Aanhef
De burgemeester van Helmond;
b e s l u i t
I vast te stellen de Beleidsregel handhavingsprotocol horeca Helmond 2021
II in te trekken de Beleidsregel handhavingsprotocol horeca Helmond 2015
Hoofdstuk 2 Bestuurlijke procedures
2.1 Procedure last onder dwangsom
Een last onder dwangsom is een middel om te zorgen dat iemand die de regels overtreedt, deze overtreding beëindigt en beëindigd houdt. Als de regels niet nageleefd worden, kan ik een last onder dwangsom opleggen. De dwangsom wordt verbeurd als de overtreding niet beëindigd wordt of opnieuw ontstaat. De dwangsom moet dan betaald worden. De last onder dwangsom wordt gericht aan de overtreder, namelijk degene die de overtreding ongedaan kan maken.
Eerste overtreding:
De politie of een gemeentelijk toezichthouder stelt voor de eerste keer een overtreding vast. Daarop stuur ik een vooraankondiging last onder dwangsom. De overtreder krijgt de mogelijkheid om, binnen 7 dagen, zienswijzen in te dienen.
Beoordeeld wordt of er zienswijzen zijn ingediend, of ze tijdig zijn ingediend en of er sprake is van bijzondere omstandigheden. Is het antwoord op een van de vragen ‘nee’? Dan leg ik de definitieve dwangsom
1De hoogte van de dwangsom is een bedrag per type overtreding met een maximum gebaseerd op het aantal overtredingen. Een overzicht van deze bedragen vindt u in hoofdstuk 3.
op.
Tweede of volgende overtreding:
De politie of een gemeentelijk toezichthouder stelt binnen twee jaar na het opleggen van de last onder dwangsom opnieuw een overtreding vast. De dwangsom wordt verbeurd. Dit betekent dat de overtreder de boete daadwerkelijk moet betalen aan de gemeente. Hiervoor neem ik een invorderingsbesluit. Voor iedere overtreding daarna is opnieuw de opgelegde dwangsom verbeurd tot het maximum van het vastgestelde bedrag is bereikt.
Procedure last onder dwangsom
1) Vooraankondiging last onder dwangsom
2) Bijzondere omstandigheden?
Ja? Dan stopt de procedure.
Nee? Dan stap 3
3) Definitieve dwangsom wordt opgelegd
4) Wordt opnieuw een overtreding vastgesteld? Dan wordt de dwangsom verbeurd en ingevorderd
5) Bij iedere volgende overtreding wordt de dwangsom opnieuw verbeurd en ingevorderd (tot een maximum bedrag)
2.2 Procedure last onder bestuursdwang
Een last onder bestuursdwang is, net als de procedure onder dwangsom, een hulpmiddel om te zorgen dat iemand die de regels overtreedt, deze overtreding beëindigt. Het verschil tussen beide procedures? Bij de last onder dwangsom moet de overtreder een geldbedrag aan de gemeente betalen. Bij de last onder bestuursdwang moet de overtreder de overtreding
2Bij een overtreding kunt u denken aan het bouwen zonder bouwvergunning, het starten van een bedrijf zonder milieuvergunning, op verkeerd moment vuilniszakken aan de weg zetten etc.
beëindigen. Doet hij dat niet? Dan beëindig ik de overtreding op kosten van de overtreder.
Eerste overtreding:
De politie of een gemeentelijk toezichthouder stelt een overtreding vast. De burgemeester stuurt een brief aan de overtreder waarin aangegeven wordt dat bij een volgende overtreding een bestuursrechtelijk traject opgestart wordt dat kan leiden tot schorsing dan wel intrekking van de Alcoholwet- en exploitatievergunning of tot (tijdelijke) sluiting van de horecagelegenheid dan wel alcoholverkoop.
