daarnaast willen we door gebruik te maken van monitoring van casuïstiek meer inzicht krijgen in de omvang en duur van ingezette hulpverleningstrajecten. De beschikbare data van Veilig Thuis (meldpunt mensenhandel), de zorgcoördinator voor wat betreft de hulpverleningstrajecten en de cijfers van CoMensha worden betrokken bij de kwantitatieve evaluatie.
Financiering
We willen en moeten grote ambities waarmaken in een realiteit waarbij er geen of onvoldoende aanvullende middelen beschikbaar zijn. In dit uitvoeringsplan sluiten we daarom zoveel mogelijk aan bij bestaande initiatieven en beschikbare capaciteit. Waar dat kan pakken we acties gelijktijdig op, waar nodig temporiseren we. Sommige onderdelen vereisen een investering. De uitvoering van sommige acties vraagt bijvoorbeeld om (extra) uitvoeringscapaciteit, investering in het kennisniveau van medewerkers of bijvoorbeeld een eenmalige investering. Maatregelen die een regionale financiering vereisen worden gefinancierd vanuit de decentralisatie uitkering Vrouwenopvang (DU VO) die centrumgemeenten Heerlen en Maastricht t.b.v. de regio ontvangen. Deze (bestaande) budgetten zijn hierbij het uitgangspunt. Indien deze budgetten niet toereikend blijken te zijn, bekijken we de mogelijkheden van subsidies en indien deze niet voorhanden zijn, zullen we separaat voorstellen ter besluitvorming voorleggen.
Financiering extra inzet Mensenhandel (DU VO centrumgemeenten)
Maatregel:
2022
2023
2024
2025
Zorgcoördinator Mensenhandel
€ 135.000
€ 135.000
€ 135.000
€ 135.000
Projectleider
€ 10.000
€ 40.000
€ 40.000
€ 40.000
Training/opleiding aandachtsfunctionarissen/e-learning/training signaleringsvaardigheden
€ 50.000
€ 25.000
€ 25.000
Campagne ‘Open je ogen voor mensenhandel’
€ 8.000
€ 8.000
€ 8.000
€ 8000
Totaal:
€ 153.000
€ 233.000
€ 208.000
€ 208.000