Gemeentelijke regelgeving

Regeling fiscale geheimhoudingsplicht invoering bedrijveninvesteringszones

Gemeente Eindhoven · geldt sinds 27 juni 2022

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven,

gelet op artikel 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, artikel 67 van de Invorderingswet 1990, artikel 40 van de Wet waardering onroerende zaken, artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht en artikel 6 Algemene Verordening Gegevensbescherming;

Artikel 1

Het faciliteren van de totstandkoming van een bedrijveninvesteringszone als bedoeld in de Wet op de bedrijveninvesteringszones betreft een publiekrechtelijke taak van het college en de heffingsambtenaar.

Artikel 2

Bekendmaking van de volgende gegevens is noodzakelijk voor een goede vervulling van de in artikel 1 genoemde publiekrechtelijk taak:

a.naam- en adresgegevens van eigenaren zoals bedoeld in artikel 1, derde lid van de

Wet op de bedrijveninvesteringszones;

b.naam- en adresgegevens van gebruikers zoals bedoeld in artikel 1, derde lid van de

Wet op de bedrijveninvesteringszones;

indien en voor zover deze eigenaren en gebruikers in de heffing van de BIZ-bijdrage worden betrokken, zoals bedoeld in artikel 1, derde lid van de Wet op de bedrijveninvesteringszones.

Artikel 3

De bekendmaking van de gegevens als bedoeld in artikel 2 vindt uitsluitend plaats aan:

a.een vereniging of stichting als bedoeld in artikel 7 van de Wet op de

bedrijveninvesteringszones;

b.de stichting of vereniging van ondernemers die voornemens is een vereniging of

stichting, als bedoeld in artikel 7 van de Wet op de bedrijveninvesteringszones, op te

richten.

Artikel 4

De geheimhoudingsplicht van artikel 67 Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 67 Invorderingswet 1990 geldt niet ten aanzien van de bekendmaking van gegevens als bedoeld in artikel 3.

Artikel 5

Het verstrekken van waardegegevens, als bedoeld in artikel 2 van de Wet waardering onroerende zaken, door de ambtenaar als bedoeld in artikel 1, tweede lid van de Wet waardering onroerende zaken, met betrekking tot de onroerende zaken van de eigenaren en gebruikers, als bedoeld in artikel 1, derde lid van de Wet op de bedrijveninvesteringszones, is, gelet op het bepaalde in artikel 2, noodzakelijk en vloeit voort uit zijn ambtelijke taak.

Artikel 6

Het verstrekken van de waardegegevens als bedoeld in artikel 5 vindt uitsluitend plaats aan:

a.een vereniging of stichting als bedoeld in artikel 7 van de Wet op de

bedrijveninvesteringszones;

b.de stichting of vereniging van ondernemers die voornemens is een vereniging of

stichting, als bedoeld in artikel 7 van de Wet op de bedrijveninvesteringszones, op te

richten.

Artikel 7

De geheimhoudingsplicht van artikel 2:5, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht geldt niet ten aanzien van verstrekken van gegevens als bedoeld in artikel 6.

Artikel 8

De stichting of vereniging als bedoeld in artikel 3, onderdelen a en b, en artikel 6, onderdelen a en b, mag de ter beschikking gestelde gegevens als bedoeld in artikel 2 en artikel 5

a.uitsluitend gebruiken voor de publiekrechtelijke taak zoals bedoeld in artikel 1;

b.niet verstrekken aan derden.

Artikel 9

De stichting of vereniging als bedoeld in artikel 3, onderdelen a en b, en artikel 6, onderdelen a en b, dient de ter beschikking gestelde gegevens als bedoeld in artikel 2 en artikel 5 terstond te vernietigen na de uitkomst van de draagvlakmeting als bedoeld in artikel 4 van de Wet op de bedrijveninvesteringszones.

Artikel 10

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.