Tweede overtreding:
De politie of een gemeentelijk toezichthouder stelt opnieuw een overtreding vast. Ik stuur een vooraankondiging last onder bestuursdwang aan de overtreder. De overtreder krijgt de mogelijkheid om, binnen 7 dagen, zienswijzen in te dienen. Beoordeeld wordt of er zienswijzen zijn ingediend, of ze tijdig zijn ingediend en of er sprake is van bijzondere omstandigheden. Is het antwoord op een van de vragen ‘nee’? Dan verstuur ik het definitieve bestuursdwangbesluit. De overtreder krijgt 7 dagen de tijd om zijn overtreding te beëindigen indien er een actie van hem verwacht wordt. Als de overtreding het nalaten van een gedraging betreft, wordt er geen begunstigingstermijn gegeven.
Derde of volgende overtreding:
Beëindigt de overtreder zijn overtreding niet binnen de gestelde termijn of wordt de overtreding opnieuw begaan? Dan wordt de overtreding door de gemeente beëindigd. Op kosten van de overtreder.
Procedure last onder bestuursdwang
1) Brief consequenties overtreding
2) Vooraankondiging last onder bestuursdwang
3) Bijzondere omstandigheden?
Ja? Dan stopt de procedure.
Nee? Dan stap 4
4) Definitief bestuursdwangbesluit wordt opgelegd
5) Geeft de overtreder gehoor aan de oproep?
Ja? Dan stopt de procedure.
Nee? Dan stap 6
6) De gemeente beëindigt de overtreding op kosten van de overtreder
2.3 Bestuurlijke boete
Een bestuurlijke boete is een punitieve (bestraffende) sanctie. De procedures last onder dwangsom en last onder bestuursdwang zijn gericht op het beëindigen van een illegale situatie. De bestuurlijke boete dus niet. Het achterliggende idee is dat het opleggen van een boete een afschrikwekkende werking heeft waardoor dezelfde overtreding in de toekomst niet meer zal worden begaan. Een bestuurlijke boete kan in combinatie met een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang door mij worden opgelegd.
Een bestuurlijke boete wordt in ieder geval opgelegd wanneer er sprake is van een overtreding waarbij geen herstelmogelijkheid is (bijv. het schenken van alcohol aan personen jonger dan 18 jaar).
Een bestuurlijk boete kan wettelijk niet worden opgelegd wanneer:
-De overtreding een direct gevaar voor de gezondheid of veiligheid van de mens tot gevolg heeft;
-Het economisch voordeel dat wordt verkregen door de overtreding de voorziene bestuurlijke boete aanmerkelijk overschrijdt;
-De burgemeester reeds het voornemen om de vergunning in te trekken voor de betreffende overtreding schriftelijk heeft medegedeeld.
Procedure
De politie of de gemeentelijke toezichthouder stelt een overtreding van de in artikel 44
3Overeenkomstig de bijlage bij het Besluit bestuurlijke boete Alcoholwet.
Alcoholwet genoemde bepalingen vast. Deze persoon stelt een proces verbaal of boeterapport op en stuurt dit aan de mij. Hierop stuur ik een vooraankondiging tot het opleggen van een bestuurlijke boete aan de overtreder. De overtreder krijgt de mogelijkheid om, binnen 7 dagen, zienswijzen in te dienen.
Beoordeeld wordt of er zienswijzen zijn ingediend, of de zienswijzen tijdig zijn ingediend en of er sprake is van bijzondere omstandigheden. Binnen 13 weken na de dagtekening van de bestuurlijke rapportage, neem ik het definitieve besluit
4De hoogte van de boete wordt vastgesteld overeenkomstig het Besluit bestuurlijke boete Alcoholwet.
. Dit besluit wordt aan de overtreder verstuurd.
Hoofdstuk 3 Bestuursrechtelijke mogelijkheden per (type) overtreding
Aanvullende informatie
Overtreding 1:
Overtreding van artikel 3 Alcoholwet en artikel 2.3.1.2 APV.
