Aanhef
Grondslagen
1Artikel 47 van de Participatiewet;
2Artikel 42 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ); en
3Artikel 147 lid 1 van de Gemeentewet.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.Cliëntenraad: de cliëntenraad Participatiewet als bedoeld in artikel 47 van de Participatiewet;
b.Het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Krimpenerwaard;
c.De wet: de Participatiewet.
Artikel 2 Cliëntenraad
1De personen bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Participatiewet worden bij de uitvoering van deze wet betrokken door een cliëntenraad met inspraak in de adviesraad Sociaal Domein. De leden van de cliëntenraad worden benoemd door het college. De cliëntenraad of het college kunnen kandidaten voordragen.
2De cliëntenraad is, voor zover redelijkerwijs mogelijk, zodanig samengesteld dat deze een afspiegeling is van de bij de uitvoering van de Participatiewet betrokken personen.
3De cliëntenraad bestaat uit ten minste 4 en ten hoogste 9 personen en een onafhankelijk voorzitter.
4Op voordracht van de cliëntenraad benoemt het college een onafhankelijke voorzitter die maatschappelijk betrokken is, maar die geen functie heeft op bestuurlijk, beleid- of managementniveau in een politieke partij of een betaalde functie bij een organisatie die direct belang heeft bij de dienstverlening aan de doelgroepen of de gemeente. De voorzitter wordt benoemd voor een termijn van 4 jaar en kan eenmalig worden herbenoemd voor een termijn van 4 jaar.
5De cliëntenraad komt ten minste 6 en maximaal 10 maal per kalenderjaar in vergadering bij elkaar.
6De leden van de cliëntenraad worden benoemd voor een termijn van 4 jaar. Benoemingen kunnen één keer met eenzelfde periode worden verlengd.
7De cliëntenraad is verantwoordelijk voor het werven van de leden. In het vierde zittingsjaar zoekt de cliëntenraad actief naar opvolging en zorgt voor een goede overdracht.
8Er wordt een rooster van aftreden gemaakt, waarbij roulerend wordt afgetreden.
Hoofdstuk 2 Taken en bevoegdheden van de gemeente, het college, de cliëntenraad en de ambtelijk secretaris
Artikel 3 Taken van het gemeentebestuur
1Het gemeentebestuur zorgt ervoor dat de cliëntenraad wordt betrokken bij de beleidsontwikkeling en met name de gevolgen daarvan bij de uitvoering van de wet en het gevoerde beleid.
2In navolging van lid 1 zorgt het college ervoor dat jaarlijks voor 1 januari de beleidsagenda voor het betreffende jaar aan de cliëntenraad wordt overlegd.
3Op verzoek van de cliëntenraad wordt door de inhoudelijk beleidsadviseur bij vergadering toelichting gegeven op de geagendeerde en door de cliëntenraad geïnitieerde beleidsonderwerpen.
4Het college neemt door de cliëntenraad opgestelde aanbevelingen mee bij de beleidsontwikkeling en informeert de cliëntenraad beargumenteerd en schriftelijk.
Artikel 4 Ondersteuning cliëntenraad
Het college zorgt voor adequate ondersteuning van de cliëntenraad. Hiertoe:
a.Stelt het een vergaderruimte ter beschikking;
b.Geeft het de leden van de cliëntenraad toegang tot kantoormiddelen zoals een kopieermachine en een printer;
c.Draagt het zorg voor de secretariële ondersteuning ter voorbereiding en afronding van de reguliere vergaderingen van de cliëntenraad. Hiervoor is 400 uur per jaar beschikbaar gesteld;
d.Stelt het ambtenaren van de gemeente in de gelegenheid een vergadering bij te wonen voor het geven van toelichting of uitleg, als daarom door de cliëntenraad is verzocht;
e.Zorgt het ervoor dat aan de cliëntenraad de nodige informatie wordt verstrekt voor zover dat nodig is voor het naar behoren functioneren van de cliëntenraad;
f.Verstrekt het de informatie, bedoeld onder e, op een zodanig tijdstip dat daadwerkelijk invloed mogelijk is op de beleidsvorming.
Artikel 5 Taken en bevoegdheden van de cliëntenraad
1De cliëntenraad voorziet het college gevraagd en ongevraagd van aanbevelingen over door het college of de gemeenteraad voorgenomen te ontwikkelen beleid en de gevolgen daarvan bij de uitvoering van de wet en het gevoerde beleid.
