Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels Lauwersregeling 2021 gemeente Dantumadiel

Gemeente Dantumadiel · geldt sinds 1 januari 2021

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dantumadiel;

Gelet op artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht;

Overwegende dat het wenselijk is dat financiële belemmeringen voor het deelnemen aan maatschappelijke activiteiten van sociale, culturele of sportieve aard en de aanschaf van een legitimatiebewijs, verminderd of opgeheven worden;

b e s l u i t:

vast te stellen de: Beleidsregels Lauwersregeling 2021 gemeente Dantumadiel

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Algemene bepalingen

1Tenzij anders bepaald hebben de bepalingen van deze beleidsregels dezelfde betekenis als in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Participatiewet.

2In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

a.college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dantumadiel;

b.wet: de Participatiewet;

c.inkomen: inkomsten uit of in verband met arbeid, socialezekerheidsuitkeringen, uitkeringen tot levensonderhoud op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, voorlopige teruggave of teruggave van inkomstenbelasting, loonbelasting, premies volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdragen als bedoeld in artikel 43 van de Zorgverzekeringswet, alles exclusief vakantietoeslag, dan wel naar hun aard met deze inkomsten en uitkeringen overeenkomen;

d.inwoner: degene die op de peildatum zijn woonplaats heeft in de gemeente Dantumadiel;

e.toetsinkomen: 110% van de bijstandsnorm bedoeld in artikel 5 sub c van de wet, verminderd met de vakantietoeslag als bedoeld in artikel 19, derde lid, van de wet, afgerond naar boven op hele euro’s. De kostendelersnorm als bedoeld in artikel 22a Participatiewet wordt hierbij buiten beschouwing gelaten;

f.vermogen: het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de wet, met uitzondering van een eigen woning die door de aanvrager en zijn gezin zelf wordt bewoond, motorvoertuigen en sieraden.

g.vermogensgrens: de van toepassing zijnde vermogensgrens zoals bedoeld in artikel 34 lid 3 van de wet;

h.peildatum: de datum waarop de aanvraag is door het college is ontvangen;

i.tegemoetkoming: de bijdrage bedoeld in artikel 2 van deze beleidsregels;

j.vergoeding: de bijdrage bedoeld in artikel 6 van deze beleidsregels;

k.identiteitsbewijs: de Europese identiteitskaart of een Nederlands paspoort.

Hoofdstuk 2. Recht op tegemoetkoming

Artikel 2. Tegemoetkoming kosten maatschappelijke participatie

1Het college verstrekt op aanvraag een tegemoetkoming aan een inwoner van 18 jaar of ouder waarvan op de peildatum het inkomen en het vermogen niet hoger is dan het toetsinkomen en de vermogensgrens, voor de kosten van maatschappelijke participatie die hij ten behoeve van zichzelf, zijn partner of zijn ten laste komend kind jonger dan 4 jaar maakt.

2Onder maatschappelijk participatie wordt verstaan: het zo mogelijk in groepsverband deelnemen aan activiteiten van sociale, culturele of sportieve aard. Hieronder worden in ieder geval verstaan de volgende gemaakte of te maken kosten:

a.lidmaatschap van verenigingen op het gebied van sport, cultuur of ontspanning, alsmede bijkomende kosten die direct verband houden met dit lidmaatschap;

b.schoolkosten, niet zijnde de schoolkosten bedoeld in de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS);

c.bijdrage peuterspeelzaal;

d.abonnement bibliotheek, speelotheek en sport- en speluitleen;

e.muzieklessen en huur van een muziekinstrument;

f.zwembadbezoek en zwemlessen;

g.museumbezoek;

h.volgen van cursussen, niet zijnde beroepsgerichte cursussen;

i.overige kosten welke naar het oordeel van het college bijdragen aan maatschappelijke participatie.

Artikel 3. Aanvraag en onderzoek

1De aanvraag voor een tegemoetkoming wordt schriftelijk ingediend, door middel van een door het college vastgesteld aanvraagformulier.

2De aanvraag moet vóór 1 december van het jaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft, door het college zijn ontvangen.

3Bij de aanvraag worden door de aanvrager bewijsstukken van het inkomen en vermogen overgelegd.

4Het college kan de aanvrager vragen aanvullende bewijsstukken over te leggen.

Artikel 4. Hoogte van de tegemoetkoming

1De tegemoetkoming heeft betrekking op een kalenderjaar. De tegemoetkoming bedraagt per kalenderjaar:

a.voor een kind jonger dan 4 jaar: € 118,00 [2020];

b.voor een persoon van 18 jaar en ouder, maar jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd: € 118,00 [2020];

c.voor een persoon die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt: € 227,00 [2020].