De ondernemer krijgt 14 dagen om zijn zienswijzen in te dienen en om alsnog een aanvraag voor een vergunning in te dienen. Tijdens de aanvraagprocedure mag het bedrijf open blijven, wanneer aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
-het geldende bestemmingsplan staat horeca toe op het perceel en;
-er bestaan geen (andere) wettelijke belemmeringen (o.a. antecedenten; sociale hygiëne) en;
-er is geen aanleiding om aan te nemen dat er sprake zal zijn van verstoringen van de openbare orde en veiligheid waardoor gevaarlijke situaties kunnen ontstaan als de exploitatie doorgaat en;
-het is de overname van een bestaande horecaonderneming waarbij de aard van de exploitatie ongewijzigd wordt voortgezet en;
-er is naar het oordeel van de burgemeester concreet geen aanleiding te veronderstellen dat niet handhavend optreden leidt tot verstoringen van concurrentieverhoudingen, een ongewenste precedentwerking of schadeclaims en;
-de ondernemer toont aan dat hij juridisch en feitelijk over de onderneming beschikt en;
-er wordt binnen de gestelde termijn van 14 dagen een ontvankelijke vergunningaanvraag ingediend - voor zover dat nog niet is gebeurd - en een in deze aanvraag opgenomen leidinggevende is tijdens de openingsuren van het bedrijf steeds aanwezig en;
-de onderneming staat ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel en;
-er is geen BIBOB-tip van het Openbaar Ministerie ontvangen.
Indien niet aan deze voorwaarden voldaan wordt, moet de horeca inrichting voor het publiek gesloten blijven tot het moment dat de vergunning verleend is.
Overtreding 2 en 3:
Overtreding van artikel 2.3.1.2 eerste lid jo artikel 2.3.1.7 APV, artikel 2.3.1.2 tweede lid APV.
Is er sprake van een geweigerde, geschorste of ingetrokken vergunning? Dan wordt er niet gewacht tot de weigering of intrekking onherroepelijk is geworden. Is geconstateerd dat het horecabedrijf zonder vergunning geëxploiteerd wordt? Dan wordt direct de procedure tot sluiting gevolgd door het opleggen van een last onder bestuursdwang.
Overtreding 4:
Overtreding van artikel 2.3.1.8 jo 2.3.1.10 APV.
De burgemeester kan op grond van artikel 2.3.1.10 van de APV voor een openbare inrichting tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of een tijdelijke sluiting bevelen. De keuze van de maatregel en de duur hiervan wordt bepaald op grond van de ernst van de overtreding en de omstandigheden van het geval. Overtreding van artikel 13b van de Opiumwet vallen hier niet onder. Daarvoor geldt de “Beleidsregel handhavingsprotocol Opiumwet 13b Helmond”.
Overtreding 5:
De vergunning wordt op grond van artikel 32 Alcoholwet voor maximaal 12 weken geschorst. De duur van de schorsing varieert van 1 tot 12 weken en wordt bepaald op grond van de ernst van de overtreding en de omstandigheden van het geval. Overtreding van artikel 13b van de Opiumwet vallen hier niet onder. Daarvoor geldt de “Beleidsregel handhavingsprotocol Opiumwet 13b Helmond”.
Overtreding 6:
Overtreding van artikel 24 Alcoholwet.
Bij de eerste constatering wordt een waarschuwing uitgedaan, bij een tweede constatering wordt de procedure tot intrekking van de vergunning opgestart.
Overtreding 7:
Overtreding van artikel 20, eerste lid Alcoholwet.
De hoogte van de dwangsom bedraagt € 2.000,- per overtreding met een maximum van €10.000,-.
Overtreding 8:
Overtreding van artikel 15 Alcoholwet en artikel 2.3.1.12 APV.
De hoogte van de dwangsom bedraagt € 750,- per overtreding met een maximum van € 3.750,-.
Overtreding 9:
Overtreding van artikel 20, zesde lid Alcoholwet.
De vergunning wordt op grond van artikel 32 Alcoholwet voor 2 weken geschorst. Bij een volgende overtreding binnen een periode van 2 jaar wordt de vergunning voor 6 weken geschorst. Een daaropvolgende overtreding binnen een periode van 2 jaar wordt gevolgd door intrekking van de vergunning op grond van artikel 31 Alcoholwet.
Overtreding 10:
Overtreding op grond van artikel 3 Wet BIBOB of bijschrijving leidinggevende zoals bedoeld in artikel 31, derde lid Alcoholwet.
Als naar mening van de burgemeester ernstig gevaar bestaat dat de beschikking (mede) zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen of om verdiensten uit strafbare feiten te benutten, wordt de vergunning ingetrokken, dan wel worden er voorschriften aan de vergunning verbonden.
