Aanhef
Burgemeester en wethouders,
Collegevoorstel 25 juli 2017
Gelet op § 1 van hoofdstuk 1, afdeling 1 van hoofdstuk 2 van de Wet basisregistratie personen (Wet BRP), artikel 29 en 30 van het Besluit basisregistratie personen (Besluit BRP), artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht en titel 5.4 Algemene wet bestuursrecht (Awb);
besluit vast te stellen:
Beleidsregel aangifte adreswijziging Eijsden-Margraten 2017
4. Adreswijziging binnen Nederland
4.2. Voorwaarden aangifte
4.2.1. Overige eisen
Er zijn gevallen waar getwijfeld wordt aan de juistheid van de aangifte of dat uit ingewonnen informatie blijkt dat de feitelijke situatie niet overeenstemt met de gegevens in de BRP. Dan is er de noodzaak van aanvullende stukken
7Degene die aangifte heeft gedaan als bedoeld in de artikelen 2.38, 2.39 en 2.43 is verplicht, ingevolge artikel 2.45 Wet BRP, om op verzoek van B&W, desverlangd in persoon, ter zake van zijn aangifte de inlichtingen te geven en de geschriften te overleggen, die van belang zijn voor de bijhouding van de Basisregistratie.
.
4.3. Incomplete aangifte
4.3.1. Herstel mogelijk
Indien de burger het verzuim van zijn aangifte tijdig hersteld, wordt op grond van de oorspronkelijke aangifte de BRP geactualiseerd.
4.3.2. Herstel niet mogelijk
Wanneer niet binnen de gestelde termijn de incomplete aangifte aangevuld wordt, wordt de aangifte buiten behandeling gesteld
10Dit vloeit voort uit artikel 4:5 van de Awb
.Hierop geldt de volgende uitzondering:
Indien de burger zijn of haar aangifte niet kan herstellen wegens het feit dat;
° de meerderjarige bewoner dan wel eigenaar/verhuurder van het nieuwe adres weigert een verklaring van instemming af te geven. In dat geval, dan zal de burger contact moeten opnemen met deze persoon met de vraag waarom geen verklaring van instemming wordt verstrekt.
° de meerderjarige bewoner dan wel eigenaar/verhuurder van het nieuwe adres blijft weigeren een verklaring van instemming af te geven of wel een verklaring van instemming afgeeft waarbij hij aangeeft bezwaar te hebben tegen de inschrijving, dan wordt het onderzoeksproces
11Onderzoeksproces conform het protocol adresonderzoek.
opgestart.
Als uit onderzoek blijkt dat de aangever daadwerkelijk woonachtig is op het adres, dan wordt de aangifte zonder verklaring van instemming geaccepteerd.
4.4. Termijn van aangifte
4.4.1. Aangifte te vroeg
Aan de aangifte die eerder gedaan wordt dan vier weken vóór de wijziging van het adres, wordt geen gevolg gegeven aan deze aangifte
12Hierop is artikel 2.60 onder a wet BRP van toepassing.
. De aangever wordt hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht en wordt in de gelegenheid gesteld opnieuw aangifte te doen.
Op een te vroeg ingediende aangifte is het protocol adresonderzoek van toepassing
13In het geval dat er geen nieuwe aangifte van adreswijziging wordt ontvangen bij het bereiken van de datum van verhuizing.
.
4.2.2. Aangifte te laat
Een aangifte die ontvangen wordt na de termijn van vijf dagen na de wijziging van het adres wordt verwerkt in de BRP miv
14Zie hiervoor hfdst 4.5 onder 3 datum adreswijziging
de dag van ontvangst van de aangifte.
5. Vestiging in Nederland
5.2. Voorwaarden aangifte
5.2.1. Overige eisen
Naast de vereisten rondom het adres, gelden voor inschrijving o.g.v. aangifte van verblijf en adres verder nog vereisten rondom verstrekking van inlichtingen en overlegging van brondocumenten voor de bepaling van de gegevens rondom burgerlijke staat, nationaliteit en rechtmatig verblijf.
5.4. Termijn van aangifte
5.4.1. Aangifte te vroeg
Aan de aangifte die eerder gedaan wordt dan de dag van vestiging in Nederland, wordt geen gevolg gegeven aan deze aangifte
18Hierop is artikel 2.60 onder a wet BRP van toepassing.
. De aangever wordt hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht en wordt in de gelegenheid gesteld opnieuw aangifte te doen.
5.4.2. Aangifte te laat
Een aangifte die na de termijn van vijf dagen na vestiging wordt gedaan, wordt verwerkt in de BRP m.i.v.
19Zie hiervoor hfdst 5.5 onder 3 datum vestiging
de dag van ontvangst van de aangifte.
6. Vertrek uit Nederland
6.4. Termijn van aangifte
6.4.1. Aangifte te vroeg
Aan de aangifte die eerder gedaan wordt dan vijf dagen vóór de dag van vertrek, wordt geen gevolg gegeven aan deze aangifte
21Hierop is artikel 2.60 onder a wet BRP van toepassing.
. De aangever wordt hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht en wordt in de gelegenheid gesteld opnieuw aangifte te doen.
Op een te vroeg ingediende aangifte is het protocol adresonderzoek van toepassing
22In het geval dat er geen nieuwe aangifte van adreswijziging ontvangen wordt bij het bereiken van de datum van verhuizing.
.
6.4.2. Aangifte te laat
Een aangifte die ontvangen wordt na de dag van vertrek, wordt verwerkt in de BRP m.i.v.
23Zie hiervoor hfdst 4.5 onder 3 datum adreswijziging
de dag van ontvangst van de aangifte. De aangifte wordt vooralsnog niet verwerkt als de aangifte in persoon plaats moest vinden. De opneming van gegevens van vertrek vindt in dat geval, ambtshalve plaats
24Zie hiervoor het protocol adresonderzoek en artikel 2.21 lid 2 wet BRP
.
7. Handhaving
7.1. Achtergrond
7.1.1. Uitzonderingssituaties op handhaving
Er kan zich een situatie voordoen waarbij een spanningsveld ontstaat tussen de uitoefening van de wettelijke regels en andere maatschappelijke belangen. Als voorbeeld geldt de situatie waarbij personen direct gevaar lopen voor lijf en goed zoals bij eerwraak. Deze situaties verdienen een bijzonder zorgvuldige behandeling.
25In de beleidsregel briefadres wordt een mogelijke oplossing geboden in de vorm van een briefadres om veiligheidsreden.