2De aanbevelingen als bedoeld in het eerste lid worden tijdig voordat het college of de gemeenteraad voornemens is het beleid vast te stellen uitgebracht door toezending aan de betreffende beleidsafdeling.
3De voorzitter en een lid van de cliëntenraad nemen deel aan de vergaderingen geïnitieerd door de adviesraad Sociaal Domein.
4De personen zoals bedoeld onder lid 3 dragen naar vermogen zoveel mogelijk de standpunten van de cliëntenraad uit en dragen zorg voor de informatieoverdracht tussen de cliëntenraad en de adviesraad Sociaal Domein.
5De cliëntenraad heeft geen bevoegdheden in zaken betreffende individuele klachten, bezwaarschriften, andere zaken met betrekking tot een individuele persoon.
6Ieder lid is bevoegd agendapunten aan te dragen.
Artikel 6 Taken van de ambtelijk secretaris
De ambtelijk secretaris:
a.Draagt in overleg met de voorzitter en de cliëntenraad zorg voor een vergaderreglement en ziet toe op de naleving ervan;
b.Stelt in overleg met de voorzitter van de cliëntenraad voorafgaand aan iedere vergadering de agenda samen;
c.Verzendt de uitnodigingen en, indien van toepassing, conceptbeleid en verzoeken voor aanbeveling bij beleidsontwikkeling, met inachtneming van artikel 5, tweede lid, tijdig voordat de vergadering plaatsvindt aan de leden;
d.Stelt in overleg met de voorzitter, indien van toepassing, op basis van input van de leden, een concreet voorstel voor aanbeveling op en stuurt deze tijdig door naar het college zodat deze bij de beleidsontwikkeling meegenomen kan worden; en
e.Draagt zorg voor een verslag van de vergadering en zendt deze gelijktijdig met de uitnodiging van de volgende vergadering aan de leden.
Artikel 7 Budget cliëntenraad
1Ten behoeve van de cliëntenraad wordt jaarlijks een budget beschikbaar gesteld.
2Ten laste hiervan kunnen, ter beoordeling van het college, onder meer kosten worden gebracht die verband houden met deskundigheidsbevordering, het inwinnen van advies, achterbanraadpleging (inclusief communicatie) en organisatiekosten.
Artikel 8 Vergoeding aan de voorzitter en de leden
1De leden van de cliëntenraad kunnen gebruik maken van de presentiegeld-regeling. De hoogte van dit bedrag wordt bepaald aan de hand van het voor de van toepassing zijnde inwonersklasse vastgestelde bedrag in artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
2De leden komen in aanmerking voor de vastgestelde vergoeding op basis van het bovengenoemde rechtspositiebesluit. De voorzitter komt in aanmerking voor een vergoeding van 200% van deze vastgestelde vergoeding.
3De onder lid 2 benoemde vergoeding die wordt verstrekt aan een lid die behoort tot de doelgroep van de Participatiewet (artikel 7 lid 1 van de Participatiewet) geldt er een maximalisering tot de hoogte van de vergoeding die, op grond van artikel 7 van de Regeling Participatiewet, mag worden vrijgelaten voor het verrichten van vrijwilligerswerk van ten hoogste de in artikel 2, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, genoemde gezamenlijke waarden per maand en per kalenderjaar.
4De vergoeding is bedoeld als tegemoetkoming in de kosten van de reiskosten naar/van de vergadering van de cliëntenraad of kantoorartikelen. Derhalve kunnen deze kosten dus niet afzonderlijk gedeclareerd worden door de leden van de cliëntenraad.
5Uitbetaling geschiedt op basis van een getekende presentielijst per vergadering.
Hoofdstuk 3 Slotbepalingen
Artikel 9 nadere regels
In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college na overleg met de Cliëntenraad.
Artikel 10 jaarverslag
1Jaarlijks voor 1 april maakt de Cliëntenraad een verslag van de werkzaamheden over het afgelopen jaar.
2Het jaarverslag wordt door de contactambtenaar aangeboden aan het college ter kennisname
3Het college informeert de gemeenteraad middels een raadsinformatiebrief
Artikel 11 Intrekken verordening
Op de dag van inwerkingtreding van deze verordening, wordt de Verordening Cliëntenraad Participatiewet 2020 ingetrokken.
Artikel 12 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026