Overtreding 11:
Overtreding van artikel 35, eerste lid Alcoholwet.
Wanneer wordt vastgesteld dat er zonder ontheffing zwak-alcoholhoudende drank wordt verstrekt, wordt er onmiddellijk (spoed)bestuursdwang toegepast, wat neerkomt op onmiddellijke beëindiging van de alcoholverstrekking.
Overtreding 12:
Onder een paracommerciële rechtspersoon wordt verstaan: “een rechtspersoon niet zijnde een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die zich naast activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard richt op de exploitatie in eigen beheer van een horecabedrijf” (artikel 1 Alcoholwet). In artikel 4 Alcoholwet is bepaald dat in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) regels gesteld kunnen worden waaraan paracommerciële rechtspersonen moeten voldoen, o.a. met betrekking tot schenktijden en aantal bijeenkomsten.
De vergunning wordt op grond van artikel 32 Alcoholwet voor maximaal 12 weken geschorst. De duur van de schorsing varieert van 1 tot 12 weken en wordt bepaald op grond van de ernst van de overtreding en de omstandigheden van het geval. In ernstige gevallen kan de procedure van intrekking van de vergunning opgestart worden en de schorsingsstap overgeslagen worden.
Overtreding 13:
In artikel 2.3.5.4 van de APV is bepaald dat in het artikel genoemde bijeenkomsten, gericht op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de rechtspersoon zijn betrokken en waar alcoholhoudende drank wordt geschonken maximaal drie keer per kalenderjaar mag plaatsvinden en dat dit dan uiterlijk vier weken voor de bijeenkomst bij de burgemeester wordt gemeld. Bij niet naleving van de meldingsplicht kan de vergunning op grond van artikel 32 Alcoholwet voor maximaal 12 weken worden geschorst. De duur van de schorsing varieert van 1 tot 12 weken en wordt bepaald op grond van de ernst van de overtreding en de omstandigheden van het geval. Bij het plaats laten vinden van bijeenkomsten, anders dan de in artikel 2.3.5.4 genoemde bijeenkomsten, kan de procedure van intrekking van de vergunning opgestart worden en de schorsingsstap overgeslagen worden.
Overtreding 14:
Overtreding van artikel 2.3.1.9 APV.
De politie en toezichthouders controleren op de sluitingsuren. Bij overtreding van de sluitingstijd maakt de politie een proces-verbaal op.
Voor de drankverstrekkende (“natte”) horeca:
1er worden vanaf 3:00 uur geen consumpties meer verstrekt (o.a. biertap dicht);
2vanaf 3:00 uur zijn de lichten aan;
3vanaf 3:00 uur is de muziek uit/gestopt
Voor de voedselvertrekkende (“droge”) horeca:
1er worden vanaf 3:00 uur geen bestellingen meer in ontvangst genomen;
2vanaf 3:15 uur worden er geen bestellingen meer verstrekt;
3vanaf 3:15 uur is de apparatuur voor het bereiden van consumpties buiten werking gesteld;
4vanaf 3:00 uur is de muziek uit.
Om 3:30 uur is al het publiek, zowel in de natte als droge horeca, uit de inrichting verdwenen.
De hoogte van de dwangsom bedraagt € 750,- per overtreding met een maximum van € 3.750,-.
Overtreding 15:
De politie en de toezichthouders van de gemeente houden toezicht op de openbare orde. Wanneer als gevolg van de exploitatie van een horecaonderneming de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid in of nabij deze horecaonderneming wordt verstoord, of dit op voorhand mag worden aangenomen (dreigende verstoring) kan de DHW-vergunning geschorst worden en de onderneming tijdelijk worden gesloten. Verstoring van de openbare orde en veiligheid is onder andere geluidsoverlast, vechtpartijen en geweldsdelicten binnen of bij een horecagelegenheid.
Wanneer er sprake is van een ernstig incident en/of ernstige verstoring van de openbare orde, of wanneer er een ernstige verstoring van de openbare orde dreigt, dan kan de burgemeester zonder voorafgaande stappen de inrichting sluiten, zo nodig met gebruikmaking van spoedshalve bestuursdwang. De inrichting zal in zo’n geval gesloten worden voor de duur van maximaal 12 maanden.