2De in het eerste lid genoemde bedragen worden jaarlijks op 1 januari geïndexeerd met het cijfer van de consumentenprijsindex (CPI) over het voorgaande kalenderjaar, afgerond naar boven op hele euro’s.

Artikel 5. Betaling

1Betaling vindt plaats op een bankrekening ten name van de aanvrager.

2Betaling vindt volledig plaats na toekenning.

3Als er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de aanvrager niet in staat is tot een verantwoorde besteding van de tegemoetkoming kan het college de tegemoetkoming geheel of gedeeltelijk aan derden of in natura betalen. Het college kan de tegemoetkoming ook op verzoek van de ouders geheel of gedeeltelijk aan derden betalen (voor een kind tot vier jaar).

4Bij toepassing van het derde lid zijn het eerste en tweede lid van dit artikel niet van toepassing.

Hoofdstuk 3. Vergoeding identiteitsbewijs

Artikel 6. Vergoeding aanschaf of vervanging identiteitsbewijs

1Het college verstrekt op aanvraag een vergoeding aan een inwoner van 18 jaar of ouder waarvan op de peildatum het inkomen en het vermogen niet hoger is dan het toetsinkomen en de vermogensgrens, voor de kosten van de aanschaf of vervanging van een identiteitsbewijs voor zichzelf en zijn partner en/of zijn ten laste komend kind.

2Artikel 3 en artikel 5 eerste en tweede lid van deze beleidsregels zijn onverminderd op dit hoofdstuk van toepassing. In afwijking van het tweede lid van artikel 3, wordt de aanvraag binnen acht weken na het verzoek om aanschaf of vervanging van het identiteitsbewijs ingediend.

3Een vergoeding per identiteitsbewijs wordt eenmaal per geldigheidsperiode van het identiteitsbewijs verstrekt als bedoeld in artikel 16a van de Paspoortwet.

4De vergoeding bedraagt maximaal € 30,00 per identiteitsbewijs. Indien de kosten lager zijn dan € 30,00 dan geldt de kostprijs van het identiteitsbewijs.

Hoofdstuk 4. Inlichtingen en terugvordering

Artikel 7. Inlichtingenplicht en verantwoording

1Aanvrager doet aan het college uit eigen beweging of op verzoek direct mededelingen van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op een tegemoetkoming en vergoeding op grond van deze beleidsregels.

2De aanvrager is verplicht aan het college, indien daarnaar wordt gevraagd, medewerking te verlenen aan de uitvoering van deze beleidsregels.

3Het college kan de aanvrager na afloop van het kalenderjaar vragen om de besteding van de ontvangen tegemoetkoming, aan te tonen. Hij dient hiertoe tot 1 april van het jaar volgend op het jaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft betalingsbewijzen te bewaren en deze op verzoek aan het college over te leggen.

4De aanvrager is verplicht aan het college desgevraagd een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht direct ter inzage te verstrekken, voor zover dit redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze beleidsregels.

Artikel 8. Herziening, intrekking en terugvordering

1Het college kan het recht op een tegemoetkoming en/of de vergoeding herzien of intrekken indien:

a.het niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenverplichting en verantwoording als bedoeld in artikel 7 heeft geleid tot een ten onrechte of te hoog verstrekt bedrag;

b.anderszins een ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verstrekt, voor zover de belanghebbende dit redelijkerwijs had kunnen weten of begrijpen.

2In geval van herziening of intrekking als bedoeld in het eerste lid, kan het college de ten onrechte of tot een te hoog bedrag verstrekte tegemoetkoming en/of vergoeding terugvorderen.

3Voor de uitvoering van het tweede lid is titel 4.4 van de Awb, met uitzondering van paragraaf 4.4.4.2, van toepassing.

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 9. Hardheidsclausule

1Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de ingezetene of het huishouden afwijken van de bepalingen van deze beleidsregels indien strikte toepassing ervan zou leiden tot onbillijkheden van zwaarwegende aard.

2In gevallen waarin de bepalingen van deze beleidsregels niet voorzien neemt het college een besluit.

Artikel 10. Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Lauwersregeling 2021 gemeente Dantumadiel.

Artikel 11. Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op 1 januari 2021, onder gelijktijdige intrekking van de Beleidsregels Lauwersregeling gemeente Dantumadiel 2018.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.