Om te bepalen of er sprake is van een ernstig incident, of ernstige verstoring van de openbare orde, wordt gekeken naar de volgende indicatoren:
•geweldsdelict waarbij sprake is van ernstig letsel;
•het gebruik van wapens;
•schietincident, ongeacht of er sprake is van verwonding;
•steekincident waarbij sprake is van verwonding;
•de hoeveelheid betrokken personen bij het geweld ( hoe meer personen, hoe eerder er sprake is van een ernstig incident);
•directe betrokkenheid van personeel van de horeca-inrichting;
•indirecte betrokkenheid van het personeel (waarbij sprake is van verwijtbaarheid en/of verwijtbare nalatigheid)
Bij aanwezigheid van wapens in een horeca-inrichting is de Wet Wapens en Munitie en de Regeling Wapens en Munitie van toepassing. De gemeente heeft in deze geen bevoegdheden om toezicht te houden. Volgens artikel 45 eerste lid Wet Wapens en Munitie zijn alleen ambtenaren die in dat artikel zijn vermeld bevoegd om toezicht te houden. Eventuele strafrechtelijke afhandeling vindt plaats onder regie van het OM. Wel kan worden bekeken of er gronden zijn om de vergunning in te trekken. De grond die hier het meest voor zal komen is neergelegd in artikel 31 eerste lid onder c van de Alcoholwet (feiten die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid).
Wanneer er niet alleen sprake is van aanwezigheid van wapens, maar deze wapens ook zijn gebruikt en waardoor de openbare orde en veiligheid direct in het geding zijn geweest, is er sprake van ernstige verstoring van de openbare orde. De burgemeester kan hierbij overgaan tot een onmiddellijke sluiting van de horecagelegenheid met toepassing van spoedshalve bestuursdwang.
Overtreding 16:
Overtreding van artikel 2.3.3.2 en 2.3.3.3 APV.
De hoogte van de dwangsom bedraagt € 750,- per overtreding met een maximum van € 3.750,-.
Hoofdstuk 4 Aanvullende kaders en uitgangspunten
Afwijkingsbevoegdheid
Er kunnen zich situaties voordoen die dermate ernstig zijn dat van de matrix wordt afgeweken. Dat kan betekenen dat bij zeer ernstige overtredingen of acute bedreiging van veiligheid een stap wordt overgeslagen. Bijvoorbeeld wanneer er sprake is van cumulatie van overtredingen in of nabij een horecabedrijf met een zodanige negatieve invloed op de omgeving dat de openbare orde en/of fysieke leefomgeving in ernstige mate wordt aangetast. Dan worden de afzonderlijke stappen per overtreding niet genomen, maar wordt direct overgegaan tot het opleggen van een bestuurlijke maatregel.
In dat geval sluit de burgemeester de horeca-inrichting op grond van artikel 2.3.1.10 APV. Afhankelijk van de aard van de overtredingen en de omvang en ernst ervan wordt de duur van de sluiting op maximaal 12 maanden gesteld. Daarnaast wordt beoordeeld of de drank- en horecavergunning en/of de exploitatievergunning op grond van respectievelijk artikel 31 Alcoholwet en artikel 2.3.1.8 APV wordt ingetrokken. Ook daarbij wordt rekening gehouden met de aard, omvang en ernst van de overtredingen.
Overgangsrecht
Op handhavingsprocedures die al in gang gezet zijn door het sturen van een vooraankondiging tot het nemen van bestuurlijke maatregelen of een beschikking tot het treffen van bestuurlijke maatregelen blijft de Beleidsregel stappenplan handhaving horeca Helmond 2015 van toepassing.
Overleg
Om goede afspraken te maken met de bevoegde instanties met betrekking tot de gewenste handhaving is deze beleidsregel in 2015 afgestemd in het Driehoeksoverleg (overleg tussen burgemeester, de officier van justitie en de politiechefs). Elk van de partijen committeert zich aan de uitvoering van de afspraken en draagt er zorg voor dat binnen de eigen organisatie de afspraken worden geëffectueerd.
Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking op de eerste dag na de datum van bekendmaking.